Verdoving

‘Een opening van tien centimeter, wat zou ik daar toch blij mee zijn…’ Ik verslik me bijna waardoor mijn lach meer weg heeft van een gorgelend afvoerputje. ‘Ontspannen, ontspannen en ietsje verder open, dit is nog niet eens drie. ’ De grappenmaker heet Hajo en hij is mijn tandarts.
De begeleiding van de geboorte van zijn jongste in 1991, één van mijn eerste Zeewoldense bevallingen, gevolgd door een onverdoofde wortelkanaalbehandeling in de zevende maand van mijn eigen zwangerschap, bezorgden ons dit eindeloze gespreksonderwerp.
Baringspijn versus boren en trekken, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tandarts en mondhygiëniste lachen altijd hoofdschuddend om de piepende, sputterende en met haar tenen wiebelende Poldervroedvrouw in de stoel.

Veertien dagen geleden belde Pamela, het klonk of ze weeën had. ‘Nee!’ kermde ze, ‘Kiespijn. O, ik weet niet meer waar ik het zoeken moet, was het maar de bevalling, dan wist ik tenminste dat er een eind aan kwam.’ Ik adviseerde de hoogzwangere Pam contact op te nemen met haar tandarts en mijn tong voelde onbewust even aan mijn boosdoener van eenentwintig jaar geleden.

Brrrr.
Het vervolg? Gisterochtend zeer vroeg: Q aan de lijn, partner van Pamela. Q wist het zeker, deze keer waren het weeën. Ik snelde er heen en herkende direct iets in de vastberaden manier waarop Pamela de heftige krampen opving. ‘Beter dan kiespijn?’
Ze knikte van ja.
Ik voorspelde dat ze voor de koffie wel eens bevallen zou kunnen zijn en trommelde subiet mijn aflos, Marjolein met stagiaire Leonie, op. Het slaapkamerraam gaf een weids zicht op de dijk en ik vroeg brutaal aan Q of hij voor mij na afloop een mooie foto wilde maken van zijn kind, onze stagiaire én het uitzicht. Het aflossingsteam arriveerde en ik spoedde me naar het spreekuur.
10:15 sms: Florian! Yess!

Mijn persoonlijke bekentenis? Vooruit: Ik vraag mijn tandarts voor alles wat geboord en gevuld moet worden om verdoving, want ja -euhm-, Poldervroedvrouw is kleinzerig.

Voorts begeleid ik liever bevallingen en behoor daarbij tot het gilde der ouderwetse ‘Pijn-hoort-erbij’-vroedvrouwenmaffia. Zelf bevallen? Ik vond het een helse klus. Maar vanuit het standpunt: ‘Baringspijn heeft een functie’, beet ik me erin vast, -en in een dubbelgevouwen washandje, blij dat wortel en kies weer synchroon liepen- en perste mopperend, sputterend en grommend, mijn achtponder door die magische tien centimeter ontsluiting.
Zònder verdoving.


MW

Een schone thuisbevalling

De bevalling van Astrid van Baren komt op gang tijdens zonsopgang en halverwege de ochtend onderzoek ik haar. Drie centimeter ontsluiting, vliezen staan, weeën kunnen wat beter, maar geduld blijft een schone zaak. Astrid wil me Cola aanbieden. ‘Speciaal voor jou in huis gehaald hoor,’ voegt ze er aan toe en Paul vraagt of hij aan de slag moet met de klossen. Cola: ‘Wat lief, maar nu nog niet,’ klossen: ‘Ja.’

Mouwen worden opgestroopt en bedverhogers komen uit de verpakking. Acht in totaal, vier voor de ombouw, vier voor de poten. Ik help hem een handje, want ik ben de beroerdste niet. Onderwijl krijgen ze gratis aanwijzingen over de benodigdheden uit het kraampakket, babykleertjes warmleggen en de beste manier om de gloednieuwe matras te beschermen. Astrid heeft speciaal hiervoor een dubbelverpakking multifunctioneel afdekzeil aangeschaft. Paul vouwt er eentje met een royale zwaai uit, het is een stuk van drie meter breed en vijf meter lang. Hij maakt aanstalten om het in zijn geheel, van het opstaande hoofdboard tot ver voorbij het voeteneinde, over het bed uit te spreiden, en wel zo, dat ik vraag of hij het plafond wil witten of een muurtje gaat uitbreken. –Dat lees ik namelijk tussen de opsomming van de vele gebruiksmogelijkheden- Hij ziet dat ik een grapje maak, samen moffelen we de resterende drie meter onder het matras en vouwen er een hoeslaken omheen. Zijn As zal ritsel-, plak- en kraakvrij liggen, geen drupje vruchtwater zal onverwacht verdwalen.

Astrid kiest er voorlopig voor om de felle weeën stampend op te vangen, vastgeklampt aan de vensterbank danst ze ‘as a maniac on the floor’.  
-Boenkboenkboenkboenkboenk-
Haar weeëndans doet mij denken aan een hardcore-gabberdance.  Als het vruchtwater stroomt, trekken we de onder het matras gepropte drie meter alsnog over de rand en in één vloeiende beweging onder de voeten van Astrid door. In een multifunctioneel ritme kraakt het plastic mee met iedere stamp, ook hier zal geen spatje de verkeerde kant opvliegen. Het stampen gaat over in kniebuigingen. Persweeën!

Als Vince veilig in de armen van zijn moeder ligt, krijg ik mijn colaatje. Die gaat zonder knoeien naar binnen, al had het in dit geval vast geen ene druppel uitgemaakt. Een knappe forensisch onderzoeker die naderhand zal kunnen bewijzen dat hier een kind geboren is.

@poldervroedvrou

Kroningsdag

                                           30 april 2013, een bijzondere dag voor velen.

From Russia With Love


Zo zit je op je vrije ochtend wat achterstallige administratie weg te werken, en hoor je gestommel in de wachtkamer… En zo probeer je in je beste Russisch uit te vissen wat een operazangeres op doorreis van je wilt…
‘Ultrasound?’ Ze vraagt het aarzelend. Het enorme bord op onze gevel met een meer dan levensgrote foto van een mooie hoogzwangere buik, geflankeerd door de woorden VERLOSKUNDIGEN en ECHOGRAFIE heeft me verraden. Ja, hier worden zwangerschapsecho’s gemaakt. Ze showt me haar paspoort, ‘Anna’ is het enige woord wat ik kan ontcijferen, en een soort zwangerschapsboekje met gegevens, alles in voor mij onleesbare Russische tekens, maar dat is van latere zorg. Improviseren is niet voor niets my middle name. Van de drie woorden Russisch in mijn vocabulaire gebruik ik er alvast eentje.
‘Dobropozalovat, come in.’
Ik glimlach breed om haar op haar gemak te stellen [Ik ben goed volk] en maak er een breed uitnodigend gebaar bij. Ze bekijkt me kort van top tot teen, waarschijnlijk kom ik door de keuring  want de instappers gaan uit en op haar sokken stapt ze over de drempel. Meneer blijft in de wachtkamer staan. ‘Kom,’ zeg ik ook tegen hem. Hij wuift bescheiden van nee. Okay, misschien is hij slechts de chauffeur en bombardeerde ik hem te vroeg tot aanstaande vader. Toch wil hij schijnbaar best naar binnen. Hij schuifelt precies tot aan de drempel, steekt zijn hoofd om de deur, kijkt speurend mijn spreekkamer rond en overlegt in rap Russisch wat te doen. Zij knikt hem toe, ik knik kameraadschappelijk mee, naar ik hoop om hem zijn drempelvrees te laten overwinnen. Hij tilt zijn voet op…
‘Снять обувь идиот,’ werpt ze hem toe en wijst daarbij pinnig op zijn schoenen. ‘Это будет пользовательский здесь, у них это тоже!’
Ik weet werkelijk niet waar het over gaat, en wacht rustig af. Anna wijst opnieuw.
‘Ладно Ладно, я сделаю это ...’
Zuchtend bukt hij om de veters los te maken. Opeens doorzie ik het ontstaan van het schoenuittrekritueel. Midden in de wachtkamer slingeren mijn ballerina’s-met-hakje, glimmend turkooise met een bruin randje, met de onverwachte bezoekers in één ruimte vallen ze behoorlijk op. Gister gekocht, gloednieuw, hip, maar knellend als de hel.
Alleen op de praktijk… Ik waande me onbespied, schopte de ‘wie-mooi-wil-zijn-moet-pijnlijden’-schoentjes pardoes uit en vervolgde mijn werkzaamheden op kousenvoeten.
‘Nee, laat maar aan,’ hoor ik mezelf zeggen, waarbij ik direct besef dat mijn gasten hier geen woord van begrijpen, ach, niks aan te doen. ‘Vooruitdanmaar’, zeg ik hardop, ook dit zullen ze niet snappen, maar ik vind het wel vriendelijk klinken,

En zo staren we even later gedrieën, naar het beeldscherm, vol bewondering bekijken we de capriolen van hun draaiende, dansende en schoppende kindje en beluisteren we het dapper kloppende hartje. Universeel begrijpelijk klinkt het vitale bonkebonkebonke van nieuw leven uit de speaker. Ons rest slechts een schoenloos zwijgen in alle talen.




Met dank aan Palina, [Geboren in Rusland, getogen in Zeewolde, hoogzwanger van haar derde kindje] mijn reddingsboei in deze taalbarriëre-zee.  Ze was net niet thuis toen ik haar belde, dan maar gebarentaal, het is niet anders, dacht ik. Maar... Palina belde mij exact op het juiste moment terug 'He, ik had een gemiste oproep van je?' om telefonisch te tolken en alsnog de benodigde informatie over en weer te verschaffen.
Spasibo

Mobiel


Er was eens een tijd, dat mijn leven bestond uit een piepende semafoon en een hand vol kwartjes in de broekzak. Als de ‘pieper’ afging, veerde ik een halve meter in de lucht, zocht zo snel mogelijk een telefooncel, belde de alarmcentrale en vernam het adres waar er in barensnood op me gewacht werd. Later liet ik een telefoon in mijn auto inbouwen met een stoere lange antenne op het dak. Een geweldige uitvinding die zijn dienst al op de eerste dag van ingebruikname bewees.

Ik reed het dorp uit voor een kraambezoek in het buitengebied en hoorde via de centrale over heftige weeën bij ene familie de Groot. Aha, Hanneke en Eric. Ik toetste hun nummer in [van Hands-Free had nog niemand gehoord] en kreeg een hijgende Hanneke aan de lijn. Haar zware manier van ademen deed mij subiet keren en met gas op de plank over de drempels in de nieuwbouwwijk hopsen, tegelijkertijd joelde ik handige instructies voor de barende in de hoorn, zoals: puffen-op-de-zij, inademen-door-de-neus, rustig-aan, je-doet-het-goed en ik-ben-er-zo. Zij riep: ‘Oeeeh!’ en gaf me door aan Eric. De aanstaande vader commandeerde ik over een sleutel in de voordeur, de verwarming omhoog en het optrommelen van een kraamverzorgster, bovendien kon ik hem gerust stellen want huize de Groot kwam in zicht. Ik parkeerde schuin op de stoep en arriveerde op die manier zonder enig tijdsverlies en zo ook de kleine Rebekka.
Wie zou er destijds geloofd hebben, dat er tegenwoordig niemand meer zonder zijn [in de broekzak-passende] mobieltje de straat op gaat.

Vandaag begeleid ik een gezellige huiselijke baarkrukbevalling. Een spiegeltje, wat ik normaliter gebruik om af en toe mee om het hoekje te kijken, blijkt niet voorhanden. Lumineus idee! Ik zet mijn iPhone op filmen en richt hem zo dat ik perfect zicht heb op het vorderen van de geboorte. ‘Nou,’ grapt manlief, ‘volgende keer kan je gewoon thuisblijven, dan stel ik de camera in en hoor ik wel van afstand van je hoe ik het allemaal moet doen.’
‘Tuurlijk,’ speel ik mee, ‘dan hebben ze daar vast een app voor uitgevonden!’
Moeders zegt: ‘Oehhh! Let oooop!’ Ik leg mijn telefoon snel buiten spetterafstand, want daar komt het hoofdje, baby passeert op de ouderwetse manier, moeders grijpt en pakt en drukt het kindje onvoorwaardelijk aan haar borst. Hands-On-moederliefde. Aan die techniek verandert niets.

@poldervroedvrou

Ondertussen in Pendembu Sierra Leone

Afgelopen maand bezocht Twinsister Aafke van Os Sierra Leone, lees hier meer over de ongemakken van het regenseizoen in Pendembu Sierra Leone!

Onder de Kerstboom

Trouwe lezers hebben deze Poldervroedvrouwbelevenis vast al eens gelezen, maar het blijft een mooi verhaal voor deze tijd van het jaar.



“Boink”
Met een bons op de koude grond naast bed wakker worden, de telefoon in de hand, een niet mis te verstane boodschap die via het oor je hersenpan binnendringt.
‘HeftigeweeënopduhWilluhminastraattien!’
Zo ging het niet echt, maar als ik aan de gebeurtenissenreeks terugdenk, lijkt het allemaal te zijn begonnen met een val uit bed.
“Boink” dus.
Het was tussen kerst en oud&nieuw, de voorruit moest gekrabd, en vastgevroren sneeuw maakte de stoepen gevaarlijk hobbelig met spekgladde stukken.
Op zich was de opdracht die ik van mijn collega Femke kreeg best een eenvoudige. In de Wilhelminastraat zetten de weeën aardig door, de bevallende dame in kwestie hoefde ik slechts te onderzoeken en richting ziekenhuis te sturen. De vorige maal werd de placenta niet vanzelf geboren, volgens de regels was daardoor voor deze keer een thuisbevalling niet gewenst. Femke zou haar opvangen, zei ze, zij was daar al. Femke was poliklinisch aan het baren met Angela en Rogier.
Pas in de auto, na het krabben van de ruiten, het twee keer over starten, het poetsen van de beslagen voorruit, en het wegrijden, zag ik dat het net half zeven was geweest. Bijna ochtend. De blower en de verwarming op de hoogste stand, de radio uit vanwege de concentratie.

In de volgende scene spurt ik, zo snel als het me lukt, over het trottoir van de Wilhelminastraat.
Een stukje stoep was door sleetje rijden in een heuse glijbaan veranderd. Verschillende huizen waren versierd met gezellige kerstlampjes, sterren en gekleurde knipperlichtjes. In het huis waar ik werd verwacht, brandden bovendien alle lampen van keukenraam tot zolder. Als een mug in de nacht vloog ik erheen. De voordeur stond op een kier. Ik trof Jantine in de huiskamer, op de driezitsbank en ze pufte als een dolle. Boven hoorde ik een peuter huilen, Evert was erbij om te troosten, tenminste, dat vertelde Jantine mij tussen twee weeën door.
Midden in de kamer lag de vluchtkoffer in de weg, hij was geopend en de inhoud leek er van grote afstand ingeworpen. Verder herinner ik me de flinke kerstboom die naast de driezitter stond. Jantine lag er met haar hoofd precies onder, bijna onherkenbaar zo zat het haar in de war.
Ik onthou ook niet echt alle details van al die bevallingen waar ik bij ben geweest, flarden, indrukken, de sfeer en voor specifiek deze, het geluid van het aanzwellende gehuil boven, iedere keer als Evert even beneden was. Welke onderdelen van de gebeurtenis komen weer bovendrijven nu ik er zo aan terugdenk. De gekleurde gezelligheid van de lampjes van de kerstboom, het zwartvelours stof van de bank. Een Jantine die niet meer op of om kon.
Ik, die zei dat ik bang was voor vlekken op de bank, indien ze daar zou bevallen, Jantine, die riep dat ze toch een nieuwe bank wilde en bleef liggen waar ze lag.
Ik, die niet zei, dat ik bang was dat de nageboorte weer vast zou blijven zitten, maar het was een gegeven dat wel constant door mijn hoofd bleef spoken.
De grote rugkussens die ik van de bank aftrok en opzij smeet. De spullen die ik improviserend om mij heen verzamelde, een stapeltje theedoeken, een vuilniszak, een afwasteiltje. Evert, die vroeg of hij de kraamverzorgster moest waarschuwen.
Ik, die dacht van, ach, toe maar, een goeie kraamhulp die hier nog op tijd komt. Kleine details, de kerstbal waar heel schattig “My first Xmas” opstond, de poes die onverstoorbaar in haar mandje bij de verwarming bleef liggen, [maar vraag me niet of het een zwarte of een gestreepte was.]
En het haar van Jantine, normaliter droeg ze het in een onberispelijk glad getrokken knot, door het woelen en draaien was het veranderd in een bos pluizig krulhaar. Barensnood en bruine krullen, het gaf haar een woest uiterlijk. Ik geloofde Jantine onvoorwaardelijk toen ze zei dat ze geen kant meer op kon of wilde, en stelde haar gerust.
‘Deze klus gaan we hier klaren Jantien, onder je kerstboom.’ Geen paniek, dacht ik erachteraan, misschien souffleerde ik dat ook meer tegen mezelf, dan tegen Jantine, want ik praat nogal eens tegen mezelf bij gebrek aan beter. Geen paniek, dacht ik, eerst de baby, dan de rest. Ik prepareerde alvast een injectie ter bevordering van de geboorte van de moederkoek, zodat ik die direct na bevalling aan Jantine kon geven, en ik hoopte dat Evert het kraampakket voor me zou vinden. Matjes hadden we nodig en de navelklem, en kraamverband, en gaasjes. En een klein wonder.

‘Wat kan ik voor je doen?’
Dit beeld zie ik weer heel helder voor me.
In de deuropening stond een witte verschijning, als een kerstengel. Ze gaf bijna licht, met haar smettelooswitte uniform in de schemerige, alleen door de kerstkaarsjes verlichte, huiskamer. ‘Wat kan ik voor je doen?’ Vroeg ze. Ik zei: ‘Kraampakket.’ En weg was ze al. Gerda, mijn reddende engel, voor het verhaal zal ik haar Gabriëlle noemen, een echte engelennaam.
De plastic onderleggers schoven we precies op tijd onder Jantine. Ze perste en het hoofdje was meteen al te zien. Gabriëlle klokte tien over zeven, de nieuwe Polderdorper was geboren. Hij huilde net zo hard als zijn broertje, en ik stootte per ongeluk tegen de kerstboom, waardoor er een regen van dennennaalden op de grond en de bank viel. Evert en Gabriëlle moesten er om lachen. Bevallen onder de kerstboom, wie had dat gedacht. Ik hoorde "Ping" en Gabriëlle toverde ergens warme doeken vandaan, -zoveel beter dan mijn schamele stapeltje geruite theedoeken-. Later hoorde ik haar truuk, de magnetron, "Ping" dus.
Met een paar snelle handbewegingen streek Jantine de krullen terug in een gladde wrong, en zo werd ze weer haar zachte zelf. De baby in warme doeken gewikkeld terug in de armen, hij mocht meteen aan de borst.
Jantine zei: ‘Au!’ toen ik ongevraagd en zonder te waarschuwen de injectie in haar bovenbeen jensde. Ik zei: ‘Sorry.’ Maar meende dat natuurlijk niet. Het kind was gezond en wel op de wereld, maar nu kwam voor mij het spannende staartje.
Het verhaal begon met de val uit mijn bed, en eindigt hier, op het moment dat de placenta zonder problemen in de po glijdt.
"Plons"
Dat geluid maakte het niet echt, het was waarschijnlijk een tamelijk geluidloze actie. Maar als ik er aan terug denk, was het een bevrijdend gebeuren, met een bijbehorend bevrijdend geluid.
"Blob" dan.
'En daar is tie, de moederkoek!'
Ik begroette hem enthousiast, als was hij een geliefd familielid. Onverwacht, maar speciaal voor de feestdagen overgekomen.
Hallelujah.
Ik sms naar Femke: Jantine komt niet, omdat ze om 7.10 haar zoon heeft gebaard, en vijf minuten later haar koek. :)
Angela en Rogier hebben een dochter, lees ik in haar retour sms’je. 7.19, dus krap tien minuutjes later geboren.
De dag kan beginnen, wat zeg ik, nog een paar daagjes en dan kan het hele nieuwe jaar beginnen.

Fijne Feestdagen en een goed begin van het nieuwe jaar gewenst. MW
:)