‘Maar Poldervroedvrouw, al die mooie verhalen over dat thuisbevallen, het zal toch ook wel eens anders gaan?’
Als je zwanger bent, vliegen de meest spannende verhalen over weeën, persen en baren je geheid om de oren. Vruchtwater over het tapijt, ellenlange ontsluitingsfases of juist onhoudbaar snelle ‘stort’-bevallingen, scheuren, knippen, hechten en slapeloze kraamtijden door naweeën, tepelkloven, aambeien en huilende baby’s. Let er maar eens op, hoe spectaculairder, hoe beter.
Zelf houd ik meer van die ‘alledaagse’ bevallingen waarin kleine details het zo leuk en ontroerend maken. Over het algemeen weinig bloedstollende sensatie rond goedverlopende thuisbaringen.
Dat onverwachte ontwikkelingen je opeens de adem kunnen benemen, merkten we op vrijdag-de-dertiende.
Een telefoontje over regelmatige krampen in de onderbuik, met de vraag of ik langs wil komen. Dus, op naar onze nieuwste nieuwbouwwijk voor een gemoedelijke thuisbevalling. Ik ga samen met Jeanny, onze Belgische leerling-vroedvrouw en zal haar wel eens even laten zien, hoe er hier in de polder gebaard wordt.
Als eerste luisteren we met de doptone. Tot onze verbazing klokken we het babyhartslagje rond de honderd waar deze normaliter ruim boven de 120 moet zijn.
Vreemd.
Jeanny luistert geconcentreerd naar de hartslag, die na iedere wee verder lijkt te dalen en ik houd mijn adem in.
Is dit goed?’ vraagt de aanstaande moeder.
‘Nee,’ zeg ik, ‘Hier moesten we maar niet bij thuis blijven.’
Op naar het ziekenhuis.
Aangesloten aan de apparatuur op de verloskamers, klinkt het hartslagje dapper via de luidspeaker van het CTG-apparaat. Veel ruimte om opgelucht adem te halen, krijgen we echter niet. Bij de eerste de beste wee duikelt de hartslagfrequentie wederom naar beneden. Nu zelfs tot ver onder de tachtig. De gynaecoloog schudt bedachtzaam zijn hoofd.
‘Jullie zijn duidelijk niet voor niets gekomen. Dit kindje heeft het benauwd.’
Zo wordt er, amper een uurtje na ons eerste huisbezoek, in het ziekenhuis een keizersnede verricht.
Het resultaat mag er zijn. Vol bewondering bekijken de we baby wanneer hij aan ons wordt geshowd. Op vaders gezicht zien we de blije opluchting over de goede afloop, baby Nicolas zelf huilt met bozig gebalde vuistjes, de Belgische Jeanny lacht om zoveel leven, en uw Poldervroedvrouw?
Poldervroedvrouw blaast weer langzaam uit.
:)
-Deze column was ook te lezen in de BLIKOPZEEWOLDE en de WIJ-site-
De Puffende Pappa (317)
Dit avontuur gaat voornamelijk over een vader die al zwoegend het kraambed ophoogde tot de gewenste zeventig centimeters. We zullen hem Suske noemen. De verloskundige deze maal heet Wilke, die andere poldervroedvrouw uit onze praktijk.
De aanstaande moeder ving de weeën op terwijl ze ronddobberde in het bad van haar krappe badkamertje. Een grondige verbouwing en herindeling van gehele bovenetage had gezorgd voor het benodigde extra metertje ruimte. Met een smalmodel-ligbad, waarbij ze het voeteneinde net onder de schuinaflopende dakrand plaatsten, was het preciespas. Gelukkig stelde moeders geen prijs op toeschouwers. Met slechts een geurkaarsje op de wastafel, beslagen ruiten en warm stromend water om haar heen, zei ze: ‘Laat mij maar zo lang mogelijk hier liggen, ik roep wel als ik voel dat de baby komt.’
Gepuft daarentegen, werd er in de kraamkamer, waar onze held Suske ploeterde om het kraambed waterpas te krijgen. Het exact gelijk maken bleek nog een behoorlijke opgave, omdat er, behalve de vier poten, ook een hoofd- en voeteneinde de hoogte in moesten. Met een roodgeruite zakdoek wiste Suske het zweet van zijn voorhoofd, op handen en knieën kroop hij rond het bed. Het bouwvakkerdecolleté stond hem goed.
Wilke bood haar hulp aan, maar Suske zei: ‘Laat mij maar aanhannesen, het komt allemaal goed, ik roep je wel als het voor elkaar is.’
Wilke staarde even naar het decolleté, sloot hoofdschuddend de deur achter zich en hield zich verder bezig met kruikjes, babykleertjes, verlosbenodigdheden en de bevaladministratie. Af en toe stak ze haar neus om de deur van bad- en slaapkamer. Harttonen goed, ontsluiting vordert gestaag, kraamverzorgster onderweg, hoofdje daalt mooi in, kraamkamer op temperatuur, allemaal zaken waar verloskundigen blij van worden.
‘Joe,’ klonk het uiteindelijk uit de kraamkamer. Sus had het zo te horen bijna voor elkaar en riep daarom naar Wilke voor de eindinspectie.
Hij vroeg of het niet te warm werd in de kamer en haalde de zakdoek nog eens langs hals en gezicht.
‘De baby zal het hier heerlijk vinden, die komt uit zevenendertig graden. Je vrouw trouwens ook, heb je grote badhanddoeken klaar?’
Handdoeken had hij, ja, maar die ene linker poot, daar moest nog iets aan gedaan worden, of ze dat ook vond. Hij wiebelde eens aan de matras en zakte toen gezwind weer op de knieën.
Wilke keek toe hoe hij zuchtend de laatste hand legde aan zijn bedklos-klus, en knipperde even met haar ogen. We kennen de bekende stalen klossen, maar zien ook vaak houten planken, (lege) bier- of frisdrank kratten, stenen, tegels, extra matrassen erop, of huisgemaakte blokken eronder. Maar een dergelijke aparte variant van bedverhogers zag zij nooit eerder. Nu begreep ze ook het secure waterpasgebeuren, en het langdurige gestommel rond het bed. De boekenkast was leeg, en gelijkelijk verdeeld onder de vier kanten van het bed had hij zijn verzameling originele Suske-en-Wiske-stripboeken gestapeld. Het betroffen de rode albums uit de serie 67 tot en met 316, voegde hij er met enige trots aan toe.
‘Joehoe,’ klonk het uit de badkamer.
En zo werd de titel van album 318 geboren: De Liefelijke Lola.
Geboortehuis

Er is één huis in het dorp, waar ik in totaal zeven keer voor een geboorte op de stoep stond. Twee meisjes en vijf jongens, verdeeld over drie verschillende gezinnen. Als ik er langs rijd met een stagiaire, wijs ik het aan: ‘Kijk dat is mijn Top-geboortehuis.’ Vervolgens schep ik op over de zeven zeer verschillende bevallingsverhalen die plaats vonden onder het schuine dakje aan de linkerkant van de ruime twee-onder-één-kap.
Je geboortehuis, de plaats waar je ter wereld kwam. Huizen waar beroemde personen zijn geboren, worden gekoesterd en als bedevaartsoorden bezocht. Laatst ontmoette ik een Amerikaanse verloskundige, op haar T-shirt was te lezen: ‘Einstein was born at home.’ Waarbij mijn brein dan direct het schattige baby'tje Albert voor zich ziet. Wit borstrokje, gebreid babymutsje, gesteven luiers, en dit alles gecompleteerd met zijn zo karakteristieke enorme afhangende grijze snor. Zou er een foto bestaan van de kleine Einstein, keurig in de stijfsel doeken gewikkeld en stevig vastgehouden door een ongetwijfeld kloeke vooroorlogse -misschien wel net zo besnorde- Hebamme? Ik surf even over het internet in de hoop een aanwijzing te vinden. Helaas, geen foto van familie of kindje, het huis staat er klaarblijkelijk ook niet meer. Gebombardeerd in de oorlog. Maar zou Albert Einstein’s ouderlijk huis in het Zuid-Duitse stadje Ulm er nog staan, dan durf ik te wedden dat er op de gevel een mooi glimmend gepoetst bordje zou prijken met daarop zijn naam en geboortedatum.
Wiki:Die Ulmer sind natürlich stolz darauf, dass das weltbekannte Genie in den Mauern ihrer Stadt, genau gesagt im inzwischen zerbombten Haus Bahnhofstraße 20, geboren ist.
Vanaf heden is er een Geboortehuis gevestigd in de nieuwgebouwde vleugel aan het kleine streekziekenhuis in mijn regio. Volledig opgezet door onze club samenwerkende verloskundigen. Hoeveel toekomstige beroemdheden zullen daar geboren gaan worden? Huiselijk ingerichte bevalkamers, waar iedere gezonde zwangere, net als thuis, in alle rust kan baren met haar eigen verloskundige als steun en toeverlaat ernaast. Niet omdat thuisbevallen gaat verdwijnen, maar omdat er keuzevrijheid moet blijven voor iedere vrouw om daar te bevallen waar ze zich helemaal kan overgeven aan het geboorteproces. Een tegenhanger als antwoord op de drukte en hectiek die soms heerst op medische verloskamers.
Geboren worden trouwens, kun je overal. Zeer recent zag ik op YouTube hoe een aanstaande vader tijdens het autorijden zijn vrouw filmde. Haar gebloemde pyjamabroek was iets opgeschoven. Hij riep: ‘Oh my Gosh!’ maar bleef koelbloedig filmen en rijden. Zij had opeens een hele baby in de armen, haalde de navelstreng over het hoofdje en zei daarna droogjes tegen haar man: ‘Hand me the phone.’ Kilometerpaal 68,4 als geboorteplaats, internet maakt je al wereldberoemd tijdens je geboorte. Durf je te kijken?
MW:)
Tropisch
Kalme blauwe zee met witte golfjes en een kamerbreed uitzicht op het rif. Rode wangen door de sub-tropische temperaturen en een ritmisch dansend echtpaar. Waar zijn we?
Deze zondagmiddag zijn we op de zolderkamer van Adeline en Bas. Adeline heeft pittige weeën en grijpt Bas stevig vast bij zijn bovenarmen. Bij het opkomen van de wee, zie ik hoe haar knokkels wit worden en hoe Bas een pijnlijke grimas trekt, maar zich niet laat kennen. Ze wiegt puffend heen en weer, wij zuchten in het zelfde cadans met haar mee.
‘Goed, zo. Gaat goed Adelien, hou vol.’
Bas heeft het gehele kraampakket voor me uitgestald op de strijkplank, -dat is handig bij wijze van tafeltje, zei hij, dat had hij ergens gelezen- en verder waan ik me op een Balinees zandstrand, wat indirect weer komt door de opgestookte kachel en de enorme fotowand met het tropische tafereel.
Adeline puft en danst wee na wee. Bas laat wee na wee geduldig in zich knijpen. Tot het moment dat vruchtwater over het laminaat stroomt en het babyhoofdje drukt. Adeline zegt dat ze wil liggen en we schikken de kussens van het bed. Vervolgens helpen wij, onderdanen, onze Balinese Koningin op haar comfortabele troon.
Als afgesproken knielen Bas en ik beiden aan een kant, even later is het Bas die zijn eigen kind op de wereld helpt. De navelstreng knippen ze samen door terwijl ze haar naam noemen. Deze tropische verrassing gaat Nina heten.
Na het wegen en meten, - ruim acht pond en 52 centimeter- zet Bas mij op de foto.
Ik lach in de lens.
‘Heb je de zee er ook op? Dan heb ik weer wat leuks om thuis te vertellen!’
MW:)
What people think I do

-Kennen jullie deze nieuwe rage op Face Book? Eigenlijk is het de bedoeling om allemaal verschillende bijpassende plaatjes via internet bij elkaar te sprokkelen met betrekking tot het beroep wat je uitoefent. Waarvan jij denkt, dat anderen denken dat jij dat doet. In allerlei varianten.
Poldervroedvrouw hoefde niet ver het net op, om een compleet beeld te vormen over van wat zij denkt, dat anderen over haar denken.-
Klick on it to enlarge
:)
MW
Onder de Kerstboom

Dan nu: Het laatste verhaal van de Feestdagenspecial. De drietal verhalen uit de oude doos, op de 24e lazen jullie over een memorabele bevalling van Kerstavond van 1993, op de 25e was het Kerstbaby de bijna onbeschrijfelijke gebeurtenis, waarin Somalische Maryam vlak voor de eeuwwisseling haar babytje Mohammed baarde. En nu, terwijl over enkele dagen het nieuwe jaar begint, kunnen jullie nog een keer instappen en meerijden(meeglijden over de gladbevrorenstoep) met het rollercoasterverhaal over de supersnelle geboorte tijdens die koude winter van 2007 Onder de kerstboom
“Boink”
Met een bons op de koude grond naast bed wakker worden, de telefoon in de hand, een niet mis te verstane boodschap die via het oor je hersenpan binnendringt.
‘Heftige weeën in de Wilhelminastraat op nummer tien.’
Zo ging het niet echt, maar als ik aan de gebeurtenissenreeks terugdenk, lijkt het allemaal te zijn begonnen met een val uit bed.
“Boink” dus.
Het was tussen kerst en oud&nieuw, de voorruit moest gekrabd, en vastgevroren sneeuw maakte de stoepen gevaarlijk hobbelig met spekgladde stukken.
Op zich was de opdracht die ik van mijn collega Femke kreeg best een eenvoudige. In de Wilhelminastraat zetten de weeën aardig door, de bevallende dame in kwestie hoefde ik slechts te onderzoeken en richting ziekenhuis te sturen. De vorige maal werd de placenta niet vanzelf geboren, volgens de regels was daardoor voor deze keer een thuisbevalling niet gewenst. Femke zou haar opvangen, zei ze, zij was daar al. Femke was poliklinisch aan het baren met Angela en Rogier.
Pas in de auto, na het krabben van de ruiten, het twee keer over starten, het poetsen van de beslagen voorruit, en het wegrijden, zag ik dat het net half zeven was geweest. Bijna ochtend. De blower en de verwarming op de hoogste stand, de radio uit vanwege de concentratie.
In de volgende scene spurt ik, zo snel als het me lukt, over het trottoir van de Wilhelminastraat.
Een stukje stoep was door sleetje rijden in een heuse glijbaan veranderd. Verschillende huizen waren versierd met gezellige kerstlampjes, sterren en gekleurde knipperlichtjes. In het huis waar ik werd verwacht, brandden bovendien alle lampen van keukenraam tot zolder. Als een mug in de nacht vloog ik erheen. De voordeur stond op een kier. Ik trof Jantine in de huiskamer, op de driezitsbank en ze pufte als een dolle. Boven hoorde ik een peuter huilen, Evert was erbij om te troosten, tenminste, dat vertelde Jantine mij tussen twee weeën door.
Midden in de kamer lag de vluchtkoffer in de weg, hij was geopend en de inhoud leek er van grote afstand ingeworpen. Verder herinner ik me de flinke kerstboom die naast de driezitter stond. Jantine lag er met haar hoofd precies onder, bijna onherkenbaar zo zat het haar in de war.
Soms weet ik ook niet alles meer, flarden, indrukken, het geluid van het aanzwellen van het gehuil boven, iedere keer als Evert even beneden was. De gekleurde gezelligheid van de lampjes van de kerstboom, het zwartvelours stof van de bank. Een Jantine die niet meer op of om kon.
Ik, die zei dat ik bang was voor vlekken op de bank, indien ze daar zou bevallen, Jantine, die riep dat ze toch een nieuwe bank wilde en bleef liggen waar ze lag.
Ik, die niet zei, dat ik bang was dat de nageboorte weer vast zou blijven zitten, maar het was een gegeven dat wel constant door mijn hoofd bleef spoken.
De grote rugkussens die ik van de bank aftrok en opzij smeet. De spullen die ik improviserend om mij heen verzamelde, een stapeltje theedoeken, een vuilniszak, een afwasteiltje. Evert, die vroeg of hij de kraamverzorgster moest waarschuwen.
Ik, die dacht van, ach, toe maar, een goeie kraamhulp die hier nog op tijd komt. Kleine details, de kerstbal waar heel schattig “My first Xmas” opstond, de poes die onverstoorbaar in haar mandje bij de verwarming bleef liggen.
En het haar van Jantine, normaliter droeg ze het in een onberispelijk glad getrokken knot, door het woelen en draaien was het veranderd in een bos pluizig krulhaar. Barensnood en bruine krullen, het gaf haar een woest uiterlijk. Ik geloofde Jantine onvoorwaardelijk toen ze zei dat ze geen kant meer op kon of wilde, en stelde haar gerust.
‘Deze klus gaan we hier klaren Jantien, onder je kerstboom.’ Geen paniek, dacht ik erachteraan, misschien souffleerde ik dat ook meer tegen mezelf, dan tegen Jantine. Geen paniek, eerst de baby, dan de rest. Ik prepareerde alvast een injectie ter bevordering van de geboorte van de moederkoek, zodat ik die direct na bevalling aan Jantine kon geven, en ik hoopte dat Evert het kraampakket voor me zou vinden. Matjes hadden we nodig en de navelklem, en kraamverband, en gaasjes. En een klein wonder.
‘Wat kan ik voor je doen?’
Dit beeld zie ik weer heel helder voor me.
In de deuropening stond een witte verschijning, als een kerstengel. Ze gaf bijna licht, met haar smettelooswitte uniform in de schemerige, alleen door de kerstkaarsjes verlichte, huiskamer. ‘Wat kan ik voor je doen?’ Vroeg ze. Ik zei: ‘Kraampakket.’ En weg was ze al. Gerda, mijn reddende engel, voor het verhaal zal ik haar Gabriëlle noemen, een echte engelennaam.
De plastic onderleggers schoven we precies op tijd onder Jantine. Ze perste en het hoofdje was meteen al te zien. Gabriëlle klokte tien over zeven, de nieuwe Polderdorper was geboren. Hij huilde net zo hard als zijn broertje, en ik stootte per ongeluk tegen de kerstboom, waardoor er een regen van dennennaalden op de grond en de bank viel. Evert en Gabriëlle moesten er om lachen. Bevallen onder de kerstboom, wie had dat gedacht. Ik hoorde "Ping" en Gabriëlle toverde ergens warme doeken vandaan, -zoveel beter dan mijn schamele stapeltje geruite theedoeken-. Later hoorde ik haar truuk, de magnetron, "Ping" dus.
Met een paar snelle handbewegingen streek Jantine de krullen terug in een gladde wrong, en zo werd ze weer haar zachte zelf. De baby in warme doeken gewikkeld terug in de armen, hij mocht meteen aan de borst.
Jantine zei: ‘Au!’ toen ik ongevraagd en zonder te waarschuwen de injectie in haar bovenbeen jensde. Ik zei: ‘Sorry.’ Maar meende dat natuurlijk niet. Het kind was gezond en wel op de wereld, maar nu kwam voor mij het spannende staartje.
Het verhaal begon met de val uit mijn bed, en eindigt hier, op het moment dat de placenta zonder problemen in de po glijdt.
"Plons"
Dat geluid maakte het niet echt, het was waarschijnlijk een tamelijk geluidloze actie. Maar als ik er aan terug denk, was het een bevrijdend gebeuren, met een bijbehorend bevrijdend geluid.
"Blob" dan.
'En daar is tie, de moederkoek!'
Ik begroette hem enthousiast, als was hij een geliefd familielid. Onverwacht, maar speciaal voor de feestdagen overgekomen.
Hallelujah.
Ik sms naar Femke dat Jantine niet komt, omdat ze om 7.10 haar zoon heeft gebaard, en vijf minuten later haar koek. :)
Angela en Rogier hebben een dochter, lees ik in haar retour sms’je. 7.19, dus krap tien minuutjes later geboren.
De dag kan beginnen, wat zeg ik, nog een paar daagjes en dan kan het hele nieuwe jaar beginnen.
Fijne Feestdagen en een goed begin van het nieuwe jaar gewenst. MW
:)
Abonneren op:
Posts (Atom)