Verloskoffer

Dertig jaar verlos ik intussen al in Zeewolde. Vier verlostassen heb ik versleten, terwijl mijn haar van donkerblond via wat omwegen naar asgrijs kleurde. Het begon met een blonde student die voor het afstuderen een gewichtig-uitziende ouderwetse dokterstas kreeg van haar trotse ouders. De tas zag er werkelijk prachtig uit, maar bleek onhandig in het gebruik met zijn markante originele koperbeslag waar soms helaas, als ik niet goed oplette, mijn panty aanhaakte. Hij was ook iets te klein, ik moest er een grote shopper naast hebben voor de voorraad disposables en een beige onhandig kunststof kratje voor mijn zuurstofapparatuur. Helaas is die tas gestolen uit ons studentenhuis, het spuuglelijke kratje (met zijn -voor studenten zeker- peperdure inhoud) lieten ze gelukkig staan, maar: exit verlostas nummero uno al voor de eerste baby geboren was. Bij de volgende koos ik voor een praktisch exemplaar, het model laat zich het best omschrijven als ‘viskoffer’. Bruin, hard plastic, degelijk, stevig, niks romantisch aan. Uitgeklapt gaf hij een ordentelijk zicht op mijn volledige uitrusting. Alles trapsgewijs voor het grijpen. Als je hem netjes bijhield paste tout er formidabel in en je kon er zelfs probleemloos op zitten. Een viskoffer in de kofferbak, een paar hengels erbij en niemand zou vreemd opkijken. Na een flink aantal jaren begonnen de slotjes het te begeven en viel mijn oog op een nostalgisch model dokterstas, stemmig glanzend bruin leer met, in deze moderne versie, een elegante zwarte sluiting en een ruim zijvak voor handschoenen. Mijn haar werd met steeds kortere tussenpozen geverfd, uitgroei vond ik vreselijk. De benodigde zuurstof ging voor de veiligheid in een aparte blauwe canvaskoffer, omgeven met een passende foam-vorm en een handzaam hengsel om hem makkelijk, bij wijze van schoudertas, mee te zeulen. Het blijft een hele toer zo met volle bepakking, zeker indien de barende op zolder verblijft. Goed voor de conditie zullen we maar zeggen. Na een aantal jaren werd het weer tijd voor iets nieuws. De dokterstas moest vervangen. Ik heb de tas niet weggedaan, soms bij lezingen of boekpresentaties gebruik ik hem bij wijze van etalage, met de houten toeter om het hartje te luisteren, een koperen unster en mijn oude bloeddrukmeter uit 1986. Tegenwoordig heb ik er een handige compacte visitetas extra bij, met doptone, O2meter en stethoscoop. Verloskoffer 2.0 werd de beproefde vis/gereedschapskist-formule qua uitklap-scharnieren, maar er op zitten durfde ik niet meer. Wat indirect ook met mijn eigen 2.0 formaat te maken had. Het was een mooie donkerblauwe canvastas, hij klapte superhandig uit, was in samengevouwen toestand reuze praktisch en klein, en toch paste alles er moeiteloos in. Alleen het canvas bleek niet het allersterkste materiaal om mijn gesleep en gegooi in en uit de kofferbak aan te kunnen. Bij een bevalling naast bed, omdat barende vanwege heftige rugweeën onmogelijk kon liggen, wurmde ik me tussen verwarming en nachtkastje, deed mijn geblondeerde haar in een nette knot, en gebruikte de tas bij wijze van krukje. Ik hoorde hem kraken in zijn voegen. De baby werd gelukkig razendsnel geboren. Note to myself: Canvas is niet om op te zitten. Tot slot de Pizzabag: Inmiddels heb ik namelijk een hele hippe ergonomisch verantwoorde rugzak, de heuse ‘Rescuebag’, signaalkleurig oranje met reflecterende biezen, geheel matching met mijn huidige look. Wij togen naar Ameland voor een mini-wandelvakantie om de rugzak uit te proberen. Gevuld met de doorsnee bagage compleet met een lekkere fles Bordeaux klemvast in een speciaal houdertje. Hij was handig en stoer tegelijk, Je kunt hem overzichtelijk inpakken met verschillende gekleurde moduletasjes met klittenband. In één oogopslag zie je wat je nodig mocht hebben. Rood voor zaken betreffende bloed, geel voor alles wat met urine te maken heeft, en blauw voor infuusbenodigdheden. In de speciale houder zit natuurlijk geen wijn maar de zuurstofcilinder met beademingsballon en o2masker. Ooit hadden we een stagiaire die (heel bleu) veronderstelde dat het een thermisch-geïsoleerde Pizzabezorg-koffer betrof en toen een jonge vader de koffer galant naar de auto sjouwde noemden we hem dan ook gekscherend ‘de pizzabezorger’, er zijn nog foto’s van. Mijn mascotte is Esmeralda, een plastic figuurtje uit ‘de Klokkenluider van de Notre Dame’. Per ongeluk onderin de tas terecht gekomen, reist ze sinds 1996 met me mee. Bij een nieuwe tas wordt Essie gewoon meeverhuisd als talisman, ze laat me glimlachen. In de spiegel spot ik mijn grijze coupe, en dat geeft me een brede grijns. Time Flies. @poldervroedvrou

De oude doos



Wat is een semafoon?
Wat zijn kwartjes?
 Wat is een telefooncel? 

Er was eens een tijd, dat mijn leven bestond uit een piepende semafoon en een hand vol kwartjes in de broekzak. Als de ‘pieper’ afging, veerde ik een halve meter in de lucht, zocht zo snel mogelijk een telefooncel, belde de alarmcentrale en vernam het adres waar er in barensnood op me gewacht werd. Later liet ik een telefoon in mijn auto inbouwen met een stoere lange antenne op het dak. Een geweldige uitvinding die zijn dienst al op de eerste dag van ingebruikname bewees.

Ik reed het dorp uit voor een kraambezoek in het buitengebied en hoorde via de centrale over heftige weeën bij ene familie de Groot. Aha, Hanneke en Eric. Ik toetste hun nummer in (van Handsfree had nog niemand gehoord) en kreeg een hijgende Hanneke aan de lijn. Haar zware manier van ademen deed mij subiet keren en met gas op de plank over de drempels in de nieuwbouwwijk hopsen, tegelijkertijd joelde ik handige instructies voor de barende in de hoorn, zoals: puffen-op-de-zij, inademen-door-de-neus, rustig-aan, je-doet-het-goed en ik-ben-er-zo. Zij riep: ‘Oeeeh!’ en gaf me door aan Eric. De aanstaande vader commandeerde ik over een sleutel in de voordeur, de verwarming omhoog en het optrommelen van een kraamverzorgster, bovendien kon ik hem geruststellen want huize de Groot kwam in zicht. Ik parkeerde schuin op de stoep en arriveerde op die manier zonder enig tijdsverlies en zo ook de kleine Rebekka.

Wie zou er destijds geloofd hebben, dat er tegenwoordig niemand meer zonder zijn [in de broekzak-passende] mobieltje de straat op gaat.

Vandaag begeleid ik een gezellige huiselijke baarkrukbevalling. Een spiegeltje waar ik normaliter af en toe mee om het hoekje kijk, is niet aanwezig. Lumineus idee! Ik zet mijn iPhone op filmen en richt hem zo dat ik perfect zicht heb op het vorderen van de geboorte. ‘Nou,’ grapt manlief, ‘volgende keer kan je gewoon thuisblijven, dan stel ik de camera in en hoor ik wel van afstand van je hoe ik het allemaal moet doen.’ 

‘Tuurlijk,’ speel ik mee, ‘dan hebben ze daar vast een app voor uitgevonden!’

Moeders zegt: ‘Oehhh! Let oooop!’ Ik leg mijn telefoon snel buiten spetterafstand, want daar komt het hoofdje, baby passeert op de ouderwetse manier, moeders grijpt en pakt en drukt het kindje onvoorwaardelijk aan haar borst. Hands-On-moederliefde. Aan die techniek verandert niets. 

@poldervroedvrou


Dit was een kort verhaaltje uit de oude doos. De iPhone-bevalling in 2010 klinkt al als heel lang geleden. Hoe ik startte in 1990, zonder mobiele telefoon, was zelfs in een vorige eeuw. Wat vliegt de tijd. Onvoorwaardelijke moederliefde is gelukkig iets van alle tijden. De columns die ik voor de BlikOpZeewolde schrijf, geven de lezers op een luchtige manier een inkijkje in het bestaan van een dorpsverloskundige. Zo verzamelde ik alweer 10 jaar belevenissen. Volgende keer een bijzondere feestelijke special om dit te vieren!


 

De Wijze uit het Oosten

 


Een verlaat kerstverhaal, wat zijn aanvang had in de warme corona-zomer en zich exact op 25 december voltooide in het Geboortehuis met een gezonde zoon als resultaat. Laten we bij het begin beginnen…

Afgelopen zomer haalde een vader zijn dochter vanuit het buitenland op. Zij werkte in Rome, en woonde daar samen met haar Roemeense vriend. Een positieve zwangerschapstest en de commotie in de wereld bracht hun toekomstplannen in een stroomversnelling. Opa-in-wording omzeilde Italiaanse coronamaatregelen en trotseerde diverse obstakels om zijn dochter en haar vriend thuis te halen. Een bravourestuk dat zeker geen sinecure bleek te zijn: ‘Maar voor je kind doe je alles hé.’ Dat vond ik sowieso al een mooi verhaal.

Het uitgerekende moment; ergens midden tussen 24 en 25 december. Als voorlopige werktitel kozen ze voor de gein Hesús, want niemand verwachtte dat hij ook werkelijk in die nacht zou komen. Voorlopig bivakkeerden ze gezellig bij de grootouders en sprokkelden hun volledige babyuitzet bij elkaar.
Half december krijgen ze een eigen plekje om te wonen, het is alleen net buiten ons dorp.
‘Ik hoop dat we bij jullie onder controle mogen blijven, het voelt zo vertrouwd.’ verzuchtte Marie bescheiden. We bespreken de te volgen tactiek in geval van het baren, de keuze wordt geboortehuis, slechts enkele straten achter het nieuwe stulpje. Josh heeft intussen werk gevonden in Zeewolde, dus om nog een paar maal naar onze praktijk te komen voor de controles is geen probleem. Ik bekijk op Google-maps de wijk en de route en denk; dat zal prima lukken. ‘Maar bel wel tijdig, dan spreken we eenvoudigweg in het Geboortehuis af.’

Kerstnacht heb ik dienst en iets zegt mij dat we gegarandeerd opgeroepen gaan worden. Enkele dames zijn bovendien al danig overtijd. Praktijk-spoedberaad; we spreken af om onvoorwaardelijk achterwacht te zijn voor elkaar, ongeacht de feestdagen, feitelijk zoals altijd, en trouwens, we kunnen toch nergens op bezoek tijdens deze coronatijden. Mocht één van ons in het hospitaal zijn en een volgende barende heeft in het dorp verloskundige-hulp nodig; wij zijn paraat!

Als Marie belt, begint ze met een verontschuldiging: ‘Het is vast nog niet zover, maar ik denk dat het begonnen is...’ Het is vier uur in de nacht, maar jullie bevlogen beroeps-idolaat Poldervroedvrouw komt enthousiast overeind: ‘Ha, ik wist het!’ en belooft allereerst naar la nostra casa te rijden om eventueel aansluitend gezamenlijk naar het geboortehuis te gaan. Ik voel me extra-relaxed vanwege de geregelde ‘Kerst’-achterwacht en toets het adres in mijn TomTom en vertrek.
Mooier kan je het immers niet hebben; ver na de remslaap, bijna uitgeslapen zelfs, in een heldere kerstnacht naar een geboorte. De radio speelt ‘driving home for krismas’ kan het toepasselijker.
TomTom laat me om de wijk heenrijden en ik beland in een kronkelige bochtige straat met links de even nummers, rechts schuttingen en achtertuintjes. Ik vind het niet, was het nu toch een oneven nummer? Auto maneuvreren in het eerste het beste parkeerplekje dan maar en uitstappen. Op de oprit staat een Tesla, en het huisdeurbordje laat ‘Familie Foppen’ lezen. Niet goed, ik besluit niet aan te bellen, maar Marie nogmaals te proberen. Ik krijg Joseph aan de lijn, in zijn Roemeens-Italiaans vermengd met gebroken Engels probeert hij mij door het laatste stukje van de route te loodsen.
‘I’ll turn on the lumina della macchina.’ Ik weet niet exact wat hij bedoelt, vaagjes komt de betekenis boven. Ooit, in een vorig leven was ik, als achttienjarige, au-pair bij een Milanese familie, doch mijn Italiaans is intussen helaas wat arruginito geworden. Bij de volgende bocht zie ik een rode Fiat met knipperende oranje verlichting. Quello intelligente!

De vergelijking van de wijzen uit het oosten die een ster volgden om in de kerstnacht op de juiste locatie te geraken komt bij me op. De voordeur staat al op een kiertje.

@poldervroedvrou

Jaarverslag van 2020

 

Geknal van vuurwerk en het jaar beloofde bijzondere gebeurtenissen met prachtige geboortedata. Onbevangen startte Januari met de achtponder Max. Als eerste Zeewoldense thuisgeborene die traditioneel de krant haalde, noemen we Madelief. Dit jaar werden binnen de VerloskundigenPraktijkZeewolde 214 kindjes geboren; 124 jongetjes en 90 meisjes. Al die unieke voornamen op de geboortekaartjes, ze zijn verzameld en aangevuld met allerhande wetenswaardigheden voor jullie in dit ‘jaarverslag’

Het liefst kies je iets origineels, met een waardevolle betekenis of een bijzondere klank. We hoorden korte namen; Mia, Mae, Bas, Job, Loa, Sep en Evi die nu de jongste is in haar gezin. Enkele originele dubbele namen zoals Conor-Joe en Xaya-Liva. De letter X werd wel vaker gebruikt zoals bij Jax, of zelfs Jaxx met dubbel X. De Y blijft een populaire letter, maarliefst 35 keer gebruikt, bijvoorbeeld als startletter; Yara, Yassir, in het midden; Rylan, Mylanie, Syll, Tygo, Bryan, Vaeya, Jaylen, of aan het eind; Anjey, Wesley, de tweeling Davey en Daley, Djaivey, Djay, Donny, Bodey, Eloy, Joy, Jenny, de ultieme spellingstwist kreeg Yezay; de Y aan het begin èn het eind.

Het start met een positieve zwangerschapstest. Na grapjes maken over de mogelijke naam van jullie toekomstige kind, wordt het waarachtig opeens tijd om een jongens- of meisjesnaam te kiezen! Waren jullie nog steeds verliefd op die ene voornaam waar je al jaren mee rond liep, of is het tijd voor een frisse wind? Misschien lukte het juist helemaal niet om iets stijlvols te bedenken, of zijn de namen die jullie pakkend vinden al gebruikt in vrienden- of familiekring. Bij de in Januari geboren tweeling werd er vanzelfsprekend dubbel gekozen; Lise en Tim, roze en blauwe muisjes.

Het jaar startte rustig, maar de wereld kwam na de carnaval in een ongelofelijke draaikolk terecht. Wij verloskundigen roeiden met de riemen die we hadden. Anderhalve meter afstand. Raamvisites in plaats van kraamvisite, veel per telefoon, mondkapjes. Nieuwe termen als PBM, Aerosolen, IC-capaciteit, Cohort-afdeling, COVID-19, ‘een Grapperhuisje doen’ op je bruiloft, de Intelligente Lockdown. ‘Een vleermuis in de soep.’ is een moderne uitdrukking wat staat voor: waar het zogezegd allemaal mee begon.
Nagenoeg alle letters zijn aan de beurt gekomen dit jaar behalve de G, de U (eigenlijk al vele jaren) en de Z, terwijl die vorig jaar bijna op de eerste plaats stond.
Op een alleraardigst geboortekaartje lazen we deze waarheid: ‘Grote avonturen beginnen klein.’, maar de kleinste van het jaar was de vroeggeboren Niek, lichter dan zeven ons. Op vijf december kwam Nikolas, hij deelt zijn verjaardag met Jesse, wat ook meteen de meest gekozen naam is van dit jaar.

Regelmatig gegeven namen zijn ook Sepp: ‘Hoort bij ons.’ en Luca: ‘Al ons later is met jou!’. Zeldzaam zijn Lieuwe: ‘Want als liefde leven wordt, krijgt geluk een naam.’ en Rune: ‘Here comes the sun!’, met hun warme welkomst-regeltjes te lezen op verschillende geboorteaankondigingen.

Zoveel kindjes waarvan de pappa of mamma niet uit Nederland komt. We spraken Portugees, Italiaans, Roemeens, Deens, Engels, Indonesisch, Pools en Syrisch, soms met hand en en voeten. Zwangere (aanstaande-) echtgenotes kwamen uit Zuid-Afrika, Ghana, China, Vietnam, Afghanistan, Turkije, Marokko, Venezuela, Rusland, Eritrea, Hongarije en Kosovo. Mede dankzij de Coronapandemie werden wereldreizen onderbroken en buitenlands-verblijvenden gerepatrieerd naar het veilige Holland.

Een bonk van een boerenzoon kreeg de naam Wessel, vier-en-een-halve kilo op de weegschaal, door zijn twee oudere broers zal er vast goed voor hem worden gezorgd.

Bij enkele kindjes staat een sterretje, wij willen deze namen zeker noemen. De jongetjes Jesse, Olaf, Fynn en Jonathan, zij horen erbij. Geen kind is zo aanwezig als het kind wat wordt gemist…

De eigenzinnige Q hoort bij de knulletjes Quintley en Quinn eindigend met een dubbele medeklinker. Net zo trendy als Sepp en de meisjes Tess, Solenn en Djezz. Wat is het verschil tussen Oskar en Oscar, Sara en Sarah, Vinz en Vince, Feline en Felien, Eline, Emely of Emilia? Of wat dachten jullie van zoon Miran en dochter Marin. Jidde en Hidde, Jace en Jack, de jongetjes Jaimz, Jamie en meisje Jamie, Lizzie en Lizzy. Lieve meisjesnamen voor de zevenponders Renske en Rinske, en een stoere mannennaam voor de bijna-negenponder Renze. Luca, Lucas of kort maar krachtig Luuk, Florian en Floris, Aiden en Alèn. Meisje Micah of jongetje Mike. Mila, Milo, Milou, Milotte, Marlotte, Charlotte of kortweg Lotte dan ben je rijk genoeg.
De huidige trend bestaat uit het geven van korte, krachtige namen. Wij zagen bijvoorbeeld Daan, Sem, Joep, Levi en ook Mats kreeg een warm welkom. Namendeskundigen verwachten steeds meer uitzonderlijkheden, waar we tot nu toe niet eerder van hoorden.
Rosa is al een prachtige naam, een dochter na vijf broers noem je Rosaliyah. Bijzondere meisjesnamen met een eigen betekenis, we houden ervan; Alysha, Shiyloh, Dyevahira, Cyarah, Chavella, Imani. Maar ook zielsgelukkig zijn de ouders van Nova, zo lazen we op het kaartje en of je nu Nova, Niva, Nora Nela, Lena, Noor of Naia met zijn Hawaïaanse naam en Japanse roots, heet, ze zijn meer dan welkom in het pittoreske Zeewolde.
Jafeth is de uitbreiding in het gezin. Jens, Jorim ‘God is verheven’, David of Psalm, want dat had zijn moeder troost gegeven in de lastige zwangerschapstijd tijdens de pandemie. Salomé, Felix de gelukkige, Dorian die lief klein en bijzonder is. Daniël is de naam voor een Afghaans ventje maar het dorp kent dit jaar ook een Hollandse Daniël.
Joëlle, de herhaaldelijk gekozen Julia, het originele Kara of Kornelia. Wij begroeten onze beautifull Lana met ‘Welkom Lieveling’ en signaleerden de esthetischverantwoorde geboortedatum 20-2 2020 voor Rivka.
Zoveel keuzemogelijkheden; Ravi, Ramiz, Roan. Baby Rick, met een geinige walvis op zijn geboortekaartje, wensen we een lang leven. Morten is in zijn element, en Stefan is ook een boerenzoon met uitzicht op de weilanden.
Claris, Claire, Chloë. Vivi had geen kaartje maar een heuse slinger waarop je kon lezen: ‘Smallest-things-take-up-the-most-room-in-your-heart!’ Viënna, Veerle, Tina, Tessa. Thomas kreeg een treinkaartje, Thije, Shane, Noud, Nolan, Menno, Mees, Amar, Arthur, Bing, Boaz, Denver, zoveel krachtig-klinkende jongensvoornamen, wat is er veel keus. Meer lettergrepen Benjamin, Ferdinand, Leander, Leonardo, Manoah, Mohamed, Keano, Kitaro en Koray.

Bij de geboortekaartjestrent viel het op dat de natuurlijke kleur groen vaak werd gebruikt, soms met gouden accenten. Danée, Defne, Selen, Sterre, Pien en Puck meisjesnamen die passen bij iedere eigen dochter, ze groeien er vanzelf in, lief en stoer en met een individuele betekenis, Merel, Alana, Anouk. We hebben een Nederlandse en een Poolse Olivia. Jasmijn is een geurende bloem, en Jorri bleek een Syrische variant daarop. Voor het huis van Sanne stond de grootste versiering; een opblaasbaby van vier meter hoog.
Coronababy; de zuigeling die vanaf half december 2020 ter wereld komt, waarvan de conceptie plaatsvond tijdens de periode dat veel mensen als gevolg van de coronamaatregelen in thuisisolatie gingen. De tweede Madelief, Ilie ons Kerstkindje, de Poolse Sofia en de laatst van het jaar Santino komen hiervoor zeker in aanmerking. Om af te sluiten met het feit dat er in de nieuwe Molenbuurt huizen werden opgeleverd waar ze direct weer babywiegjes konden vullen, dat wordt dus ook een hele gezellige wijk.

 @Joint venture van Marianne Wilke en Kirsten

Het leven wat doorgaat

 

Deze herfst vielen twee rouwkaarten op mijn deurmat.

Meestal gaan mijn stukjes over nieuw leven, geluk en voorspoed. Nu zou ik graag, in deze BlikOpZeewolde, stil staan bij deze overleden vrouwen en toelichten wat zij voor mij betekenden.

28 oktober stierf een zeer geliefde collega-verloskundige uit Putten. Lize was degene die, tijdens een gezellige vroedvrouwenvergadering waar bevallingsanekdotes en meegemaakte belevenissen over tafel heen-en-weer vlogen, zei: ‘Later, als we met pensioen zijn, gaan we allemaal onze memoires schrijven.’ Waarop ik dacht; waarom later? Laat ik meteen beginnen! Al die jaren corrigeerde zij punctueel de schrijffouten in mijn verhalen. Het was heerlijk mijn schrijfsels te laten proeflezen door deze erudiete vroedvrouw met haar decennialange kennis en kunde. Wij beleefden schik aan onze gezamenlijke liefhebberij van schrijven over de verloskunde. Ook om op deze manier buitenstaanders van onze geboorte-avonturen te laten meegenieten. Al in 2008 startte onze mailwisseling. Heel bijzonder vond ik het, toen haar eigen dochter bij ons in Zeewolde stage kwam lopen. Hoe trots kun je als moeder zijn, en hoe leuk dat ik ook over Ariëtte een hilarische column mocht schrijven genaamd ‘MAND!’, waar ik in verhaalde hoe ze op omslachtige wijze iets uitlegde wat gemakkelijk bondiger kon.

Mijn columns heeft Lize tot het laatst met veel plezier gelezen, zeker toen ze ziek werd en niet meer werkte als verloskundige. Een uit haar mond opgetekende epische anekdote bewerkte ik voor haar en illustreerde deze met een op waarheid berustende originele tekening; hoe Lize, met grijze knot en al, in klein beige autootje een baby met blote handen aanpakte omdat het ventje plotseling met ongekende snelheid de binnenbocht door het baringskanaal nam. Onder het licht van een Puttense lantarenpaal, bijgestaan door een ongeschoren vader. Onbetaalbaar, in de categorie: ‘Je had erbij moeten zijn.’

Verbeterpunten, stijlfouten, komma’s, er komt genoeg bij kijken om op een vlotte manier te schrijven. Waar een voorval zo uit de losse hand op het papier lijkt te belanden, wordt over iedere zin, zelfs over iedere spatie, nagedacht.

En nu over Margreet Kranenborg.
30 september is een prachtig mens heengegaan. Op haar kleurrijke rouwkaart is het te lezen. Exact zo vormgegeven als Margreet in gedachten had, vernam ik. Exact zoals ik van haar verwachtte, zoals ik haar kende; de regie in eigen hand. Zij was degene die bij mijn boekpresentatie in 2011 vroeg of ik maandelijks een column in de ‘BlikOp’ wilde verzorgen. Een column behoeft wezenlijk een hele andere techniek dan een verhaal, of een boek. De anekdote moet staan binnen 650 woorden. Eerst kreeg ik minder ruimte, maar ik onderhandelde met Max: ‘Man, binnen pakweg 400 woorden een zwangerschap én bevalling én vervolgens een kind gezond en wel in zijn wiegje, dan worden het tot vervelens toe staccato ‘MAND’-episoden. Dus kreeg ik iets meer zendtijd, en blijft het passen en meten voor de kop-en-kont aan het verhaal, liefst inclusief lach en traan.
Tegenwoordig pik ik een kleiner stukje uit een gebeurtenis, een krakende ventilator of een bijna-lekke band, een ontsnapte pony, ik word er steeds handiger in. Ooit had ik mijzelf beloofd om nimmer een column over het schrijven van een column te schrijven, maar ik wil deze dappere vrouwen op gepaste wijze herdenken. Memoreren hoe Lize en Margreet mij bijstonden en ondersteunden in mijn verloskundige-schrijfcarrière.
Want onze ‘BlikOpZeewolde’-redactrice keek mijn artikelen zorgvuldig na op typfouten, verschrijvingen en incorrectheden. Haar vertrouwen in mij als simpele vroedvrouw, om me maandelijks de ruimte te geven de liefde voor mijn vak uit te kunnen dragen, dank daarvoor. Ik mocht kerstspecials schrijven, zonnige zomerverhalen en we kunnen alweer uitkijken naar de Namen-column in de eerste editie van het nieuwe jaar. Het samenstellen van die special is een jaarlijks terugkerend feestje voor onze verloskundigenpraktijk.

Afgelopen week, op vrijdag de dertiende, is mijn buurjongentje geboren. Zijn komst maakte van deze datum de mooist mogelijke dag voor de jonge ouders, om de column af te sluiten in de categorie: ‘Het leven gaat door!’

 

@poldervroedvrou

Een Syrische thuisbevalling

 


Haar verhaal was, vanwege de taalbarrière, iets onduidelijk. De eerste keer was ze in een Syrisch ziekenhuis bevallen. De tweede keer in het huis van een Syrische dokter. Daar had ik mijn vraagtekens bij, maar in ieder geval geen keizersneden of problemen met inscheuren en nageboortes. Meneer Sharif koos voor het geboortehuis. Ik dacht hoe komen we daar tijdig, zonder vervoer en vanwege het ontbreken van geldmiddelen voor de vereiste eigen bijdrage. De bijna negen zwangere maanden, bezocht ik ze regelmatig thuis, voor mij makkelijk en zeker voor Omaira met haar lage ijzergehalte en moeheid. Service van onze verloskundige-praktijk zullen we maar zeggen. Collega had een compleet kraampakket voor haar, dus in geval van onverwachte thuisbaring hadden we in ieder geval materiaal als celstof-onderleggers, gaasjes en een navelklem

Zaterdagochtend belde Sharif, hij hoefde niet veel uit te leggen: ‘Pain, Frauw, jij snel komen.’
Ik was net begonnen aan de zaterdagse kraamvisites en reed van Polderwijk naar het centrum. Precies wetende waar ik moest zijn (in de voorbije maanden vaak genoeg langs geweest) koerste ik direct richting huize Sharif. Dochter deed open. ‘Mamma is hier, in de kamer.’
Omaira lag als een zielig diertje te woelen op de bank. Dochterlief had zichtbaar medelijden met haar jammerende mamma.
Ik onderzocht mamma snel, buiten het zicht van dochter, en constateerde ruim zeven centimeter ontsluiting. Vertrek naar het ziekenhuis streepte ik meteen van mijn lijstje.
Ik vroeg Sharif welk kraambureau ze hadden. Hij wist het even niet.
‘Misschien heb je een boekwerkje met de info gehad?’ Er werd naarstig gezocht in allerlei laatjes en kastjes, een aantal mogelijke kraamcentra noemde ik op maar niks deed een belletje rinkelen.

Omaira
en ik togen naar boven. Er was een piepkleine slaapkamer, waar een tweepersoonsbed klem stond tussen schuin aflopend dak en een enorm kinderledikant vol met babybenodigdheden. Ik zag een wipstoeltje, een babymobiel met kleurige plastic olifantjes, een berg kleertjes in allerlei maten, een  verfrommeld roze dekbedje met bijpassende olifanten erop, dekens, okergele sierkussentjes en een paar groene pakken kraamverband (drie-halen-twee-betalen). Er stond een commode tegen de muur met meer babykleertjes plus waarschijnlijk kleding van de vorige dag, of wasgoed ongesorteerd. Enfin: enige vorm van nesteldrang was dit huishouden geheel vreemd gebleven.

De gekregen kraamdoos kwam goed van pas. De overtollige dekens, dekbedden en kussens parkeerde ik in de kamer ernaast, een emmer met een vuilniszak, een opgeruimd aankleedkussen, mijn verloskoffer, doptoneapparaat en disposebels gaven mij mijn overzicht en rust in de hectische chaos. Er was een kraamverzorgende onderweg hoorde ik van Sharif. ‘Super!’ complimenteerde ik hem.
Omaira kermde en liet zich schuin op bed ploffen. Een prima plek. De kleine vrouw lag dwars over het voeteneinde, dat paste precies. Het harteklopje klonk gestaag door het apparaat. ‘Boinkboinkboink.’ Sharif en dochter riepen verheugd tegen elkaar dat ze het baby’tje hoorden. Omaira kreunde met meer lawaai, het leek van onder uit haar keel te komen. ‘Grrrrroooouw.’
Toen ik erbij kwam zitten, zakten we bijna door het bed. Een badkrukje bood uitkomst, nu had ik mijn eigen zitplek en hoefde ik niet onhandig op mijn knieën of met kromme rug te begeleiden.
Het was niet meer tegen te houden. We moedigden Omaira gedrieën aan. ‘Yeaaah.’
‘Goed zo, hou vol, ik zie zwarte haartjes!’ Dochter hield de handen voor haar ogen, Sharif hield hoofdschuddend zijn hand voor de mond. Dit had hij nog nooit gezien.
En opeens was er een hele baby. Een mensje, een meisje. Met een prachtig koppie krulhaar. Hard huilend kleurde ze al snel naar dieproze. Ondanks de stapels babykleertjes was er geen enkele hydrofiele luier te vinden. Ik wikkelde het kindje daarom in fleurig-gekleurde handdoeken.
Het stond haar schattig bij die zwarte natte lokken en die grote donkere ogen die spiedend om zich heen leken te kijken. Wat een beauty. Ze kreeg naar ik begreep een Syrische bloemennaam.
Welkom in Zeewolde.



@poldervroedvrouw

Kwakende Eendjes en een badbevalling

 

Het zou een hele hete zomerdag worden.

Toen Alain Homer in de vroege ochtend belde, was het nog aangenaam koel. Zelf wilde ik net met de hondjes langs de vaart gaan lopen, voordat het te benauwend-warm zou worden. De zon was immers bijna op.
Ik verontschuldigde me richting hondjes: ‘Duty calls, guys. Sorry.’ Ze keken me kwispelend aan. Jack Russels verstaan vast geen Engels, maar ze dropen wel af richting mandjes.

In huize Homer was het al broeierig. De tuindeuren stonden open. Karin liep rondjes en wilde weten of het bad gevuld mocht. Een blauw ovaal bevalbad, ‘birthpool-in-a-box’ stond klaar midden in de huiskamer, daar werden rondjes omheen gemarcheerd. In fix tempo mag ik wel zeggen, zeker als er een wee op kwam.
Ontsluiting was er. ‘Zet de kraan maar open.’ Opa en oma kwamen binnen. Opa mocht straks de navelstreng doorknippen. (Dat wist hij nu nog niet eens maar ik had het in het Geboorteplan gelezen.) Al snel was het bad vol genoeg en met een weldadige zucht liet Karin zich erin zakken. ‘Hé hé, dat is lekker…’ Ik liet het hartenklopje horen met mijn waterproof doptone. ‘Netjes. Regelmatig en gestaag, prima!’
Alain zette een Cd’tje op met rustgevende muziek. We zweefden door de tijd.

Het werd warmer en warmer in de kamer, de zon kwam dwingend binnen. Karin vroeg of de ventilator aan mocht. Dat leek me een uitstekend idee. Een robuust kinderkrukje, welke ik strategisch tussen bad en fan zette, bezorgde mij een win-winsituatie: Ik zittend in de buurt van de barende, terwijl er tevens af en toe een vleugje koelte mijn kant op waaierde. Alain en oma lieten in hun handen knijpen en opa zorgde secuur dat te gordijnen geen streepje zonlicht meer binnenlieten.
Opeens meende ik zelfs eendjes te horen kwaken op de achtergrond. Het was een liefelijk geluid. ‘Kouwaak, kouwaak, kouwaak.’ Ik vond het bijzonder dat de familie zo relaxed was en droomde werkelijk weg in een idyllische gedachtekronkel; ik met de hondjes langs de vaart, en in het riet verborgen, snaterende waterkipjes, eenden en woerden. Waar koopt men zulk soort Cd’s? Ik zal het na de geboorte wel vragen. ‘Kouwaak, kouwaak, kouwaak.’

Af en toe moest Karin plassen, dan schoot ze uit het water. Een meerkoetje had niet sierlijker kunnen opduiken. Alain droogde haar enigszins  en vervolgens stoof ze richting toilet. De laatste keer terug plofte ze bijkans vanaf het hoofdeinde in het ovale bad. Het had meer weg van een bultruglanding maar dan met de hobbel middenvoor. Splaaash! Net op tijd voor de volgende wee. Eentje met flink wat lawaai erbij. Het klonk als oerdrang en bevrijdde mij subiet uit mijn dagdroom.
‘Persweeën!’

De ventilator moest uit. De eendjes verlieten plots ook de setting. De muziek kabbelde voort. ‘Huh?’ Het rustgevende gesnater bleek niets meer en niets minder dan het krakende ventilator-scharnier. Bij iedere zwaai kreunde de fan op een manier waar vrouwtjeseenden broeds van zouden worden. Poef. Exit Cd-verzoek.
Next: Alain stapte met één been in de pool om dichterbij te zijn en toen zagen we het hoofdje verschijnen. Even extra kracht zetten voor de schoudertjes, daar volgde het lijfje en Alain had zijn innig gewenste dochter in handen.
Magisch hoe een kindje van grauwgrijs naar rozerood verkleurt na een paar flinke ademteugen.
Zo te voelen was de navelstreng uitgeklopt, opa kon aan de slag. Daar zag ik opeens bij de ogenschijnlijke rustige bedachte gordijnenrechthanger vochtige oogjes. De eer was hem bijna te veel.
‘Wat? Mag ik dat doen?’  
‘Ja pap, mam zei dat je dat nog nooit gedaan had, ga je gang!’ Mam knikte instemmend.

Bij zonsondergang liep ik langs de vaart. Verkoelend voor de plonzende hondjes.
Als je goed luisterde hoorde je ze in het riet. ‘Kouwaak, kouwaak, kouwaak.’
Nu was het mijn beurt voor vochtige oogjes. Kwakende eendjes en een wondermooie badbevalling.
Gelukkig zijn, ik hou er zo van.

@poldervroedvrouw