Salsa
‘Nog twee per week?’
‘Ik ben al geminderd hoor, aan het begin van de zwangerschap waren het er wel tien.’
Nerine is in de laatste maand van haar zwangerschap en danst Salsa. Minstens twee uur per week, biecht ze op. Als assistente van een dansleraar showt ze de pasjes en technieken, en zolang ze zich er goed bij voelt, wil ze graag doorgaan met het dansen. Ze vertelt het me terwijl ik de ligging van de baby tracht te bepalen.
Het kontje ligt in ieder geval bovenin en voorts kan ik Nerine laten voelen hoe netjes het babyhoofdje in het bekken is gezakt. Als ze opstaat van de onderzoeksbank draait ze met een paar handige bewegingen het lange donkere haar weer in een strakke knot en zet het vast met een grote gebloemde haarclip. Ze hijst haar hippe heupbroek tot net onder de bolle buik, trekt het T-shirt strak erover en dan kijkt ze me doordringend aan. Mij valt de bijzonderheid van de helderblauwe ogen bij het donkere haar op. Sproeten rond de neus bij een lichte huid. Ik mijmer over de combinatie met haar Antilliaanse vriend, en bedenk dat het vast een heel mooi baby'tje gaat worden.
Nerine schraapt haar keel.
'Euhm.'
Ik vraag me af wat ze van me wil weten.
'Dat dansen hè?'
Aha, Nerine polst mij voorzichtig of Salsadansen bezwaarlijk is als je hoogzwanger bent. Tijdens de lessen gaat het om de Cubaanse versie van deze Latijns-Amerikaanse dansstijl, met Freddy danst ze meestal op de Antilliaanse manier, ze geeft me wat uitleg over instappen op de 'Eerste' tel, of bij de Antillianen juist bij de 'Derde' en ik doe net of ik het snap.
Ze demonstreert mij een korte danspas en ik doe haar lachend na, tenminste, ik doe een poging tot en we lachen samen.
Dansen en bewegen tot aan de bevalling?
Ik vind het juist geweldig.
Een ingedaald hoofdje, los in de heupen, conditie als een topsporter. Mijn vroedvrouwenhart kijkt nu al uit naar haar Salsaweeëndans, kom maar op met die bevalling.
Vier dagen voor de uitgerekende datum rinkelt mijn dienstmobiel op de vroege zondagmorgen.
‘We denken dat het is begonnen.’ Freddy geeft me een ooggetuigenverslag van hun doorwaakte nacht. Er zijn krampen om de paar minuten, er wordt gebraakt, ze is moe, ze staat onder de douche en ze vindt het niet meer leuk.
Freddy en Nerine wonen twee trappen hoog, zonder lift. Ik moet even op adem komen als ik bovenaangekomen ben. In de gang staat een tas klaar naast een Maxi-Cosy. Ze willen graag in het geboortehuis bevallen, vooral vanwege de onhandige draaiingen in het trappenhuis.
Nerine komt onder de douche vandaan, nu hangt het haar in natte slieren op de rug. Freddy slaat een groot badlaken om haar heen en een beetje moedeloos sloft ze naar het bed, daar is geen danspasje meer in te ontdekken. Ze ziet wat bleekjes en moppert dat ze het spugen zat is.
'Ik ben zo moe...'
Ze verwacht dat ‘het nog niet zover is’, het valt haar allemaal erg tegen. Ze zakt neer op het randje van het bed en laat zich gelaten afdrogen door haar vriend, het natte haar grijpt ze bijelkaar en ze zet het vast met een simpel elastiekje. Ik zie hoe ze straffe weeën geconcentreerd wegpuft tussen de handelingen door en kan haar na een kort onderzoek geruststellen.
‘Het is echt zover, als je wilt kunnen we naar het geboortehuis.’
De boodschap geef de benodigde energie. Er gaat een soepel zittende joggingbroek aan met een ruime sweather, die eigenlijk van Freddy schijnt te zijn, de blauwe ogen vallen me weer op, en we gaan op pad.
Heftige ontsluitingsweeën vliegen af en aan. Krap een uurtje na aankomst in het geboortehuis vraagt Nerine of ze naar het toilet mag, ze voelt zo’n drang. De kraamverzorgende en ik glimlachen erom. Wat er werkelijk aan de hand is, zien we ook aan de manier waarop haar bekken meebeweegt met de wee.
‘Persdrang, Nerien, geef er maar aan toe!’
Zwarte haartjes zijn al snel te zien. Nerine werkt keihard en haar kindje schuift met een zwierige draai naar buiten. Daar is ze, wat een plaatje, lange donkere haren staan bovenop het kruintje recht overeind, in het nekje plakken ze, nog nat van het vruchtwater, tot op de rug, grote bruine ogen, slanke vingertjes grijpen in de lucht. Ze huilt niet, ze kijkt op een hele eigenwijze en nieuwsgierige manier om zich heen.
La belleza niña, Andressa, zo te zien een perfecte combinatie van de genen van pappa en mamma.
Twee uur later beklimt Nerine de steile trap alweer, zij hoeft er nieteens bij te hijgen.
Ik zou zeggen: Iedere zwangere aan de Salsaaaaa!
Zomertijd
Nachtelijk telefoon gerinkel bekomt mij beter tijdens hete zomers.
T-shirtje, geen gezoek naar sokken, blote voeten in de slippers, in één keer starten en gas op de plank.
‘Zet de voordeur maar alvast op een kier,’ fluister ik als extra instructie in de telefoon, zeker als de achtergrondgeluiden mij doen laten vermoeden dat de bevalling flink doorzet.
Dat het dan meteen een beetje kan doortochten, denk ik er achteraan. Bij aanhoudende warme dagen blijft de hitte vaak zò in de huizen hangen.
In mijn ideale tropenrooster worden alle zomerbaby’s heel vroeg, zo rond vijven, geboren. Vogeltjes die beginnen te fluiten, het blauwige ochtendschemer en slechts een enkele krantenbezorger onderweg.
Maar de planning van een geboortedag, laat staan een geboortetijdstip, daar valt weinig aan te roosteren. Het komt wanneer het komt, is een oude vroedvrouwelijke-wijsheid.
Ik houd ervan.
‘Het komt wanneer het komt!’, en zo ook het levensritme van een verloskundige.
Achtponder Jeremy, koos ooit zeven augustus als verjaardagsdatum en highnoon als geboortetijd.
We schrijven 2003, het jaar waarin de ene hittegolf op de andere volgt. Het is bijna lunchtijd, en de zon brandt genadeloos op het grote slaapkamerraam. De gordijnen hebben we gesloten, maar de warmte voel je er dwarsdoorheen.
‘Moet ik nog hete kruikjes maken?’ vraagt de kraamverzorgster. Warme kruiken, pfoe, het lijkt mij lichtelijk overbodig en ik leg mijn hand op de buik van onze aankomende mamma. De binnenbuikse 37° verschilt momenteel slechts enkele graadjes met de kraamkamertemperatuur.
Moeders heeft een washandje op het voorhoofd, welke we op commando om de paar minuten verversen.
‘Meer, natter, kouder, pfffff.’
We halen ijsblokjes en vullen een emmer. Ik vraag om een handdoek en krijg een origineel Kingsize strandlaken met een vrolijk patroon van gele zeepaardjes op een zeegroene achtergrond. We dopen hem in zijn geheel in de emmer om vervolgens kletsnat over de bolle buik te draperen, het grootste zeepaardje in het midden golft mee op de wee.
Het washandje bewaar ik voor mijn eigen voorhoofd.
‘Pfffff,’ puf ik met haar mee.
Maar er is een punt, voor kleine, natte pasgeborenen is het altijd koud. Zelfs bij die paar graden verschil zal het zijn alsof je vanuit een Turks-stoombad zo de sneeuw inrolt.
‘Wacht!’ ik krijg een lumineus idee, ‘Hier!’ En ik wijs achter het gordijn. ‘Laten we de babykleertjes en omslagdoek zolang in het raamkozijn leggen.’
De granieten vensterbank voelde aan als een steengrillplaat in zijn hoogste stand.
Hete zomers, dat waren nog eens tijden.
Zomer juli 2012
Kaplaarzen bij de voordeur en een Fleecevest voor het grijpen. De blauwe schemer brengt om 5.17 uur fluitende vogeltjes, een huilende Thom, beschuit met muisjes en de ochtendkrant, precies volgens wens. Alleen heb ik spijt dat mijn sokken thuis liggen.
@poldervroedvrou
T-shirtje, geen gezoek naar sokken, blote voeten in de slippers, in één keer starten en gas op de plank.
‘Zet de voordeur maar alvast op een kier,’ fluister ik als extra instructie in de telefoon, zeker als de achtergrondgeluiden mij doen laten vermoeden dat de bevalling flink doorzet.
Dat het dan meteen een beetje kan doortochten, denk ik er achteraan. Bij aanhoudende warme dagen blijft de hitte vaak zò in de huizen hangen.
In mijn ideale tropenrooster worden alle zomerbaby’s heel vroeg, zo rond vijven, geboren. Vogeltjes die beginnen te fluiten, het blauwige ochtendschemer en slechts een enkele krantenbezorger onderweg.
Maar de planning van een geboortedag, laat staan een geboortetijdstip, daar valt weinig aan te roosteren. Het komt wanneer het komt, is een oude vroedvrouwelijke-wijsheid.
Ik houd ervan.
‘Het komt wanneer het komt!’, en zo ook het levensritme van een verloskundige.
Achtponder Jeremy, koos ooit zeven augustus als verjaardagsdatum en highnoon als geboortetijd.
We schrijven 2003, het jaar waarin de ene hittegolf op de andere volgt. Het is bijna lunchtijd, en de zon brandt genadeloos op het grote slaapkamerraam. De gordijnen hebben we gesloten, maar de warmte voel je er dwarsdoorheen.
‘Moet ik nog hete kruikjes maken?’ vraagt de kraamverzorgster. Warme kruiken, pfoe, het lijkt mij lichtelijk overbodig en ik leg mijn hand op de buik van onze aankomende mamma. De binnenbuikse 37° verschilt momenteel slechts enkele graadjes met de kraamkamertemperatuur.
Moeders heeft een washandje op het voorhoofd, welke we op commando om de paar minuten verversen.
‘Meer, natter, kouder, pfffff.’
We halen ijsblokjes en vullen een emmer. Ik vraag om een handdoek en krijg een origineel Kingsize strandlaken met een vrolijk patroon van gele zeepaardjes op een zeegroene achtergrond. We dopen hem in zijn geheel in de emmer om vervolgens kletsnat over de bolle buik te draperen, het grootste zeepaardje in het midden golft mee op de wee.
Het washandje bewaar ik voor mijn eigen voorhoofd.
‘Pfffff,’ puf ik met haar mee.
Maar er is een punt, voor kleine, natte pasgeborenen is het altijd koud. Zelfs bij die paar graden verschil zal het zijn alsof je vanuit een Turks-stoombad zo de sneeuw inrolt.
‘Wacht!’ ik krijg een lumineus idee, ‘Hier!’ En ik wijs achter het gordijn. ‘Laten we de babykleertjes en omslagdoek zolang in het raamkozijn leggen.’
De granieten vensterbank voelde aan als een steengrillplaat in zijn hoogste stand.
Hete zomers, dat waren nog eens tijden.
Zomer juli 2012
Kaplaarzen bij de voordeur en een Fleecevest voor het grijpen. De blauwe schemer brengt om 5.17 uur fluitende vogeltjes, een huilende Thom, beschuit met muisjes en de ochtendkrant, precies volgens wens. Alleen heb ik spijt dat mijn sokken thuis liggen.
@poldervroedvrou
Ondertussen in Sierra Leone
Wat een prachtig plaatje.
Nog meer mooie foto's en achtergronden op ons BLOG over dit project in Sierra Leone.
Water
‘Mag ik in bad blijven liggen?’
‘Dat is nog eens een goed idee!’
Per toeval zijn we met twee verloskundigen om de bevalling van Marloes te begeleiden. Nu we spontaan de set gaan ombouwen voor een badbevalling, komt dit bijzonder handig uit. Onze waarneemster Annabel gaat voortvarend aan de slag. Voor Melle organiseert ze een krukje, voor het uitstallen van de bevalbenodigdheden gebruiken we de deksel van de wasmand.
Marloes puft zich gestaag door iedere wee. Ze draait en woelt, zweeft en rolt door het ruime bad. Grijpt dan weer naar de koude kraan, dan weer naar de warme, of knijpt ferm in de bovenarm van Melle. Als de wee afzakt, komt ze even uit haar trance en beziet hoe wij alles klaar zetten.
‘Hoe gaat het nu verder dan?’
‘Het wachten is op de krachtige persweeën. Het zou wel makkelijk zijn, als je met je hoofd naar het voeteneinde draait, dan heb je de meeste ruimte voor de geboorte van je kindje.’
De aparte driehoekige vorm van het luxe ligbad lijkt gemaakt voor het baren van waterbaby’s.
Het uitzicht vanuit het badkamerraam is op de ingezaaide akkers. In rechte rijen groeien bieten, aardappelen of misschien wel uien. Groene polder, bleekblauwe lucht en her en der een wolkje. Ik zie en een verlaten rode tractor aan het eind van het land, misschien dat Melle daar in zat, voor hij binnen geroepen werd. Verder valt iets me op wat zelden gebeurt hier in de polder. De windmolens staan stil. Het buitenleven on hold, in afwachting van.
Met de kraamverzorgster erbij, wachten we op de overloop. Annabel steekt haar duim naar me op, en over en weer gebaren we dat we zo trots zijn op ‘onze’ dappere Marloes. Wat we elkaar moeten zeggen gaat op fluistertoon. Respect voor de barende, stilte voor de storm.
Dan horen we herkenbare geluiden aanzwellen vanuit het bad. Oerkrachten doen hun werk.
‘Oeioeioei, het doet wel zeer hoor!’
We zien het hoofdje komen en leven met haar mee. Bij het laatste stukje houden we allemaal onze adem in. Het warme water staat spiegelglad stil als het kindje beheerst het bad in glijdt. Hij kijkt naar ons, wij kijken naar hem.
Wondermooi.
:)
‘Dat is nog eens een goed idee!’
Per toeval zijn we met twee verloskundigen om de bevalling van Marloes te begeleiden. Nu we spontaan de set gaan ombouwen voor een badbevalling, komt dit bijzonder handig uit. Onze waarneemster Annabel gaat voortvarend aan de slag. Voor Melle organiseert ze een krukje, voor het uitstallen van de bevalbenodigdheden gebruiken we de deksel van de wasmand.
Marloes puft zich gestaag door iedere wee. Ze draait en woelt, zweeft en rolt door het ruime bad. Grijpt dan weer naar de koude kraan, dan weer naar de warme, of knijpt ferm in de bovenarm van Melle. Als de wee afzakt, komt ze even uit haar trance en beziet hoe wij alles klaar zetten.
‘Hoe gaat het nu verder dan?’
‘Het wachten is op de krachtige persweeën. Het zou wel makkelijk zijn, als je met je hoofd naar het voeteneinde draait, dan heb je de meeste ruimte voor de geboorte van je kindje.’
De aparte driehoekige vorm van het luxe ligbad lijkt gemaakt voor het baren van waterbaby’s.
Het uitzicht vanuit het badkamerraam is op de ingezaaide akkers. In rechte rijen groeien bieten, aardappelen of misschien wel uien. Groene polder, bleekblauwe lucht en her en der een wolkje. Ik zie en een verlaten rode tractor aan het eind van het land, misschien dat Melle daar in zat, voor hij binnen geroepen werd. Verder valt iets me op wat zelden gebeurt hier in de polder. De windmolens staan stil. Het buitenleven on hold, in afwachting van.
Met de kraamverzorgster erbij, wachten we op de overloop. Annabel steekt haar duim naar me op, en over en weer gebaren we dat we zo trots zijn op ‘onze’ dappere Marloes. Wat we elkaar moeten zeggen gaat op fluistertoon. Respect voor de barende, stilte voor de storm.
Dan horen we herkenbare geluiden aanzwellen vanuit het bad. Oerkrachten doen hun werk.
‘Oeioeioei, het doet wel zeer hoor!’
We zien het hoofdje komen en leven met haar mee. Bij het laatste stukje houden we allemaal onze adem in. Het warme water staat spiegelglad stil als het kindje beheerst het bad in glijdt. Hij kijkt naar ons, wij kijken naar hem.
Wondermooi.
:)
Ooievaar
Vasthouden
Warme voeten houden tijdens de bevalling, waarom?
Door warmte ontspannen je spieren; door kou verkrampen ze. Warmte is dus belangrijk om ontsluiting en indalen te bevorderen en de weeën niet af te laten zwakken.
Naomi had de warmhoud-tip goed onthouden, een kersenpittenzak in de rug en een stel schattige roze-grijs gestreepte sokjes aan de voeten. Ze riep afwisselend dat ze het warm of juist weer heel koud had, terwijl haar wangen gloeiend rood zagen. We legden koele washandjes op het voorhoofd, dekten haar rillende lijf toe met een fleece-dekentje en lieten haar puffen en blazen als een locomotief op volle stoom. Als de wee heel heftig doorzette, wiebelde ze met haar tenen, kneep ze in Leo’s hand, snoof ze zo goed en zo kwaad als het ging door de neus in, en blies, op instructie van onze studentverloskunde Renske, alle ingeademde lucht in drie pufjes weer uit.
‘Hou vol, Naomi, het eind is in zicht.’
Ik bekeek het van een afstandje, want veel hoefde ik er niet aan toe te voegen. Behalve dan, dat ik af en toe de neiging moest onderdrukken om de sokjes op te hijsen. Later zag ik dat het slechts leek alsof ze afgezakt waren, omdat een enkelmodel betrof.
Persweeën dienden zich aan en nieuwe aanwijzingen over ademinhouden-vasthouden-en-volhouden werden gegeven. Leo ondersteunde het ene been van zijn vrouw, ik het andere, Renske en Naomi werkten zich samen door de laatste persweeën tot het moment dat er -in ene- een complete baby ter wereld kwam. Een jongetje.
Leo bezag het met open mond. Een heel kind wat daar, na al dat puffen en persen, zomaar opeens zijn gezinnetje vormde. Ik kon het tafereel mooi gadeslaan en probeerde me in het hoofd van deze jonge vader te verplaatsen. Verwondering, opluchting, trots, blijdschap, zijn moedige vrouw, zijn prachtige zoon. Ik keek naar de manier waarop hij met de mouw van zijn shirt stiekem langs zijn ogen wreef.
Die Leo, Naomi’s rechter voet -met roze-grijs gestreepte sok en al-, nog altijd klemvast onder zijn oksel. Vasthouden was hem gezegd, en dat was wat hij deed.
Mijn kleine dierbare details.
:)
@poldervroevrou
Door warmte ontspannen je spieren; door kou verkrampen ze. Warmte is dus belangrijk om ontsluiting en indalen te bevorderen en de weeën niet af te laten zwakken.
Naomi had de warmhoud-tip goed onthouden, een kersenpittenzak in de rug en een stel schattige roze-grijs gestreepte sokjes aan de voeten. Ze riep afwisselend dat ze het warm of juist weer heel koud had, terwijl haar wangen gloeiend rood zagen. We legden koele washandjes op het voorhoofd, dekten haar rillende lijf toe met een fleece-dekentje en lieten haar puffen en blazen als een locomotief op volle stoom. Als de wee heel heftig doorzette, wiebelde ze met haar tenen, kneep ze in Leo’s hand, snoof ze zo goed en zo kwaad als het ging door de neus in, en blies, op instructie van onze studentverloskunde Renske, alle ingeademde lucht in drie pufjes weer uit.
‘Hou vol, Naomi, het eind is in zicht.’
Ik bekeek het van een afstandje, want veel hoefde ik er niet aan toe te voegen. Behalve dan, dat ik af en toe de neiging moest onderdrukken om de sokjes op te hijsen. Later zag ik dat het slechts leek alsof ze afgezakt waren, omdat een enkelmodel betrof.
Persweeën dienden zich aan en nieuwe aanwijzingen over ademinhouden-vasthouden-en-volhouden werden gegeven. Leo ondersteunde het ene been van zijn vrouw, ik het andere, Renske en Naomi werkten zich samen door de laatste persweeën tot het moment dat er -in ene- een complete baby ter wereld kwam. Een jongetje.
Leo bezag het met open mond. Een heel kind wat daar, na al dat puffen en persen, zomaar opeens zijn gezinnetje vormde. Ik kon het tafereel mooi gadeslaan en probeerde me in het hoofd van deze jonge vader te verplaatsen. Verwondering, opluchting, trots, blijdschap, zijn moedige vrouw, zijn prachtige zoon. Ik keek naar de manier waarop hij met de mouw van zijn shirt stiekem langs zijn ogen wreef.
Die Leo, Naomi’s rechter voet -met roze-grijs gestreepte sok en al-, nog altijd klemvast onder zijn oksel. Vasthouden was hem gezegd, en dat was wat hij deed.
Mijn kleine dierbare details.
:)
@poldervroevrou
Adembenemend
‘Maar Poldervroedvrouw, al die mooie verhalen over dat thuisbevallen, het zal toch ook wel eens anders gaan?’
Als je zwanger bent, vliegen de meest spannende verhalen over weeën, persen en baren je geheid om de oren. Vruchtwater over het tapijt, ellenlange ontsluitingsfases of juist onhoudbaar snelle ‘stort’-bevallingen, scheuren, knippen, hechten en slapeloze kraamtijden door naweeën, tepelkloven, aambeien en huilende baby’s. Let er maar eens op, hoe spectaculairder, hoe beter.
Zelf houd ik meer van die ‘alledaagse’ bevallingen waarin kleine details het zo leuk en ontroerend maken. Over het algemeen weinig bloedstollende sensatie rond goedverlopende thuisbaringen.
Dat onverwachte ontwikkelingen je opeens de adem kunnen benemen, merkten we op vrijdag-de-dertiende.
Een telefoontje over regelmatige krampen in de onderbuik, met de vraag of ik langs wil komen. Dus, op naar onze nieuwste nieuwbouwwijk voor een gemoedelijke thuisbevalling. Ik ga samen met Jeanny, onze Belgische leerling-vroedvrouw en zal haar wel eens even laten zien, hoe er hier in de polder gebaard wordt.
Als eerste luisteren we met de doptone. Tot onze verbazing klokken we het babyhartslagje rond de honderd waar deze normaliter ruim boven de 120 moet zijn.
Vreemd.
Jeanny luistert geconcentreerd naar de hartslag, die na iedere wee verder lijkt te dalen en ik houd mijn adem in.
Is dit goed?’ vraagt de aanstaande moeder.
‘Nee,’ zeg ik, ‘Hier moesten we maar niet bij thuis blijven.’
Op naar het ziekenhuis.
Aangesloten aan de apparatuur op de verloskamers, klinkt het hartslagje dapper via de luidspeaker van het CTG-apparaat. Veel ruimte om opgelucht adem te halen, krijgen we echter niet. Bij de eerste de beste wee duikelt de hartslagfrequentie wederom naar beneden. Nu zelfs tot ver onder de tachtig. De gynaecoloog schudt bedachtzaam zijn hoofd.
‘Jullie zijn duidelijk niet voor niets gekomen. Dit kindje heeft het benauwd.’
Zo wordt er, amper een uurtje na ons eerste huisbezoek, in het ziekenhuis een keizersnede verricht.
Het resultaat mag er zijn. Vol bewondering bekijken de we baby wanneer hij aan ons wordt geshowd. Op vaders gezicht zien we de blije opluchting over de goede afloop, baby Nicolas zelf huilt met bozig gebalde vuistjes, de Belgische Jeanny lacht om zoveel leven, en uw Poldervroedvrouw?
Poldervroedvrouw blaast weer langzaam uit.
:)
-Deze column was ook te lezen in de BLIKOPZEEWOLDE en de WIJ-site-
Als je zwanger bent, vliegen de meest spannende verhalen over weeën, persen en baren je geheid om de oren. Vruchtwater over het tapijt, ellenlange ontsluitingsfases of juist onhoudbaar snelle ‘stort’-bevallingen, scheuren, knippen, hechten en slapeloze kraamtijden door naweeën, tepelkloven, aambeien en huilende baby’s. Let er maar eens op, hoe spectaculairder, hoe beter.
Zelf houd ik meer van die ‘alledaagse’ bevallingen waarin kleine details het zo leuk en ontroerend maken. Over het algemeen weinig bloedstollende sensatie rond goedverlopende thuisbaringen.
Dat onverwachte ontwikkelingen je opeens de adem kunnen benemen, merkten we op vrijdag-de-dertiende.
Een telefoontje over regelmatige krampen in de onderbuik, met de vraag of ik langs wil komen. Dus, op naar onze nieuwste nieuwbouwwijk voor een gemoedelijke thuisbevalling. Ik ga samen met Jeanny, onze Belgische leerling-vroedvrouw en zal haar wel eens even laten zien, hoe er hier in de polder gebaard wordt.
Als eerste luisteren we met de doptone. Tot onze verbazing klokken we het babyhartslagje rond de honderd waar deze normaliter ruim boven de 120 moet zijn.
Vreemd.
Jeanny luistert geconcentreerd naar de hartslag, die na iedere wee verder lijkt te dalen en ik houd mijn adem in.
Is dit goed?’ vraagt de aanstaande moeder.
‘Nee,’ zeg ik, ‘Hier moesten we maar niet bij thuis blijven.’
Op naar het ziekenhuis.
Aangesloten aan de apparatuur op de verloskamers, klinkt het hartslagje dapper via de luidspeaker van het CTG-apparaat. Veel ruimte om opgelucht adem te halen, krijgen we echter niet. Bij de eerste de beste wee duikelt de hartslagfrequentie wederom naar beneden. Nu zelfs tot ver onder de tachtig. De gynaecoloog schudt bedachtzaam zijn hoofd.
‘Jullie zijn duidelijk niet voor niets gekomen. Dit kindje heeft het benauwd.’
Zo wordt er, amper een uurtje na ons eerste huisbezoek, in het ziekenhuis een keizersnede verricht.
Het resultaat mag er zijn. Vol bewondering bekijken de we baby wanneer hij aan ons wordt geshowd. Op vaders gezicht zien we de blije opluchting over de goede afloop, baby Nicolas zelf huilt met bozig gebalde vuistjes, de Belgische Jeanny lacht om zoveel leven, en uw Poldervroedvrouw?
Poldervroedvrouw blaast weer langzaam uit.
:)
-Deze column was ook te lezen in de BLIKOPZEEWOLDE en de WIJ-site-
Abonneren op:
Posts (Atom)



