Wildwaterdag


Het is een regenachtige ochtend en Tinka wenst een waterbevalling. Ongemerkt heeft ze de gehele eerste fase van het ontsluiten er al op zitten. Tijd om in bad te gaan.
Iwan zet het bad op in de kinderslaapkamer, ledikantje opzij, badranden oppompen, vulslangen erin, warme kraan open en vullen maar. Hij zegt dat het vullen driekwartier kan duren. We zullen zien.
Onze stagiaire Leonie mag de baring begeleiden. Ik zie mezelf al op een krukje erbij zitten. Het hele gebeuren op een afstandje bewonderen en genieten. ‘Zal ik bellen voor een kraamverzorgende?’ vraag ik. Op mijn telefoon ontdek ik een gemiste oproep. ‘Dat kan kloppen,’ zegt Tinka, ‘de ontvangst is hier erg slecht. Ik ga meestal buiten staan voor goed bereik.’
Het miezeren gaat over in echte druppels, ik kies ervoor om de gemiste oproep terug te bellen vanuit de beschutting van mijn auto. Een vijfde kind aan de Metslaan. Weeën vanaf de vroege ochtend. ‘Ja, het lijkt op het echte werk.’
Het is één wijkje verderop. Ik app naar Leonie dat ik even snel polshoogte ga nemen. Leonie appt er inmiddels drie centimeter water in het bad staat. ‘3 cm t duurt nog wel ff’ Lees ik op mijn schermpje.

Aan de Metslaan wordt lachend opengedaan. Alles staat piekfijn klaar, moeders moet nog een beetje in de bevallingsroes komen. De andere vier worden net opgehaald, om de beurt willen ze mamma nog een knuffel geven en succes wensen. Zodra de deur achter ze dichtslaat, detecteer ik een heuse wee.
‘Pfoefoeeeee.’
Ik besluit mijn achterwacht te waarschuwen, zodat ik haar vervolgens kan voorstellen of zij naar Tinka wil gaan voor het begeleiden van de badbevalling en onze stagiaire. Mijn organisatiekunde draait op volle toeren. Ik schat in dat Carla ‘nog wel even kan’ maar dat Tinka al in de stroomversnelling is beland. Het maakt dat ik terugrijd naar het huis van Tinka, en daar, wel pal voor de deur-maar in de auto, blijf posten. Zelfs de gordel houd ik om. Mocht Tinka’s baby de kortste bocht via de wildwaterglijbaanroute nemen, dan ben ik in drie stappen binnen. Mocht aan de Metslaan baby 5 de reeds viermaal geasfalteerde ZOAB-snelweg der negenponders nemen, ben ik daar binnen drie minuten.
Leonie beantwoordt mijn appje met een serie korte messages en verschillende blij kijkende smiley’s: *pling* ‘Heerlijk om hier lekker alleen te zijn’ *pling* ‘Net echt.’ Ik: ‘Mij tijdig waarschuwen hé, Kirsten is onderweg.’*pling* ‘Kniehoog ze gaat erin J t komt goed.’
Daar komt een grijs autootje de bocht om scheuren. Ik start de mijne en maak (parkeer)plaats voor Kirsten. Ik zwaai vanachter mijn raampje (het giet nu) en roep door de dichte ruit en gebaar daarom ook ten overvloede met de duimen omhoog van: ‘Succes jullie!’  ThumbsUp van Kirsten terug en zij spoedt zich door de regen naar binnen.
Okee, next. Retour Metslaan. Gas.

Carla ‘ken nog effe’ zegt ze tussen twee pufsessies door.
‘Pfoefoeeeee, pfoefoeeeeeee.’
Carla keert helemaal in zich zelf, we hoeven niet mee te puffen, haar rug te masseren, of washandjes aan te dragen. Rust is wat ze wil.
Carla’s man zet koffie voor me.
Ik nestel me op de bank in de huiskamer en verneem via appberichten dat de baby van Tinka te water gelaten is om kwart voor tienen. ‘Ha, net voor de koffie,’ zeg ik hardop en lach in mezelf.  Och, och, denk ik, hoe banaal belangrijk is dat kopje koffie soms voor Poldervroedvrouw.
‘Stuur Leo maar door!’ app ik naar Kirsten, meer als geintje dan serieus.
Maar tegen elven, boven wordt steeds een stapje heftiger gepuft, gaat de bel.
Leonie meldt zich paraat voor haar volgende bevalling. Ze wordt begroet als welkome eregast.
‘Pfoefoeeeehoi!’
Even omschakelen, één mouw is doorweekt, haren nat van de voorjaarsbui, blosjes op de wangen, en de traditionele beschuit met muisjes afgeslagen bij Tinka, om toch zeker maar hier op tijd te zijn.
Leonie schudt de druppels uit het haar, en bindt met snelle routinebewegingen de krullen weer in een strakke hoge knot. Ze zet de bevallingsbenodigdheden naar haar hand, checkt de warme doeken en puft een rondje mee.
‘Pfoefoeeeurgh.’
Aha.
We kunnen beginnen. Carla met persen, Leo met coachen en ik met genieten. (Genieten ja, want kindjes geboren zien worden, is nou eenmaal mijn grootste hobby.)
Terwijl Leonie mevrouw Metslaan, ‘Zeg maar Carla hoor…’ door de persweeën loodst, zet ik alles op de foto. Om één minuut voor half twaalf baart Carla haar negenponder. Hij vliegt er niet uit, het hoofdje wordt langzaamaan geboren -klik-, het hoofdje ‘spildraait’, een guts vruchtwater spuit met kracht langs het kruintje, pardoes richting de droge schouder van Leonie. -klik- Dan moet Leonie serieus aan het werk om haar skills te tonen, babyschoudertjes één voor één, buikje, heupen, billen, voorzichtigjes aan wordt het gehele lijfje ‘ontwikkeld’ zoals dat heet. -klik-  Ik zet de klok op de foto, 11:29 -klik- en daar is ze geboren. -klikklikklik- Het gezin telt vanaf heden één zoon, de oudste, en met de lieve Liv als jongste is het stel compleet met in totaal vier zusjes. De weegschaal zegt 4480 gram.  -klik-  ‘Da’s een echte polderbaby,’ zeg ik, alsof wij allen dat niet zien.
Ook de placenta is enorm.

Tijdens het eten van twee welverdiende beschuitjes tegelijk, vertelt Leonie smeuïg over de lotgevallen van Iwan, de man van Tinka, onze badbevallingsman. Hij was ook in het bad gestapt en kon op die manier poolposition assisteren bij de geboorte van zijn eigen zoon.  Zo kwam het dat hij na afloop samen met het kindje in het badje wachtte, terwijl Kirsten, Leonie, de kraamverzorgster en Tinka in de ouderslaapkamer de placenta geboren lieten worden.
‘Joehoeee, ik is hier,’ had hij na een tijdje bescheiden geroepen. Hij voelde zich ietwat verloren in het afkoelende water, tussen drijvende drollen, vlokken babyhuidsmeer en klonten bloed.
‘Okeuy. Eet smakelijk,’ zeg ik uiterst serieus.
Leo lijkt te schrikken van mijn serieuze toon en wil zich verontschuldigen over de banale combinatie van beschuit en poep. Ik denk eigenlijk alleen; wat jammer dat daar net niemand was om het tafereel op de foto vast te leggen. Zou het me lukken om het gebeuren in een tekeningetje te vangen?  Lachend stel ik haar daarom gerust: ‘Joh, een beetje verloskundige moet tegen pies en poep kunnen hoor. Zelfs tijdens het eten. Welkom bij de club Leonie!’
Welkom in het turbulente onvoorspelbare, maar nooit saaie leven van de vroedvrouw.
‘Dat een druilerige regenachtige vrijdagochtend zo wisselvallig kan verlopen hè?’
Leonie kijkt naar buiten en probeert ook een serieuze toon aan te slaan als ze zegt: ‘Volgens mij is alles alweer aardig droog.’
‘Behalve dan je schouders.’
En daar moeten we samen weer heel hard om lachen.

 
@poldervroedvrou

 

Vrrrrrrroedwoman on the rrrrroad!


Die Saunabevalling op dat vakantiepark, hoe kwam dat zo?
Wat ik ervan heb geleerd, is hoe je media-aandacht trekt bij een tamelijk serene
‘gewone’ thuisbevalling, door een superpraktisch maar komisch staartje.
Tegen de laatste journalist verzuchtte ik: ‘Bij ieder krantenbericht zag ik mezelf langer in die sauna staan. Nog even en we waren aansluitend de wildwaterbaan afgegleden.’
Daarom nu het ware verhaal van een -niet zo spectaculaire maar wel keigoed verlopen- bevalling tijdens een midweekje vakantie.

Zevenendertig weken zwanger, tweede kindje, vorige maal flink overtijd, een korte break moest kunnen. Vluchtkoffertje in de auto, je weet maar nooit.
Helaas, de laatste nacht begon met krampen. Meneer sjouwde alle spullen naar de auto, viste zijn oudste kind met pyjamazak-en-al uit bed, gespte hem vast in het kinderzitje en sommeerde zijn vrouw om ook in te stappen.
‘Nee,’ zei ze, ‘ik durf niet meer.' Ze belde ten einde raad haar eigen verloskundige in Rozendaal. Die googelde de dichtstbijzijnde praktijk, koos ons spoednummer en kreeg mij aan de lijn.

-3:15-
‘Wat?’
Of ik er snel heen kon, want de barende durfde niet meer in de auto. Ik stond al naast bed. De verloskundige somde allerlei details en bijzonderheden op, over de zwangerschap, wie het waren en waar het huisje stond. Ik onderbrak haar informatiestroom abrupt.
‘Mevrouw, weet u wel hoever het van ons centrum naar dat vakantiepark is?’
Ik vroeg haar zeven minuten later terug te bellen. Het tijdsbestek waarbinnen ik het omknopen van de Vroedcape en het kickstarten van de Vroedmobile raamde. Zonde om kostbare tijd verloren te laten gaan, omdat ik met een telefoon aan mijn oor en slechts een enkele vrije hand BH, spijkerbroek plus sokken probeer aan te wurmen terwijl ik ondertussen geboortedata, voor-, achternamen en huisnummers tevergeefs probeer op te slaan in mijn brein.

De Vroedmobile vloog laag over de doorgaande weg. Rozendaal belde opnieuw, de situatie werd penibeler in verband met persdrang. Ik schatte ETA zeventien minuten. Zij besloot een ambulance te sturen. Ik dacht: best slim, want die staat halverwege de polder en is vast sneller. Ze had de beveiliger opdracht gegeven om zijn auto strategisch op te stellen met de knipperlichten aan, zodat wij als vleermuizen in de nacht onze richting konden bepalen.
Bij de bocht van de Slingerweg zag ik in mijn achteruitkijkspiegeltje blauwe zwaailichten opdoemen, en aan de horizon knipperde het oranje.
Tegelijk arriveerden we voor het appartementencomplex.
Vader droeg de peuter -aandoenlijk slaperig in zijn pyjamazakje- rond. Moeders lag onder de dekens verstopt, iPhone op speaker naast haar oor, in directe verbinding met de Rozendaalse verloskundige. Ik riep: 'Ik ben er,' sloeg het dekbed terug en zeven minuten later werd het kindje geboren.

-3:49-
Stop de tijd.
Niks exceptioneels voor een gemiddelde verloskundige. Geweldige prestatie voor de verse moeder die zonder aarzelen de commando’s op had gevolgd van jullie reeds welbekende, maar voor haar wildvreemde, stormachtig binnengevlogen Vroedwoman.
Baby lag lekker bij zijn mamma. Pappa haalde het vluchtkoffertje uit de koude auto, peutertje onveranderd veilig op de arm.
Kruiken om de babykleertjes te verwarmen hadden we niet en mijn oog viel op de luxe indoorsauna.
‘Laten we kleertjes en wikkeldoeken daar warmen,’ zei ik.
 
Toen alles lekker opgewarmd was, fabriekte ik een aankleedkussen van een stapeltje handdoeken, speelde voor kraamverzorgende en vroedvrouw tegelijk en vroeg meneer een leuke foto van mij te maken.
De rest is geschiedenis.

@poldervroedvrou