Eén dag voor Koninginnedag


Een positieve test, een uitgerekende datum zo rond Koninginnedag, Janet kon het bijna niet geloven. Paul kon alleen maar breed glimlachen en ik lachte ongedwongen met hem mee. De zwangerschap werd deze maal academisch gecontroleerd, maar Janet nodigde ik wel een aantal extra malen uit op ons dorpse spreekuur en zo hoorden we over de ontwikkelingen van de kleine Ark en kregen we een uitgebreid verslag van alle gynaecologenbezoekjes en onderzoeken.
En zo voer ik mee op de golven van zorgen, hoop en vertrouwen. Zou ze deze keer de zwangerschap zonder problemen uitdragen? Of in ieder geval een flink eind voorbij het wankele omslagpunt van levensvatbaarheid?
Alle mijlpalen passeerden we moeiteloos.
Zou ze misschien zelfs 'gewoon' tot na de uitgerekende datum doorlopen, puffend en wel, tot de eerste week van mei?
En waarom eigenlijk niet? Zorgen maakten plaats voor Vertrouwen, zeker naarmate de meimaand meer en meer inzicht kwam.

Het was één dag voor Koninginnedag, in de vroege vroege ochtend, dat de baringspijnen aarzelend begonnen. Het was al binnen een paar uurtjes van 'makkelijke' weeën -tenminste, zo omschreef ze het later aan mij- dat Janet verbeten die laatste -toch wat pittige- centimeters van de ontsluiting wegzuchtte.
-Oh ja, er scheen een vroedvrouw (Wie zou dat nu toch geweest kunnen zijn?) tegen haar gezegd te hebben: 'Probeer deze bevalling zonder pijnstilling te doorstaan, omdat het vast en zeker heel rap gaat verlopen, en je dan misschien net het geboortemoment niet bewust zal meemaken...'- En deze vroede vrouw kreeg gelukkig gelijk, want met het mantra 'houvol, houvol, houvol' hield Janet dapper vol en werd hun zoontje complicatieloos, hard huilend en -na later op de weegschaal bleek- zeven pond zwaar, enkele minuten voor het middaguur door haar op de wereld gezet.
29 april 2011, de vlag mocht uit!

Ik had Janet al eerder verteld over mijn bezoekje aan de Heilige Theresia in Normandië. Ze vond het goed dat ik het verhaal over de verbazingwekkende samenloop van dit zomerse bezoek en baby's vermoedelijke conceptiedatum verwerkte voor mijn blog.
Nu haar zoontje gezond en wel geboren was, mocht ik van mezelf eindelijk cette histoire incroyable mais vrai opschrijven en daarom ging ik opzoek naar de brochure die ik tussen de foto's in het vakantiealbum had geplakt.
En daar las ik het, en las het nog een keer over om het tot me door te laten dringen:

Theresia van Lisieux, -doopnaam: Thérèse Martin, kloosternaam: Thérèse de l'Enfant-Jésus et de la Sainte-Face- is een Franse heilige. Op 29 april 1923 werd Theresia zalig verklaard.

:)

Heilige Theresia


Theresia van Lisieux, -doopnaam: Thérèse Martin, kloosternaam: Thérèse de l'Enfant-Jésus et de la Sainte-Face- is een Franse heilige. Op 29 april 1923 werd Theresia zalig verklaard.

We bezoeken Honfleur en op de terug weg rijden we langs Lisieux. Borden wijzen ons naar een basiliek.
‘Zullen we die gaan bezichtigen?’ Ben wacht mijn antwoord niet af en zet de richtingwijzer aan. Ik blader in de Hoogtepunten van Normandië-reisgids om uit te vinden of de kerk een omwegje waard is, als we in de verte de gigantische witgrijzige koepel al zien opdoemen.
‘Zo, dat is geen kleintje.’
Uit de gids lees ik voor over de Heilige Theresia en het bedevaartsoort wat ter nagedachtenis aan haar op deze plek is gebouwd. De grote parkeerplaats is nagenoeg leeg, we zoeken een schaduwplekje om te zitten en iets uit de koeltas te drinken, maar overal is het even heet. De zon maakt oventjes van alle auto’s, in de kerk zal het koeler zijn. Ik sla een vestje om de blote schouders, dat lijkt me gepaster. Uit een moderne dubbeldekkertouringcar stappen jonge nonnetjes, donkergrijze kappen met een randje witte voering, habijten tot de enkels en een gouden kruis op de borst, ze lijken zo uit een oude film te komen. Ze kletsen lachend met elkaar, maken foto’s met digitale cameraatjes en ik zie er eentje bellen met een mobiel. Via de zijingang, waar een wit banier met dikke rode letters boven flappert, schuifelen ze naar binnen. Ik lees: ‘Bienvenue nos Soeurs’ en vertaal voor Ben: Welkom onze Zusters. Ben zegt dat hij dat heus wel snapte en wij nemen de hoofdingang.

Ben wil een kaarsje ontsteken in herinnering aan oma Visser. Hij rammelt met wat kleingeld en fluistert dat hij opzoek gaat naar de kaarsbrandplek. Ik wuif dat hij zijn gang kan gaan en loop zelf langs de verschillende taferelen over het leven van deze Thérèse. Het is heerlijk koel en devoot stil, ik probeer alle Franse onderschriften te vertalen en te begrijpen,
-ze was jong, uitzonderlijk vroom, hield van Jezus en overleed toen ze vierentwintig was aan tuberculose- en ik vergaap me aan de bombastische versieringen van deze kerk. Goud en glimmende franjes,volgens mij geheel in tegenstelling tot de eenvoudige levenshouding van Thérèse. Wat zou zij hier allemaal van gevonden hebben? Nonnetjes in verschillende habijten volgen een aangegeven route tussen de toeristen. Het leidt ons langs een vergulde schrijn in een glazen kastje, met -zoals ik vertaal in uit het Frans- daarin de botten van de rechterarm van Thérèse de l'Enfant-Jésus et de la Sainte-Face. Er liggen rozen, ook hier branden kaarsen, -twee euro per stuk-, en de glazen ruitjes zitten vol vingerafdrukken. Ik onderdruk de neiging om ook mijn vingertoppen even op het glas te leggen.

Ben staat alweer bij de uitgang, het kaarsje brandt, oma Visser kan tevreden zijn. Oma Visser was streng Katholiek, zij bezocht zelfs meerder malen Lourdes. ‘Oma zou dit prachtig gevonden hebben,’ fluistert hij. ‘Wat een kitsch.’ Hij heeft een brochure voor me gevonden, in het Nederlands, ik lees over vertrouwen en liefde en we stappen de hitte weer in.

Pas terug bij de auto bedenk ik voor wie ik een kaars had kunnen branden. Een kaarsje met het verzoek tot het vervullen van de kinderwens van Janet en Paul van Ark.
Ik blader het boekje nog eens door, Ben zet de airco op vol en de radio aan en mijn gedachten dwalen af naar Janet en laatste keer dat ik in een kerk was. Het was de dag dat Jochem werd begraven. Ik tel de maanden op mijn vingers. Zeventien. Eén heel jaar en vijf maanden. Als Ben me aanstoot en ‘Wat ben je stil.’ zegt, ontsnapt me een diepe zucht. Dat ik met praktijkzaken bezig ben, kan ik hem beter niet laten merken. Ben’s wat-ben-je-stil-stoot heeft me wel -zoals een vingerknip iemand uit een hypnose kan halen- terug in de warme auto geslingerd. De airco koelt matig. Ik draai het raampje open, buiten is het net zo drukkend en benauwd. Ik wuif mezelf demonstratief wat koelte toe met het boekje en maak een luchtige opmerking.
‘Als we terug zijn op de camping duik in meteen het zwembad in.’
‘Goed idee, genoeg cultuur voor één dag.’
Nog veertien dagen vakantie, geen diensttelefoon om mijn nek. Iedere avond een wit wijntje, geen spreekuren of kraamvisites. Nadat we gezwommen hebben, steekt Ben de barbecue aan. We proosten met plastic wijnglazen en zeggen tegen elkaar dat we het goed hebben.

Dat ze eind van de zomer bijna fluisterend meldde dat ze een positieve test had, verbaasde me niet eens zozeer, ik feliciteerde haar, we lachten samen van “zie je nou wel” en planden een vroege afspraak in de spreekuuragenda. Mijn mond viel pas open toen ik later de gegevens over cyclus en bijbehorende data verwerkte in het computerprogramma. Daarvoor moest ik terug rekenen naar het vermoedelijke ontmoetingstijdstip van de ei- en zaadcel van respectievelijk onze Janet en haar Paul. Ik bladerde heen en weer in mijn eigen agendaatje en zag hoe mijn vinger exact terecht kwam op de datum van mijn bezoekje aan de basiliek van Lisieux.
1-8 2010 Honfleur mooi, Kerk mooi, 27°BBQ Scrabble gewonnen
Daar stond het, in mijn lelijke kriebelhandschrift, op de eerste dag van augustus. Er schoot een apart soort pijnscheut door mijn maag, ik omcirkelde de datum een paar keer en tekende er een hartje naast. Ik legde mijn handpalm op de bladzijde, sloot mijn ogen en uit de grond van mijn hart bedankte ik de Heilige Thérèse.

TBC:)