Een babyboom in het Coronajaar 2021
Wereldlichtjesdag
De Kunst van het Nietsdoen
Raketje
Verloskoffer
De oude doos
Er was eens een tijd, dat mijn leven bestond uit een piepende semafoon en een hand vol kwartjes in de broekzak. Als de ‘pieper’ afging, veerde ik een halve meter in de lucht, zocht zo snel mogelijk een telefooncel, belde de alarmcentrale en vernam het adres waar er in barensnood op me gewacht werd. Later liet ik een telefoon in mijn auto inbouwen met een stoere lange antenne op het dak. Een geweldige uitvinding die zijn dienst al op de eerste dag van ingebruikname bewees.
Ik reed het dorp uit voor een kraambezoek in het buitengebied en hoorde via de centrale over heftige weeën bij ene familie de Groot. Aha, Hanneke en Eric. Ik toetste hun nummer in (van Handsfree had nog niemand gehoord) en kreeg een hijgende Hanneke aan de lijn. Haar zware manier van ademen deed mij subiet keren en met gas op de plank over de drempels in de nieuwbouwwijk hopsen, tegelijkertijd joelde ik handige instructies voor de barende in de hoorn, zoals: puffen-op-de-zij, inademen-door-de-neus, rustig-aan, je-doet-het-goed en ik-ben-er-zo. Zij riep: ‘Oeeeh!’ en gaf me door aan Eric. De aanstaande vader commandeerde ik over een sleutel in de voordeur, de verwarming omhoog en het optrommelen van een kraamverzorgster, bovendien kon ik hem geruststellen want huize de Groot kwam in zicht. Ik parkeerde schuin op de stoep en arriveerde op die manier zonder enig tijdsverlies en zo ook de kleine Rebekka.
Wie zou er destijds geloofd hebben, dat er tegenwoordig niemand meer zonder zijn [in de broekzak-passende] mobieltje de straat op gaat.
Vandaag begeleid ik een gezellige huiselijke baarkrukbevalling. Een spiegeltje waar ik normaliter af en toe mee om het hoekje kijk, is niet aanwezig. Lumineus idee! Ik zet mijn iPhone op filmen en richt hem zo dat ik perfect zicht heb op het vorderen van de geboorte. ‘Nou,’ grapt manlief, ‘volgende keer kan je gewoon thuisblijven, dan stel ik de camera in en hoor ik wel van afstand van je hoe ik het allemaal moet doen.’
‘Tuurlijk,’ speel ik mee, ‘dan hebben ze daar vast een app voor uitgevonden!’
Moeders zegt: ‘Oehhh! Let oooop!’ Ik leg mijn telefoon snel buiten spetterafstand, want daar komt het hoofdje, baby passeert op de ouderwetse manier, moeders grijpt en pakt en drukt het kindje onvoorwaardelijk aan haar borst. Hands-On-moederliefde. Aan die techniek verandert niets.
@poldervroedvrou
Dit was een kort verhaaltje uit de oude doos. De iPhone-bevalling in 2010 klinkt al als heel lang geleden. Hoe ik startte in 1990, zonder mobiele telefoon, was zelfs in een vorige eeuw. Wat vliegt de tijd. Onvoorwaardelijke moederliefde is gelukkig iets van alle tijden. De columns die ik voor de BlikOpZeewolde schrijf, geven de lezers op een luchtige manier een inkijkje in het bestaan van een dorpsverloskundige. Zo verzamelde ik alweer 10 jaar belevenissen. Volgende keer een bijzondere feestelijke special om dit te vieren!
De Wijze uit het Oosten
Een verlaat kerstverhaal, wat zijn aanvang had in de
warme corona-zomer en zich exact op 25 december voltooide in het Geboortehuis
met een gezonde zoon als resultaat. Laten we bij het begin beginnen…
Afgelopen zomer haalde een vader zijn dochter vanuit het
buitenland op. Zij werkte in Rome, en woonde daar samen met haar Roemeense
vriend. Een positieve zwangerschapstest en de commotie in de wereld bracht hun
toekomstplannen in een stroomversnelling. Opa-in-wording omzeilde Italiaanse
coronamaatregelen en trotseerde diverse obstakels om zijn dochter en haar
vriend thuis te halen. Een bravourestuk dat zeker geen sinecure bleek te zijn:
‘Maar voor je kind doe je alles hé.’ Dat vond ik sowieso al een mooi verhaal.
Het uitgerekende moment; ergens midden tussen 24 en 25
december. Als voorlopige werktitel kozen ze voor de gein Hesús, want niemand
verwachtte dat hij ook werkelijk in die nacht zou komen. Voorlopig bivakkeerden
ze gezellig bij de grootouders en sprokkelden hun volledige babyuitzet bij
elkaar.
Half december krijgen ze een eigen plekje om te wonen,
het is alleen net buiten ons dorp.
‘Ik hoop dat we bij jullie onder controle mogen blijven,
het voelt zo vertrouwd.’ verzuchtte Marie bescheiden. We bespreken de te volgen
tactiek in geval van het baren, de keuze wordt geboortehuis, slechts enkele
straten achter het nieuwe stulpje. Josh heeft intussen werk gevonden in
Zeewolde, dus om nog een paar maal naar onze praktijk te komen voor de
controles is geen probleem. Ik bekijk op Google-maps de wijk en de route en denk;
dat zal prima lukken. ‘Maar bel wel tijdig, dan spreken we eenvoudigweg in het
Geboortehuis af.’
Kerstnacht heb ik dienst en iets zegt mij dat we gegarandeerd opgeroepen gaan worden. Enkele dames zijn bovendien al danig overtijd. Praktijk-spoedberaad; we spreken af om onvoorwaardelijk achterwacht te zijn voor elkaar, ongeacht de feestdagen, feitelijk zoals altijd, en trouwens, we kunnen toch nergens op bezoek tijdens deze coronatijden. Mocht één van ons in het hospitaal zijn en een volgende barende heeft in het dorp verloskundige-hulp nodig; wij zijn paraat!
Als Marie belt, begint ze met een verontschuldiging: ‘Het
is vast nog niet zover, maar ik denk dat het begonnen is...’ Het is vier uur in
de nacht, maar jullie bevlogen beroeps-idolaat Poldervroedvrouw komt
enthousiast overeind: ‘Ha, ik wist het!’ en belooft allereerst naar la nostra
casa te rijden om eventueel aansluitend gezamenlijk naar het geboortehuis te
gaan. Ik voel me extra-relaxed vanwege de geregelde ‘Kerst’-achterwacht en toets
het adres in mijn TomTom en vertrek.
Mooier kan je het immers niet hebben; ver na de remslaap,
bijna uitgeslapen zelfs, in een heldere kerstnacht naar een geboorte. De radio
speelt ‘driving home for krismas’ kan het toepasselijker.
TomTom laat me om de wijk heenrijden en ik beland in een
kronkelige bochtige straat met links de even nummers, rechts schuttingen en
achtertuintjes. Ik vind het niet, was het nu toch een oneven nummer? Auto maneuvreren
in het eerste het beste parkeerplekje dan maar en uitstappen. Op de oprit staat
een Tesla, en het huisdeurbordje laat ‘Familie Foppen’ lezen. Niet goed, ik
besluit niet aan te bellen, maar Marie nogmaals te proberen. Ik krijg Joseph
aan de lijn, in zijn Roemeens-Italiaans vermengd met gebroken Engels probeert
hij mij door het laatste stukje van de route te loodsen.
‘I’ll turn on the lumina della macchina.’ Ik weet niet
exact wat hij bedoelt, vaagjes komt de betekenis boven. Ooit, in een vorig
leven was ik, als achttienjarige, au-pair bij een Milanese familie, doch mijn
Italiaans is intussen helaas wat arruginito geworden. Bij de volgende bocht zie
ik een rode Fiat met knipperende oranje verlichting. Quello intelligente!
De vergelijking van de wijzen uit het oosten die een ster
volgden om in de kerstnacht op de juiste locatie te geraken komt bij me op. De
voordeur staat al op een kiertje.
@poldervroedvrou
