Beentjes


Reminder to myselfe: Annemieke, kom op, dit is niet de eerste stuitbevalling die je gaat verrichten.
Dat is waar, de afgelopen jaren heb ik heel wat stuitbevallingen gezien, of zelf mogen "aanpakken", meestal in het ziekenhuis, met de gynaecoloog in de buurt. Een enkele keer per ongeluk thuis, maar dat ging nooit om een eerste kind. Ik denk aan boerin Annelies, en de bevalling van haar vijfde. Toen ik binnenkwam stond ze naast bed de persweeën weg te zuchten. Zelf gebreide wollen sokken, en verder slechts in hemd, de straalkachel op de hoogste stand. Ze haalde lachend haar schouders op toen ik de stuitligging constateerde. Annelies hurkte diep, zette één keer flink kracht en ik was net op tijd om haar zoontje op te vangen. De sokken waren doorweekt van het meegestroomde vruchtwater, om de vlek in de vloerbedekking lachte ze ook. Als ik aan Annelies denk, moet ik glimlachen en ruik ik schaap. Bij wijze van hobby runt Annelies een schaapskudde en maakt originele schapenkaas. In het seizoen helpt zij bij het lammeren en als ze tijd over heeft, spint ze de schapenwol. Mijn lievelingsvest breide Edith voor me, extra-extra large, van de cadeau gekregen baal handgesponnen bruine wol. Goede herinneringen aan boerin Annelies en haar zonnige voorkomen.
Aan wie ik nu niet wil denken is mevrouw Beentjes.
Te laat.
Mijn brein is er al. De tweedejaars verloskunde student Annemiek, die ooit stond te popelen om haar eerste stuitbevalling te mogen zien. Dat de bevallende dame de achternaam Beentjes droeg, vond deze Annemieke bijzonder grappig. Toen halverwege de geboorte de voetjes eruit hingen en het lijfje de verkeerde kant op dreigde te draaien, was de lol er snel af. Wat een rotbevalling.
Brrr.
Ik schud mijn hoofd om de gedachte van me af te schudden.
Het lied! Denk aan het lied. Om de routinevolgorde van een geboorte in stuitligging erin te stampen, maakten mijn toenmalige klasgenoten en ik een liedtekst waarin alle mogelijke examenvragen werden benoemd.
Er schieten me helaas maar twee losse regels te binnen.
Laat je billen zien, laat je scapulapunten zien.

Jörgen vraagt hoe we ervoor staan. Samen zien we een steeds groter deel van het kontje tussen de gespreide benen van Kitty verschijnen. Het is goed zo, zij is er klaar voor, en ik ben er klaar voor.
‘Hou maar niet meer tegen Kitty, geef maar volledig toe aan het persgevoel.’
We horen gestommel op de trap, en begroeten onze welkome bezoeker hartelijk.
Ik wijs Edith de klaargezette apparatuur, en vraag haar stand by te staan om zo direct mee te duwen op de buik, zodat het hoofdje vloeiend geboren zal worden.
Kitty doet het fantastisch, ze perst en perst en perst. Als de verdoving is ingewerkt, geef ik de knip. De billetjes komen eerst recht omhoog naar buiten. We zien dat het een meisje is, ze plast met een boogje van zich af. De beentjes zitten strak langs het lijfje. Het is een niet te omschrijven gezicht. Een dubbelgevouwen, witroze, half geboren mensje. Als de voetjes vrij komen, vallen de beentjes ‘af’. Nu mag ik de knieval maken, ik zie de navelstreng, de armpjes, de scapulapunten (=schouderbladen) en voor ik het weet is het hele lijfje tot het nekje geboren. Ik zeg: ‘Goedzo Kitty, goed zo.’ Edith fluistert: ‘Goed zo Annemieke, heel goed.’
De uit-en-te-na gerepeteerde handelingen, met de oefenpop en het oefenbekken vallen zonder haperen op de juiste plek. Het refrein van ons stuitenlied neuriet rond in mijn hoofd. Het lijfje voorzichtig omvatten, vervolgens vanuit de knieval omhoogkomen, en zo het kindje met een soepele zwaai richting moeder bewegen.
Laat je haargrens zien, laat je snoetje zien, want we doen het volgens Bracht!
‘Kitty, persen, Edith, duwen.’
Ze doen beiden exact wat ik beveel, ik begeleid het lijfje en het bolletje draait naar buiten.
Blotsch.
Het aparte geluid van rondspuitend vruchtwater, en een nat babylijfje wat met een plof achterstevoren op de buik van de moeder terecht komt. Daar is de dochter. Ze huilt niet meteen, maar daar is opgerekend. Edith droogt haar af, en dat is al voldoende om haar aan het huilen te maken.
‘WHèèèèèèèèèèèèèèèh!’
Huil maar lekker meid, we zijn blij dat je er bent.


:)

Haal Hulp ( deel II van Bottoms Up!)


Haal hulp.
Regel één bij calamiteiten, ik zeg dit niet hardop, het is een bericht aan mijzelf. Hulp halen, iemand laten opdraven die mij kan assisteren, en ik weet meteen wie.
Edith.
Collega Edith liet mij een aantal jaren geleden zien, wat je doet, bij geval van onverwachte stuitbevalling thuis. Zij belde mij voor assistentie.
‘Kom je me helpen, ik ben bij Joan, het is een stuit. Schiet je op?’
Edith die “schiet je op” tegen je zegt. Het maakte dat ik uit mijn bed vloog en per ongeluk een broek koos die ik niet helemaal dicht kreeg. Ook daarom weet ik precies wanneer het zich afspeelde, het was zeven weken na de geboorte van mijn Anne-Louise en er moesten nog behoorlijk wat zwangerschapskilo’s af.
Joan woonde slechts één wijkje verderop, ik racete met openstaande broekband over de verkeersdrempels en arriveerde juist op tijd om het spektakel te aanschouwen. Terwijl Edith koelbloedig het stappenplan van de stuitbevalling toepaste, keek ik, nog lichtjes nahijgend, toe. Ja, natuurlijk, ik volgde haar instructies braaf op en gaf aan wat ze nodig had. Maar ach, eerlijk gezegd, keek ik voornamelijk toe, met open mond en open gulp.
Joan baarde zonder problemen haar dochter, ook al kwam deze achterstevoren ter wereld, en smeekte direct na de bevalling of ze die middag de huwelijksvoltrekking van haar zus en aanstaande zwager mocht bijwonen. Niemand had gedacht dat ze uitgerekend die morgen zou bevallen.
Ze kreeg permissie van Edith. ‘Tenminste,’ zei Edith op strenge toon, ‘als je alleen naar de plechtigheid gaat, niet naar het feest.’ Joan beloofde het, en ik dacht, ja, dat kan ook alleen maar bij zo’n thuisbevalling. Tegen het ochtendgloren je kind krijgen, en in de middag naar een trouwerij.

De te krappe broek mikte ik thuis onder in de kast, volgens mij heb ik hem nooit meer aangehad, de bijzondere gebeurtenis sloeg ik op in mijn brein, om er af en toe aan terug te denken, want tegenwoordig zitten de dochter van Joan en Anne-Louise bij elkaar in de klas.

Listen very carefully, I’ll tell this only once
Kitty krijgt haar eerste niet-meer-tegen-te-houden perswee. Ik vertel wat er aan de hand is, en wat mijn plannen zijn.
‘O, moet ik dan niet naar het ziekenhuis?’
‘Welnee.’
Pure bluf, ik weet het, maar verder hoeft niemand hier dat te weten. Trouwens, zouden we nu vertrekken, dan bevalt ze halverwege de rit, ik zie het kontje al in de opening verschijnen.
Jörgen geef ik opdracht de kraamverzorgster te waarschuwen. Zelf bel ik Edith.
‘Schiet je op!’
Nu komt het aan op de organisatie. Bij de bevalling van Joan, had Edith haar dwars in bed gelegd, en met de billen door laten schuiven tot het uiterste randje. Verder stonden links en rechts de nachtkastjes om de voeten op te zetten. De perfecte gynaecologische stoel.
Kitty en Jörgen hebben hippe zwarte glimmend gelakte, smalle hoge nachtkastjes. Wat een mazzel. Van de linker haal ik voorzichtig de wekker, een stapeltje boeken, een waterglas en de bril van Kitty. Netjes rangschik ik de spulletjes in de vensterbank. Ik schuif het kastje iets van de wand, op de plek waar ik zo direct de linkervoet van Kitty kwijt wil. Ik vraag Jörgen het zelfde te doen met het nachtkastje aan zijn kant. Hij maait alles in één vloeiende beweging van zijn kastje, en tilt deze zonder dralen zo over het voeteneinde op de plaats die ik aanwijs. Hoppa. Ik ben een halve seconde beduusd van zijn kordaatheid.
‘Dank je.’
Daar schiet me nog iets te binnen.
De hond.
Kordate Edith en honden.
‘Jörg, kan jij jullie hond misschien in de garage of schuur doen, en de voordeur al open zetten. Dan kan Edith meteen doorlopen als ze er is.’
Edith heeft dan misschien de reputatie dat ze met één hand op de rug de meest ingewikkelde bevallingen tot een goed einde kan brengen, om honden loopt ze liever met een grote boog heen. Zeker de exemplaren zoals de grommende en kwijlende Nero van mijn buren, een rasechte Rottweiler met een schofthoogte van minstens zeventig centimeter.
Het lijkt me het beste als Nero buitenbeeld blijft. Jörgen gaat het regelen.

Als Kitty dwars ligt, met de voeten op de kastjes, een paar kussens in de rug en een extra zeiltje op de grond, ter bescherming van de vloerbedekking, probeer ik haar het wegzuchten van de weeën te laten volhouden tot we gestommel op de trap zullen horen. Het aankleedkussen leg ik ook op bed, de beademingsapparatuur voor het grijpen. Alles startklaar om de baby te kunnen behandelen, mocht het nodig zijn om zuurstof te geven of slijm weg te zuigen. Uit mijn verlostas haal ik wat ik verder denk nodig te hebben, verdoving, schaar, kochers, navelklem, uitzuigslangetje en ik vind in het zijvakje een aangebroken pakje DextroEnergy. Goed idee, ik neem een dextrootje. Kitty bied ik er ook eentje aan, we kauwen tussen twee weeën door de suikershot in ons bloed, de energie die we nodig zullen hebben.
Denk, denk, denk.
Heb ik alles? Mijn hersenpan draait op volle toeren. Ik heb warme doeken bij de hand, de steriele handschoenen aan, een ritselend plastic schort voor en deze bevalling ga ik op mijn sloffen doen. Even een snelle horlogetjek, er zijn zeven minuten verstreken sinds ik Edith beval om op te schieten. In gedachten volg ik de route de ze naar alle waarschijnlijkheid nu aan het rijden is en probeer in te schatten waar ze zich bevindt.
Kitty zucht zich met moeite een weg door de volgende wee, babyhartslag blijft stabiel en ik repeteer alvast de benodigde knieval die hoort bij de ontwikkeltechniek in geval van stuitgeboorte, ooit bedacht en uitgewerkt door de erudiete professor dokter Erich Bracht.
Nero slaat aan, het klinkt gedempt, zo vanuit de garage, maar daardoor weten we, dat de komst van Edith niet lang meer op zich zal laten wachten.

Volgende week verder...:)

Bottoms up!


We schrijven januari 1999, en mijn buurvrouw ging bevallen.
Er was wat ontsluiting, er waren goede weeën. Zij ging een warme douche nemen en ik beloofde dat ik voor de nacht terug zou komen. Ik ging een laatste blokje om met onze hond, keek het late journaal, zette de verwarming op nachtstand en doofde alle lampen in de huiskamer. Ik nam mijn sloffen mee in de ene hand, de verlostas in de andere en kuierde op mijn gemakje ons tuinhekje uit. Ik nam de kortste weg, om de schutting, langs de achtertuinen, en liep zo, via de keukendeur, het huis van Kitty en Jörgen binnen. Hun Rottweiler kwam blaffend overeind en snuffelde hij aan me met zijn kwijlbek. Ik aaide hem niet, zei: ‘Goed volk.’, schopte mijn schoenen uit en liet met een plof de pantoffels tussen ons in vallen. Hij liep onder mopperend gekreun terug naar zijn mand. Met de sloffen aan de voeten voelde het bijna als thuis, het huis van Kitty en Jörgen is namelijk een exacte kopie van dat van ons. Ik riep een keertje: ‘Joehoee!’ in het trappengat en slofte naar boven. Kitty was zich net aan het afdrogen en vertelde dat het allemaal een stuk pittiger was geworden. Ze had een paar maal overgegeven, ik rook inderdaad een zurige kotslucht over de hele etage. Jörgen was het teiltje aan het omspoelen in het bad. Ze verloor doorzichtig gekleurd vruchtwater, met een klein spoortje slijmerig bloed erbij. Ze vroeg of dat goed was, en ik zei: ‘Ja.’
Op het grote hoogstaande bed onderzocht ik opnieuw hoe ze ervoor stond. Hoe wij ervoor stonden. Wat was er gebeurd qua vordering in de tussenliggende paar uurtjes? Er kwam net een enorme wee opzetten. Kitty begon geconcentreerd aan de noodzakelijke pufsessie, ik toucheerde voorzichtig en voelde het vrijwel meteen. Het voorliggend deel was een stuk dieper gekomen. De ontsluiting was nagenoeg volledig. Maar het was niet het hoofd wat daar zo diep in het bekken gezakt was.
Ik schrok me een ongeluk.
Een warme opvlieger steeg naar mijn wangen, ik hapte een keer naar adem en blies in drie pufjes uit. Pfffff, pfffff, pffffffffff. Daarmee volgde ik het ritme van de ademhaling van Kitty, en viel mijn inwendige paniek, hopelijk, niet al te veel op.
Ik voelde nog eens goed, glad aan alle kanten, puntig rond, geen fontanel te bekennen.
Het was wat het was.
Ik voelde een stuit.
Ik liet Jörgen het grote licht aan doen, spreidde mijn vingers zo ver mogelijk en keek ongegeneerd het gat in. Toen kon ik het ook zien. Babybillen voor de uitgang. Onmiskenbaar gladde, grijsroze billetjes inzicht, aan de Mozartlaan 17 in Polderdorp.
En nu?

TBC..