Kinderwens

Kinderen waren welkom, maar niet ten koste van alles. De jaren verstreken en het overkwam hen gewoonweg niet, zwanger worden. Het leven van Sarina en Huib vulde zich met andere bezigheden. Zo vonden ze het heerlijk om bij kennissen, zussen en nichtjes op kraambezoek te gaan.

Sarina nam meestal een mooi gebreid en geborduurd dekentje mee, of een vestje met bijpassend mutsje of wat voor schattigs je maar kunt maken voor pasgeboren baby’s. Het was echt voldoening gevend; het proces van het uitzoeken van stof, wol en patroon, het breien, het borduren, het zorgvuldige inpakken en het uiteindelijke geven van het cadeau. ‘Dat vond ik altijd fijn om te doen,’ hoor ik van Sarina, bescheiden voegt ze er aan toe: ‘…vind ik nogsteeds, priegelen en knutselen.’
‘Maar soms…’ Huib vertelt me over een gezellige verjaarsvisite als treurig voorbeeld van onbedoeld kwetsende opmerkingen; Peutertjes drentelden rond, baby’tjes op schoot. De verschillende moeders namen over en weer de opgroeiperikelen van ieders kindje door. Toen het Sarina’s beurt was, viel er een korte ongemakkelijke stilte.
‘Hoe is het met jouw breiwerkjes?’ vroeg een jonge moeder. Er viel geen stilte, als een soort opluchting voor het aangedragen onderwerp werden de breisels van Sarina geroemd en geprezen. De stilte die niemand bemerkte bevond zich in het hart van Sarina, haar wangen kleurden. Niemand die iets merkte, behalve Huib. Geïrriteerd, omdat tussen de groep moeders van Jantje, Fientje of Daantje, zijn lieve Rina verworden was tot “het vrouwtje van de breiseltjes”, zette hij zijn koffiemok met een resolute bons neer en zei : ‘Weet je wat Rien, we moesten maar eens op huis aan.’

Toen ze na zestien lange jaren wachten zwanger bleek, kon Sarina het niet geloven. Huib wel, direct vol vertrouwen had hij de oude familiewieg opgehaald bij zijn ouders. Sarina’s natuur is van iets terughoudender aard: ‘Zo een zwangerschap… Een kind baren… Ga ik dat redden? Ik ben al bijna veertig…’
Hartverwarmend is het stel tijdens de zwangerschapscontroles. Beiden in pure verwondering. ‘Dat het gewoon allemaal goed gaat.’ Ze moet het iedere keer weer zeggen. Een bloeddruk als van een jonge meid, een baby die goed groeit. Ze mag zelf kiezen waar ze wil bevallen. ‘Thuis!’ zegt ze resoluut, ‘Hoe minder poespas om me heen, hoe beter het ongetwijfeld gaat.’

Als ik om vier uur in de ochtend arriveer, ligt Sarina in een rozegestippelde pyjama op bed heel ingetogen te puffen. Tot onze grote blijdschap, verrassing en verwondering is het bijna zover. ‘Echt niet gedacht, ik dacht; het wordt veel en veel erger,’ zegt ze zachtjes tussen twee weeën door. ‘Blijf maar op je zij liggen, ogen gesloten, we dimmen de felle lichten en we blijven bij je,’ fluister ik terug. ‘Wij gaan wachten tot de goeie krachtige persweeën opkomen,’ zeg ik tegen Huib. Ook al is het midden in de nacht, Huib draagt zijn overhemd. Donkerblauw-wit geruit en onberispelijk gestreken. Had ik hem zeker niet als Hoodieman ingeschat, mis ik wel de stropdas. Dat grap ik tegen hem. Hij grinnikt erom, zo breek ik een beetje zijn spanning. Ondertussen bestel ik kraamzorg en inspecteer de babykamer. In het ledikantje ligt een dekentje klaar. Neutraal van kleur, een bijpassend sloopje met daarop geborduurde beige wolkjes, goudgele sterren, een zon met stralen en een zilveren maansikkeltje. In het midden is strategisch wat ruimte overgelaten, vast en zeker voor de naam.
Ze willen pas na de geboorte ontdekken wat het is. ‘Want dat is toch helemaal niet belangrijk…’ En zelfs het cliché “als het maar gezond is” relativeerden ze: ‘Want je kan van alles laten testen, zeker als je tegen de veertig loopt, maar wat doe je met die informatie? Ons kindje is welkom, hoe dan ook.’

Het persen kost wel wat tijd.  -Tja, wat is wijsheid, toch nog met haar naar het ziekenhuis, onder de TL-balken met alle witte jassen eromheen, of gaan we iets langer door?-  Deze discussie speelt zich af in mijn hoofd... -Uiteindelijk is er ook lang over gedaan om zwanger te worden, wat is een kwartier extra na zestien jaar.-
Daar komt het kruintje tevoorschijn, het hele hoofdje en de voorste schouder. ‘Pak het maar Sarina!’ Met wat hulp trekt ze het kindje naar zich toe. Het natte glibberige wezentje op haar sputtert en beweegt.
‘O, Huib, voel eens hoe warm het is. Voel dan toch hoe warm zo’n baby’tje is.’
Voorzichtig omvat Huib’s grote hand het warme lijfje van zijn kind.
Behalve wat liefelijk babygepruttel, is het verder stil.
De stilte van gevulde harten.

In de kraamweek tref ik Sarina met het sloopje op schoot. Ze borduurt blauwe hartjes met ertussen zijn naam.


                                                                    Y  Joachim  Y

 

@poldervroedvrou

 

Geen opmerkingen: