From Russia With Love


Zo zit je op je vrije ochtend wat achterstallige administratie weg te werken, en hoor je gestommel in de wachtkamer… En zo probeer je in je beste Russisch uit te vissen wat een operazangeres op doorreis van je wilt…
‘Ultrasound?’ Ze vraagt het aarzelend. Het enorme bord op onze gevel met een meer dan levensgrote foto van een mooie hoogzwangere buik, geflankeerd door de woorden VERLOSKUNDIGEN en ECHOGRAFIE heeft me verraden. Ja, hier worden zwangerschapsecho’s gemaakt. Ze showt me haar paspoort, ‘Anna’ is het enige woord wat ik kan ontcijferen, en een soort zwangerschapsboekje met gegevens, alles in voor mij onleesbare Russische tekens, maar dat is van latere zorg. Improviseren is niet voor niets my middle name. Van de drie woorden Russisch in mijn vocabulaire gebruik ik er alvast eentje.
‘Dobropozalovat, come in.’
Ik glimlach breed om haar op haar gemak te stellen [Ik ben goed volk] en maak er een breed uitnodigend gebaar bij. Ze bekijkt me kort van top tot teen, waarschijnlijk kom ik door de keuring  want de instappers gaan uit en op haar sokken stapt ze over de drempel. Meneer blijft in de wachtkamer staan. ‘Kom,’ zeg ik ook tegen hem. Hij wuift bescheiden van nee. Okay, misschien is hij slechts de chauffeur en bombardeerde ik hem te vroeg tot aanstaande vader. Toch wil hij schijnbaar best naar binnen. Hij schuifelt precies tot aan de drempel, steekt zijn hoofd om de deur, kijkt speurend mijn spreekkamer rond en overlegt in rap Russisch wat te doen. Zij knikt hem toe, ik knik kameraadschappelijk mee, naar ik hoop om hem zijn drempelvrees te laten overwinnen. Hij tilt zijn voet op…
Снять обувь идиот,’ werpt ze hem toe en wijst daarbij pinnig op zijn schoenen. ‘Это будет пользовательский здесь, у них это тоже!
Ik weet werkelijk niet waar het over gaat, en wacht rustig af. Anna wijst opnieuw.
Ладно Ладно, я сделаю это ...
Zuchtend bukt hij om de veters los te maken. Opeens doorzie ik het ontstaan van het schoenuittrekritueel. Midden in de wachtkamer slingeren mijn ballerina’s-met-hakje, glimmend turkooise met een bruin randje, met de onverwachte bezoekers in één ruimte vallen ze behoorlijk op. Gister gekocht, gloednieuw, hip, maar knellend als de hel.
Alleen op de praktijk… Ik waande me onbespied, schopte de ‘wie-mooi-wil-zijn-moet-pijnlijden’-schoentjes pardoes uit en vervolgde mijn werkzaamheden op kousenvoeten.
‘Nee, laat maar aan,’ hoor ik mezelf zeggen, waarbij ik direct besef dat mijn gasten hier geen woord van begrijpen, ach, niks aan te doen. ‘Vooruitdanmaar’, zeg ik hardop, ook dit zullen ze niet snappen, maar ik vind het wel vriendelijk klinken,

En zo staren we even later gedrieën, naar het beeldscherm, vol bewondering bekijken we de capriolen van hun draaiende, dansende en schoppende kindje en beluisteren we het dapper kloppende hartje. Universeel begrijpelijk klinkt het vitale bonkebonkebonke van nieuw leven uit de speaker. Ons rest slechts een schoenloos zwijgen in alle talen.




Met dank aan Palina, [Geboren in Rusland, getogen in Zeewolde, hoogzwanger van haar derde kindje] mijn reddingsboei in deze taalbarriëre-zee.  Ze was net niet thuis toen ik haar belde, dan maar gebarentaal, het is niet anders, dacht ik. Maar... Palina belde mij exact op het juiste moment terug 'He, ik had een gemiste oproep van je?' om telefonisch te tolken en alsnog de benodigde informatie over en weer te verschaffen.
Spasibo

Mobiel


Er was eens een tijd, dat mijn leven bestond uit een piepende semafoon en een hand vol kwartjes in de broekzak. Als de ‘pieper’ afging, veerde ik een halve meter in de lucht, zocht zo snel mogelijk een telefooncel, belde de alarmcentrale en vernam het adres waar er in barensnood op me gewacht werd. Later liet ik een telefoon in mijn auto inbouwen met een stoere lange antenne op het dak. Een geweldige uitvinding die zijn dienst al op de eerste dag van ingebruikname bewees.

Ik reed het dorp uit voor een kraambezoek in het buitengebied en hoorde via de centrale over heftige weeën bij ene familie de Groot. Aha, Hanneke en Eric. Ik toetste hun nummer in [van Hands-Free had nog niemand gehoord] en kreeg een hijgende Hanneke aan de lijn. Haar zware manier van ademen deed mij subiet keren en met gas op de plank over de drempels in de nieuwbouwwijk hopsen, tegelijkertijd joelde ik handige instructies voor de barende in de hoorn, zoals: puffen-op-de-zij, inademen-door-de-neus, rustig-aan, je-doet-het-goed en ik-ben-er-zo. Zij riep: ‘Oeeeh!’ en gaf me door aan Eric. De aanstaande vader commandeerde ik over een sleutel in de voordeur, de verwarming omhoog en het optrommelen van een kraamverzorgster, bovendien kon ik hem gerust stellen want huize de Groot kwam in zicht. Ik parkeerde schuin op de stoep en arriveerde op die manier zonder enig tijdsverlies en zo ook de kleine Rebekka.
Wie zou er destijds geloofd hebben, dat er tegenwoordig niemand meer zonder zijn [in de broekzak-passende] mobieltje de straat op gaat.

Vandaag begeleid ik een gezellige huiselijke baarkrukbevalling. Een spiegeltje, wat ik normaliter gebruik om af en toe mee om het hoekje te kijken, blijkt niet voorhanden. Lumineus idee! Ik zet mijn iPhone op filmen en richt hem zo dat ik perfect zicht heb op het vorderen van de geboorte. ‘Nou,’ grapt manlief, ‘volgende keer kan je gewoon thuisblijven, dan stel ik de camera in en hoor ik wel van afstand van je hoe ik het allemaal moet doen.’
‘Tuurlijk,’ speel ik mee, ‘dan hebben ze daar vast een app voor uitgevonden!’
Moeders zegt: ‘Oehhh! Let oooop!’ Ik leg mijn telefoon snel buiten spetterafstand, want daar komt het hoofdje, baby passeert op de ouderwetse manier, moeders grijpt en pakt en drukt het kindje onvoorwaardelijk aan haar borst. Hands-On-moederliefde. Aan die techniek verandert niets.

@poldervroedvrou

Ondertussen in Pendembu Sierra Leone

Afgelopen maand bezocht Twinsister Aafke van Os Sierra Leone, lees hier meer over de ongemakken van het regenseizoen in Pendembu Sierra Leone!

Onder de Kerstboom

Trouwe lezers hebben deze Poldervroedvrouwbelevenis vast al eens gelezen, maar het blijft een mooi verhaal voor deze tijd van het jaar.



“Boink”
Met een bons op de koude grond naast bed wakker worden, de telefoon in de hand, een niet mis te verstane boodschap die via het oor je hersenpan binnendringt.
‘HeftigeweeënopduhWilluhminastraattien!’
Zo ging het niet echt, maar als ik aan de gebeurtenissenreeks terugdenk, lijkt het allemaal te zijn begonnen met een val uit bed.
“Boink” dus.
Het was tussen kerst en oud&nieuw, de voorruit moest gekrabd, en vastgevroren sneeuw maakte de stoepen gevaarlijk hobbelig met spekgladde stukken.
Op zich was de opdracht die ik van mijn collega Femke kreeg best een eenvoudige. In de Wilhelminastraat zetten de weeën aardig door, de bevallende dame in kwestie hoefde ik slechts te onderzoeken en richting ziekenhuis te sturen. De vorige maal werd de placenta niet vanzelf geboren, volgens de regels was daardoor voor deze keer een thuisbevalling niet gewenst. Femke zou haar opvangen, zei ze, zij was daar al. Femke was poliklinisch aan het baren met Angela en Rogier.
Pas in de auto, na het krabben van de ruiten, het twee keer over starten, het poetsen van de beslagen voorruit, en het wegrijden, zag ik dat het net half zeven was geweest. Bijna ochtend. De blower en de verwarming op de hoogste stand, de radio uit vanwege de concentratie.

In de volgende scene spurt ik, zo snel als het me lukt, over het trottoir van de Wilhelminastraat.
Een stukje stoep was door sleetje rijden in een heuse glijbaan veranderd. Verschillende huizen waren versierd met gezellige kerstlampjes, sterren en gekleurde knipperlichtjes. In het huis waar ik werd verwacht, brandden bovendien alle lampen van keukenraam tot zolder. Als een mug in de nacht vloog ik erheen. De voordeur stond op een kier. Ik trof Jantine in de huiskamer, op de driezitsbank en ze pufte als een dolle. Boven hoorde ik een peuter huilen, Evert was erbij om te troosten, tenminste, dat vertelde Jantine mij tussen twee weeën door.
Midden in de kamer lag de vluchtkoffer in de weg, hij was geopend en de inhoud leek er van grote afstand ingeworpen. Verder herinner ik me de flinke kerstboom die naast de driezitter stond. Jantine lag er met haar hoofd precies onder, bijna onherkenbaar zo zat het haar in de war.
Ik onthou ook niet echt alle details van al die bevallingen waar ik bij ben geweest, flarden, indrukken, de sfeer en voor specifiek deze, het geluid van het aanzwellende gehuil boven, iedere keer als Evert even beneden was. Welke onderdelen van de gebeurtenis komen weer bovendrijven nu ik er zo aan terugdenk. De gekleurde gezelligheid van de lampjes van de kerstboom, het zwartvelours stof van de bank. Een Jantine die niet meer op of om kon.
Ik, die zei dat ik bang was voor vlekken op de bank, indien ze daar zou bevallen, Jantine, die riep dat ze toch een nieuwe bank wilde en bleef liggen waar ze lag.
Ik, die niet zei, dat ik bang was dat de nageboorte weer vast zou blijven zitten, maar het was een gegeven dat wel constant door mijn hoofd bleef spoken.
De grote rugkussens die ik van de bank aftrok en opzij smeet. De spullen die ik improviserend om mij heen verzamelde, een stapeltje theedoeken, een vuilniszak, een afwasteiltje. Evert, die vroeg of hij de kraamverzorgster moest waarschuwen.
Ik, die dacht van, ach, toe maar, een goeie kraamhulp die hier nog op tijd komt. Kleine details, de kerstbal waar heel schattig “My first Xmas” opstond, de poes die onverstoorbaar in haar mandje bij de verwarming bleef liggen, [maar vraag me niet of het een zwarte of een gestreepte was.]
En het haar van Jantine, normaliter droeg ze het in een onberispelijk glad getrokken knot, door het woelen en draaien was het veranderd in een bos pluizig krulhaar. Barensnood en bruine krullen, het gaf haar een woest uiterlijk. Ik geloofde Jantine onvoorwaardelijk toen ze zei dat ze geen kant meer op kon of wilde, en stelde haar gerust.
‘Deze klus gaan we hier klaren Jantien, onder je kerstboom.’ Geen paniek, dacht ik erachteraan, misschien souffleerde ik dat ook meer tegen mezelf, dan tegen Jantine, want ik praat nogal eens tegen mezelf bij gebrek aan beter. Geen paniek, dacht ik, eerst de baby, dan de rest. Ik prepareerde alvast een injectie ter bevordering van de geboorte van de moederkoek, zodat ik die direct na bevalling aan Jantine kon geven, en ik hoopte dat Evert het kraampakket voor me zou vinden. Matjes hadden we nodig en de navelklem, en kraamverband, en gaasjes. En een klein wonder.

‘Wat kan ik voor je doen?’
Dit beeld zie ik weer heel helder voor me.
In de deuropening stond een witte verschijning, als een kerstengel. Ze gaf bijna licht, met haar smettelooswitte uniform in de schemerige, alleen door de kerstkaarsjes verlichte, huiskamer. ‘Wat kan ik voor je doen?’ Vroeg ze. Ik zei: ‘Kraampakket.’ En weg was ze al. Gerda, mijn reddende engel, voor het verhaal zal ik haar Gabriëlle noemen, een echte engelennaam.
De plastic onderleggers schoven we precies op tijd onder Jantine. Ze perste en het hoofdje was meteen al te zien. Gabriëlle klokte tien over zeven, de nieuwe Polderdorper was geboren. Hij huilde net zo hard als zijn broertje, en ik stootte per ongeluk tegen de kerstboom, waardoor er een regen van dennennaalden op de grond en de bank viel. Evert en Gabriëlle moesten er om lachen. Bevallen onder de kerstboom, wie had dat gedacht. Ik hoorde "Ping" en Gabriëlle toverde ergens warme doeken vandaan, -zoveel beter dan mijn schamele stapeltje geruite theedoeken-. Later hoorde ik haar truuk, de magnetron, "Ping" dus.
Met een paar snelle handbewegingen streek Jantine de krullen terug in een gladde wrong, en zo werd ze weer haar zachte zelf. De baby in warme doeken gewikkeld terug in de armen, hij mocht meteen aan de borst.
Jantine zei: ‘Au!’ toen ik ongevraagd en zonder te waarschuwen de injectie in haar bovenbeen jensde. Ik zei: ‘Sorry.’ Maar meende dat natuurlijk niet. Het kind was gezond en wel op de wereld, maar nu kwam voor mij het spannende staartje.
Het verhaal begon met de val uit mijn bed, en eindigt hier, op het moment dat de placenta zonder problemen in de po glijdt.
"Plons"
Dat geluid maakte het niet echt, het was waarschijnlijk een tamelijk geluidloze actie. Maar als ik er aan terug denk, was het een bevrijdend gebeuren, met een bijbehorend bevrijdend geluid.
"Blob" dan.
'En daar is tie, de moederkoek!'
Ik begroette hem enthousiast, als was hij een geliefd familielid. Onverwacht, maar speciaal voor de feestdagen overgekomen.
Hallelujah.
Ik sms naar Femke: Jantine komt niet, omdat ze om 7.10 haar zoon heeft gebaard, en vijf minuten later haar koek. :)
Angela en Rogier hebben een dochter, lees ik in haar retour sms’je. 7.19, dus krap tien minuutjes later geboren.
De dag kan beginnen, wat zeg ik, nog een paar daagjes en dan kan het hele nieuwe jaar beginnen.

Fijne Feestdagen en een goed begin van het nieuwe jaar gewenst. MW
:)

Salsa


‘Nog twee per week?’

‘Ik ben al geminderd hoor, aan het begin van de zwangerschap waren het er wel tien.’


Nerine is in de laatste maand van haar zwangerschap en danst Salsa. Minstens twee uur per week, biecht ze op. Als assistente van een dansleraar showt ze de pasjes en technieken, en zolang ze zich er goed bij voelt, wil ze graag doorgaan met het dansen. Ze vertelt het me terwijl ik de ligging van de baby tracht te bepalen.
Het kontje ligt in ieder geval bovenin en voorts kan ik Nerine laten voelen hoe netjes het babyhoofdje in het bekken is gezakt. Als ze opstaat van de onderzoeksbank draait ze met een paar handige bewegingen het lange donkere haar weer in een strakke knot en zet het vast met een grote gebloemde haarclip. Ze hijst haar hippe heupbroek tot net onder de bolle buik, trekt het T-shirt strak erover en dan kijkt ze me doordringend aan. Mij valt de bijzonderheid van de helderblauwe ogen bij het donkere haar op. Sproeten rond de neus bij een lichte huid. Ik mijmer over de combinatie met haar Antilliaanse vriend, en bedenk dat het vast een heel mooi baby'tje gaat worden.
Nerine schraapt haar keel.
'Euhm.'
Ik vraag me af wat ze van me wil weten.
'Dat dansen hè?'
Aha, Nerine polst mij voorzichtig of Salsadansen bezwaarlijk is als je hoogzwanger bent. Tijdens de lessen gaat het om de Cubaanse versie van deze Latijns-Amerikaanse dansstijl, met Freddy danst ze meestal op de Antilliaanse manier, ze geeft me wat uitleg over instappen op de 'Eerste' tel, of bij de Antillianen juist bij de 'Derde' en ik doe net of ik het snap.
Ze demonstreert mij een korte danspas en ik doe haar lachend na, tenminste, ik doe een poging tot en we lachen samen.
Dansen en bewegen tot aan de bevalling?
Ik vind het juist geweldig.
Een ingedaald hoofdje, los in de heupen, conditie als een topsporter. Mijn vroedvrouwenhart kijkt nu al uit naar haar Salsaweeëndans, kom maar op met die bevalling.

Vier dagen voor de uitgerekende datum rinkelt mijn dienstmobiel op de vroege zondagmorgen.
‘We denken dat het is begonnen.’ Freddy geeft me een ooggetuigenverslag van hun doorwaakte nacht. Er zijn krampen om de paar minuten, er wordt gebraakt, ze is moe, ze staat onder de douche en ze vindt het niet meer leuk.

Freddy en Nerine wonen twee trappen hoog, zonder lift. Ik moet even op adem komen als ik bovenaangekomen ben. In de gang staat een tas klaar naast een Maxi-Cosy. Ze willen graag in het geboortehuis bevallen, vooral vanwege de onhandige draaiingen in het trappenhuis.
Nerine komt onder de douche vandaan, nu hangt het haar in natte slieren op de rug. Freddy slaat een groot badlaken om haar heen en een beetje moedeloos sloft ze naar het bed, daar is geen danspasje meer in te ontdekken. Ze ziet wat bleekjes en moppert dat ze het spugen zat is.
'Ik ben zo moe...'
Ze verwacht dat ‘het nog niet zover is’, het valt haar allemaal erg tegen. Ze zakt neer op het randje van het bed en laat zich gelaten afdrogen door haar vriend, het natte haar grijpt ze bijelkaar en ze zet het vast met een simpel elastiekje. Ik zie hoe ze straffe weeën geconcentreerd wegpuft tussen de handelingen door en kan haar na een kort onderzoek geruststellen.
‘Het is echt zover, als je wilt kunnen we naar het geboortehuis.’
De boodschap geef de benodigde energie. Er gaat een soepel zittende joggingbroek aan met een ruime sweather, die eigenlijk van Freddy schijnt te zijn, de blauwe ogen vallen me weer op, en we gaan op pad.

Heftige ontsluitingsweeën vliegen af en aan. Krap een uurtje na aankomst in het geboortehuis vraagt Nerine of ze naar het toilet mag, ze voelt zo’n drang. De kraamverzorgende en ik glimlachen erom. Wat er werkelijk aan de hand is, zien we ook aan de manier waarop haar bekken meebeweegt met de wee.
‘Persdrang, Nerien, geef er maar aan toe!’
Zwarte haartjes zijn al snel te zien. Nerine werkt keihard en haar kindje schuift met een zwierige draai naar buiten. Daar is ze, wat een plaatje, lange donkere haren staan bovenop het kruintje recht overeind, in het nekje plakken ze, nog nat van het vruchtwater, tot op de rug, grote bruine ogen, slanke vingertjes grijpen in de lucht. Ze huilt niet, ze kijkt op een hele eigenwijze en nieuwsgierige manier om zich heen.
La belleza niña, Andressa, zo te zien een perfecte combinatie van de genen van pappa en mamma.

Twee uur later beklimt Nerine de steile trap alweer, zij hoeft er nieteens bij te hijgen.
Ik zou zeggen: Iedere zwangere aan de Salsaaaaa!

Zomertijd

Nachtelijk telefoon gerinkel bekomt mij beter tijdens hete zomers.
T-shirtje, geen gezoek naar sokken, blote voeten in de slippers, in één keer starten en gas op de plank.
‘Zet de voordeur maar alvast op een kier,’ fluister ik als extra instructie in de telefoon, zeker als de achtergrondgeluiden mij doen laten vermoeden dat de bevalling flink doorzet.
Dat het dan meteen een beetje kan doortochten, denk ik er achteraan. Bij aanhoudende warme dagen blijft de hitte vaak zò in de huizen hangen.

In mijn ideale tropenrooster worden alle zomerbaby’s heel vroeg, zo rond vijven, geboren. Vogeltjes die beginnen te fluiten, het blauwige ochtendschemer en slechts een enkele krantenbezorger onderweg.
Maar de planning van een geboortedag, laat staan een geboortetijdstip, daar valt weinig aan te roosteren. Het komt wanneer het komt, is een oude vroedvrouwelijke-wijsheid.
Ik houd ervan.
‘Het komt wanneer het komt!’, en zo ook het levensritme van een verloskundige.

Achtponder Jeremy, koos ooit zeven augustus als verjaardagsdatum en highnoon als geboortetijd.
We schrijven 2003, het jaar waarin de ene hittegolf op de andere volgt. Het is bijna lunchtijd, en de zon brandt genadeloos op het grote slaapkamerraam. De gordijnen hebben we gesloten, maar de warmte voel je er dwarsdoorheen.
‘Moet ik nog hete kruikjes maken?’ vraagt de kraamverzorgster. Warme kruiken, pfoe, het lijkt mij lichtelijk overbodig en ik leg mijn hand op de buik van onze aankomende mamma. De binnenbuikse 37° verschilt momenteel slechts enkele graadjes met de kraamkamertemperatuur.
Moeders heeft een washandje op het voorhoofd, welke we op commando om de paar minuten verversen.
‘Meer, natter, kouder, pfffff.’
We halen ijsblokjes en vullen een emmer. Ik vraag om een handdoek en krijg een origineel Kingsize strandlaken met een vrolijk patroon van gele zeepaardjes op een zeegroene achtergrond. We dopen hem in zijn geheel in de emmer om vervolgens kletsnat over de bolle buik te draperen, het grootste zeepaardje in het midden golft mee op de wee.
Het washandje bewaar ik voor mijn eigen voorhoofd.
‘Pfffff,’ puf ik met haar mee.
Maar er is een punt, voor kleine, natte pasgeborenen is het altijd koud. Zelfs bij die paar graden verschil zal het zijn alsof je vanuit een Turks-stoombad zo de sneeuw inrolt.
‘Wacht!’ ik krijg een lumineus idee, ‘Hier!’ En ik wijs achter het gordijn. ‘Laten we de babykleertjes en omslagdoek zolang in het raamkozijn leggen.’
De granieten vensterbank voelde aan als een steengrillplaat in zijn hoogste stand.
Hete zomers, dat waren nog eens tijden.

Zomer juli 2012
Kaplaarzen bij de voordeur en een Fleecevest voor het grijpen. De blauwe schemer brengt om 5.17 uur fluitende vogeltjes, een huilende Thom, beschuit met muisjes en de ochtendkrant, precies volgens wens. Alleen heb ik spijt dat mijn sokken thuis liggen.



@poldervroedvrou

Ondertussen in Sierra Leone


Wat een prachtig plaatje.
Nog meer mooie foto's en achtergronden op ons BLOG over dit project in Sierra Leone.