
We schrijven januari 1999, en mijn buurvrouw ging bevallen.
Er was wat ontsluiting, er waren goede weeën. Zij ging een warme douche nemen en ik beloofde dat ik voor de nacht terug zou komen. Ik ging een laatste blokje om met onze hond, keek het late journaal, zette de verwarming op nachtstand en doofde alle lampen in de huiskamer. Ik nam mijn sloffen mee in de ene hand, de verlostas in de andere en kuierde op mijn gemakje ons tuinhekje uit. Ik nam de kortste weg, om de schutting, langs de achtertuinen, en liep zo, via de keukendeur, het huis van Kitty en Jörgen binnen. Hun Rottweiler kwam blaffend overeind en snuffelde hij aan me met zijn kwijlbek. Ik aaide hem niet, zei: ‘Goed volk.’, schopte mijn schoenen uit en liet met een plof de pantoffels tussen ons in vallen. Hij liep onder mopperend gekreun terug naar zijn mand. Met de sloffen aan de voeten voelde het bijna als thuis, het huis van Kitty en Jörgen is namelijk een exacte kopie van dat van ons. Ik riep een keertje: ‘Joehoee!’ in het trappengat en slofte naar boven. Kitty was zich net aan het afdrogen en vertelde dat het allemaal een stuk pittiger was geworden. Ze had een paar maal overgegeven, ik rook inderdaad een zurige kotslucht over de hele etage. Jörgen was het teiltje aan het omspoelen in het bad. Ze verloor doorzichtig gekleurd vruchtwater, met een klein spoortje slijmerig bloed erbij. Ze vroeg of dat goed was, en ik zei: ‘Ja.’
Op het grote hoogstaande bed onderzocht ik opnieuw hoe ze ervoor stond. Hoe wij ervoor stonden. Wat was er gebeurd qua vordering in de tussenliggende paar uurtjes? Er kwam net een enorme wee opzetten. Kitty begon geconcentreerd aan de noodzakelijke pufsessie, ik toucheerde voorzichtig en voelde het vrijwel meteen. Het voorliggend deel was een stuk dieper gekomen. De ontsluiting was nagenoeg volledig. Maar het was niet het hoofd wat daar zo diep in het bekken gezakt was.
Ik schrok me een ongeluk.
Een warme opvlieger steeg naar mijn wangen, ik hapte een keer naar adem en blies in drie pufjes uit. Pfffff, pfffff, pffffffffff. Daarmee volgde ik het ritme van de ademhaling van Kitty, en viel mijn inwendige paniek, hopelijk, niet al te veel op.
Ik voelde nog eens goed, glad aan alle kanten, puntig rond, geen fontanel te bekennen.
Het was wat het was.
Ik voelde een stuit.
Ik liet Jörgen het grote licht aan doen, spreidde mijn vingers zo ver mogelijk en keek ongegeneerd het gat in. Toen kon ik het ook zien. Babybillen voor de uitgang. Onmiskenbaar gladde, grijsroze billetjes inzicht, aan de Mozartlaan 17 in Polderdorp.
En nu?
TBC..
2 reacties:
spannend....ben benieuwd naar de afloop!
Aaargh! Schrijf nou snel door! :-)
Een reactie plaatsen