Verloskundige worden


 
Er porren een paar vingers in mijn zij.
Prik prik prik.
Wat is er aan de hand?
Ik draai me half richting de veroorzaker van het prikaccident. Een beetje lomp komt mijn “Huh?” eruit.
Het geprik komt van Jeanne, onze nieuwe stagiaire. Ze zit op een krukje schuin achter me. Haar opdracht voor deze ochtend; meekijken.
‘Mevrouw heeft haar benen over elkaar…’ fluistert ze me toe.
Ik weet niets anders te doen dan nogmaals “Huh?” te zeggen.
‘Je mag de benen niet over elkaar hebben, als er bloeddruk gemeten wordt.’
Ik speur onder mijn bureau door, en inderdaad, de zwangere dame in kwestie heeft het ene been elegant over de ander geslagen. Haar uitgestrekte arm ligt ontspannen klaar om de bloeddruk te laten meten. Met een grap probeer ik me uit de situatie te bluffen.
‘Joh, we zijn hier niet op de Intensive Care.’ Me tijdens de net gestarte meeloopdag op de vingers laten tikken door een eerstejaars, oei, dat kan een gezellige stage worden. Maar okay, ze heeft een punt, als ik kennis wil overdragen aan the next generation, dan moet dat wel correct.
‘De volgende mag jij doen, ga je gang…’
Dat Jeanne voor iedere bloeddrukmeting ellenlange tijd nodig heeft om de controle uiterst nauwkeurig te verrichten, in doodse stilte en met een doodernstig gezicht, is vervolgens niet anders. Al doende leert men, ooit ben ik ook zo begonnen.

We krijgen een vraag over laboratoriumuitslagen. In ‘Jip en Janneke’-taal leg ik de zwangere uit over het ijzergehalte, de verhoudingen en labwaardes. ’Hemoglobine is het ijzer, Ferritine is de voorraad en het MCV is… is, tja, hoe dik of dun je bloed is.’ Simpel gezegd, maar over het algemeen helder genoeg voor de gemiddelde leek.
‘Mean Corpusculair Volume,’ wordt er achter me gefluisterd.
Geen geprik deze keer, maar ik reageer als door een wesp gestoken. ‘Wat?’
‘Het meet de gemiddelde grootte van erytrocyten.’
Ik kan het eenvoudigweg niet uitstaan dat deze wijsneus mij overtroeft en merk liefjes op: ‘Dan kan je in theorie wel zeggen; hoe gevulder de rode bloedlichaampjes, hoe dikker het bloed?’
Ze zal het na het spreekuur voor me gaan uitzoeken, zegt ze, of dat goed is.
Een meisje met pit.
Eigenlijk geweldig.
Ego opzij.
Het is me er eentje.

Jeanne wil zo graag een geboorte meemaken. We polsen Mariska, onze hoogstzwangere. Woensdag wordt Mariska ingeleid. We vragen of de student het geboorteproces mag meebeleven, al is het nu op de verloskamers van het ziekenhuis.
En zo komt het dat Jeanne haar allereerste ‘live’- bevalling bijwoont.
Een dochter van ruim acht pond komt blèrend ter wereld, overwinning bij mamma, tranen bij pappa. Jeanne huilt onbevangen met hem mee.
Superspannend, supergaaf, vermoeiend-lang, enerverend, ontroerend, onbeschrijfelijk-bijzonder, geweldig. Het zijn enkele reacties van Jeanne op mijn ‘Hoe was het?’-vraag. Ik onderdruk de neiging om haar een stevige moederlijke hug te geven.
‘En, wil je nogsteeds verloskundige worden?’ plaag ik haar.
Ik weet het antwoord al voor ze het me na een vergenoegde zucht, laat weten.
‘Meer dan ooit!’
Dat wordt er eentje!

@poldervroedvrou

Geen opmerkingen: