Tatoeage


Bij het zien van alle ellende in de wereld, gaan mijn gedachten uit naar de hoogzwangere vrouw. Waar gaat zij baren? Wie zal haar helpen? Hoe moet het zijn, om te midden van chaos en geweld een nieuw leven op de wereld te zetten? Zelfs in Nice, tussen wanhopige mensen die hun toevlucht in een boulevardrestaurant zochten, werd een baby geboren. Gelukkig, zo las ik, was er ook een dokter onder hen.
Sinds enkele maanden heeft Zeewolde en Asielzoekerscentrum. Ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten, maar dat er zwangere vrouwen zouden komen, stond vast.
Intussen zijn er al verschillende dames van allerlei nationaliteiten bij ons op de praktijk geweest. Het vergt enig improvisatietalent, behoorlijk wat extra inzet van een aantal onbetaalbare vrijwilligsters en de hoop op adequate tolken. De vrijkomende emoties echter, bij het zien van bewegende echobeelden van een ongeboren kindje, of het horen van een kloppend hartje, zijn universeel.

Voor me zit een wat schuchtere stille vrouw. Ze kijkt meestal met een zorgelijke blik wat schuin naar de grond en lacht nooit.
Haar achternaam is voor Hollandse begrippen tamelijk onuitsprekelijk, voor het gemak verbasterden we het een tikje oneerbiedig naar ‘Peukie’. (Dan weten we zo onder elkaar tenminste over wie we het hebben.) Mevrouw Peukie was al halverwege haar zwangerschap toen ze voor het eerst bij ons kwam en sprak net een ander dialect dan de speciaal ingehuurde tolk voor ons vertalen kon. We verrichtten de benodigde zwangerschapscontroles zwijgend, en lieten met een duim omhoog en een brede glimlach merken dat alles in orde was. 

Vandaag treffen we de juiste tolk en kunnen we net iets meer vertellen en uitleggen. Als ik vraag of ze het leuk vindt dat ze een meisje gaat krijgen, zie ik voor het eerst een aarzelend lachje terwijl ze liefdevol over de bolling van haar buik aait.
Mevrouw Peukie staart als vanouds naar de grond als ze op haar schuchtere manier een hele zin mompelt. Haar zin wordt vervolgens via de tolkentelefoon netjes vertaald. 
‘Ze zegt dat ze u wil danken voor uw goede zorgen voor haar.’ hoor ik.
Ik ben even perplex, die stugge stille Peukie die dit zomaar zegt. Het zet me aan het peinzen. Hoe zou ik zijn? Zwanger in een vreemd land, zonder de taal te spreken. Zou ik überhaupt over bedanken  nadenken?

Om de bloeddruk te laten meten, stroopt ze een mouw omhoog. Zo lees ik op de onderarm haar voornaam. Niet in Arabisch gekriebel maar in grote dikke ongelijke lelijke 
getatoeëerde hoofdletters, waarvan sommigen zelfs in spiegelbeeld. Ik bedenk; dit is vast een soort van identificatietatoeage. Misschien gezet voor het geval ze meer dood dan levend op een strandje zou aanspoelen…
Het bloeddrukmeten verloopt in stilte, mijn brein peinst verder. Arm en nekhaartjes gaan overeind en een kramp schiet naar mijn maag. Tjonge, wat tollen er opeens spookscenario’s door het hoofd. Ik snuif om aanstromend traanvocht binnen te houden en slik het zo ongemerkt mogelijk weg.
Pffffff.
Snel herpak ik mezelf en steek bij wijze van ontlading twee duimen tegelijk in de lucht.
‘Bloeddruk goed. Baby goed.’
De Syrisch-Koerdische vertaling galmt via de krakende telefoonspeaker binnen, en Peukie en Poldervroedvrouw, wij glimlachen naar elkaar.

@poldervroedvrou

Wildwaterdag


Het is een regenachtige ochtend en Tinka wenst een waterbevalling. Ongemerkt heeft ze de gehele eerste fase van het ontsluiten er al op zitten. Tijd om in bad te gaan.
Iwan zet het bad op in de kinderslaapkamer, ledikantje opzij, badranden oppompen, vulslangen erin, warme kraan open en vullen maar. Hij zegt dat het vullen driekwartier kan duren. We zullen zien.
Onze stagiaire Leonie mag de baring begeleiden. Ik zie mezelf al op een krukje erbij zitten. Het hele gebeuren op een afstandje bewonderen en genieten. ‘Zal ik bellen voor een kraamverzorgende?’ vraag ik. Op mijn telefoon ontdek ik een gemiste oproep. ‘Dat kan kloppen,’ zegt Tinka, ‘de ontvangst is hier erg slecht. Ik ga meestal buiten staan voor goed bereik.’
Het miezeren gaat over in echte druppels, ik kies ervoor om de gemiste oproep terug te bellen vanuit de beschutting van mijn auto. Een vijfde kind aan de Metslaan. Weeën vanaf de vroege ochtend. ‘Ja, het lijkt op het echte werk.’
Het is één wijkje verderop. Ik app naar Leonie dat ik even snel polshoogte ga nemen. Leonie appt er inmiddels drie centimeter water in het bad staat. ‘3 cm t duurt nog wel ff’ Lees ik op mijn schermpje.

Aan de Metslaan wordt lachend opengedaan. Alles staat piekfijn klaar, moeders moet nog een beetje in de bevallingsroes komen. De andere vier worden net opgehaald, om de beurt willen ze mamma nog een knuffel geven en succes wensen. Zodra de deur achter ze dichtslaat, detecteer ik een heuse wee.
‘Pfoefoeeeee.’
Ik besluit mijn achterwacht te waarschuwen, zodat ik haar vervolgens kan voorstellen of zij naar Tinka wil gaan voor het begeleiden van de badbevalling en onze stagiaire. Mijn organisatiekunde draait op volle toeren. Ik schat in dat Carla ‘nog wel even kan’ maar dat Tinka al in de stroomversnelling is beland. Het maakt dat ik terugrijd naar het huis van Tinka, en daar, wel pal voor de deur-maar in de auto, blijf posten. Zelfs de gordel houd ik om. Mocht Tinka’s baby de kortste bocht via de wildwaterglijbaanroute nemen, dan ben ik in drie stappen binnen. Mocht aan de Metslaan baby 5 de reeds viermaal geasfalteerde ZOAB-snelweg der negenponders nemen, ben ik daar binnen drie minuten.
Leonie beantwoordt mijn appje met een serie korte messages en verschillende blij kijkende smiley’s: *pling* ‘Heerlijk om hier lekker alleen te zijn’ *pling* ‘Net echt.’ Ik: ‘Mij tijdig waarschuwen hé, Kirsten is onderweg.’*pling* ‘Kniehoog ze gaat erin J t komt goed.’
Daar komt een grijs autootje de bocht om scheuren. Ik start de mijne en maak (parkeer)plaats voor Kirsten. Ik zwaai vanachter mijn raampje (het giet nu) en roep door de dichte ruit en gebaar daarom ook ten overvloede met de duimen omhoog van: ‘Succes jullie!’  ThumbsUp van Kirsten terug en zij spoedt zich door de regen naar binnen.
Okee, next. Retour Metslaan. Gas.

Carla ‘ken nog effe’ zegt ze tussen twee pufsessies door.
‘Pfoefoeeeee, pfoefoeeeeeee.’
Carla keert helemaal in zich zelf, we hoeven niet mee te puffen, haar rug te masseren, of washandjes aan te dragen. Rust is wat ze wil.
Carla’s man zet koffie voor me.
Ik nestel me op de bank in de huiskamer en verneem via appberichten dat de baby van Tinka te water gelaten is om kwart voor tienen. ‘Ha, net voor de koffie,’ zeg ik hardop en lach in mezelf.  Och, och, denk ik, hoe banaal belangrijk is dat kopje koffie soms voor Poldervroedvrouw.
‘Stuur Leo maar door!’ app ik naar Kirsten, meer als geintje dan serieus.
Maar tegen elven, boven wordt steeds een stapje heftiger gepuft, gaat de bel.
Leonie meldt zich paraat voor haar volgende bevalling. Ze wordt begroet als welkome eregast.
‘Pfoefoeeeehoi!’
Even omschakelen, één mouw is doorweekt, haren nat van de voorjaarsbui, blosjes op de wangen, en de traditionele beschuit met muisjes afgeslagen bij Tinka, om toch zeker maar hier op tijd te zijn.
Leonie schudt de druppels uit het haar, en bindt met snelle routinebewegingen de krullen weer in een strakke hoge knot. Ze zet de bevallingsbenodigdheden naar haar hand, checkt de warme doeken en puft een rondje mee.
‘Pfoefoeeeurgh.’
Aha.
We kunnen beginnen. Carla met persen, Leo met coachen en ik met genieten. (Genieten ja, want kindjes geboren zien worden, is nou eenmaal mijn grootste hobby.)
Terwijl Leonie mevrouw Metslaan, ‘Zeg maar Carla hoor…’ door de persweeën loodst, zet ik alles op de foto. Om één minuut voor half twaalf baart Carla haar negenponder. Hij vliegt er niet uit, het hoofdje wordt langzaamaan geboren -klik-, het hoofdje ‘spildraait’, een guts vruchtwater spuit met kracht langs het kruintje, pardoes richting de droge schouder van Leonie. -klik- Dan moet Leonie serieus aan het werk om haar skills te tonen, babyschoudertjes één voor één, buikje, heupen, billen, voorzichtigjes aan wordt het gehele lijfje ‘ontwikkeld’ zoals dat heet. -klik-  Ik zet de klok op de foto, 11:29 -klik- en daar is ze geboren. -klikklikklik- Het gezin telt vanaf heden één zoon, de oudste, en met de lieve Liv als jongste is het stel compleet met in totaal vier zusjes. De weegschaal zegt 4480 gram.  -klik-  ‘Da’s een echte polderbaby,’ zeg ik, alsof wij allen dat niet zien.
Ook de placenta is enorm.

Tijdens het eten van twee welverdiende beschuitjes tegelijk, vertelt Leonie smeuïg over de lotgevallen van Iwan, de man van Tinka, onze badbevallingsman. Hij was ook in het bad gestapt en kon op die manier poolposition assisteren bij de geboorte van zijn eigen zoon.  Zo kwam het dat hij na afloop samen met het kindje in het badje wachtte, terwijl Kirsten, Leonie, de kraamverzorgster en Tinka in de ouderslaapkamer de placenta geboren lieten worden.
‘Joehoeee, ik is hier,’ had hij na een tijdje bescheiden geroepen. Hij voelde zich ietwat verloren in het afkoelende water, tussen drijvende drollen, vlokken babyhuidsmeer en klonten bloed.
‘Okeuy. Eet smakelijk,’ zeg ik uiterst serieus.
Leo lijkt te schrikken van mijn serieuze toon en wil zich verontschuldigen over de banale combinatie van beschuit en poep. Ik denk eigenlijk alleen; wat jammer dat daar net niemand was om het tafereel op de foto vast te leggen. Zou het me lukken om het gebeuren in een tekeningetje te vangen?  Lachend stel ik haar daarom gerust: ‘Joh, een beetje verloskundige moet tegen pies en poep kunnen hoor. Zelfs tijdens het eten. Welkom bij de club Leonie!’
Welkom in het turbulente onvoorspelbare, maar nooit saaie leven van de vroedvrouw.
‘Dat een druilerige regenachtige vrijdagochtend zo wisselvallig kan verlopen hè?’
Leonie kijkt naar buiten en probeert ook een serieuze toon aan te slaan als ze zegt: ‘Volgens mij is alles alweer aardig droog.’
‘Behalve dan je schouders.’
En daar moeten we samen weer heel hard om lachen.

 
@poldervroedvrou

 

Geboortezorgthuis


 
Tessa veranderde tegen het eind van haar zwangerschap van mening: 'Ik ga gewoon thuis bevallen!' Mijn visie: thuis beginnen met het doorstaan van de ontsluitingsweeën, zonder op de klok te hoeven kijken, paste daar precies bij. "Houdt alle opties open, en begin bij het begin."
Emma wist zeker dat ze in het geboortehuis ging bevallen. Door omstandigheden logeerden zij en haar zoon van acht tijdelijk bij een vriendin. Ze had wel is waar een mooie eigen kamer met privacy en ruimte, maar daar baren? Nee, dat wilde ze niet.
Charlotte had haar eerste dochter in het geboortehuis gekregen, dat was letterlijk goed bevallen, maar nu twijfelde ze. Thuis gaf misschien minder poespas met op en neer rijden, zeker als alles weer zo vlot mocht verlopen. Ze zou het laten afhangen van het moment. 

Wij, de drie verloskundigen van ons zo geliefde pittoreske dorpje, laten sowieso onze dagindeling afhangen van hetgeen er op ons pad komt. Met twaalf hoogzwangere vrouwen voor de 31 dagen van januari, kon ons niet veel gebeuren, dachten we. De 24-uursdiensten, achterwachten en spreekuren verdeelden we rechtevenredig, en zo startte de woensdagochtend half negen het telefonisch spreekuur na een prima nachtje slapen.
Als eerste meldde Charlotte dat om 3:30 haar vliezen waren gebroken, geen krampen, ik beloofde met de visite-ronde langs te gaan.

Tijdens die visites belde Tessa op de dienstmobiel. Iedere tien minuten een wee, "Of dat wat kon zijn?", was haar vraag. Ik zei dat het vast wat kon worden en zou ook haar bezoeken.

Tussen de middag had Charlotte nog altijd geen weeën, terwijl helder vruchtwater rijkelijk stroomde. Tessa ging proberen te rusten. Iedere tien minuten een fikse kramp gedurende de gehele nacht hadden haar behoorlijk afgemat. Ontsluiting was er helaas nog niet. "Thuisbevallen betekent volhouden!", kwamen we samen overeen.

Tring-trrrring.
Mijn mobiel rinkelt in mijn broekzak.
Emma: 'Ik verlies water.' 
En dat is drie.
Emma wenste een geboortehuisbevalling, haar tasje stond al klaar, Charlotte twijfelde, en Tessa in principe thuis. Het kon nog alle kanten op, maar mijn raderen draaiden al met betrekking tot collegae, achterwacht en continuïteit van zorg. Vanavond de borstvoedingsworkshop door de ene en mogelijkheid van oppas door mijn dochter voor de kindjes van de andere indien nodig.
Hoe blijf je rustig in de wetenschap van de drie aankomende geboortes?
Situaties waar je nu nog absoluut niks aan kan sturen.
Het wordt mij vaker gevraagd. “Het is a way of life.” is meestal mijn antwoord. Want wij vroedvrouwen weten niet beter. Als we blijvend willen, dat iedere vrouw haar kind kan baren op haar eigen tijd, hoe de natuur het bedoeld heeft, dan is een horloge een onnodig ding. Bevallen onder kantoortijden, of op tijden die ons uitkomen, daar kunnen we, in het perspectief van onze visie, niet aan beginnen.
Go with the flow. Ook ik pik een middagdutje mee in afwachting van de dingen die komen gaan en besluit om  het avondeten vroeg klaar te maken. Helaas, zul je altijd zien, man blijkt juist laat. De pitten uit, dan eerst het rondje langs hopelijk nu doorzettende weeën bij de dames, al dan niet met gebroken vliezen. Daarna eten en na afloop van Marjolein haar voorlichtingsavond, de stand van zaken overdragen omdat de  dienst voor Marjolein dan start. 
Ik bedenk het dorpsrondje van noord naar zuid, en een zijtak naar west. Onhandig genoeg wonen ze alle drie in een andere wijk.

Tessa ligt wat bleekjes onder haar zeegroen/grijs geblokte dekbed. Ze is blij dat ik er ben, maar had zelf nog niet willen bellen. Ik wacht een paar weeën af, observeren en bemoedigen. Ze is helemaal in haar cocon en ik geef een welgemeend compliment: 'Dat doe je goed, rustig in en uit ademen, iets langer uit dan in, mooi!' Ze knikt met haar ogen dicht en wil graag weten of ze nu ontsluiting heeft.

Tring-trrrring.  
Het rinkelt het alweer vanuit mijn broekzak, gelukkig net voordat ik mijn toucheerhandschoenen aan heb. Wie zal het zijn deze maal?
De vriendin van Emma, of ik wil komen, want de weeën zijn begonnen, of liever gezegd; serieus  aan het doorzetten…
Het is 18:30 uur.
(Onthoud die tijd)

Adem in Adem uit
Waar waren we gebleven?
Het is half zeven, het avondeten staat te wachten op het fornuis, mijn dienst zal na de borstvoedingsinformatieavond worden overgenomen door Marjolein. Er waren twee dames met gebroken vliezen zonder noemenswaardige weeën en eentje met regelmatige buikkrampen, die we halverwege de middag geen echte weeën mochten noemen.

Ik luister aandachtig naar de informatie betreffende Emma. Het klinkt als een plotselinge omslag naar het echte werk. Ik kijk naar Tessa, tenminste, naar haar licht kronkelende verscholen gestalte onder het groene dekbed. Ook dat ziet er serieus uit. Tijdens het inwendig onderzoek concludeer ik een soepele vier centimeter ontsluiting, al bijna op de helft dus. Tessa smeekt of ze weer onder het dekbed mag.
Ik dek haar moederlijk toe tot over haar oren, zeg dat ze het bewonderenswaardig, geconcentreerd en ingetogen doet en dat warmhouden inderdaad uitermate belangrijk is.
Rust om je heen. Concentreren op je missie.
‘Volhouden Tessa, je bent zowat over de helft!’
Haar man krijgt instructies voor het bellen van kraamzorg, en ik beloof direct terug te komen. ‘Of één van mijn collega’s.’ Ik zie het dekbed knikken.
De schokbrekers kreunen bij het doorkruisen van het dorp.

Bij Emma doet niemand open. ‘Huh?’ Ben ik wel goed? Ik toets “Herhaal laatste oproep” en tegelijkertijd verschijnt er iemand met een telefoon aan het oor voor het keukenraam. Simultaan zwaaien we schaapachtig naar elkaar.
‘Haaai.’
Het is sauna-tropisch warm op de kamer van Emma, heerlijk voor een aankomende baby.
Hier zie ik aan de vorm van kronkelen en woelen, plus in dit geval ook hoorbaar kreunen, dat het moment suprême absoluut nabij is. Een ritje naar het geboortehuis zit er in ieder geval niet meer in.  ‘Bestel maar een kraamverzorgende,’ zeg ik tegen de kennis van Emma.
Mijn keuze voor assistentie aan de andere kant van het dorp, waar we puffende Tessa onder het zeegroen/grijs geblokte dekbed achter lieten, valt op collega Wilke. Haar telefoonnummer staat boven in mijn kieslijst. Ze reageert niet meteen.
‘Hè get,’ zeg ik meer tegen mezelf dan tegen Emma.
Adem in adem uit, tot tien tellen en “Herhaal Laatstgekozen nummer” intoetsen.
‘Ja? Hallo?’ Een zware mannenstem. Oeps, wie bel ik?
Wilke legt net de kinderen op bed, daarom heb ik haar partner aan de lijn.
‘Komt goed,’ zegt hij als antwoord op mijn gehaaste uitleg. Ach, een getrainde verloskundige-partner heeft vanzelfsprekend aan een halve instructie genoeg.
Partner neemt het voorhetslapengaanvoorleesverhaalritueel over, -wat hem vast makkelijker zal afgaan dan de borstvoedingsinformatieavond van MarjoleinJ- en Wilke gaat op pad.

Superblij dat de kamer van Emma op de begane grond is, maar licht hijgend in verband met het op en neer rennen naar de auto voor mijn complete thuisbeval-equipment, tover ik de logeerkamer in no time om tot een originele oud-Hollandse kraamkamer. Een rustiek-coloniaal koffietafeltje op een donkerbruin schapenvachtje schuif ik zonder pardon met één losse voetbeweging aan de kant. Alleraardigst gestyled qua inrichting, maar voor nu op een zeer onhandige plek.
Hoppa.
Emma vraag ik met hoofd aan voeteneinde te gaan liggen, want dan kan ik er beter bij. Bed staat niet op klossen, dan straks maar op mijn knieën…
Schoenen uit, vest uit, handen wassen, koffers open, kraampakket uit de kast, stoffen luiertjes over de verwarming, beschermingsmatjes eronder,  emmer met vuilniszak erin, hartje luisteren. Klinkt in perfect dapper ritme.
Boinkboinkboink.
Handschoenen aan.
En tijdens al die handelingen Emma toespreken. Dat het goed komt, dat ze nergens meer heen hoeft, dat ik er ben, en dat het goed komt, en dat de baby gewoon hier beneden geboren gaat worden, en dat het goed gaat komen, het hartje klopt vitaal door, het vruchtwater is helder, en het hoofdje zit al vlak voor de uitgang, kortom, het komt helemaal goed.
En dat komt het ook.
Om 19:08 houdt ze, met een licht verbaasde blik, haar zoon in de armen.
‘Kaum zu glauben.’


Hoe zou het bij Tessa zijn?

Via sms verneem ik dat in huize Tessa beide oma’s en een kraamverzorgende zijn gearriveerd. Tessa sluit zich af voor iedereen om haar heen, concentratie ten top, rust is geboden. Omdat ik Charlotte op mijn lijstje heb, -gebroken vliezen zonder weeën, weten jullie nog?- besluit ik om bij Charlotte en Henry langs te gaan. Wilke houdt het fort ‘Huize Tessa’.

‘Wil je koffie?’ vraagt Henry. Uit mijn ooghoeken zie ik een oogverblindend-mooi roestvrijstalen espressoapparaat glimmen. Ik denk een milliseconde aan Wilke, die immers voor mij aan het werk is op haar vrije avond. Henry bespeurt mijn twijfel. Hij weet niets van Werkende Wilke en haalt me over met het toverwoord.
‘Cappuchinootje?’
Ik denk: sorry Wilke en roep -misschien net iets te uitbundig- van: ‘Ja!’
Terwijl ik mijn koffie drink, loopt Charlotte rond. Zij grijpt daarbij om de zoveel tijd naar de deurpost, het aanrechtblad of de schouder van Henry. Marjolein smst dat de Borstvoedingsworkshop uitstekend verliep en dat ze inzetbaar is waar nodig. Met Henry neem ik enkele essentiële  instructies door hoe de dienstdoende  -vanaf mijn laatste slok koffie zal dat Marjolein zijn- te bellen wanneer de knijp-en-grijpsessies van Charlotte vlotter op elkaar volgen en intenser van grip worden.

Om half tien bel ik aan bij Tessa. Een aanstaande oma doet open, haar wijsvinger reeds streng gestrekt voor de mond. ‘Ssst, boven heerst rust voor de concentratie,’ zegt ze. Ik knik bedeesd en ben een tikje onder de indruk. Mijn opdracht van enkele uren geleden, boemerangt hier recht in mijn eigen gezicht.
Ik wacht in de huiskamer om met Wilke te overleggen. We fluisteren over en weer omtrent de stand van zaken. Drie dames in drie verschillende bevallingsfases, drie verloskundigen aan het werk op een ‘gewone’ doordeweekse avond. Van aflossing wil Wilke niet weten. Daar hoor ik het ware midwifehart van mijn collega kloppen in de letterlijke vertaling van het Engelse midwife: Met de Vrouw.
Wilke is zeer resoluut: ‘Laten we in deze fase van de bevalling maar niet weer wisselen. Ik blijf bij Tessa.’ Ik probeer tegen te sputteren: 'Maar joh, Wil, het is  niet eens jouw dienst...' Volkomen zinloos. Ze heeft zelfs een lief collegiaal argument: ‘Bovendien, jij hebt toch nog niks gegeten?’ Voelde ik me een tikje schuldig tijdens mijn korte koffiebreak, merk ik nu pas hoe weeïg ik inderdaad ben. We lachen zachtjes om de woordkeuze.
Wilke vertrekt wederom naar boven, en om half elf haal ik mijn warme maaltijd uit de magnetron.
Om één minuut voor twaalf is huize Tessa een meisje rijker. Met alle spectaculaire krantenberichtjes over rap bevallende vrouwen langs snelwegen, nabij benzinepompen, voor stoepen van ziekenhuizen, of in sauna’s van vakantiehuisjes, zal hier geen persmuskiet in de bosjes hangen. Gewoon een hele dag heftige weeën wegzuchten onder je eigen dekbed, en een dik uur persen op je eigen matras. Topsport van volhouden en wilskracht. Complimenten voor Tessa en de supporters rond haar bed.  
Wilkes smsje wordt gecompleteerd met blije smileys: #shedidit whohoo!  en ik whoehoe op afstand met hen mee.

 
Epiloog

-Charlotte, die zich deze ochtend als eerste meldde, (het lijkt alweer drie weken geleden in plaats van een halve dag) hoe verliep het daar?-
PiepPiep.
01:00u
#weeën bij C
01:01u
PiepPiep.
#Irene mag mee
Marjolein en Irene -Belgisch opgeleide vroedvrouw die graag de Hollandse thuisbevalling wilde meemaken- mogen naar Charlotte. Midden in de nacht wordt daar de zoon geboren, en wel een krap half uur voordat het termijn van "24uur gebroken vliezen" af zou lopen. Irene assisteerde bij de thuisbevalling en Marjolein maakt een hippe selfie met baby, Irene en haarzelf naast het bed van moeders als bewijs.
Ik hou ervan. Ook Charlotte bewees aan zichzelf dat in haar geval thuisbevallen een juiste keuze was.
De volgende dag ontvang ik een bijzondere foto van een bladzijde uit Irene’s babyalbum. Ik wist niet meer zeker of ik degene was die haar moeder begeleidde, of dat het mijn vroegere collega was geweest. Irene was voor me op zoek gegaan. Ik staar naar het plaatje, wat was ik nog jong...
'Ach, kijk eens,' verzucht ik tegen Wilke: 'hier is mijn pre-selfietijdperk bewijs.'
Marianne trekt Irene haar eerste kleertjes aan
Het staat er met zilveren penneninkt onder geschreven.
Irene als baby, Irene als vroedvrouw.
Whohoo, denk ik, maak plaats voor een volgende generatie. Midwives, verloskundigen, vroedvrouwen. Kundig, wijs, met de vrouw, naast de vrouw, voor de vrouw,
en

laten we zuinig op ze zijn!             

@poldervroedvrou

Prinses op de Erwt


Kent u dat sprookje waarin een prinses getest wordt of ze werkelijk van Koninklijke bloede is? De aanstaande prins-gemaal stapelde matras op matras op matras, verstopte er een erwtje onder om de gevoeligheid te testen. Alleen een echte prinses zou de hobbel voelen.

En zo trof ik Sarah-Marije.
Boxspring en topper hamburgergewijs opgetast, Sarah-Marije lag er, in opperste paniek haar persweeën weggrommend, boven op. Gemaalskant liet een lege bedbodem zien, kussens en dekbedden pardoes op de grond gekieperd. 
Toen Saar me zag, riep ze: ‘Ik MOET PERSEN!’ Alsof ik dat niet, bij het oprennen van de trap, reeds bemerkt had aan de onmiskenbare oergeluiden die mijn richting en tempo hadden bepaald.
‘Het is goed Saar, euhh Marij, het is goed Sarah-Marije, ik ben er,’ piepte ik licht nahijgend en gooide mijn koffers open.
‘Ligt er een zeiltje op je bed?’ Saar had geen idee. Haar prins wist het evenmin. Hij ging voor me opzoek naar iets ter bescherming van het matras en kwam met grote badhanddoeken terug.
‘Heel goed, maar ook iets met plastic, het kraampakket? Staat dat ergens?’ Prins haalde vertwijfeld zijn schouders op. ‘Kast. Babykamer. Onderin.’ gromde Sarah-Marije tussen haar opeengeklemde kiezen door. ‘Roze kast!’
‘Marie, zal ik je moeder bellen?’ Prins zwaaide zijn mobieltje voor de neus van persende prinses.
Ik vroeg Saar waar ze de kraamzorg van had, ze keek me verdwaasd aan: ‘Dat ben jij toch?’
‘Bel moeder maar, ‘ zei ik tegen Prins, ik kende moeder, het leek me een kordate assistente en ze woonde om de hoek.
Prins en ik wurmden met enige moeite een plastic zeil onder Saar -of was het nou Marie- door, ik dekte het af met een grote koningsblauwe veloursbadhanddoek tegen het kraken, schuiven en plakken. 
Maar onze prinses lag niet lekker.
‘Ik wil staan, mag ik staan,’ en ze stond al naast bed, zakte door haar knieën en perste op de hurken.
Vruchtwater spetterde op het laminaat.
Ik keek eens op de klok. 23:47 was hun telefoontje binnengekomen. Net na middernacht rende ik hier de trap op. Nu klokte ik 00:14 en zag hoe mijn shirt binnenstebuiten zat.
Daar was oma al.
‘Marie, moet jij niet liggen?’
Als een echte koningin-moeder dirigeerde ze haar dochter terug de stapel op. 
We persten uit alle macht. Het kruintje verscheen en de opeenstapeling zakte enorm in. Ik voorzag troubles met de schouders, zeker omdat we een flinke boreling verwachtten en zachte onderleggers over het algemeen weinig ruimte laten voor soepele schouderontwikkelingen.
‘Sarah-Marije, kun je nu, voor de volgende wee begint, op handen en knieën draaien?’
Moeder dacht met me mee en herhaalde mijn vraag op gebiedende wijs: ‘Marie, nu!’
Marie draaide zonder tegensputteren.
En zo werd de dochter geboren. Een kruinligging bleek het, ook wel een sterrenkijkertje genoemd. Alleen, onze Marie baarde natuurlijk niet op haar rug, waardoor er voor deze baby geen enkele ster waarneembaar was.
Die Sarah-Marije, met haar vorstelijke naam, drie matrassen en een topper afgekeurd, een ware prinses. 
Het blozende prinsessenkind noemden ze Jet. 
Lekker kort.

 @Poldervroedvrouw 

Telepathie

Als om half twee in de nacht de dienstmobiel rinkelt, duurt het enkele ogenblikken voordat mijn handelingen gecoördineerd verlopen. Telefoon pakken, aanzetten, spreken, luisteren, begrijpen.
Het is mijn zo gewenste badbevalling die zich aankondigt, mijn benen zwaaien al over de bedrand. Mouwloos T-shirt aan, handen door het haar, bril op en gaan.

Onze aankomend tobbedanseres komt onder de douche vandaan en gaat op bed liggen.
De ontsluiting blijkt ‘pas’ drie en het bad moet nog vol, ik installeer me beneden op de bank.
Voorlopig plan van aanpak; Aangeboden koffie afslaan en mijn prikkende oogjes nog even rust gunnen. Ralph gaat zich bezig houden met vulslangen en warm water.
In de kamer zoemt een vervelende vlieg. ‘Hè, hoor jij niet te slapen, weet je wel hoe laat het is?’ Hij weet het waarschijnlijk niet omdat alle lampen in huis fel branden. Geluiden als het tikken van een grote wandklok en het ruisen van het volstromende bad boven, sussen mij een beetje in slaap.
Ik word weer wakker van de stilte. Het bad is blijkbaar vol. 2:45. Het voelt alsof ik drie uur geslapen heb, in plaats van de luttele drie kwartier. 
‘Kan jij overal slapen?’
Ja dat kan ik, overal en in alle houdingen. 
Wakker blijven, indien gewenst, kan ik trouwens ook, no worry’s.

Ik ga boven polshoogte nemen. Esther ligt op de zij met de handen voor haar gezicht. Ralph zit er naast, iedere wee masseert hij met grote toewijding Esthers rug. ‘Harder,’ klinkt het gesmoord onderuit de keel van Esther. Ik zie aan het verbeten gezicht van Ralph dat hij met zijn power een flinke boom zou kunnen ontwortelen. Voor Esther gaat het blijkbaar niet stevig genoeg.
‘Harder!’
Ondertussen mijmer ik of het tijd wordt voor vliezenbreken.
Het liefst laat ik dat aan de natuur over. Echter, Esther vroeg er al een paar keer om.
‘Vorige bevalling ging het daarna snel.’
Ik weet dat het ontsluiten door aflopend vruchtwater in een stroomversnelling kan komen, alleen verstoren we misschien het natuurlijk verloop. Haar eerste baby draaide verkeerd om, wat Esther op een behoorlijke rits hechtingen kwam te staan.
Ik concentreer me op de weg die de baby richting uitgang maakt.
Pats!
Vruchtwater spuit met grote kracht richting Ralph.
‘Zo!’ zegt Ralph, terwijl hij de natte plekken op zijn broek dept.
‘Tjonge,’ zeg ik, ‘Ik kan telepathisch vliezen breken, hoe vind je die?’
Aan de volgende wee lijkt geen eind te komen. De buik golft. Persweeën.
Opstaan, enkele passen richting bad. Stap-stap-stap. Nu nog erin. Een nieuwe perswee laat Esther door haar knieën zakken. Het zal me toch niet gebeuren dat we vlak voor de eindstreep ons doel niet halen. Kordaat pak ik een been en hijs hem over de badrand, de andere lukt Esther gelukkig zelf en daar duikt ze de warmte in.
‘Laat jij de baby geboren worden?’ vraagt ze me liefjes.
‘Dat kan je zelf,’ fluister ik.
Tobbedansen, gevolgd door de ‘Duik-er-eens-in’-variant.
Lucas wordt te water gelaten.
Door zijn moeder.
Hechtingloos.
Uw vroedvrouw kijkt met blij hart toe.

  @poldervroedvrou


Nog even de was ophangen...


 

 

Mariska is ruim voorbij de helft van het ontsluiten, en Gijs verzet de haspels. De grond boven het uienpootgoed moet namelijk besproeid worden, zodat de groene scheuten hun groei door de zware polderklei richting de zon kunnen maken. Gijs is ergens op het land. Mariska wijst achteloos naar een plek ver weg aan de horizon.
‘Hij zou zo weer terugkomen hoor.’
De bloesem zit net aan de boompjes, en ik laat me uitleggen over de markiesachtige overkappingen rij na rij boven de fruitbomen. ‘Die worden binnenkort uitgeklapt om hagelschade aan de appeltjes te voorkomen.’ Een heel karwei schat ik zo in, maar om binnen het tijdsbestek van één flinke hagelbui je volledige oogst gehalveerd te zien, lijkt me een slecht alternatief.
Meehelpen met zuchten en puffen is hier onnodig, ik zet al mijn benodigdheden klaar, bestel de kraamverzorgster en laat Mariska begaan. Ze gaat trap op en af, en op. Ik hoor hoe de bezigheden soms een minuutje stilvallen, waarna er weer in vol tempo wordt doorgestampt. Wat ze allemaal in haar nesteldranggedachten heeft, weet ik niet, maar ik denk; Goedzo meid, lekker in beweging blijven.
Koffie sla ik af. Ik tap mijn glaasje water zelf, vind een krentenbol in de broodtrommel en installeer me op de bank voor het bijwerken van de visiteagenda. Laat de boeren maar dorsen. Binnen en buiten.
Als ik alles op orde heb, en het bonken op de trap verstomd lijkt, ga ik polshoogte nemen.
Waar is mijn barende?
Niet op haar slaapkamer. Slechts het gespreide bedje, een kraampakket, luiers en kruiken wachten hier geduldig op de dingen die komen gaan. Ik spiek om het hoekje van de badkamerdeur. Niemand. Ik ‘Oehoe!’ richting bovenverdieping. Niks. De bijkeukendeur staat open. Mariska is buiten.
Mijn barende hangt de was aan de lijn.
Bloesembomen in rechte rijen op de achtergrond, blauwe lucht met witte wolken. Kleurige lakens wapperend in de wind. Een stormig dagje. De donkerblonde haren van Mariska waaien mee.
Zo ziet vijf centimeter ontsluiting er uit in de polder.
Ze lacht verontschuldigend naar me. ‘Ja, dit moest nog even hoor.’ Op de drempel puft ze een wee weg en voegt vervolgens licht nahijgend toe dat ze eigenlijk de huiskamer wilde stofzuigen, maar dat leek haar weer vervelend voor mij.
‘Vrouwen met ontsluitingsweeën liggen meestal op bed, in de hand van hun man te knijpen,’ zeg ik gekscherend. Ik kijk op mijn horloge, is die tracktor al in aantocht?
‘Zal ik een warme douche nemen?’
Dan volgen de ontwikkelingen elkaar in razend tempo op. Kraamverzorgende en aanstaande vader arriveren exact op tijd voor de benodigde assistentie. Gijs vangt zijn vrouw op als ze druipend uit de douche stapt. Mariska kermt nagenoeg onhoorbaar: ‘Het is nu heel heftig...’
Ik vang de baby op als Gijs: ‘Daar komt ie!’ roept.
“Ie” blijkt een dame van bijna negen pond. Een dusdanig grote dochter had ze niet eerder gebaard. Buiten wentelen de windmolenwieken onstuimig rond, het droogmolentje draait dapper mee.
Mijn felicitatie: ‘Een struise boerendeerne en je wasgoed alweer zo-goed-als droog!’
Polderpower!

 

@poldervroedvrou

Jubileumblogje


Ik mag naar Verlos-vier.

Op verloskamer vier ligt Jasmina Singh, ze is van mijn leeftijd en krijgt haar tweede kind. Ik kan meteen mijn steriele handschoenen aantrekken, zwarte haartjes zijn al te zien. Jasmina geeft nog een zetje en het hoofdje glijdt vloeiend uit haar.

Mijn handen zweven zonder doel in de lucht. Wel aanpakken-niet aanpakken. Ik weet het niet, ik weet niks. Een eerste bevalling de handschoenen smetteloos schoon houden is ook een prestatie..

De verloskundige legt haar handen op die van mij, we omvatten het hoofdje en met iets druk richting matras zie ik de voorste schouder komen, de verloskundige roept nu dat Jasmina moet zuchten.

O ja, zuchten, ik roep met haar mee. Met vier handen bewegen we het kindje richting buik van de moeder. Halverwege begint het al te huilen.

I did it!

Ik bemoei me niet met de navelstreng, niet met het afklemmen noch het doorknippen. De geboorte van de moederkoek gaat geheel aan me voorbij. Ik ben helemaal verliefd op het prachtige donkere jongetje met zijn glimmende zwarte haartjes.

@poldervroedvrou