Peace

-foto: Jeanette Wigbers-

Het derde deel van het verhaal, waarin we de afloop van de bevalling van Nina te weten komen en er na veel omzwervingen uiteindelijk weer geslapen kan worden.

Half twaalf.
Suzie aan de lijn.
Ik ben blij dat ze belt.
Al enkele dagen loopt ze rond met een miskraam die niet door wil zetten. Graag had ze het natuurlijke verloop afgewacht. Nu heeft ze toch besloten om het te laten weghalen. Curetteren. Ze ziet er erg tegenop. Tien dagen af en aan bloedverlies en buikpijn is ze ook zat. Ik bemoedig haar, leg uit wat haar te wachten staat. Beantwoord verschillende vragen. Ik moet me concentreren op het gesprek. In plaats van hersenen heb ik een hoofd vol watten, mijn oren suizen en piepen alsof ik zo uit de disco kom, de watten temperen ook nogeens de binnenkomende informatie over het verloop van de miskraam van Suzie. Ik hum op de automatische piloot om te laten horen dat ik luister, terwijl ik een gedeelte van de uitleg helemaal mis. Halverwege de zin ben ik weer terug.
-Zo gaat dat niet.-
Dan schuif ik met een besliste beweging het dekbed opzij.
Brrr, koud.
Ik klets mijn vlakke hand een paar maal op mijn bovenbeen.
-Kom op Annemiek, zo gaat dat niet.-
Ik ben juist zo opgelucht dat ze eindelijk de stap durft te nemen. Het is niet alleen het aandurven van de narcose en de operatie, het is ook een stap in het proces van afscheid nemen van een zwangerschap.
Mijn benen zwaai ik over de rand, de blote voeten op het zeil.
Brrrr, koud!
Hup! Het bed uit. Met de telefoon dicht aan mijn oor gedrukt loop ik naar de wastafel en haal een nat washandje over mijn gezicht.
Mmmm, lekker koud.
Ik stel een aantal vragen opnieuw en geef een aantal adviezen. (waarschijnlijk ook opnieuw)
Suzie is blij dat ze haar verhaal met mij kon delen. Ik wens haar sterkte. Druk haar op het hart om weer te bellen bij veranderingen of nieuwe vragen.

Op de Polderoordse verloskamer is het acht centimeter. Kraamvisites, gevallen vrouw, knellende hechtingen, ze roepen me. Ik hoor de wekker irritant lang aflopen als ik mijn sleutels loop te zoeken. Geen fut om hem uit te zetten. Die houdt vanzelf wel een keer op.
Twaalf uur.
Terug in de auto.
Aan de Rembrandtkade is de hechting gemakkelijk te verwijderen. Het lucht haar erg op. Toch nog een goede daad verricht vandaag. Mevrouw Bakker is niet thuis. Staat waarschijnlijk alweer bij de schoolpoort te wachten. Ik probeer de visites voor het middagdutje af te ronden. Lukt niet helemaal. Als ik bij mevrouw Karzai aan bel is het twee uur. Geeft niet. Daar is het groot feest. Oma haalt me binnen als een heldin. Ze schuift haar hoofddoek netjes terug over haar grijze knot, haar gerimpelde hand pakt die van mij en ze trekt me lachend mee.
‘Bia, nawasa!’
Ze wil me haar kleinkind laten zien. We krijgen groeten uit Afghanistan. De hele familie is telefonisch op de hoogte gebracht. Ik bewonder Farid. Feliciteer Aruzha. Ze vertelt me dat Femke haar zo goed geholpen heeft. Ik aai Whahid over zijn bol. Die weet niet hoe snel hij wederom aan zijn vaders been moet hangen. Ik zeg tegen oma dat het lekker ruikt in de keuken.
‘Tsji?’
Aruzha vertaalt voor me vanuit haar bed.
‘Wat zeg je?’
Ik doe het met gebarentaal.
‘Mmmmmmm!’
Dan snapt ze het.
‘Quaboeli, morgh, kofta, soup.’
Ze wijst de verschillende pannen met inhoud aan. Uit de slaapkamer hoor ik de simultaanvertaling. Rijst, kip, groente, gehaktballetjes, soep. Dat woord herkende ik ja. Speciale soep voor een net bevallen vrouw. Om aan te sterken. Of ik mee wil eten. Het ruikt heerlijk. Maar ik prefereer op dit moment een licht ontbijtje. Vriendelijk glimlachend sla ik de uitnodiging af.
‘Femke heeft de bevalling gedaan, die heeft er meer recht op!’
‘Tsji?’
‘Tjaskakor..’
‘Tasjakor!’
Oh ja, tas- ja- kor.

Buiten bel ik nog één keer met de verloskamers.
Zestien minuten over twee is Nina per Sectio Caesarea bevallen van een zoon van zeven-en-een-half pond. -De naam keizersnede zou ontstaan zijn omdat Julius Caesar erdoor geboren zou zijn. Dit is vrijwel zeker niet waar, al was het maar omdat zijn moeder is blijven leven. Waarschijnlijker is dat de term afkomstig is van caesare, 'snijden' in het Latijn.-
Tjonge, 3750 gram, een hele kilo zwaarder dan broer Bryan. Moeder en kind beiden in goede gezondheid. De naam weet de verpleegkundige nog niet. Het zal geen Julius zijn. Ik gok op iets Engels klinkend met een Y erin.
De naam komt wel. Moeder en kind in goede gezondheid!
Pfffff.
Dat is het bericht wat ik horen wilde. Daar ben ik blij om. Werkelijk heel blij.
Hoe langer het duurt, hoe meer rampscenario’s in mijn hoofd.
Thuisgekomen ga ik nog een uurtje liggen. In heb nog één nachtje dienst. Je weet maar nooit wat me nog te wachten staat. Vlak voor het avondeten maakt Ben me wakker. Drie volle uren meegepakt.
Ik kan er weer tegen.

TASJAKOR!

Lief zijn

- foto: Jeanette Wigbers-

-Waar waren we gebleven? Oh ja, Femke driehoogachter in het dorp, voor de thuisbevalling met de Afgaanse Aruzha, Annemieke in het stadse ziekenhuis voor de poliklinische baring van Nina.-


6.15
Kwart over zes.
-VO, persww, jij?-
Femke is begonnen met persen. Prettig idee dat zij daar is en ik hier. Iedere barende haar eigen coach.
Waarop stagneert de mijne? Ligt het hoofdje wel goed? Blaas leeg. Darmen leeg. Weeënkracht? Te gespannen? Ik snap het niet. Ik overweeg te rekken tot acht uur. Dan komt de gynaecoloog in huis. Kan hij haar beoordelen. In korte tijd worden de weeën steeds feller. Nina begint steeds heviger te mopperen. Leon wil een sigaretje roken. Nina laat hem niet gaan.
Tien voor half zeven.
-k ga sedatie vrgn, ø nog zelfd-
Het is mooi geweest. Zo ken ik Nina niet. Ik beloof haar iets tegen de pijn. Kort en duidelijk leg ik de, iets slaperig klinkende, gynaecologe de situatie uit.
‘Eerst maar sederen.’
Mijn idee.
Ze krijgt een injectie tegen de pijn. Vlak voor hij gegeven wordt gaat het gemopper over in hartgrondig gevloek. Vooral Leon moet het ontgelden.
‘Ik haat je!’
Een vrouw in barensnood. Het zij haar vergeven. Het zal trouwens een hele klus worden om die complete Chinese uitvoering van zijn naam restloos te verwijderen.
De Pethedine begint te werken. Al vindt Nina van niet. Ze haat Leon nog iedere wee. Ik maak mijn verontschuldiging over de felheid van de weeën, tegen de geringe vordering.
‘Daar kan jij toch niets aandoen.’
Tussen twee weeën door is ze naar mij net zo lief als altijd. Een SMS hoor ik binnen komen, geen tijd om te lezen. Uit alle macht helpen Leon en ik Nina door de storm. Vandaag heeft deze vuurtoren dringend behoefte aan de reddingsbrigade.
Net voor acht uur komt de gynaecologe binnen. Mevrouw de Graaf. Op een vriendelijke manier legt ze aan Nina uit wat ze gaat doen. Nina vestigt samen met mij alle hoop op haar oordeel.
‘Vreemd.’
Bij het inwendig onderzoek constateert ze dezelfde bevindingen als ik. Ook deze keer had ik het liever fout gehad. Gelijk hebben is meestal een prettig gevoel. Nu betekent mijn gelijk een keizersnede voor Nina.
Je verwacht het gewoon niet. Tweemaal normaal bevallen, normaal groot kind, normale ligging.
Ze stelt een ruggenprik voor. Epidurale verdoving, het lijkt Nina een verademing. Op die manier krijgt ze in ieder geval voorlopige uitstel over de sectio-beslissing. Op deze doordeweekse, net begonnen ochtend kan ze direct terecht voor het plaatsen van de naald.
Leon spoor ik aan zijn nicotine gehalte te gaan aanvullen.
Met de verpleegkundige loop ik mee naar de anesthesieafdeling. Zij stuurt het hoofdeinde, ik aan het voeteneinde.
Zucht nog een laatste wee met Nina weg.
Wens haar sterkte.
Exit Annemieke.

Buiten lees ik de SMS van Femke.
-6.33 gezonde zoon gebaard! Farid 4200, 2H. Leuk hé?-
Farid’s geboortegewicht is zelfs een hele kilo zwaarder dan indertijd zijn broer. Tjonge. Slechts twee hechtingen. Iedereen blij.
-Gefel. daar! Nina epidurl, k ga n huis. Bah!-
Leon staat bij zijn auto. Hij belt met zijn moeder. Stoer uiterlijk of niet, het blijft een jongeman van amper 25. Van mij krijgt hij een stevige schouderklop.
‘Met deze verdoving voelt ze niets meer. Je kan weer veilig naar binnen.’
We bespreken summier het hoe en waarom van de stagnerende baring. Conclusie: Vreemd!
Een half opgerookt sjekkie trapt hij uit. Rust heeft hij niet.
Weer naar binnen.
‘Succes!’
Om negen uur in de ochtend stap ik in bed. Voor een laatste update bel ik het ziekenhuis. Terwijl ik wacht op doorschakelen met de verloskamers voel ik me al bijna wegzakken.
‘De naald zit goed, Nina er kan weer tegen.’
In tuimel in slaap.
Bam!
Elf over negen.
Kreun.
Mevrouw Bakker bracht haar dochter naar school en is van de fiets gevallen. Na wat vragen over en weer blijkt dat ze eerst gevallen was, toen haar dochter bij school afzette, toen naar huis ging, en op aanraden van buurvrouw belde. Geen bloed, goed leven, geen pijn, geen harde buiken.
‘Klinkt niet verontrustend. Let op leven voelen en bloedverlies. Bel bij verandering!’
Tweede poging.
Bam!
Een nog diepere donkere kuil waar ik inval...


-deel III binnen enkele dagen hier te lezen-

Woman

-foto: Jeanette Wigbers- (NB: De dames op de foto zijn niet de hoofdrolspeelsters in het verhaal)

Twee minuten voor middernacht. Volgens mij ben ik net tien minuutjes geleden in slaap gevallen. Mevrouw Karzai heeft weeën. Ze woont al tien jaar in Nederland. Kan me goed uitleggen hoe ze ervoor staat. Deze week al een paar maal vals alarm. Nu klinkt het als het echte werk.
‘Prima, ik kom kijken.’
Ze wonen in een ruime flat. Mooie rode vloerbedekking door het hele huis. In een zijkamertje heeft ze keurig een eenpersoonsbed op klossen gezet. Daar wil ze gaan bevallen.
Khaled en Aruzha komen uit Afghanistan. Hun eerste zoontje werd in het Veluwe-ziekenhuis geboren. Door zéér langdurig gebroken vliezen werd die bevalling een langdradige geschiedenis. Whahid is twee jaar oud en onlosmakelijk verbonden aan de heup van zijn vader. Aruzha hoopt daarom ook dat de baby in de nacht geboren gaat worden. Wel zachtjes doen. Geen slapende Whahidjes wakker maken. Anders moet oma komen.
‘Aha, om op hem te passen?’
‘Nee, alleen Khaled met Whahid. Oma helpt bij bevalling.’
We sluipen door het appartement. Hoewel ik stiekem hoop dat de traditioneel Afghaanse oma niettemin opgetrommeld gaat worden. Ik ben dol op zulk soort assistentes.
Het toucher valt me een beetje tegen, krap twee centimeter. Ik blijf een half uurtje zitten. Het is beslist niet ongezellig. Controleer alvast of alle benodigdheden voor het grijpen liggen. Observeer de frequentie van de weeën. Ik moet een keer gapen. De weeën blijven een beetje uit. Aruzha zegt me dat ze me gaat bellen als het heviger wordt.
Net na enen lig ik weer mijn bed. In mijn kleren. Wat onrustig, maar moe genoeg om snel in slaap te vallen. Krachten sparen voor de dingen die komen gaan.
Kwart voor drie.
Dat zullen ze zijn. Ik zit meteen rechtop.
‘Met Leon Trompet, Nina verliest vruchtwater.’
Geef me een momentje voor het omschakelen van Afghanistan naar geboren en getogen Polderdorpers.
Nina van Eijk. Zij krijgt haar derde kind. Een jonge vrouw, twee maal vlot bevallen in het ziekenhuis in Polderoord. Nina, Leon en kids vormen samen een ongedwongen gezinnetje. Nina is een kleine, licht Aziatisch uitziende, knappe meid. Met lang donker haar en blauwe ogen. Op de buitenkant van iedere enkel staat een naam in grote Chinese tekens getatoeëerd. Kimberley en Bryan weet ik. Leon’s voornaam heb ik nog niet kunnen ontdekken. Leon heeft de Tattoo-shop ook meerdere malen bezocht. Van zijn bovenarmen tot zijn polsen lopen een paar flinke tribals. ‘Nina’ staat er tussen.
‘Prima, ik kom kijken.’

Het toucher valt me een beetje tegen, krap twee centimeter.
Nina wil erg graag naar het Polder-ziekenhuis voor de bevalling. Vorige maal zette de bevalling na het vliezen breken rap door. Op de nipper haalde ze het verlosbed. Leon gaat de kinderen naar oma brengen, twee straten verderop. Ik wacht tot hij terug komt bij Nina.
Zie haar ‘in partu’ komen.
Zodra Leon terug is waarschuw ik het ziekenhuis. Zelf zal ik wat later nakomen.
Kwart over drie.
Mijn volgende halte is familie Karzai.
Vanuit mijn auto speur ik of er licht brand op de derde etage. Het ziet er zo donker uit. Wie weet is ze wel in slaap gevallen. Om het dorp uit te rijden zonder te weten hoe het er hier voorstaat vind ik toch te riskant. Toch maar aanbellen, mochten ze slapen, staan we quitte.
Khaled doet slaperig open, met Whahid op zijn heup. Verbaasd dat ik voor de deur sta. Hij is in de slaapkamer gaan liggen met zijn zoontje. Aruzha zit in het schemerdonker in de huiskamer op de grond. Een verzameling kussens om zich heen. Zo te zien heeft ze goede weeën. Ik zie er één opkomen en flink doorzetten. Steunend op armen en knieën leunt ze op de zitting van de bank en zwaait haar lijf heen en weer. De weeëndans, maar dan anders.
‘Ik wil jou bellen, maar mag niet van haar..’
Khaled heeft zijn armen vol aan zijn zoon en wijst met een hoofdknik naar zijn vrouw. Whahid omklemt hem als een aapje.
‘Ah, wilde je me laten slapen?’
Ze knikt, de schat. Alleen ploeteren in de nacht. We zijn samen blij dat ik er zomaar weer ben, met dank aan familie Trompet. Ze krijgt van mij een kleine omhelzing. Met een schouderklopje.
‘Jaan, tasjakor.’
Ruim vier centimeter nu. Alles voelt goed verstreken aan. Een enorm verschil met het vorige toucher. Haar hier alleen achterlaten vind ik niks. Kort overweeg ik haar mee te nemen naar Polderoord.
Nee, ik ga de Afghaanse Aruzha een Polderdorpse thuisbevalling niet afnemen. Inshallah.

‘Femke, ik ben bij Karzai aan de Merwedelaan, in die flat, weet je wel?’
Femke weet het direct. Eerder deze week hadden we de mogelijkheid van ‘dubbelzitten’ al besproken. Het aantal hoogzwangeren had zich een beetje opgehoopt. Onze conclusie was dat ze ééns moesten gaan baren. Ik leg haar de verschillende opties voor. Mijn idee is dat zij de bevalling van familie Karzai gaat begeleiden. Zodat ik naar het ziekenhuis kan afreizen.
‘Prima, ga maar, ik kom naar de flat.’
‘Tasjakor!’
Ik bedank haar in het Afghaans.
Kwart over vier ben ik in het ziekenhuis.

Verloskamer 1: Mevrouw van Eijk, lees ik op het planbord. Verder is er niemand.
Nina heeft intussen zes à zeven centimeter. Ze mag een beetje rondlopen van mij. Tussen de weeën door een ontspannen sfeer. Het gesprek komt op Leon’s leeftijd.
‘Wat schat je?’
Ik weet hoe oud Nina is, 24, al oogt ze jonger. Ik denk dat hij nieteens zo heel veel scheelt met haar. Klopt, hij is slechts één jaartje ouder. Volgens hem calculeren de meeste mensen meer verschil.
‘Aan je jaarringen gerekend had ik je bepaald wel ouder geschat...’
Ik wijs op zijn getatoeëerde onderarmen. We lachen alledrie om mijn stomme opmerking. Nina vindt deze bevallingsfase nog goed te doen.
Leon kan een korte rook-pauze nemen.
Per SMS houden Femke en ik elkaar op de hoogte.
-vl#, krmverz+oma, we zitten allem. op de grond, 7cm. jij?-
Femke heeft de vliezen gebroken. De moeder en de kraamverzorgster zijn gearriveerd. Ik begrijp dat ze met zijn allen op de grond zitten. Ik zie het direct voor me. Op het rode hoogpolige tapijt. Samen met Aruzha de weeën opvangen. Rug masseren, mee puffen. Schemerlampje aan. Afghaansvrouwengebeuren driehoogachter op de Merwedelaan.
Met een klein beetje afgunst wandel ik met Nina een rondje mee over het ziekenhuis-linoleum onder de TL-verlichting. Bij een volgend toucher had ik het hoofdje dieper verwacht. Wat ontlasting lijkt in de weg te zitten. Ze vindt het goed als ik haar een Microlax wil geven. Tenminste, nadat ik precies heb uitgelegd hoe het in zijn werk gaat. Binnen korte tijd geeft het goed resultaat. De ontsluiting schiet er helaas niets mee op.
Vreemd.
Nina geeft steeds meer pijn aan. Uit alle macht moet de rug gemasseerd worden. Ik los Leon af als hij naar de WC moet.
‘L.. E.. O.. N.’
‘Kan je dat lezen?’
Nee geintje, ik gokte het simpelweg.
Het flauwe grapje kan nog net.
De pijn wordt steeds gemener.
Ook tussen de weeën door.

-wordt vervolgd-