Geboortezorgthuis


 
Tessa veranderde tegen het eind van haar zwangerschap van mening: 'Ik ga gewoon thuis bevallen!' Mijn visie: thuis beginnen met het doorstaan van de ontsluitingsweeën, zonder op de klok te hoeven kijken, paste daar precies bij. "Houdt alle opties open, en begin bij het begin."
Emma wist zeker dat ze in het geboortehuis ging bevallen. Door omstandigheden logeerden zij en haar zoon van acht tijdelijk bij een vriendin. Ze had wel is waar een mooie eigen kamer met privacy en ruimte, maar daar baren? Nee, dat wilde ze niet.
Charlotte had haar eerste dochter in het geboortehuis gekregen, dat was letterlijk goed bevallen, maar nu twijfelde ze. Thuis gaf misschien minder poespas met op en neer rijden, zeker als alles weer zo vlot mocht verlopen. Ze zou het laten afhangen van het moment. 

Wij, de drie verloskundigen van ons zo geliefde pittoreske dorpje, laten sowieso onze dagindeling afhangen van hetgeen er op ons pad komt. Met twaalf hoogzwangere vrouwen voor de 31 dagen van januari, kon ons niet veel gebeuren, dachten we. De 24-uursdiensten, achterwachten en spreekuren verdeelden we rechtevenredig, en zo startte de woensdagochtend half negen het telefonisch spreekuur na een prima nachtje slapen.
Als eerste meldde Charlotte dat om 3:30 haar vliezen waren gebroken, geen krampen, ik beloofde met de visite-ronde langs te gaan.

Tijdens die visites belde Tessa op de dienstmobiel. Iedere tien minuten een wee, "Of dat wat kon zijn?", was haar vraag. Ik zei dat het vast wat kon worden en zou ook haar bezoeken.

Tussen de middag had Charlotte nog altijd geen weeën, terwijl helder vruchtwater rijkelijk stroomde. Tessa ging proberen te rusten. Iedere tien minuten een fikse kramp gedurende de gehele nacht hadden haar behoorlijk afgemat. Ontsluiting was er helaas nog niet. "Thuisbevallen betekent volhouden!", kwamen we samen overeen.

Tring-trrrring.
Mijn mobiel rinkelt in mijn broekzak.
Emma: 'Ik verlies water.' 
En dat is drie.
Emma wenste een geboortehuisbevalling, haar tasje stond al klaar, Charlotte twijfelde, en Tessa in principe thuis. Het kon nog alle kanten op, maar mijn raderen draaiden al met betrekking tot collegae, achterwacht en continuïteit van zorg. Vanavond de borstvoedingsworkshop door de ene en mogelijkheid van oppas door mijn dochter voor de kindjes van de andere indien nodig.
Hoe blijf je rustig in de wetenschap van de drie aankomende geboortes?
Situaties waar je nu nog absoluut niks aan kan sturen.
Het wordt mij vaker gevraagd. “Het is a way of life.” is meestal mijn antwoord. Want wij vroedvrouwen weten niet beter. Als we blijvend willen, dat iedere vrouw haar kind kan baren op haar eigen tijd, hoe de natuur het bedoeld heeft, dan is een horloge een onnodig ding. Bevallen onder kantoortijden, of op tijden die ons uitkomen, daar kunnen we, in het perspectief van onze visie, niet aan beginnen.
Go with the flow. Ook ik pik een middagdutje mee in afwachting van de dingen die komen gaan en besluit om  het avondeten vroeg klaar te maken. Helaas, zul je altijd zien, man blijkt juist laat. De pitten uit, dan eerst het rondje langs hopelijk nu doorzettende weeën bij de dames, al dan niet met gebroken vliezen. Daarna eten en na afloop van Marjolein haar voorlichtingsavond, de stand van zaken overdragen omdat de  dienst voor Marjolein dan start. 
Ik bedenk het dorpsrondje van noord naar zuid, en een zijtak naar west. Onhandig genoeg wonen ze alle drie in een andere wijk.

Tessa ligt wat bleekjes onder haar zeegroen/grijs geblokte dekbed. Ze is blij dat ik er ben, maar had zelf nog niet willen bellen. Ik wacht een paar weeën af, observeren en bemoedigen. Ze is helemaal in haar cocon en ik geef een welgemeend compliment: 'Dat doe je goed, rustig in en uit ademen, iets langer uit dan in, mooi!' Ze knikt met haar ogen dicht en wil graag weten of ze nu ontsluiting heeft.

Tring-trrrring.  
Het rinkelt het alweer vanuit mijn broekzak, gelukkig net voordat ik mijn toucheerhandschoenen aan heb. Wie zal het zijn deze maal?
De vriendin van Emma, of ik wil komen, want de weeën zijn begonnen, of liever gezegd; serieus  aan het doorzetten…
Het is 18:30 uur.
(Onthoud die tijd)

Adem in Adem uit
Waar waren we gebleven?
Het is half zeven, het avondeten staat te wachten op het fornuis, mijn dienst zal na de borstvoedingsinformatieavond worden overgenomen door Marjolein. Er waren twee dames met gebroken vliezen zonder noemenswaardige weeën en eentje met regelmatige buikkrampen, die we halverwege de middag geen echte weeën mochten noemen.

Ik luister aandachtig naar de informatie betreffende Emma. Het klinkt als een plotselinge omslag naar het echte werk. Ik kijk naar Tessa, tenminste, naar haar licht kronkelende verscholen gestalte onder het groene dekbed. Ook dat ziet er serieus uit. Tijdens het inwendig onderzoek concludeer ik een soepele vier centimeter ontsluiting, al bijna op de helft dus. Tessa smeekt of ze weer onder het dekbed mag.
Ik dek haar moederlijk toe tot over haar oren, zeg dat ze het bewonderenswaardig, geconcentreerd en ingetogen doet en dat warmhouden inderdaad uitermate belangrijk is.
Rust om je heen. Concentreren op je missie.
‘Volhouden Tessa, je bent zowat over de helft!’
Haar man krijgt instructies voor het bellen van kraamzorg, en ik beloof direct terug te komen. ‘Of één van mijn collega’s.’ Ik zie het dekbed knikken.
De schokbrekers kreunen bij het doorkruisen van het dorp.

Bij Emma doet niemand open. ‘Huh?’ Ben ik wel goed? Ik toets “Herhaal laatste oproep” en tegelijkertijd verschijnt er iemand met een telefoon aan het oor voor het keukenraam. Simultaan zwaaien we schaapachtig naar elkaar.
‘Haaai.’
Het is sauna-tropisch warm op de kamer van Emma, heerlijk voor een aankomende baby.
Hier zie ik aan de vorm van kronkelen en woelen, plus in dit geval ook hoorbaar kreunen, dat het moment suprême absoluut nabij is. Een ritje naar het geboortehuis zit er in ieder geval niet meer in.  ‘Bestel maar een kraamverzorgende,’ zeg ik tegen de kennis van Emma.
Mijn keuze voor assistentie aan de andere kant van het dorp, waar we puffende Tessa onder het zeegroen/grijs geblokte dekbed achter lieten, valt op collega Wilke. Haar telefoonnummer staat boven in mijn kieslijst. Ze reageert niet meteen.
‘Hè get,’ zeg ik meer tegen mezelf dan tegen Emma.
Adem in adem uit, tot tien tellen en “Herhaal Laatstgekozen nummer” intoetsen.
‘Ja? Hallo?’ Een zware mannenstem. Oeps, wie bel ik?
Wilke legt net de kinderen op bed, daarom heb ik haar partner aan de lijn.
‘Komt goed,’ zegt hij als antwoord op mijn gehaaste uitleg. Ach, een getrainde verloskundige-partner heeft vanzelfsprekend aan een halve instructie genoeg.
Partner neemt het voorhetslapengaanvoorleesverhaalritueel over, -wat hem vast makkelijker zal afgaan dan de borstvoedingsinformatieavond van MarjoleinJ- en Wilke gaat op pad.

Superblij dat de kamer van Emma op de begane grond is, maar licht hijgend in verband met het op en neer rennen naar de auto voor mijn complete thuisbeval-equipment, tover ik de logeerkamer in no time om tot een originele oud-Hollandse kraamkamer. Een rustiek-coloniaal koffietafeltje op een donkerbruin schapenvachtje schuif ik zonder pardon met één losse voetbeweging aan de kant. Alleraardigst gestyled qua inrichting, maar voor nu op een zeer onhandige plek.
Hoppa.
Emma vraag ik met hoofd aan voeteneinde te gaan liggen, want dan kan ik er beter bij. Bed staat niet op klossen, dan straks maar op mijn knieën…
Schoenen uit, vest uit, handen wassen, koffers open, kraampakket uit de kast, stoffen luiertjes over de verwarming, beschermingsmatjes eronder,  emmer met vuilniszak erin, hartje luisteren. Klinkt in perfect dapper ritme.
Boinkboinkboink.
Handschoenen aan.
En tijdens al die handelingen Emma toespreken. Dat het goed komt, dat ze nergens meer heen hoeft, dat ik er ben, en dat het goed komt, en dat de baby gewoon hier beneden geboren gaat worden, en dat het goed gaat komen, het hartje klopt vitaal door, het vruchtwater is helder, en het hoofdje zit al vlak voor de uitgang, kortom, het komt helemaal goed.
En dat komt het ook.
Om 19:08 houdt ze, met een licht verbaasde blik, haar zoon in de armen.
‘Kaum zu glauben.’


Hoe zou het bij Tessa zijn?

Via sms verneem ik dat in huize Tessa beide oma’s en een kraamverzorgende zijn gearriveerd. Tessa sluit zich af voor iedereen om haar heen, concentratie ten top, rust is geboden. Omdat ik Charlotte op mijn lijstje heb, -gebroken vliezen zonder weeën, weten jullie nog?- besluit ik om bij Charlotte en Henry langs te gaan. Wilke houdt het fort ‘Huize Tessa’.

‘Wil je koffie?’ vraagt Henry. Uit mijn ooghoeken zie ik een oogverblindend-mooi roestvrijstalen espressoapparaat glimmen. Ik denk een milliseconde aan Wilke, die immers voor mij aan het werk is op haar vrije avond. Henry bespeurt mijn twijfel. Hij weet niets van Werkende Wilke en haalt me over met het toverwoord.
‘Cappuchinootje?’
Ik denk: sorry Wilke en roep -misschien net iets te uitbundig- van: ‘Ja!’
Terwijl ik mijn koffie drink, loopt Charlotte rond. Zij grijpt daarbij om de zoveel tijd naar de deurpost, het aanrechtblad of de schouder van Henry. Marjolein smst dat de Borstvoedingsworkshop uitstekend verliep en dat ze inzetbaar is waar nodig. Met Henry neem ik enkele essentiële  instructies door hoe de dienstdoende  -vanaf mijn laatste slok koffie zal dat Marjolein zijn- te bellen wanneer de knijp-en-grijpsessies van Charlotte vlotter op elkaar volgen en intenser van grip worden.

Om half tien bel ik aan bij Tessa. Een aanstaande oma doet open, haar wijsvinger reeds streng gestrekt voor de mond. ‘Ssst, boven heerst rust voor de concentratie,’ zegt ze. Ik knik bedeesd en ben een tikje onder de indruk. Mijn opdracht van enkele uren geleden, boemerangt hier recht in mijn eigen gezicht.
Ik wacht in de huiskamer om met Wilke te overleggen. We fluisteren over en weer omtrent de stand van zaken. Drie dames in drie verschillende bevallingsfases, drie verloskundigen aan het werk op een ‘gewone’ doordeweekse avond. Van aflossing wil Wilke niet weten. Daar hoor ik het ware midwifehart van mijn collega kloppen in de letterlijke vertaling van het Engelse midwife: Met de Vrouw.
Wilke is zeer resoluut: ‘Laten we in deze fase van de bevalling maar niet weer wisselen. Ik blijf bij Tessa.’ Ik probeer tegen te sputteren: 'Maar joh, Wil, het is  niet eens jouw dienst...' Volkomen zinloos. Ze heeft zelfs een lief collegiaal argument: ‘Bovendien, jij hebt toch nog niks gegeten?’ Voelde ik me een tikje schuldig tijdens mijn korte koffiebreak, merk ik nu pas hoe weeïg ik inderdaad ben. We lachen zachtjes om de woordkeuze.
Wilke vertrekt wederom naar boven, en om half elf haal ik mijn warme maaltijd uit de magnetron.
Om één minuut voor twaalf is huize Tessa een meisje rijker. Met alle spectaculaire krantenberichtjes over rap bevallende vrouwen langs snelwegen, nabij benzinepompen, voor stoepen van ziekenhuizen, of in sauna’s van vakantiehuisjes, zal hier geen persmuskiet in de bosjes hangen. Gewoon een hele dag heftige weeën wegzuchten onder je eigen dekbed, en een dik uur persen op je eigen matras. Topsport van volhouden en wilskracht. Complimenten voor Tessa en de supporters rond haar bed.  
Wilkes smsje wordt gecompleteerd met blije smileys: #shedidit whohoo!  en ik whoehoe op afstand met hen mee.

 
Epiloog

-Charlotte, die zich deze ochtend als eerste meldde, (het lijkt alweer drie weken geleden in plaats van een halve dag) hoe verliep het daar?-
PiepPiep.
01:00u
#weeën bij C
01:01u
PiepPiep.
#Irene mag mee
Marjolein en Irene -Belgisch opgeleide vroedvrouw die graag de Hollandse thuisbevalling wilde meemaken- mogen naar Charlotte. Midden in de nacht wordt daar de zoon geboren, en wel een krap half uur voordat het termijn van "24uur gebroken vliezen" af zou lopen. Irene assisteerde bij de thuisbevalling en Marjolein maakt een hippe selfie met baby, Irene en haarzelf naast het bed van moeders als bewijs.
Ik hou ervan. Ook Charlotte bewees aan zichzelf dat in haar geval thuisbevallen een juiste keuze was.
De volgende dag ontvang ik een bijzondere foto van een bladzijde uit Irene’s babyalbum. Ik wist niet meer zeker of ik degene was die haar moeder begeleidde, of dat het mijn vroegere collega was geweest. Irene was voor me op zoek gegaan. Ik staar naar het plaatje, wat was ik nog jong...
'Ach, kijk eens,' verzucht ik tegen Wilke: 'hier is mijn pre-selfietijdperk bewijs.'
Marianne trekt Irene haar eerste kleertjes aan
Het staat er met zilveren penneninkt onder geschreven.
Irene als baby, Irene als vroedvrouw.
Whohoo, denk ik, maak plaats voor een volgende generatie. Midwives, verloskundigen, vroedvrouwen. Kundig, wijs, met de vrouw, naast de vrouw, voor de vrouw,
en

laten we zuinig op ze zijn!             

@poldervroedvrou

Prinses op de Erwt


Kent u dat sprookje waarin een prinses getest wordt of ze werkelijk van Koninklijke bloede is? De aanstaande prins-gemaal stapelde matras op matras op matras, verstopte er een erwtje onder om de gevoeligheid te testen. Alleen een echte prinses zou de hobbel voelen.

En zo trof ik Sarah-Marije.
Boxspring en topper hamburgergewijs opgetast, Sarah-Marije lag er, in opperste paniek haar persweeën weggrommend, boven op. Gemaalskant liet een lege bedbodem zien, kussens en dekbedden pardoes op de grond gekieperd. 
Toen Saar me zag, riep ze: ‘Ik MOET PERSEN!’ Alsof ik dat niet, bij het oprennen van de trap, reeds bemerkt had aan de onmiskenbare oergeluiden die mijn richting en tempo hadden bepaald.
‘Het is goed Saar, euhh Marij, het is goed Sarah-Marije, ik ben er,’ piepte ik licht nahijgend en gooide mijn koffers open.
‘Ligt er een zeiltje op je bed?’ Saar had geen idee. Haar prins wist het evenmin. Hij ging voor me opzoek naar iets ter bescherming van het matras en kwam met grote badhanddoeken terug.
‘Heel goed, maar ook iets met plastic, het kraampakket? Staat dat ergens?’ Prins haalde vertwijfeld zijn schouders op. ‘Kast. Babykamer. Onderin.’ gromde Sarah-Marije tussen haar opeengeklemde kiezen door. ‘Roze kast!’
‘Marie, zal ik je moeder bellen?’ Prins zwaaide zijn mobieltje voor de neus van persende prinses.
Ik vroeg Saar waar ze de kraamzorg van had, ze keek me verdwaasd aan: ‘Dat ben jij toch?’
‘Bel moeder maar, ‘ zei ik tegen Prins, ik kende moeder, het leek me een kordate assistente en ze woonde om de hoek.
Prins en ik wurmden met enige moeite een plastic zeil onder Saar -of was het nou Marie- door, ik dekte het af met een grote koningsblauwe veloursbadhanddoek tegen het kraken, schuiven en plakken. 
Maar onze prinses lag niet lekker.
‘Ik wil staan, mag ik staan,’ en ze stond al naast bed, zakte door haar knieën en perste op de hurken.
Vruchtwater spetterde op het laminaat.
Ik keek eens op de klok. 23:47 was hun telefoontje binnengekomen. Net na middernacht rende ik hier de trap op. Nu klokte ik 00:14 en zag hoe mijn shirt binnenstebuiten zat.
Daar was oma al.
‘Marie, moet jij niet liggen?’
Als een echte koningin-moeder dirigeerde ze haar dochter terug de stapel op. 
We persten uit alle macht. Het kruintje verscheen en de opeenstapeling zakte enorm in. Ik voorzag troubles met de schouders, zeker omdat we een flinke boreling verwachtten en zachte onderleggers over het algemeen weinig ruimte laten voor soepele schouderontwikkelingen.
‘Sarah-Marije, kun je nu, voor de volgende wee begint, op handen en knieën draaien?’
Moeder dacht met me mee en herhaalde mijn vraag op gebiedende wijs: ‘Marie, nu!’
Marie draaide zonder tegensputteren.
En zo werd de dochter geboren. Een kruinligging bleek het, ook wel een sterrenkijkertje genoemd. Alleen, onze Marie baarde natuurlijk niet op haar rug, waardoor er voor deze baby geen enkele ster waarneembaar was.
Die Sarah-Marije, met haar vorstelijke naam, drie matrassen en een topper afgekeurd, een ware prinses. 
Het blozende prinsessenkind noemden ze Jet. 
Lekker kort.

 @Poldervroedvrouw 

Telepathie

Als om half twee in de nacht de dienstmobiel rinkelt, duurt het enkele ogenblikken voordat mijn handelingen gecoördineerd verlopen. Telefoon pakken, aanzetten, spreken, luisteren, begrijpen.
Het is mijn zo gewenste badbevalling die zich aankondigt, mijn benen zwaaien al over de bedrand. Mouwloos T-shirt aan, handen door het haar, bril op en gaan.

Onze aankomend tobbedanseres komt onder de douche vandaan en gaat op bed liggen.
De ontsluiting blijkt ‘pas’ drie en het bad moet nog vol, ik installeer me beneden op de bank.
Voorlopig plan van aanpak; Aangeboden koffie afslaan en mijn prikkende oogjes nog even rust gunnen. Ralph gaat zich bezig houden met vulslangen en warm water.
In de kamer zoemt een vervelende vlieg. ‘Hè, hoor jij niet te slapen, weet je wel hoe laat het is?’ Hij weet het waarschijnlijk niet omdat alle lampen in huis fel branden. Geluiden als het tikken van een grote wandklok en het ruisen van het volstromende bad boven, sussen mij een beetje in slaap.
Ik word weer wakker van de stilte. Het bad is blijkbaar vol. 2:45. Het voelt alsof ik drie uur geslapen heb, in plaats van de luttele drie kwartier. 
‘Kan jij overal slapen?’
Ja dat kan ik, overal en in alle houdingen. 
Wakker blijven, indien gewenst, kan ik trouwens ook, no worry’s.

Ik ga boven polshoogte nemen. Esther ligt op de zij met de handen voor haar gezicht. Ralph zit er naast, iedere wee masseert hij met grote toewijding Esthers rug. ‘Harder,’ klinkt het gesmoord onderuit de keel van Esther. Ik zie aan het verbeten gezicht van Ralph dat hij met zijn power een flinke boom zou kunnen ontwortelen. Voor Esther gaat het blijkbaar niet stevig genoeg.
‘Harder!’
Ondertussen mijmer ik of het tijd wordt voor vliezenbreken.
Het liefst laat ik dat aan de natuur over. Echter, Esther vroeg er al een paar keer om.
‘Vorige bevalling ging het daarna snel.’
Ik weet dat het ontsluiten door aflopend vruchtwater in een stroomversnelling kan komen, alleen verstoren we misschien het natuurlijk verloop. Haar eerste baby draaide verkeerd om, wat Esther op een behoorlijke rits hechtingen kwam te staan.
Ik concentreer me op de weg die de baby richting uitgang maakt.
Pats!
Vruchtwater spuit met grote kracht richting Ralph.
‘Zo!’ zegt Ralph, terwijl hij de natte plekken op zijn broek dept.
‘Tjonge,’ zeg ik, ‘Ik kan telepathisch vliezen breken, hoe vind je die?’
Aan de volgende wee lijkt geen eind te komen. De buik golft. Persweeën.
Opstaan, enkele passen richting bad. Stap-stap-stap. Nu nog erin. Een nieuwe perswee laat Esther door haar knieën zakken. Het zal me toch niet gebeuren dat we vlak voor de eindstreep ons doel niet halen. Kordaat pak ik een been en hijs hem over de badrand, de andere lukt Esther gelukkig zelf en daar duikt ze de warmte in.
‘Laat jij de baby geboren worden?’ vraagt ze me liefjes.
‘Dat kan je zelf,’ fluister ik.
Tobbedansen, gevolgd door de ‘Duik-er-eens-in’-variant.
Lucas wordt te water gelaten.
Door zijn moeder.
Hechtingloos.
Uw vroedvrouw kijkt met blij hart toe.

  @poldervroedvrou


Nog even de was ophangen...


 

 

Mariska is ruim voorbij de helft van het ontsluiten, en Gijs verzet de haspels. De grond boven het uienpootgoed moet namelijk besproeid worden, zodat de groene scheuten hun groei door de zware polderklei richting de zon kunnen maken. Gijs is ergens op het land. Mariska wijst achteloos naar een plek ver weg aan de horizon.
‘Hij zou zo weer terugkomen hoor.’
De bloesem zit net aan de boompjes, en ik laat me uitleggen over de markiesachtige overkappingen rij na rij boven de fruitbomen. ‘Die worden binnenkort uitgeklapt om hagelschade aan de appeltjes te voorkomen.’ Een heel karwei schat ik zo in, maar om binnen het tijdsbestek van één flinke hagelbui je volledige oogst gehalveerd te zien, lijkt me een slecht alternatief.
Meehelpen met zuchten en puffen is hier onnodig, ik zet al mijn benodigdheden klaar, bestel de kraamverzorgster en laat Mariska begaan. Ze gaat trap op en af, en op. Ik hoor hoe de bezigheden soms een minuutje stilvallen, waarna er weer in vol tempo wordt doorgestampt. Wat ze allemaal in haar nesteldranggedachten heeft, weet ik niet, maar ik denk; Goedzo meid, lekker in beweging blijven.
Koffie sla ik af. Ik tap mijn glaasje water zelf, vind een krentenbol in de broodtrommel en installeer me op de bank voor het bijwerken van de visiteagenda. Laat de boeren maar dorsen. Binnen en buiten.
Als ik alles op orde heb, en het bonken op de trap verstomd lijkt, ga ik polshoogte nemen.
Waar is mijn barende?
Niet op haar slaapkamer. Slechts het gespreide bedje, een kraampakket, luiers en kruiken wachten hier geduldig op de dingen die komen gaan. Ik spiek om het hoekje van de badkamerdeur. Niemand. Ik ‘Oehoe!’ richting bovenverdieping. Niks. De bijkeukendeur staat open. Mariska is buiten.
Mijn barende hangt de was aan de lijn.
Bloesembomen in rechte rijen op de achtergrond, blauwe lucht met witte wolken. Kleurige lakens wapperend in de wind. Een stormig dagje. De donkerblonde haren van Mariska waaien mee.
Zo ziet vijf centimeter ontsluiting er uit in de polder.
Ze lacht verontschuldigend naar me. ‘Ja, dit moest nog even hoor.’ Op de drempel puft ze een wee weg en voegt vervolgens licht nahijgend toe dat ze eigenlijk de huiskamer wilde stofzuigen, maar dat leek haar weer vervelend voor mij.
‘Vrouwen met ontsluitingsweeën liggen meestal op bed, in de hand van hun man te knijpen,’ zeg ik gekscherend. Ik kijk op mijn horloge, is die tracktor al in aantocht?
‘Zal ik een warme douche nemen?’
Dan volgen de ontwikkelingen elkaar in razend tempo op. Kraamverzorgende en aanstaande vader arriveren exact op tijd voor de benodigde assistentie. Gijs vangt zijn vrouw op als ze druipend uit de douche stapt. Mariska kermt nagenoeg onhoorbaar: ‘Het is nu heel heftig...’
Ik vang de baby op als Gijs: ‘Daar komt ie!’ roept.
“Ie” blijkt een dame van bijna negen pond. Een dusdanig grote dochter had ze niet eerder gebaard. Buiten wentelen de windmolenwieken onstuimig rond, het droogmolentje draait dapper mee.
Mijn felicitatie: ‘Een struise boerendeerne en je wasgoed alweer zo-goed-als droog!’
Polderpower!

 

@poldervroedvrou

Jubileumblogje


Ik mag naar Verlos-vier.

Op verloskamer vier ligt Jasmina Singh, ze is van mijn leeftijd en krijgt haar tweede kind. Ik kan meteen mijn steriele handschoenen aantrekken, zwarte haartjes zijn al te zien. Jasmina geeft nog een zetje en het hoofdje glijdt vloeiend uit haar.

Mijn handen zweven zonder doel in de lucht. Wel aanpakken-niet aanpakken. Ik weet het niet, ik weet niks. Een eerste bevalling de handschoenen smetteloos schoon houden is ook een prestatie..

De verloskundige legt haar handen op die van mij, we omvatten het hoofdje en met iets druk richting matras zie ik de voorste schouder komen, de verloskundige roept nu dat Jasmina moet zuchten.

O ja, zuchten, ik roep met haar mee. Met vier handen bewegen we het kindje richting buik van de moeder. Halverwege begint het al te huilen.

I did it!

Ik bemoei me niet met de navelstreng, niet met het afklemmen noch het doorknippen. De geboorte van de moederkoek gaat geheel aan me voorbij. Ik ben helemaal verliefd op het prachtige donkere jongetje met zijn glimmende zwarte haartjes.

@poldervroedvrou

Twister


Asielzoekers
Ruim tien jaar was er een asielzoekerscentrum aan de rand van ons dorp. Al naar gelang de ellende in de wereld, zagen wij daar zwangere vrouwen uit alle verschillende windrichtingen neerstrijken.
Improviseren, geruststellen, handen-en-voetenwerk, tolken en nogmaals geruststellen.
‘Het komt allemaal goed, je bent nu bij een Hollandse verloskundige,’ we vertaalden onze professie in alle mogelijke talen. ‘Geen dokter, geen zuster, iets daartussen in.’
Bij het zien van de ‘Ellende in de Wereld’-anno nu zijn het de zwangeren waar ik als eerste aan denk. Aardbeving in Nepal, waar baar je? Gammele bootjes over de Middellandse zee, als je daar maar geen weeën krijgt. Bombardementen, kapotte steden, uitgestorven desolate plekken, tentenkampen. Ik denk aan oudere mensen en kleine kinderen, het besef van de onmacht en hun verdriet. Maar mijn hart gaat vooral uit naar de aanstaande moeders.
Hoogzwanger en dan?

 Twister
Een dynamische bevalling op Middenoosterse wijze.
Op een nacht vertrok ik met Ammara naar de verlosafdeling. Ze belde tevergeefs naar haar moeder, riep om Allah en probeerde zich over te geven aan dat ietwat eigenwijze vreemde vroedmens. Ze beviel, ik kan wel zeggen, dynamisch. Vol  als ik was van het nachtelijke bevallingsgeweld, trachtte ik later die dag het verloop van het geboorteproces uit te beelden aan een dorpse kraamvrouw: ‘Terwijl een betoverend rond babybolletje met glimmendzwarte krulletjes te zien was in de opening,  had ze opeens haar rechtervoet beet en trok deze pardoes naast haar linkeroor.’ [Ja, neemt u maar even een leespauze om deze actie bij uzelf uit te proberen.] De kraamvrouw in kwestie probeerde het niet omwille van een enkele venijnig trekkende hechting maar riep: ‘Rechtervoet. Linkeroor. Zwart… Het lijkt wel Twister!’
Mijn opa zette vroeger een rijksdaalder in voor het kleinkind dat als eerste een been in de nek legde. Mijn ballerinasouplesse won het vaak van mijn judoënde  broers. ‘Iedere dag een keertje doen, dat komt je later nog wel eens van pas,’ was zijn goede raad. Helaas, tegen de tijd dat mijn eersteling geboren moest worden, was ik al blij de schoenveters te kunnen strikken. Wonderlijk hoe de oerkrachten van Ammara mij terugbrengen naar een spelletje Twister en de rijksdaalder van opa Zuurveld-zaliger.  
Twister, ach ja. Ik joelde de commando’s inderdaad, alleen Ammara verstond mij niet en riep afwisselend om moeder en God.
Ik spoorde de twee dames van vluchtelingenwerk aan: ‘Linkerknie! Rechterknie! Steun geven!’
Meneer keek toe met grote bruine ogen en hoog opgetrokken donkere wenkbrauwen. Zijn blik vloog richting deur. Ik meende aan zijn gezicht af te lezen, dat hij dacht; Al dat vrouwvolk, wanneer komt hier een echte dokter, met een keurige witte jas en een stethoscoop om zijn nek?
Ammara gilde en perste, babydochter gleed uit haar en zette het in canon op een krijsen. Geen schade aan de onderkant constateerde ik. Dat ontlokte Ammara wel een opgelucht glimlachje. De ‘echte dokter’ in Ammara’s thuisland had haar, na de eerste bevalling, met vierentwintig hechtingen moeten repareren.
Met hoeveel hechtingen Ammara’s hart gerepareerd moet? Ontelbare. De eindelijk gelukte telefoonverbinding met moeder maakte heel wat los.

 
@poldervroedvrou

Wortel


Een wonderbaarlijk serene thuisbevalling midden in de nacht. Kalmpjes richting huis, een opkomende zon die me tegemoet straalt en op de radio een toevallig exact passende song. Donna Summer zingt, ik neurie met haar mee. Het zijn momenten om te onthouden. Dan grinnik ik om een wortelanekdote en besef hoe ik belevenissen in allerlei soorten en maten koester.
Naomi is het pientere dochtertje van Renée en Hendrik. Het afgelopen half jaar zag ik hoe Naomi iedere controle die ze met mamma mee kwam iets had bijgeleerd. Eerst bleef ze afwachtend tussen het speelgoed op de grond zitten en zette het pas op een huilen als Renée op de onderzoeksbank ging liggen. De laatste controles stapte ze parmantig rond en deed alsof ze thuis was.
Op de bewuste wortelochtend had ik Herma voor me zitten. Herma diepte een secuur geschrapte wortel op uit een boterhamzakje. Mooi, wij konden praten terwijl zoon Daan zou knabbelen. Daan bekeek de wortel van alle kanten, waarbij ik me voorstelde dat hij zoiets dacht als; hè, das geen sjokola. Hij at zijn wortel dus niet, maar hield hem wel, gedurende de gehele zwangerschapscontrole, onwrikbaar vast. Zichtbaar blij was Daan na afloop. Hij mocht gewoon weer naar buiten. Denkwolkje; oef geen koud stethoscoopgeluister of onverwachts geklop of geprik aan mijn lijf, op naar huis.
In de wachtkamer troffen we in de poppenhoek Renée en dochter Naomi en bij het Bob-de-Bouwermeubeltje stond Daan2, het zoontje van Hidi. De ene Daan(2) keek met openmond naar de andere Daan(1) die mij gedag moest zwaaien van zijn moeder.
Doe maar dahààg naar de babydokter Daan, zwaai maar met je handje,’ moedigde ze aan.
Daan1 aarzelde, de wortel zat hem klaarblijkelijk in de weg.
Het is altijd grappig als peuters, die nog net niet op een dagverblijf of schooltje zitten, wezentjes tegenkomen van hun eigen lengte. Ze kijken naar elkaar alsof ze van een andere wereld komen. De jongetjes bewogen dan ook niet. Als twee cowboys in een shootout.
Welke Daan moet er zwaaien?
Naomi echter overzag de situatie haarscherp, zij handelde razendsnel. In twee stapjes was ze bij Daan1 en snaaide met een rappe beweging de wortel uit het knuistje. Voor we met onze ogen konden knipperen duwde ze de wortel in het openstaande mondje van Daan2 en keek naar mij met een hartveroverende ondeugende grijns. Vervolgens greep ze de verbouwereerde Daan1 resoluut bij de mouw en zwaaide zijn arm stevig heen en weer.
‘Taaie.’
Dat uitgestreken smoeltje erbij was om op te vreten.
'Ja,’ zei Renée, ‘zwaaien.’
Uit de Bob-de-Bouwerhoek kwamen rouwkost-kauw geluiden en ik zei: ’Volgende patiënt.’

 *Ik zeg natuurlijk nooit ‘patiënt’ maar het paste zo geestig in de situatie. En verder; Daan2 werd veertien dagen later grote broer van Jasmine, het was op een woensdagochtend nog voor de koffie. Naomi werd drie dagen daarna grote zus van Thamar, vlak voor de voornoemde memorabele zonsopgang. En zo verbindt mijn brein moeiteloos een wortelmoment aan “The state of Independence” van Donna Summer. ‘Yessss. I know why I am alive!’


@poldervroedvrou