Geurtje voor Geert

 

'Laatst hadden we de jaarlijkse buurtbarbecue, dan doe ik dit een beetje achter mijn oren en vraag ik de buurvrouwtjes: ruik eens! Nou, dat vinden ze heerlijk hoor.' Geert weet het leuk te vertellen. Marina ligt in bad de weeën op te vangen, en wij keuren de babybenodigdheden op de commode. Geert heeft al twee maal verse koffie gezet en Marina heeft alweer een paar maal een 'echte hele erge' wee gehad. Maar na het aanvankelijke stormachtige begin houdt het nu niet over, het lijkt zelfs wat af te zwakken.

'Daar was ik al bang voor,' verzucht Marina, 'dat was bij de tweeling ook zo...'

Vroege start, vruchtwater, kom maar op, wachten wachten, minder en minder, drupje infuus, BimBamBoing en twee doerakken geboren. Vertel mij wat, ik stond erbij en ik keek ernaar.

BimBangBoem!

Als Geert aanstalten lijkt te maken om een derde koffieronde te gaan verzorgen, hakken we de knoop door, naar het ziekenhuis voor bijstimulatie.


Terwijl het CTG laat zien dat het werkelijk tijd wordt voor actie, drinkt Geert zijn eerste 'bakkie ziekenhuis-bogt'. Ik sla even over. Lunch en avondeten zijn er vandaag door de omstandigheden compleet bij ingeschoten, we hebben het over frikadellen met of zonder uitjes, over curry of ketchup, over brandblussers en brandbeveiligingsapparatuur, over het opvoeden van tweelingzoontjes en combinaties van namen. Marina filosofeert nog vrolijk mee. Als Geert zijn warme sweater verruilt voor een luchtiger T-shirt zie ik dat de jongensnamen links en rechts vuistgroot op zijn borst getatoeëerd staan, ik gok dat die van de dochter in het midden zal komen. Daar kon ik best wel eens gelijk in hebben, zegt hij, met een kroontje erboven. 'De kroon op mijn werk!'

Ik mag 'm wel, die Geert.


Maar goed, Poldervroedvrouw gedijt matig op koffie alleen. Nu Marina aan alle kanten wordt geprepareerd voor het verkrijgen van weeënopwekkers glip ik er even tussenuit.

In het bezoekersrestaurant worden net versgebakken saucijzenbroodjes op de toonbank geschoven. Het zijn dan wel geen frikadellen, maar ik besluit er eentje voor Geert mee te nemen.

Als ik terug kom, is het omslagpunt daar. Haastig schrokt Geert zijn broodje  naar binnen, eigenlijk heeft hij geen tijd, want er moet geknepen worden. Grootmoedig leen ik een paar weeën mijn hand, maar de biceps van Geert knijpen het fijnst. Marina denkt dat ze nu pijnstillers nodig heeft, ik denk dat het eind in zicht is en Geert is wat bleek om de neus. Met zweetdruppels op het voorhoofd, de nagelafdrukken van Marina in zijn bovenarmen en op elkaar geklemde kaken, kijkt hij mij een tikje wanhopig aan.

'Geef er maar aan toe,' luidt mijn algemene advies.

En dan, in één vloeiende omgekeerd-peristaltische maagbeweging, geeft Geert zijn -naar nu blijkt geheel verkeerd gevallen- saucijzenbroodje terug aan de natuur. Met de rug van zijn hand veegt hij links en rechts langs zijn mondhoeken, 'Pfoe, dat lucht op.' De vieze smaak spoelt hij weg met het laatste restje koude koffie en hij staat er weer.

Vervolgens baart Marina, tijdens één lang aangehouden schrille hoge gil, hun prinsesje.

'Zo, een brandalarm om jaloers op te zijn.' Geert's opmerking laat zien dat hij weer zijn grappige stoere zelf is, maar die stiekem weggeveegde traan is me heus niet ontgaan.


Bij de drogist zie ik het staan tussen de parfums. Ik wist werkelijk niet dat het bestond. 'Eau de Zwitsal', in een fraai glazen spuitflaconnetje. Als ik mijn mascara en lippenstift afreken, kan ik het niet laten... 'Wat kost dat?'

'Is het een cadeautje?' vraagt de verkoopster.

'Ja, pak maar in, ...met een mooie Herenstrik eromheen graag!'


@poldervroedvrou in de reprise op verzoek:)

Even voorstellen...


Je naam is in feite het eerste cadeau dat je krijgt. Het is alleen dat je hem moeilijk kunt ruilen, weg geven, of snel uit de kast halen als je ouders langskomen om te showen dat je hem echt nog wel leuk vindt. Je krijgt  je naam bij je geboorte en daar zul je het mee moeten doen.

In 2019 zijn er 196 geboortenamen gegeven in Zeewolde, 96 jongens en precies 100 meisjes, twee maal werd er een tweeling geboren, beide keren een jongetje en een meisje.

Sophie en Sofie zijn het meest gegeven als roepnaam, maar ook verschillende malen als tweede naam. Noa als meisjesnaam  komt op een goede tweede plaats qua voornamen, de betekenis is troost. Noam, wat beeldschoon inhoudt, is het tweelingzusje van Yair, die met de Y gespeld, een eigentijdse variant is op het thema, net zoals Yurre, Gydeon, Dyani, Zeyna, Romy of het feestelijke Felicya. Hayley heeft er zelfs twee, Vayenna is een wat langere meisjesnaam, maar ook het korte Ivy gaat heel prima met een y-grec. Jody die een zelfbedachte eigen krant kreeg bij wijze van geboortebericht, Dylan, Lynthe, Myrthe met een opmerkelijk triplex 3D-bouwpakket bij wijze van kaart, Mayson, Faye. Toch wel een verschil met de traditionelere Julie, David, Daan, Lauren, Maartje, Mees, Marcel, Maria, Maud, Femke, Fenne, Fien of Fiene.

Als jongensnaam staat al jaren Lucas aan de top, het blijft een sterke naam, in het gehele land werd hij het meest gekozen, in ons dorp zelfs enkele keren ook als doop- of tweede naam, met Luca en Luuk als variant hierop, we telden ze in totaal vijf maal.

Met Lynn zien ook wel een trend, als tweede naam of in een combinatie; niet alleen Lindsay komt over een paar jaar in de klas, juffen pas op, hier zijn: Sarah-Lynn, Novalyn, Rosalynn, Jaylinn, Melin, Feline, Florine, Caroline of Carolijn. Mooie combinaties; Jula-Grace is liever dan lief en Jacky-June, in juni geboren, kon qua naam niet onder doen voor haar oudere zus. Anni Lee die met een ‘smooth delivery’ in New Zealand ter wereld kwam. Bijzondere samenstellingen; Jamilla, Joanne onze eerste thuisgeborene, waarbij de verloskundige bijna erbij in bad viel toen ze zag hoe de vader assisteerde bij het voeden, Sabine, Levian, Livia, Estera, Eline, Elara, Aaliyah, Noëlia, Larissa. Een onvergetelijk liedje over jouw naam geschreven is altijd wondermooi; Julia, Jolene, Anna, Zoë; wat ‘leven’ betekent.


Kort of langer, net op een andere manier uitgesproken; Evi, Evine, Finn, Finnley, Xajén, Vajèn, Viënna die klaar is om je hart te veroveren. Thijn met een H ertussen geschreven of de kleine krijgshaftige Tijn zonder. Tim, Tobias, Thomas.

Langere jongensnamen zijn Jezaiah en Alexander, die de tweelingbroer van zijn piepkleine zusje Laura is. Maar zij was niet eens ons kleinste baby’tje, dat was begin december de dappere Milan met zijn krappe kilo, die eigenlijk pas eind februari geboren zou worden. Er is nog een Milan geboren van ruim zes pond en in januari een Milano van bijna zeven pond.

De X deed het dit jaar ook weer goed in de lijst; Xavi,  Dex, Alex, Max, Jax en de dubbele X bij Mexx. De double S bij Tess en Jess. Een duplex letter aan het eind blijft ook blits; Senn. Quinn zette de Q op de kaart; als derde zoon in een dynamisch gezin, en als de vlekkeloos thuisgeboren bolle dochter van vijf kilo schoon aan de haak. ‘Al ons later is met jou.’ Casper kan je ook als Kacper spellen als je naar Polen terugverhuisd bent. In één en dezelfde week hadden we twee jongentjes dit en dat, woensdag voor Sinterklaas Eldad en de vrijdag erna de Turkse Ediz. Op de vijfde december werd er in Zeewolde geen kind geboren, maar we hebben wel Nicodemek uit mei en een Niek in September.

De voornaam speelt een belangrijke rol in het sociaal verkeer. Dit pleit er voor om als ouder iets origineels te kiezen. Dit jaar zijn alle letters gebruikt, we hebben alleen geen naam die start met een U, al hebben we één kindje waar we nooit een naam van hebben doorgekregen, we zullen het Unknown noemen. Meteen na de ziekenhuisbevalling vertrokken moeder en kind buiten onze regio. Ook Riemer vertrok na zijn tijdelijk verblijf in Zeewolde met zijn ouders terug naar Hongarije en de eerste thuisgeborene van 2019, reisde haar vader achterna naar Angola en bij de Venlose Sara bestudeerde Wilke in een vakantiehuisje het vruchtwater, wat door beperkte keuzemogelijkheden, even snel in een botervlootje opgevangen was.
Superkorte pakkende namen hoorden we ook, ‘Grote avonturen beginnen klein.’ Cato, Dana, Lea, Isa, Puc, Roa, Sam, Sem en Sem de brandweersvrouwszoon, Sil, Siem, Ben, Mats en twee keer het ultrakorte maar schitterende Bo. Boaz met een Z op het eind, Joas met de S, Joël en Chloë met de puntjes op de E. Julie en Charlie geschreven met IE. Een andere Lea kreeg als tweede naam Aukje naar haar oma. Kaja, Norah, Lara, Liam, Leon, Sanne en een  elegante langere meisjesnaam is Jennifer.


Nova* schrijven we met een sterretje erbij, het is altijd verdrietig een kindje te missen, al is het veel en veel te vroeg geboren.
Originele, niet vaak gekozen jongensnamen, maar intussen wel klassiekers zijn; Alex, Christian, Ezra, Adam, Levi, Michiel, Robin, Sander, Jelte en Kevin, waar Kenai en Kensi weer uniek en  inventief zijn. Uit alle windstreken van de wereld kwamen de namen; de Poolse Antoni,  de Syrische Abdul en Amir, het Iraanse meisje Nafas, de Oeigoer Yashar wiens naam rijkdom betekent, het Spaans-georiënteerde Sergio, het Afgaanse meisje Kainaat wat staat voor ‘de wereld’ en  met haar voorspoedige aankomst maakte zij de pappa en mamma dolgelukkig.

De meeste ouders zullen bij hun keuze proberen het juiste punt te vinden tussen de behoefte iets origineels of unieks te willen geven naast de wens om het sociaal acceptabel te houden. Bijna niemand zal het prettig vinden om elke keer wanneer men zich voorstelt, de ander verbaasd te zien opkijken. Het is wel zo dat we snel aan een naam gewend raken, omdat we die met de persoon verbinden. Stoere jongensnamen; de standvastige Ethan, jonge strijder Owen de Iers/Schotse Aidan en het uit Schotland afkomstige Logan en boefje Colin die blijkbaar ontsnapt was zoals we het in een signalement op zijn geboortekaart konden lezen. Eigenzinnige jongensnamen; Jaro ‘Je bent geliefd, meer dan je ooit kunt beseffen.’, Igor, Fedde, Pepijn, Stijn, Gerwin en Noud; ook degene die maarliefst vier namen op zijn geboorteaankondiging heeft staan; Sean Vince Evan Noud. Karaktervolle meisjesnamen; Jade, Jera, Juna Luna, Vera, Ella, Emma. De laatst letter in het alfabet; die Z van  Zairo, de kleine eigenwijs die bottoms-up ter wereld kwam. Het was niet ons laatste 2019 kindje, dat werd goudvinkje Finch die voortaan op oudejaarsdag zijn feestje mag vieren.


Roze en blauwe muisjes, felicitaties voor alle baby’tjes. Wij gaan gewoon weer door in het nieuwe jaar, met in juli een tweede kindje voor Kirsten en Eric!
Op naar 2020! Marianne Wilke en Kirsten

Ponycatchers



Op deze normale zaterdag wil ik graag op bezoek bij mijn moeder buiten de polder. Ik hoor dat mijn dochter ook die kant op gaat, dus vraag ik een gezellige lift. Zij heeft één voorwaarde: Als ik help met het installeren van een nieuwe autoradio.
We keken ter voorbereiding een paar tutorials op YouTube en het zag er niet al te ingewikkeld uit. Mijn man schudde meewarig zijn hoofd, toen hij hoorde over onze plannen. Frederique en ik togen naar de auto. Enfin, het lukte ons al niet eens om te oude radio eruit te krijgen. De gouden tip kwam ook van mijn man: ‘Als ik jullie was, zou ik even langs de JWS-garage op het Schepenveld gaan, die zijn op zaterdag open en willen vast wel helpen…’ We gingen meteen.
Ik was met blote voeten in mijn -lekker warme maar iets te grote- pantoffels, het was per slot mijn vrije zaterdagochtend, en we reden langs de rotonde de Sportlaan op. Frederique had elf uur afgesproken, dus we hadden nog een dik uur voor vertrek. We oefenden alvast een keer droog hoe we bij de garage ons zo dringende verzoek zouden inkleden en hoopten op een goedgeluimde chef-werkplaats. Voor ons reed een zwarte auto met een witte trailer, en we zagen opeens, het leek uit het niets, een paardje op de weg vallen.
Zo op zijn rug.
POF!
Een heel paard!
Bruin met dik buikje, lichte manen en pluizige lange staart. Eigenlijk een pony dus. Hij probeerde op te krabbelen, de wagen met aanhanger reed door. ‘Fred! Stoppen!’ riep ik en zwaaide het portier al open. Mijn sloffen liet ik in de auto en stapte met blote voeten op het nattige met herfstbladeren bezaaide asfalt. Het paardje stond intussen op de benen en keek wat verdwaasd om zich heen. Hij hinnikte een paar maal aandoenlijk. Ik greep naar het hoofdstel en tegelijkertijd was er nog een tegenligger-automobilist gestopt om te helpen. Hem herkende ik als aanstaande vader en hij mij als zijn verloskundige. -al was ik incognito, op blote voeten en mijn winterjas over een pyjama- We zeiden ‘hee hoi’ tegen elkaar als in ‘Jij ook hier?’ en grepen het leidsel beter vast. ‘Ik sta midden op de weg, verzet jij anders mijn auto…’ Ik wees verontschuldigend op mijn blote voeten en zei: ‘Laat mij maar hier wachten en zet jij je auto aan de kant.’ Een dame had haar fiets neergegooid om te assisteren. Gedurende de luttele seconden die onze actie besloeg, zagen we het trailertje steeds verder uit het zicht verdwijnen.
‘Blijf jij bij het paardje, dan gaan wij achter de trailer aan!’         
Ik terug in de auto.
‘Follow that car!’
Ik scandeerde van links!-rechts!-links! Als pace-notes door een heuse navigator bij autorally’s. Fred reed als een professionele coureur. Zij was de trailer uit het oog verloren maar ik had hem nog in de smiezen. ‘Links, rechts, daar, daar, rotonde!’ Langs de Coöpsupermarkt, de Kringloop af. Aan het eind van de Boomkleverlaan parkeerde hij. Wij naderden gezwind, we grapten over speurders-duo Sloffie-en-co en vonden het super dat we de voortvluchtige getraceerd hadden.
Hij deed een trailer-zijdeurtje open.
Zijn gezichtsuitdrukking was onbeschrijfelijk hilarisch. We parkeerden achter hem en ik vloog weer uit de auto,
‘Hè meneer, bent u een paard kwijt? Ja, een kleintje hoor.’ en ik wees globaal paardjes schofthoogte aan.
‘Euhm. Ja.’ mompelde hij verbouwereerd.
‘Nou, hij is ter hoogte van de Naarderweg uit de wagen gekukeld. Een vrouw wacht daar op ons, als u achter ons aanrijdt dan wijzen we waar het is.’
Mevrouw en de aanstaande vader stonden gezamenlijk te wachten met het dier, en zo konden we het koppel herenigen.

Door naar de JWS-vakgarage. Daar werden we vlot en vriendelijk geholpen. Nog vol van de adrenaline vertelden wij ons verhaal. Nee, geen baby gevangen, vandaag was het dus een pony. 

@poldervroedvrou

Wet van Murphy


Soms wil je iets, wens je iets, hoop je op iets en dan gaat het hoe dan ook geheel anders dan gedacht. Als verloskundige probeer je een strakke vaste planning los te laten. Je kunt het gehele spreekuur van minuut tot minuut uitstippelen, maar als je eerste zwangere iets te laat verschijnt en iemand opeens op andere dag dan afgesproken in de wachtkamer zit, en een volgende blijkt ruim te vroeg aanwezig, dan heb je opeens een volle wachtkamer. Je wilt toch elke zwangere haar persoonlijke aandacht geven zonder haast; een aankomende bevalling bespreken, alle bloeduitslagen uitleggen, of de termijnecho secuur maken.
Als het heftig regent, hoor ik het op het platte dak tekeer gaan en denk ik aan de dag dat ik een Poolse tweeling ontdekte tijdens een eerste echo; verbijstering, ongeloof, onvoorwaardelijke acceptatie, blijdschap. We feliciteerden mekaar lachend, ieder in zijn eigen taal en we begrepen elkaar desondanks feilloos. Later, die zelfde ochtend, de regen roffelde intussen met buien op de dakpannen, kwam Erica, ongerust want ze verloor iets bloed. We waren stil tijdens het echo-onderzoek, en wat gevreesd was, werd bevestigd. Verbijstering, ongeloof, eindigend in hartverscheurend gehuil waarin acceptatie ver te zoeken was. Ik liet Erica in ons kantoortje wachten tot haar man arriveerde. Mijn spreekuur ging door, de regenbuien ook. ‘When it rains, it pours’ is de uitdrukking, want als laatste die dag kwam de 18jarige Tanya, zwanger worden, was niet haar bedoeling geweest, maar nu het haar toch overkomen was, wilde ze het weg laten halen. Ik bemoedigde haar in haar keuze, zonder te oordelen. Nadat ik haar had uitgelaten, matchte mijn gevoel met de mistroostigheid van de waterplassen op het pleintje voor onze deur.
Verbijstering, ongeloof, zucht… Acceptatie.

We hebben binnen onze verloskundige praktijk een aantal gevleugelde uitspraken, of wetten. Een gevleugelde uitdrukking of gevleugeld begrip is een term of zegswijze die in het algemeen spraakgebruik ingang gevonden heeft en ontleend is aan een min of meer bekende vondst van de bedenker ervan, die daarbij zelf vaak niet meer genoemd wordt zijn woorden zijn hem of haar ‘ontvlogen’. De woorden zijn een eigen leven gaan leiden.
De originele wet van Murphy, toegeschreven aan Edward A. Murphy, luidt ‘If there’s any way they can do it wrong, they will’; als er een manier is waarop ze het verkeerd kunnen doen, zullen ze dat ook doen. Verkorte versie; ‘Anything that can go wrong, will go wrong’; alles wat fout kan gaan, zal fout gaan.
We gaven er onze eigen gevleugelde draai aan; Net als je denkt, ‘ Ach, dat zal vast niet..’ gebeurt het toch met Murphy als onze grootste vriend. Zoals een zwangere die en een afspraak krijgt om haar bevalling in het ziekenhuis te laten inleiden, net enkele uren voor dat geplande tijdstip zijn er sterke weeën en alsnog bevalt ze op eigen kracht. Of andersom; een barende waar alle lichten op groen lijken te staan, maar opeens; ook het vruchtwater kleurt groen. Meconium. Waardoor we alsnog richting verlosafdeling vertrekken.
Ontbijt, lunch, diner, stel ze niet uit, je weet nooit wanneer je weer de kans krijgt om te eten. Daar is Murphy een kei in.
Vliezen die breken exact op het moment dat de warme maaltijd thuis opgediend wordt. Je vraagt de barende: ‘Kan ik nog even afeten?’ Zij denkt van wel, snel werk je het prakje naar binnen, zonder al te veel smaak, want adrenaline neemt de overhand. Tijdens het inparkeren, volgt er een paniekerig tweede telefoontje, nu van de aanstaande vader. Dat hij haartjes ziet! Als je binnenrent, de trap opvliegt richting aanzwellend rumoer, kan je niet anders meer dan hijgend de baby met je blote handen aanpakken.
Verbijstering, ongeloof, acceptatie, onvoorwaardelijk.
Nooit een saai moment in het leven van een verloskundige…

@poldervroedvrou

Trouwschoenen


Ze schrijdt statig de spreekkamer binnen.
‘Ja, let maar niet op mijn schoenen hoor, ik moet ze een beetje inlopen.’
Natuurlijk kijk ik er meteen naar.
Stijlvolle, ivoorkleurige muiltjes met een elegante hak en glimmende gespjes. Het geheel vormt een aparte combinatie met haar korte zomerjeans met modieus-hippe rafelranden en het gebloemde oversized T-shirt wat een tikje slobberig om haar heen hangt. Contrasterende combi, maar daarom grappig.
‘Mooie trouwschoenen Julia, echt prachtig!’ geef ik haar een welgemeend compliment en probeer me meteen voor te stellen hoe het zal voelen aan het eind van de Grote Dag.
Omdat er een echo gemaakt gaat worden, vraag ik haar om op de onderzoeksbank te komen liggen.
Ze maakt aanstalten om de gespjes los te doen, maar ik zeg snel: ‘Hou maar gewoon aan hoor.’ terwijl ik uitnodigend op de bank klop. Aan het voeteneinde ligt, speciaal hiervoor, een matje. ‘En als iedereen met zijn hoofd aan deze kant.’ wijs ik nadrukkelijk, ‘en zijn voeten aan de andere kant gaat liggen, kan er niks gebeuren.’ Het is mijn standaard grap en bespaart ons heel wat gehijg en gesteun. Zeker van de hoogstzwangeren, waarvoor simpel bukken intussen een behoorlijke inspanning is.

Een paar jaar geleden hadden we een een bruid in de praktijk. Ze wilde graag weten of ‘het goed zat’ zodat ze na de ceremonie het grote nieuws zou kunnen brengen ter verhoging van de algehele feestvreugde. Ik had haar beloofd dat ik natuurlijk wel een echo wilde maken op die bijzondere dag, mits ze in trouwkledij naar de praktijk kwam. Zo kwam het dat halverwege de ochtend en een glimmend gepoetste trouwlimousine voor de deur stopte en de bruid, bruidegom, inclusief een fotograaf een originele toevoeging aan hun trouwreportage kregen. De hoepels van de lange jurk gingen omhoog en de echo was ontroerend mooi. Een kleine baby spartelde rond onder de echotransducer, geheel in onwetendheid over wat het leven zou gaan brengen.
‘Een hele mooie trouwdag!’ wenste ik het stel toe bij uitzwaaien en een goed begin van het gelukkige gezinnetje.

Ik vraag of Julia een traditionele trouwjurk in de planning heeft. Maar omwille van de aanwezigheid van de bruidegom wil ze er niet te veel over uitweiden.
‘Laat ik dit verklappen, een tuinbroek past in ieder geval prima bij mijn ivoorkleurige schoenen.’ zegt ze terwijl ze schalks naar me knipoogt.
We berekenen hoever ze zal zijn rond haar trouwdatum, en of ze haar outfit dan nog zal passen. Ze vertrouwt me toe dat er voldoende ruimte in het model zit.
‘Een groeimodel dus.’ grap ik gevat.

Begin van de zomer was er ook een zwangere bruid. De trouwkaart staat bij ons thuis op de kast. Het is namelijk de beste vriendin van mijn dochter. Ze woont niet in het dorp, maar ach, mijn dochter appte mij met de bij ons en op onze verloskundigezeewolde-facebookpagina welbekende hashtag; #jemoederisverloskundige en ‘Mam, mag het?  Ze wil alleen even kijken of het echt zo is!’ en ik ben zeker de moeilijkste niet voor het brengen van prilgeluknieuws. ‘Laat maar komen, en graag met een beetje volle blaas.’

Haar toekomstige man zat eerste rang voor het beeldscherm en reageerde zo memorabel, om kippenvel van de krijgen. Hij verzuchtte verliefd: ‘Ik heb nog nooit zo‘n leuke film gezien.’

 
 
@poldervroedvrou

 

Smoerf

Hier weer eens een verslaggeving van een nachtelijk avontuur met een collega in de hoofdrol:

De verloskundige was al aardig weggezakt in haar eerste REM-slaap, toen er ene meneer Smoerf belde: ‘Ja, mein frouw iest szwanker en noe zij wordt wakker en komt er water en ook blut. En zij ies onkeveer vijfendertig weken szwanker, wat moet wij nu doen?’
Het verhaal klonk heel aannemelijk voor spontaan gebroken vliezen, en dan ook nog vijf weken te vroeg. Oeioeioei, prematuur. Mijn collega had zijn smoerfennaam niet goed verstaan, vroeg naar het adres, om te vervolgen met: ‘Ik kom er meteen aan!’ Want de radertjes in haar brein draaiden al op volle toeren. Als verloskundige besefte ze direct dat er, zo prematuur, ingestuurd moest gaan worden naar het ziekenhuis en dat zij het stel moest aankondigen op de verlosafdeling met alle gegevens betreffende de zwangerschap tot nu toe. Via hun adres kon ze makkelijker in ons computerprogramma zoeken en op die manier meteen weten welke Smoerf het precies betrof. Een adres is vaak makkelijker te zeggen en te onthouden dan een Poolse achternaam met al zijn onuitsprekelijke vervoegingen en combinaties van bijvoorbeeld SZCyZ, WSKi of ZKZC
Bleek het te gaan om een tweelingzwangerschap van drieëndertig weken en vier dagen!
Vandaar dat er niet meteen een lampje was gaan branden bij het horen van de naam Smoerf.

Hun avontuur was net voor Sinterklaas begonnen, intussen alweer ruim een half jaar geleden. Toen, na de vreugdevolle ontdekking van een tweelingzwangerschap bij de eerste echo op ons spreekuur, was proszę pani (mevrouw) Smoerf overgedragen aan de gynaecoloog voor de verdere begeleiding. Maar uiteindelijk wordt er, als het dan toch echt spannend wordt, eerst naar ons gebeld. Je eigen vertrouwde dorpse verloskundige ofwel Połozna. Altijd fijn om zo een laagdrempelige schakel in de zorg te mogen zijn, al is het één uur ’s nachts.
Gemelli staat voor tweeling en de verloskundige bedacht dat het dan ook heus wel een echte PPROM zou zijn. [Preterm Premature Rupture of the Outer Membranes; voortijdig vroeg breken van de vliezen.]

Aldaar slechts twee nattige wc-papiertjes met een rozig bloedsmeertje erop bewaard. Collega’s instructie ‘opvangen in bakje graag’ was waarschijnlijk niet goed doorgesmoerfd bij het stel.  (Waarbij we heerlijk het werkwoord smurfen in alle variaties kunnen vervoegen om helder te krijgen waar het hier over gaat in het Pools.) Dus met meneer samen een bakje gesmurft, en toen proszę pani naar het toilet ging omdat ze voelde dat het weer lekte, zagen ook wij daar duidelijk het karakteristieke rozige heldere vruchtwater met witte vlokjes in het bakje.

Poging gedaan om de beide hartslagjes te horen, boinkboinkboink links en boinkboinkboink rechts, mooi, en vervolgens de klinisch verloskundige gebeld die ons uiterst vriendelijk te woord stond en expliciet haar waardering uitsprak over het feit dat deze dorpsverloskundige even polshoogte was gaan nemen om de gang naar het ziekenhuis soepeltjes te coördineren zodat zij daar alles in gereedheid konden brengen. (Eventuele weeënremming en longrijping voor beide baby’s… ) Ze krijgen jongen en meisje, de kindjes waren 1600gram en 1900gram geschat dus het verschil onderling was niet te groot.
Voorts nog een hilarische miscommunicatie met betrekking tot de vraag om groot kraamverband waarbij collega tussen haar vingers een flink langwerpig formaat uitbeeldde en hij in plaats van verband met een rolmaat aan kwam zetten, want hij dacht er centimeters gemeten moesten worden. Iets van klok en klepel. Zij ook lachen. Ze had alleen van die kantachtige onderbroekjes dus boxershort van hem geregeld en haar in de auto gezet.
Krap vierentwintig uur later werden de dochter en zoon geboren, ze moeten nog wel even in de couveuse maar maken het goed.

De fantastische SmoerfenSplatsch-uitsmijter van deze aflevering komt van mijn andere collega: ‘Ik was in het geboortehuis en er belde iemand met mogelijk gebroken vliezen, net voor de zevenendertigste week. Het was opeens van ‘splatsch’, had de zwangere verteld. Dus ik vroeg of ze naar mij toe konden komen. Het ging ook hier om een Pools stel. Ik stond ze buiten voor de deur op te wachten toen ze kwamen aanlopen, zij beetje ongemakkelijk wijdbeens, hij met een flink formaat weekendtas, een serieus professionele camerakoffer en een hippe knalroze Maxi-Cosi. Toen ze voor met stond, draaide zij haar kont pardoes naar me toe en bukte demonstratief.’
‘Kijk helemaal nat!’had deze proszę pani triomfantelijk geroepen. Inderdaad er was geen woord Pools bij, daar hoefde niemand een bakje voor te smurfen.

 

 @poldervroedvrou


 

Turkse Thuisbevalling


De dienstnacht is zonder telefonische onderbrekingen verlopen. Een warme douche om de dag te beginnen. Mijn dienstmobiel op een plankje buiten bereik van waterspatten, maar voor het grijpen. Zo sta ik onder de warme straal te bedenken wat ik allemaal ga doen deze uitgeslapen dag. Halverwege het afdrogen gaat de telefoon dan toch. Blij dat deze op het handige plankje ligt. Wie belt er om half zeven in de donkere ochtend op deze koude winterse dag. Meneer Yildaz.

Hij vertelt dat zijn vrouw ‘de weeën hebt’, ‘Daarom belt iek,’ voegt hij er voor de duidelijkheid aan toe. Via het stellen van enkele vragen probeer ik uit te vinden hoe het ervoor staat, ook om eventuele föhntijd of ontbijttijd  te kunnen inschatten.

Wat ik van zijn relaas begrijp, maakt dat ik kies voor snel drogen zonder model en vertrek zonder ontbijt. Intussen visualiseert mijn brein de route. Ik weet de straat, maar door een opbreking kan je er maar van één kan in, welke kant is gokken, wonen ze bij de laatste nummers of juist aan het begin… Denk, denk, Evelien Janssen woont in de grote twee-onder-een-kap op nummer drie herinner  ik me, haar kraambed is net afgesloten. De adressenlijst langs lopend, denk ik hardop: ‘Hmm, Yildaz, 53, aha, dat moet dan aan het eind zijn, ja, linksom danmaar.’

Als ik de straat indraai rinkelt mijn telefoon opnieuw. Yilmaz, hoever ik ben, Elif vraag naar me, zegt hij. ‘Want zij wil in geboortehuis bevallen, mefrouw.’  Ik roep: ‘Alleen nog parkeren!’ in de speaker, zet mijn auto pontificaal op de stoep en zie de voordeur op een kier staan. Binnen schop ik mijn schoenen uit en werp mijn sleutels erin. In de huiskamer tref ik oma. Met een traditionele hoofddoek strak onder de kin geknoopt, drentelt ze zenuwachtig heen en weer. Ze zegt: ‘Ziekenhuis!’ uitgesproken met een karakteristieke  Turkse tongval. Ze herhaalt het een aantal maal voor me, dat het maar duidelijk is: ‘Ssssziekenhuis, mefrouw.’ Ik knik vriendelijk als om haar gerust te stellen en snel naar boven, eerst maar eens kijken hoe het ervoor staat. Yilmaz is ook boven en wijst richting douche, daar schijnt Elif zich te bevinden, het water stroomt zo te horen nog. Elif haar wee is net voorbij en ze groet me vriendelijk, ze zit op een heel laag kruikje onder een warme straal, ‘Het drukt zo.’ zegt ze bescheiden en verontschuldigend volgt een:  ‘Ik weet het ook niet.’ De volgende wee komt op. ‘Euaaaaaaaagghh!’ En ik weet het direct. Persdrang!

‘Haal mijn oranje tas uit de auto Yil, mijn sleutels liggen in mijn schoenen onderaan de trap!’ Blij dat ik van de simpele vaste gewoontes heb. Yilmaz rent al, en oma komt handenwringend boven.  De natte Elif sla ik een handdoek om. Ze schuifelt naar haar bed en laat zich pardoes er bovenop vallen. Daar blijkt al een kind te liggen. Hassan wordt slaperig wakker, zijn ‘Heeee. Watt doe je?’ klinkt aandoenlijk met ook een licht Turkse tongval. Yilmaz heeft mijn verlostas, nu nog de kraamdoos. Oma probeert het nog eenmaal: ‘sssZzziekenhuis?’ maar ik verontschuldig me nu: ‘Eerst baby, kijk maar…’ en laat een bolletje  met donkere haartjes zien tussen de benen van Elif. Op aanwijzingen van een heldere Elif wordt de kraamdoos op zolder gevonden, zoontje mag beneden televisie gaan kijken en oma ontpopt zich als een uiterst bekwame kraamhulp. ‘Zij ook thuis geboren,Turkije,’ zegt ze terwijl de  trots op haar dochter wijst. Ik roep enthousiast dat de baby er bijna is. ‘Gaat goed Elif, nog een paar keer persen, echt waar. Kom  op, zet hem op!’

Elif zegt dat ze maar niet snapt waarom het nu zo snel gaat, vorige keer was het zo’n langdradig drama…  

Een nat koppie met zwarte lange haartjes verschijnt, de bolle wangentjes, de schoudertjes, het lijfje, ik laat Elif haar kindje aanpakken. ‘Splaaatsch!’ Vruchtwater spuit alle kanten op. Daar is de kleine watermeloen, de derde generatie stralend thuis geboren.

 

@poldervroedvrou