Kerstconcert 1990


 
De jurk is mooi, maar hij zit me niet lekker. Kerstgala voor de gelegenheid, gouden lovertjes, laag decolleté met een lange onhandig strakke rok. De lovertjes prikken, ik wiebel op mijn stoel heen en weer. Alleen al de pauken- en trompettenstart van het concert is een overweldigende belevenis, LUISTER HIER MEE ONDER HET LEZEN maar er prikt nog iets. Bij gebrek aan zakken zit, verstopt in de zijkant van mijn BH, de semafoon. Ik heb dienst. Om bij eventuele piepende oproepen de zaal niet op zijn kop te zetten, staat het palletje op “silent”. Geen geluid, slechts een bescheiden rood lampje zal oplichten bijgeval van oproep. Dit betekent wel, dat ik iedere paar minuten in mijn decolleté tuur en dat er een prop in mijn maag ronddraait zo groot als de kerstbal onderin de boom naast de dirigent op het podium.
Ik had gewoon ‘nee’ moeten zeggen.

Strijkers, fluiten en hobo’s als engelen en herders, zo lees ik in de toelichting, ik zie het tafereel voor me. Hierna de alt-aria met het wiegeliedje voor de pasgeborene, of in slaap sussen met dit volumineus stemgeluid lukt, vraag ik mij af.

Het is niet zo, dat ik aan mijn ‘water’ voel of er een bevalling op komst is. Ik ben vanaf het moment na overdracht van dienst en dienstpieper sowieso voortdurend in opperste staat van paraatheid. Er gaat in de onderste regionen van mijn ruggenmerg een luikje open, van waaruit iedere paar seconden een seintje naar mijn brein wordt gezonden. Ik slaap het liefst met sokken en schoenen aan, een lijstje met de adressen van onze hoogstzwangeren op het nachtkastje en in mijn hoofd. Ze bevallen vaak zo snel in deze streek, zeker in de nacht. Andere kindjes naar bed, rust in huis, man van het land, en de weeën vangen aan, om al snel over te gaan in persweeën en vervolgens te resulteren in de voorspoedige geboorte van een nieuw mensje.
Waarom ik er vanavond voor koos me wel op te tutten en mee te gaan naar dit concert? We hadden (dure) kaartjes, ik had een schitterende jurk voor de gelegenheid. Ik had vervanging, Els zou komen om de dienst over te nemen. Els kreeg buikgriep, het speet haar ontzettend, maar het spoot er vanonder en boven dun uit. (Dank voor de beeldende omschrijving Els.) Twee dames slechts, beiden tussen kerst en oud en nieuw uitgerekend. ‘En het is pas de tweeëntwintigste,’ had mijn man gezegd. Ik zag zijn hoofd meewarig schudden en ik hoorde zijn ‘zij-ook-altijd-met-haar-dienst’-zucht.
Adem in, Adem uit.
Ik haal de semafoon uit zijn verborgen plekje, omklem hem in mijn vuist, en concentreer me op het rood plastic dopje. Hoe zou het zijn om in de stal aan te komen in deze lovertjesjurk, verlostas in de hand en kraampakket onder de arm. Os en ezel opzij. Stapeltje babykleding, wollen dekentje, koude washandjes, hete kruikjes en warme sokken, vleugeltjes. O ja, een paar vleugels zou het helemaal afmaken. ‘Wat zit je te glimlachen?’ fluistert mijn man me in het oor. Ik wijs op mijn jurk: ‘Ik zou best voor een engeltje door kunnen gaan, hè?’ Dat het bij mij eeuwig om mijn beroep gaat, hoeft hij niet te weten. Hij kust me vluchtig op mijn wang.

Und sie gebar ihren ersten Sohn,
wickelte ihn in Windeln,
und legte ihn in eine Krippen,
denn sie hatten sonst
keinen Raum in der Herberge.


De tekst is al zo oud, maar we kennen hem in alle talen. Het kindje in de kribbe, want er was geen plaats in de herberg, la la la. Die maagd Maria was zo bezien een behoorlijk kranige vrouw, zij baarde haar kind na een helse rit op de rug van een ezel. Of misschien was dat juist wel bevorderlijk voor het geheel.
Applaus, ik klap met semafoon en al.
Het volgende stuk begint wederom met pauken en trompetten. Herders op kraambezoek weet ik bij het inzetten van de hobo’s en mijn gedachten dwalen weer af.
Misschien komt het ook wel door de zaal vol mannen in smoking, met hun glimmende schoenen en keurig gestrikte zwarte strikjes, in combinatie met het verhaal over de geboorte van mijn oudste broer.
In de koudste winter sinds jaren startten de weeën exact negen maanden na de trouwdatum. De huisarts werd opgeroepen, via zijn vrouw, die een bode naar de concertzaal liet snellen.

Het smokingjasje drapeerde de zuster netjes over een hoge stoelleuning in een hoekje van de slaapkamer. De strik bungelde uit het pochetje. (Een beeld wat mijn moeder, bij het ophalen van de jaarlijkse ‘toen-werd-jij-geboren’-herinneringen, nog het scherpst voor zich ziet.)
‘Zijn gouden manchetknopen stopte hij in de binnenzak.’ (Die toevoeging komt daarna steevast van mijn vader.) De kraamzuster rolde kordaat zijn sjieke smoking-overhemdsmouwen kreukloos op en bond den erudiete oude dokter een spierwit gesteven schort voor. Zo werd rond middernacht, tien dagen voor kerst, mijn broertje geboren.

Het rode oogje licht niet op. Niemand die mij nodig heeft tot nu toe. Bijna jammer.

Het oratorium springt naar het laatste deel met de komst van de drie wijzen uit het Oosten. Nog meer kraambezoek, en niet met een pannetje warme soep, een flaconnetje Arnicatinctuur tegen de beurzigheid, of een aanbod het bed eens lekker te verschonen en het vuile wasgoed te verzorgen.

Mijn brein maakt een sprong naar het heden.
Ada!
Zou Ada nu bellen, of haar boer, dan moet er echt gas op de plank. Man in smoking achterlaten voor de obligate afterparty en cocktails, hopend dat deze of gene hem een lift naar huis zal geven.
Eén van de verste boerderijen in het buitenste buitengebied. In gedachten, en op de maat van de muziek, slinger ik erheen. Eerste links, twee keer rechts, helemaal uitrijden, flauwe bocht, verkeerslicht, oversteken… Drie jaar geleden, was Els net op tijd om de flinke boerendochter op de wereld te helpen. ‘Ik ga echt vòòr kerst bevallen hoor, ik hoop niet overtijd te lopen!’ had ze me onlangs op het spreekuur medegedeeld. ‘Lekker in het kraambed liggen tijdens de kerstdagen.’ En wat Ada zei, gebeurde. Meestal.
Barbara en Nick!
Die wonen hier vlakbij, eerste kindje, ik zou ruim de tijd hebben wat comfortabels aan te trekken als zij mij nu zouden oproepen. Echter haar wens was; pas in januari bevallen. ‘Die decemberdata komen ook ieder jaar weer terug hè, zo sneu voor een kinderverjaardag,’mijmerde Barbara hardop. ‘Blijf nog maar mooi even zitten,’ ze sprak haar buik toe, terwijl ze er een liefdevol aaitje over gaf.

De trompettist maakt acrobatische toeren in het slotstuk.
De take-home message:

Was will der Höllen Schrecken nun?
Was will uns Welt und Sünde tun,
da wir in Jesu Händen ruhn?

Vrij vertaald: Hij is er nu, nu zal alles goed komen.
Lang applaus en iedereen gaat staan.
O, ik heb het gered zonder opgeroepen te worden. Wat een opluchting. Mijn man ziet hoe ik, tijdens de staande ovatie, mijn pieper weer in mijn decolleté verstop, nu met het palletje op “sound/on”. ‘Zie je nou wel,’ zegt hij. Dan troont hij me mee naar de bar en bestelt wat te drinken voor ons.
‘Ik ben de BOB,’ zeg ik lachend.
‘Verrassend,’ is zijn reactie.
We proosten ‘Vrolijk kerstfeest’ naar elkaar.

Ada beviel drieëntwintig december op de late avond. Ik was in joggingbroek, simpel zwart T-shirt en warme slobbertrui, welke ik ten tijde van de persfase over de hoge rugleuning van een willekeurige stoel wierp. Mijn trouwring borg ik in mijn broekzak, haar in een staart. Schoenen onderaan de trap, om de andere kindjes niet wakker te maken vanwege mijn gestommel. Een plastic disposable schort knoopte ik eigenhandig om. Ada straalde de hele heerlijke feestdagen lang.
‘Ik zei toch; ik beval voor het Kerstmis is!’

Barbara zuchtte zes januari een eerste wee weg. De bijzondere data voorbij, daar was ze blij om, maar nu had ze genoeg gewacht. Zij werd verlost door Els, die deze dagen voor de verandering een aantal kilo’s was verloren in plaats van bijgekomen.

 Fijne feestdagen en een goed nieuwe jaar voor allen.
 
@poldervroedvrou

Smokey Eyes

‘Een half uur geleden zijn mijn vliezen gebroken!’ Het klonk opgetogen. Ik probeerde het enthousiasme iets te temperen door rust te adviseren, zeker met een hele nacht nog voor ons. Adrenaline gierde echter hoorbaar rond: ‘Het is begonnen!’
Zelf probeerde ik nog wat te slapen.
Toen om exact één uur doordringend gerinkel mij uit mijn REM-slaap joeg, dacht ik: ‘Adriënne!’ Maar nee, met een huilende baby als backing-vocal snapte ik binnen enkele seconden dat het ongeruste jonge ouders betrof. Borstvoeding niet voldoende op gang, kind met honger, ten einde raad.
Na zeven minuten zachtjes fluisteren [een mislukkende poging mijn man niet te wekken] besloot ik langs te gaan. Gerust stellen, misschien wat kunstvoeding brengen en het kindje met eigen ogen zien en beoordelen.
Na enkele vingerhoedjes handgekolfde moedermelk, een boertje en het doorspreken van pasgeboren-baby-gewoontes, was het stel voldoende gerustgesteld om de nacht te hervatten.
Door mijn hoofd dobberden Adriënne’s gebroken vliezen, en ik bedacht een plan van aanpak; langs haar huisje rijden; zou er licht branden, kon ik aanbellen; indien alles donker; retour bedje.

Om tien voor tweeën detecteerde ik vanaf de ventweg; alles aan de Meerkade in diepe rust. Van zolder tot keukenraam geen spoortje van licht tussen de kieren van de gordijnen. Ik waande me veilig ten aanzien van het voortzetten van mijn nachtrust.
Ik kan me niet herinneren of mijn hoofd het kussen werkelijk geraakt heeft.
De wekker showde 2:02.
Adriënne: ‘Het is nu mènus,’ zei ze. Ik zwaaide, zonder discussie [ook om slapende partner niet weer te wekken, you know], mijn benen over de rand. Blij dat ik mijn kleding niet had gewisseld voor een nachthemd.
Onderweg naar Meerkade 17, bepeinsde ik dat het wel heel snel ging daar, tussen vruchtwaterverlies, weeënstart en het ‘menens’ worden van het geheel, slechts drie uurtjes. In het achteruitkijkspiegeltje zag ik mijn nachthoofd. Tikje verfomfaaid qua haar en make-up. Maar ach, het zal de gemiddelde barende een zorg zijn hoe haar verloskundige eruitziet, zeker tijdens middernachtelijke barensnood.

Ze deed zelf open. Via het donkere gangetje schuifelden we stilletjes de huiskamer in. [haar man sliep -nog- boven] Binnen brandden de lampen volop. Ik keek Adriënne aan, boog me een klein beetje naar haar gezicht toe om het goed te zien.
‘Heb jij je opgemaakt?’
Haar wenkbrauwen vormden twee perfect-symmetrische boogjes. Mascara op de lange wimpers in de krul, bruin-beige tinten, sprankje glitter, eyeliner, beslist fraaie ‘Smokey Eyes’. Foundation, aubergine lippenstift binnen een lijntje, roze rouge, alles volgens de laatste mode. Concealer om oneffenheden te corrigeren. Ik hoopte dat ze er een YouTube-achtige ‘tutorial’, van had gemaakt. Zodat ik kon leren hoe je, tussen ontsluitingsweeën door, vlekkeloos maquilleert, ook al is het ver na middernacht, en ook al reed ik nog geen twintig minuten hiervoor langs haar verduisterde huis. Tips en trucs hoe mijn looks na het opmaken niet binnen no time zouden veranderen in die van een onuitgeslapen Pandabeer, met zwarte randen tot ver over mijn wallen."
'Mooi wel, wat een precisiewerkje zeg, tjonge,' zei ik een tikje jaloers.
‘O, zo doe ik dat altijd hoor,’ lachte ze. Ze verzekerde me dat ze nooit onopgemaakt acte de presence zou geven. ‘Zo ben ik nou eenmaal.’ Mijn vroedvrouwenintuïtie stelde de verwachtingen omtrent het ‘menens’-gehalte van de ontsluitingsweeën een tikje naar beneden bij. De ontsluiting was dan ook nul.

Toen 24 uur later zelfs de operatieassistent een compliment gaf over de onberispelijke staat van haar eyeliner, stelde ik mijn waterproofverwachtingen ook bij, plus een diepe buiging voor de kranigheid van Adriënne.
Met een wondermooie dochter op haar arm, kijkt Adriënne triomfantelijk de camera in; plaatjes die twee.
Perfecte make-up en zware bevallingen gaan dus weldegelijk samen.

 

@poldervroedvrou