Buurtgenoot
Een babyboom in het Coronajaar 2021
Wereldlichtjesdag
De Kunst van het Nietsdoen
Raketje
Verloskoffer
De oude doos
Er was eens een tijd, dat mijn leven bestond uit een piepende semafoon en een hand vol kwartjes in de broekzak. Als de ‘pieper’ afging, veerde ik een halve meter in de lucht, zocht zo snel mogelijk een telefooncel, belde de alarmcentrale en vernam het adres waar er in barensnood op me gewacht werd. Later liet ik een telefoon in mijn auto inbouwen met een stoere lange antenne op het dak. Een geweldige uitvinding die zijn dienst al op de eerste dag van ingebruikname bewees.
Ik reed het dorp uit voor een kraambezoek in het buitengebied en hoorde via de centrale over heftige weeën bij ene familie de Groot. Aha, Hanneke en Eric. Ik toetste hun nummer in (van Handsfree had nog niemand gehoord) en kreeg een hijgende Hanneke aan de lijn. Haar zware manier van ademen deed mij subiet keren en met gas op de plank over de drempels in de nieuwbouwwijk hopsen, tegelijkertijd joelde ik handige instructies voor de barende in de hoorn, zoals: puffen-op-de-zij, inademen-door-de-neus, rustig-aan, je-doet-het-goed en ik-ben-er-zo. Zij riep: ‘Oeeeh!’ en gaf me door aan Eric. De aanstaande vader commandeerde ik over een sleutel in de voordeur, de verwarming omhoog en het optrommelen van een kraamverzorgster, bovendien kon ik hem geruststellen want huize de Groot kwam in zicht. Ik parkeerde schuin op de stoep en arriveerde op die manier zonder enig tijdsverlies en zo ook de kleine Rebekka.
Wie zou er destijds geloofd hebben, dat er tegenwoordig niemand meer zonder zijn [in de broekzak-passende] mobieltje de straat op gaat.
Vandaag begeleid ik een gezellige huiselijke baarkrukbevalling. Een spiegeltje waar ik normaliter af en toe mee om het hoekje kijk, is niet aanwezig. Lumineus idee! Ik zet mijn iPhone op filmen en richt hem zo dat ik perfect zicht heb op het vorderen van de geboorte. ‘Nou,’ grapt manlief, ‘volgende keer kan je gewoon thuisblijven, dan stel ik de camera in en hoor ik wel van afstand van je hoe ik het allemaal moet doen.’
‘Tuurlijk,’ speel ik mee, ‘dan hebben ze daar vast een app voor uitgevonden!’
Moeders zegt: ‘Oehhh! Let oooop!’ Ik leg mijn telefoon snel buiten spetterafstand, want daar komt het hoofdje, baby passeert op de ouderwetse manier, moeders grijpt en pakt en drukt het kindje onvoorwaardelijk aan haar borst. Hands-On-moederliefde. Aan die techniek verandert niets.
@poldervroedvrou
Dit was een kort verhaaltje uit de oude doos. De iPhone-bevalling in 2010 klinkt al als heel lang geleden. Hoe ik startte in 1990, zonder mobiele telefoon, was zelfs in een vorige eeuw. Wat vliegt de tijd. Onvoorwaardelijke moederliefde is gelukkig iets van alle tijden. De columns die ik voor de BlikOpZeewolde schrijf, geven de lezers op een luchtige manier een inkijkje in het bestaan van een dorpsverloskundige. Zo verzamelde ik alweer 10 jaar belevenissen. Volgende keer een bijzondere feestelijke special om dit te vieren!
De Wijze uit het Oosten
Een verlaat kerstverhaal, wat zijn aanvang had in de
warme corona-zomer en zich exact op 25 december voltooide in het Geboortehuis
met een gezonde zoon als resultaat. Laten we bij het begin beginnen…
Afgelopen zomer haalde een vader zijn dochter vanuit het
buitenland op. Zij werkte in Rome, en woonde daar samen met haar Roemeense
vriend. Een positieve zwangerschapstest en de commotie in de wereld bracht hun
toekomstplannen in een stroomversnelling. Opa-in-wording omzeilde Italiaanse
coronamaatregelen en trotseerde diverse obstakels om zijn dochter en haar
vriend thuis te halen. Een bravourestuk dat zeker geen sinecure bleek te zijn:
‘Maar voor je kind doe je alles hé.’ Dat vond ik sowieso al een mooi verhaal.
Het uitgerekende moment; ergens midden tussen 24 en 25
december. Als voorlopige werktitel kozen ze voor de gein Hesús, want niemand
verwachtte dat hij ook werkelijk in die nacht zou komen. Voorlopig bivakkeerden
ze gezellig bij de grootouders en sprokkelden hun volledige babyuitzet bij
elkaar.
Half december krijgen ze een eigen plekje om te wonen,
het is alleen net buiten ons dorp.
‘Ik hoop dat we bij jullie onder controle mogen blijven,
het voelt zo vertrouwd.’ verzuchtte Marie bescheiden. We bespreken de te volgen
tactiek in geval van het baren, de keuze wordt geboortehuis, slechts enkele
straten achter het nieuwe stulpje. Josh heeft intussen werk gevonden in
Zeewolde, dus om nog een paar maal naar onze praktijk te komen voor de
controles is geen probleem. Ik bekijk op Google-maps de wijk en de route en denk;
dat zal prima lukken. ‘Maar bel wel tijdig, dan spreken we eenvoudigweg in het
Geboortehuis af.’
Kerstnacht heb ik dienst en iets zegt mij dat we gegarandeerd opgeroepen gaan worden. Enkele dames zijn bovendien al danig overtijd. Praktijk-spoedberaad; we spreken af om onvoorwaardelijk achterwacht te zijn voor elkaar, ongeacht de feestdagen, feitelijk zoals altijd, en trouwens, we kunnen toch nergens op bezoek tijdens deze coronatijden. Mocht één van ons in het hospitaal zijn en een volgende barende heeft in het dorp verloskundige-hulp nodig; wij zijn paraat!
Als Marie belt, begint ze met een verontschuldiging: ‘Het
is vast nog niet zover, maar ik denk dat het begonnen is...’ Het is vier uur in
de nacht, maar jullie bevlogen beroeps-idolaat Poldervroedvrouw komt
enthousiast overeind: ‘Ha, ik wist het!’ en belooft allereerst naar la nostra
casa te rijden om eventueel aansluitend gezamenlijk naar het geboortehuis te
gaan. Ik voel me extra-relaxed vanwege de geregelde ‘Kerst’-achterwacht en toets
het adres in mijn TomTom en vertrek.
Mooier kan je het immers niet hebben; ver na de remslaap,
bijna uitgeslapen zelfs, in een heldere kerstnacht naar een geboorte. De radio
speelt ‘driving home for krismas’ kan het toepasselijker.
TomTom laat me om de wijk heenrijden en ik beland in een
kronkelige bochtige straat met links de even nummers, rechts schuttingen en
achtertuintjes. Ik vind het niet, was het nu toch een oneven nummer? Auto maneuvreren
in het eerste het beste parkeerplekje dan maar en uitstappen. Op de oprit staat
een Tesla, en het huisdeurbordje laat ‘Familie Foppen’ lezen. Niet goed, ik
besluit niet aan te bellen, maar Marie nogmaals te proberen. Ik krijg Joseph
aan de lijn, in zijn Roemeens-Italiaans vermengd met gebroken Engels probeert
hij mij door het laatste stukje van de route te loodsen.
‘I’ll turn on the lumina della macchina.’ Ik weet niet
exact wat hij bedoelt, vaagjes komt de betekenis boven. Ooit, in een vorig
leven was ik, als achttienjarige, au-pair bij een Milanese familie, doch mijn
Italiaans is intussen helaas wat arruginito geworden. Bij de volgende bocht zie
ik een rode Fiat met knipperende oranje verlichting. Quello intelligente!
De vergelijking van de wijzen uit het oosten die een ster
volgden om in de kerstnacht op de juiste locatie te geraken komt bij me op. De
voordeur staat al op een kiertje.
@poldervroedvrou
Jaarverslag van 2020
Het liefst kies je iets origineels, met een
waardevolle betekenis of een bijzondere klank. We hoorden korte namen;
Mia, Mae, Bas, Job, Loa, Sep en Evi die nu de jongste is in haar gezin. Enkele
originele dubbele namen zoals Conor-Joe en
Xaya-Liva. De letter X werd wel vaker gebruikt zoals bij Jax, of zelfs Jaxx met
dubbel X. De Y blijft een populaire letter, maarliefst 35 keer gebruikt, bijvoorbeeld
als startletter; Yara, Yassir, in het midden; Rylan, Mylanie, Syll, Tygo,
Bryan, Vaeya, Jaylen, of aan het eind; Anjey, Wesley, de tweeling Davey en
Daley, Djaivey, Djay, Donny, Bodey, Eloy, Joy, Jenny, de ultieme spellingstwist
kreeg Yezay; de Y aan het begin èn het eind.
Het start met een positieve zwangerschapstest. Na grapjes maken over de mogelijke naam van jullie toekomstige kind, wordt het waarachtig opeens tijd om een jongens- of meisjesnaam te kiezen! Waren jullie nog steeds verliefd op die ene voornaam waar je al jaren mee rond liep, of is het tijd voor een frisse wind? Misschien lukte het juist helemaal niet om iets stijlvols te bedenken, of zijn de namen die jullie pakkend vinden al gebruikt in vrienden- of familiekring. Bij de in Januari geboren tweeling werd er vanzelfsprekend dubbel gekozen; Lise en Tim, roze en blauwe muisjes.
Het jaar startte rustig, maar de wereld kwam na de carnaval
in een ongelofelijke draaikolk terecht. Wij verloskundigen roeiden met de
riemen die we hadden. Anderhalve meter afstand. Raamvisites in plaats van kraamvisite,
veel per telefoon, mondkapjes. Nieuwe termen als PBM, Aerosolen, IC-capaciteit,
Cohort-afdeling, COVID-19, ‘een Grapperhuisje doen’ op je bruiloft, de Intelligente
Lockdown. ‘Een vleermuis in de soep.’ is een moderne uitdrukking wat staat
voor: waar het zogezegd allemaal mee begon.
Nagenoeg alle letters zijn aan de beurt gekomen dit jaar
behalve de G, de U (eigenlijk al vele jaren) en de Z, terwijl die vorig jaar
bijna op de eerste plaats stond.
Op een alleraardigst geboortekaartje lazen we deze
waarheid: ‘Grote avonturen beginnen klein.’, maar de kleinste van het jaar was
de vroeggeboren Niek, lichter dan zeven ons. Op vijf december kwam Nikolas, hij
deelt zijn verjaardag met Jesse, wat ook meteen de meest gekozen naam is van dit
jaar.
Regelmatig gegeven namen zijn ook Sepp: ‘Hoort bij ons.’ en
Luca: ‘Al ons later is met jou!’. Zeldzaam zijn Lieuwe: ‘Want als liefde leven
wordt, krijgt geluk een naam.’ en Rune: ‘Here comes the sun!’, met hun warme welkomst-regeltjes te lezen
op verschillende geboorteaankondigingen.
Zoveel kindjes waarvan de pappa of mamma niet uit Nederland komt. We spraken Portugees, Italiaans, Roemeens, Deens, Engels, Indonesisch, Pools en Syrisch, soms met hand en en voeten. Zwangere (aanstaande-) echtgenotes kwamen uit Zuid-Afrika, Ghana, China, Vietnam, Afghanistan, Turkije, Marokko, Venezuela, Rusland, Eritrea, Hongarije en Kosovo. Mede dankzij de Coronapandemie werden wereldreizen onderbroken en buitenlands-verblijvenden gerepatrieerd naar het veilige Holland.
Een bonk van een boerenzoon kreeg de naam Wessel,
vier-en-een-halve kilo op de weegschaal, door zijn twee oudere broers zal er
vast goed voor hem worden gezorgd.
Bij enkele kindjes staat een sterretje,
wij willen deze namen zeker noemen. De jongetjes Jesse, Olaf, Fynn en Jonathan,
zij horen erbij. Geen kind is zo aanwezig als het kind wat wordt gemist…
De eigenzinnige Q hoort bij
de knulletjes Quintley en Quinn eindigend met een dubbele medeklinker. Net zo
trendy als Sepp en de meisjes Tess, Solenn en Djezz. Wat is het verschil tussen
Oskar en Oscar, Sara en Sarah, Vinz en Vince, Feline en Felien, Eline, Emely of
Emilia? Of wat dachten jullie van zoon Miran en dochter Marin. Jidde en Hidde,
Jace en Jack, de jongetjes Jaimz, Jamie en meisje Jamie, Lizzie en Lizzy. Lieve
meisjesnamen voor de zevenponders Renske en Rinske, en een stoere mannennaam
voor de bijna-negenponder Renze. Luca, Lucas of kort maar krachtig Luuk,
Florian en Floris, Aiden en Alèn. Meisje Micah of jongetje Mike. Mila, Milo, Milou, Milotte, Marlotte, Charlotte of kortweg Lotte dan ben
je rijk genoeg.
De huidige trend bestaat uit het geven
van korte, krachtige namen. Wij zagen bijvoorbeeld Daan, Sem, Joep, Levi en ook
Mats kreeg een warm welkom. Namendeskundigen verwachten steeds meer uitzonderlijkheden,
waar we tot nu toe niet eerder van hoorden.
Rosa is al een prachtige naam, een dochter
na vijf broers noem je Rosaliyah. Bijzondere meisjesnamen met een eigen
betekenis, we houden ervan; Alysha, Shiyloh, Dyevahira, Cyarah, Chavella, Imani.
Maar ook zielsgelukkig zijn de ouders van Nova, zo lazen we op het kaartje en
of je nu Nova, Niva, Nora Nela, Lena, Noor of Naia met zijn Hawaïaanse naam en
Japanse roots, heet, ze zijn meer dan welkom in het pittoreske Zeewolde.
Jafeth is de
uitbreiding in het gezin. Jens, Jorim ‘God is verheven’, David of Psalm, want
dat had zijn moeder troost gegeven in de lastige zwangerschapstijd tijdens de
pandemie. Salomé, Felix de gelukkige, Dorian die lief klein en bijzonder is.
Daniël is de naam voor een Afghaans ventje maar het dorp kent dit jaar ook een
Hollandse Daniël.
Joëlle, de herhaaldelijk gekozen Julia,
het originele Kara of Kornelia. Wij begroeten onze beautifull Lana met ‘Welkom
Lieveling’ en signaleerden de esthetischverantwoorde geboortedatum 20-2
2020 voor Rivka.
Zoveel
keuzemogelijkheden; Ravi, Ramiz, Roan. Baby Rick, met een geinige walvis op
zijn geboortekaartje, wensen we een lang leven. Morten is in zijn element, en
Stefan is ook een boerenzoon met uitzicht op de weilanden.
Claris,
Claire, Chloë. Vivi had geen kaartje maar een heuse slinger waarop je kon
lezen: ‘Smallest-things-take-up-the-most-room-in-your-heart!’ Viënna, Veerle, Tina,
Tessa. Thomas kreeg een treinkaartje, Thije, Shane, Noud, Nolan, Menno, Mees,
Amar, Arthur, Bing, Boaz, Denver, zoveel krachtig-klinkende jongensvoornamen,
wat is er veel keus. Meer lettergrepen Benjamin, Ferdinand, Leander, Leonardo, Manoah,
Mohamed, Keano, Kitaro en Koray.
Bij de
geboortekaartjestrent viel het op dat de natuurlijke kleur groen vaak werd
gebruikt, soms met gouden accenten. Danée, Defne, Selen, Sterre, Pien en Puck meisjesnamen
die passen bij iedere eigen dochter, ze groeien er vanzelf in, lief en stoer en
met een individuele betekenis, Merel, Alana, Anouk. We hebben een Nederlandse
en een Poolse Olivia. Jasmijn is een geurende bloem, en Jorri bleek een
Syrische variant daarop. Voor het huis van Sanne
stond de grootste versiering; een opblaasbaby van vier meter hoog.
Coronababy; de zuigeling die vanaf half december
2020 ter wereld komt, waarvan de conceptie plaatsvond tijdens de periode dat
veel mensen als gevolg van de coronamaatregelen in thuisisolatie gingen. De tweede
Madelief, Ilie ons Kerstkindje, de Poolse Sofia en de laatst van het jaar
Santino komen hiervoor zeker in aanmerking. Om af te sluiten met het feit dat
er in de nieuwe Molenbuurt huizen werden opgeleverd waar ze direct weer babywiegjes
konden vullen, dat wordt dus ook een hele gezellige wijk.
Het leven wat doorgaat
Meestal gaan mijn stukjes over nieuw leven, geluk en voorspoed. Nu zou ik graag, in deze BlikOpZeewolde, stil staan bij deze overleden vrouwen en toelichten wat zij voor mij betekenden.
28 oktober stierf een zeer geliefde collega-verloskundige
uit Putten. Lize was degene die, tijdens een gezellige vroedvrouwenvergadering
waar bevallingsanekdotes en meegemaakte belevenissen over tafel heen-en-weer
vlogen, zei: ‘Later, als we met pensioen zijn, gaan we allemaal onze memoires schrijven.’
Waarop ik dacht; waarom later? Laat ik meteen beginnen! Al die jaren
corrigeerde zij punctueel de schrijffouten in mijn verhalen. Het was heerlijk
mijn schrijfsels te laten proeflezen door deze erudiete vroedvrouw met haar decennialange
kennis en kunde. Wij beleefden schik aan onze gezamenlijke liefhebberij van
schrijven over de verloskunde. Ook om op deze manier buitenstaanders van onze geboorte-avonturen
te laten meegenieten. Al in 2008 startte onze mailwisseling. Heel bijzonder
vond ik het, toen haar eigen dochter bij ons in Zeewolde stage kwam lopen. Hoe
trots kun je als moeder zijn, en hoe leuk dat ik ook over Ariëtte een hilarische
column mocht schrijven genaamd ‘MAND!’, waar ik in verhaalde hoe ze op
omslachtige wijze iets uitlegde wat gemakkelijk bondiger kon.
Mijn columns heeft Lize tot het laatst met veel plezier
gelezen, zeker toen ze ziek werd en niet meer werkte als verloskundige. Een uit
haar mond opgetekende epische anekdote bewerkte ik voor haar en illustreerde deze
met een op waarheid berustende originele tekening; hoe Lize, met grijze knot en
al, in klein beige autootje een baby met blote handen aanpakte omdat het ventje
plotseling met ongekende snelheid de binnenbocht door het baringskanaal nam. Onder
het licht van een Puttense lantarenpaal, bijgestaan door een ongeschoren vader.
Onbetaalbaar, in de categorie: ‘Je had erbij moeten zijn.’
Verbeterpunten, stijlfouten, komma’s, er komt genoeg bij
kijken om op een vlotte manier te schrijven. Waar een voorval zo uit de losse
hand op het papier lijkt te belanden, wordt over iedere zin, zelfs over iedere
spatie, nagedacht.
En nu over Margreet Kranenborg.
30 september is een prachtig mens heengegaan. Op haar
kleurrijke rouwkaart is het te lezen. Exact zo vormgegeven als Margreet in
gedachten had, vernam ik. Exact zoals ik van haar verwachtte, zoals ik haar
kende; de regie in eigen hand. Zij was degene die bij mijn boekpresentatie in
2011 vroeg of ik maandelijks een column in de ‘BlikOp’ wilde verzorgen. Een
column behoeft wezenlijk een hele andere techniek dan een verhaal, of een boek.
De anekdote moet staan binnen 650 woorden. Eerst kreeg ik minder ruimte, maar
ik onderhandelde met Max: ‘Man, binnen pakweg 400 woorden een zwangerschap én
bevalling én vervolgens een kind gezond en wel in zijn wiegje, dan worden het tot
vervelens toe staccato ‘MAND’-episoden. Dus kreeg ik iets meer zendtijd, en blijft
het passen en meten voor de kop-en-kont aan het verhaal, liefst inclusief lach en
traan.
Tegenwoordig pik ik een kleiner stukje uit een
gebeurtenis, een krakende ventilator of een bijna-lekke band, een ontsnapte
pony, ik word er steeds handiger in. Ooit had ik mijzelf beloofd om nimmer een
column over het schrijven van een column te schrijven, maar ik wil deze dappere
vrouwen op gepaste wijze herdenken. Memoreren hoe Lize en Margreet mij
bijstonden en ondersteunden in mijn verloskundige-schrijfcarrière.
Want onze ‘BlikOpZeewolde’-redactrice keek mijn artikelen
zorgvuldig na op typfouten, verschrijvingen en incorrectheden. Haar vertrouwen
in mij als simpele vroedvrouw, om me maandelijks de ruimte te geven de liefde
voor mijn vak uit te kunnen dragen, dank daarvoor. Ik mocht kerstspecials
schrijven, zonnige zomerverhalen en we kunnen alweer uitkijken naar de Namen-column
in de eerste editie van het nieuwe jaar. Het samenstellen van die special is
een jaarlijks terugkerend feestje voor onze verloskundigenpraktijk.
Afgelopen week, op vrijdag de dertiende, is mijn
buurjongentje geboren. Zijn komst maakte van deze datum de mooist mogelijke dag
voor de jonge ouders, om de column af te sluiten in de categorie: ‘Het leven
gaat door!’
@poldervroedvrou
Een Syrische thuisbevalling
Haar verhaal was, vanwege de taalbarrière, iets onduidelijk. De eerste keer was ze in een Syrisch ziekenhuis bevallen. De tweede keer in het huis van een Syrische dokter. Daar had ik mijn vraagtekens bij, maar in ieder geval geen keizersneden of problemen met inscheuren en nageboortes. Meneer Sharif koos voor het geboortehuis. Ik dacht hoe komen we daar tijdig, zonder vervoer en vanwege het ontbreken van geldmiddelen voor de vereiste eigen bijdrage. De bijna negen zwangere maanden, bezocht ik ze regelmatig thuis, voor mij makkelijk en zeker voor Omaira met haar lage ijzergehalte en moeheid. Service van onze verloskundige-praktijk zullen we maar zeggen. Collega had een compleet kraampakket voor haar, dus in geval van onverwachte thuisbaring hadden we in ieder geval materiaal als celstof-onderleggers, gaasjes en een navelklem
Zaterdagochtend belde Sharif, hij hoefde niet veel uit te
leggen: ‘Pain, Frauw, jij snel komen.’
Ik was net begonnen aan de zaterdagse kraamvisites en
reed van Polderwijk naar het centrum. Precies wetende waar ik moest zijn (in de
voorbije maanden vaak genoeg langs geweest) koerste ik direct richting huize
Sharif. Dochter deed open. ‘Mamma is hier, in de kamer.’
Omaira lag als een zielig diertje te woelen op de bank.
Dochterlief had zichtbaar medelijden met haar jammerende mamma.
Ik onderzocht mamma snel, buiten het zicht van dochter,
en constateerde ruim zeven centimeter ontsluiting. Vertrek naar het ziekenhuis
streepte ik meteen van mijn lijstje.
Ik vroeg Sharif welk kraambureau ze hadden. Hij wist het
even niet.
‘Misschien heb je een boekwerkje met de info gehad?’ Er
werd naarstig gezocht in allerlei laatjes en kastjes, een aantal mogelijke kraamcentra
noemde ik op maar niks deed een belletje rinkelen.
Omaira en ik togen naar boven.
Er was een piepkleine slaapkamer, waar een tweepersoonsbed klem stond tussen schuin
aflopend dak en een enorm kinderledikant vol met babybenodigdheden. Ik zag een
wipstoeltje, een babymobiel met kleurige plastic olifantjes, een berg kleertjes
in allerlei maten, een verfrommeld roze dekbedje
met bijpassende olifanten erop, dekens, okergele sierkussentjes en een paar groene
pakken kraamverband (drie-halen-twee-betalen). Er stond een commode tegen de
muur met meer babykleertjes plus waarschijnlijk kleding van de vorige dag, of
wasgoed ongesorteerd. Enfin: enige vorm van nesteldrang was dit huishouden
geheel vreemd gebleven.
De gekregen kraamdoos kwam goed van pas. De overtollige dekens,
dekbedden en kussens parkeerde ik in de kamer ernaast, een emmer met een
vuilniszak, een opgeruimd aankleedkussen, mijn verloskoffer, doptoneapparaat en
disposebels gaven mij mijn overzicht en rust in de hectische chaos. Er was een
kraamverzorgende onderweg hoorde ik van Sharif. ‘Super!’ complimenteerde ik
hem.
Omaira kermde en liet zich schuin op bed ploffen. Een
prima plek. De kleine vrouw lag dwars over het voeteneinde, dat paste precies.
Het harteklopje klonk gestaag door het apparaat. ‘Boinkboinkboink.’ Sharif en
dochter riepen verheugd tegen elkaar dat ze het baby’tje hoorden. Omaira kreunde
met meer lawaai, het leek van onder uit haar keel te komen. ‘Grrrrroooouw.’
Toen ik erbij kwam zitten, zakten we bijna door het bed. Een
badkrukje bood uitkomst, nu had ik mijn eigen zitplek en hoefde ik niet onhandig
op mijn knieën of met kromme rug te begeleiden.
Het was niet meer tegen te houden. We moedigden Omaira gedrieën
aan. ‘Yeaaah.’
‘Goed zo, hou vol, ik zie zwarte haartjes!’ Dochter hield
de handen voor haar ogen, Sharif hield hoofdschuddend zijn hand voor de mond.
Dit had hij nog nooit gezien.
En opeens was er een hele baby. Een mensje, een meisje.
Met een prachtig koppie krulhaar. Hard huilend kleurde ze al snel naar
dieproze. Ondanks de stapels babykleertjes was er geen enkele hydrofiele luier
te vinden. Ik wikkelde het kindje daarom in fleurig-gekleurde handdoeken.
Het stond haar schattig bij die zwarte natte lokken en
die grote donkere ogen die spiedend om zich heen leken te kijken. Wat een
beauty. Ze kreeg naar ik begreep een Syrische bloemennaam.
Welkom in Zeewolde.
@poldervroedvrouw
Kwakende Eendjes en een badbevalling
Toen Alain Homer in de
vroege ochtend belde, was het nog aangenaam koel. Zelf wilde ik net met de
hondjes langs de vaart gaan lopen, voordat het te benauwend-warm zou worden. De
zon was immers bijna op.
Ik verontschuldigde me
richting hondjes: ‘Duty calls, guys. Sorry.’ Ze keken me kwispelend aan. Jack
Russels verstaan vast geen Engels, maar ze dropen wel af richting mandjes.
In huize Homer was het al
broeierig. De tuindeuren stonden open. Karin liep rondjes en wilde weten of het
bad gevuld mocht. Een blauw ovaal bevalbad, ‘birthpool-in-a-box’ stond klaar midden
in de huiskamer, daar werden rondjes omheen gemarcheerd. In fix tempo mag ik
wel zeggen, zeker als er een wee op kwam.
Ontsluiting was er. ‘Zet
de kraan maar open.’ Opa en oma kwamen binnen. Opa mocht straks de navelstreng
doorknippen. (Dat wist hij nu nog niet eens maar ik had het in het Geboorteplan
gelezen.) Al snel was het bad vol genoeg en met een weldadige zucht liet Karin
zich erin zakken. ‘Hé hé, dat is lekker…’ Ik liet het hartenklopje horen met
mijn waterproof doptone. ‘Netjes. Regelmatig en gestaag, prima!’
Alain zette
een Cd’tje op met rustgevende muziek. We zweefden door de tijd.
Het werd
warmer en warmer in de kamer, de zon kwam dwingend binnen. Karin vroeg of de
ventilator aan mocht. Dat leek me een uitstekend idee. Een robuust kinderkrukje,
welke ik strategisch tussen bad en fan zette, bezorgde mij een win-winsituatie:
Ik zittend in de buurt van de barende, terwijl er tevens af en toe een vleugje
koelte mijn kant op waaierde. Alain en oma lieten in hun handen knijpen en opa
zorgde secuur dat te gordijnen geen streepje zonlicht meer binnenlieten.
Opeens meende ik zelfs eendjes te horen kwaken op de achtergrond. Het was een
liefelijk geluid. ‘Kouwaak, kouwaak, kouwaak.’ Ik
vond het bijzonder dat de familie zo relaxed was en droomde werkelijk weg in een
idyllische gedachtekronkel; ik met de hondjes langs de vaart, en in het riet
verborgen, snaterende waterkipjes, eenden en woerden. Waar koopt men zulk soort
Cd’s? Ik zal het na de geboorte wel vragen. ‘Kouwaak, kouwaak, kouwaak.’
Af en toe
moest Karin plassen, dan schoot ze uit het water. Een meerkoetje had niet
sierlijker kunnen opduiken. Alain droogde haar enigszins en vervolgens stoof ze richting toilet. De laatste
keer terug plofte ze bijkans vanaf het hoofdeinde in het ovale bad. Het had
meer weg van een bultruglanding maar dan met de hobbel middenvoor. Splaaash!
Net op tijd voor de volgende wee. Eentje met flink wat lawaai erbij. Het klonk
als oerdrang en bevrijdde mij subiet uit mijn dagdroom.
‘Persweeën!’
De
ventilator moest uit. De eendjes verlieten plots ook de setting. De muziek
kabbelde voort. ‘Huh?’ Het rustgevende gesnater bleek niets meer en niets
minder dan het krakende ventilator-scharnier. Bij iedere zwaai kreunde de fan
op een manier waar vrouwtjeseenden broeds van zouden worden. Poef. Exit
Cd-verzoek.
Next: Alain stapte met één been in de pool om dichterbij te zijn en toen zagen
we het hoofdje verschijnen. Even extra kracht zetten voor de schoudertjes, daar
volgde het lijfje en Alain had zijn innig gewenste dochter in handen.
Magisch hoe een kindje van grauwgrijs naar rozerood verkleurt na een paar
flinke ademteugen.
Zo te voelen was de navelstreng uitgeklopt, opa kon aan de slag. Daar zag ik
opeens bij de ogenschijnlijke rustige bedachte gordijnenrechthanger vochtige
oogjes. De eer was hem bijna te veel.
‘Wat? Mag ik dat doen?’
‘Ja pap, mam zei dat je dat nog nooit gedaan had, ga je gang!’ Mam knikte instemmend.
Bij
zonsondergang liep ik langs de vaart. Verkoelend voor de plonzende hondjes.
Als je goed luisterde hoorde je ze in het riet. ‘Kouwaak, kouwaak, kouwaak.’
Nu was het mijn beurt voor vochtige oogjes. Kwakende eendjes en een wondermooie
badbevalling.
Gelukkig zijn, ik hou er zo van.
@poldervroedvrouw
Poolse verrassing
‘Kom maar meteen, als dat kan? Wanneer jullie samen komen, kan je meteen voor ons vertalen.'
Kochanie is een Poolse vrouw, met een Poolse man. De vriendin/vertaler is ook Pools en woont langer in Nederland. Vanwege de Coronamaatregelen spraken we af de man buiten te laten wachten.
‘Dzien dobry.’ groette ik vriendelijk bij binnenkomst en gebaarde een coronaire-handenschudactie in de lucht. Met die begroeting had ik gelijk mijn volledige Poolse vocabulaire verbruikt.
Kochanie is een kleine stevige vrouw, met blozende wangen in een bol gezichtje. Ze heeft het opstapje nodig om op de onderzoeksbank te klimmen. Ik laat vertalen dat we een echo gaan maken om te weten hoever ze mogelijk is. Ze wurmt haar iets te strak zittende shirt omhoog en er verschijnt een redelijk volle buik.
‘Drie maanden?’ vraag ik met verbazing in mijn stem richting vriendin. Het voelt eerder als zes.
Kochanie haalt verontschuldigend haar schouders op. Ik voel de bovenkant van de baarmoeder halverwege de buik en het lijkt me een hoofdje wiebelend boven de bekkeningang. Dat moet minstens acht maanden zijn, als het niet meer is. De echometingen bevestigen mijn vermoedens, alles wat ik kan opmeten wijst op een gemiddelde van 34 weken. Hoofd, buik, bovenbeen. 34-36-30. Waarbij het beentje wat korter meet, maar volledig matching bij het postuur van moeder. De buikomvang een tikje forser, ook geheel passend.
Ik zie de drie karakteristieke streepjes tussen de beentjes behorende bij babyschaamlippen.
Via de vertaler bespreken we de bevindingen. Het ziet er goed uit, ik laat het hartenklopje horen. Boinkboinkboink, daar is niks mis mee.
‘Waar is je man?’ Dit moet hij toch evengoed meemaken.
Hij blijkt net naar de Polskie Sklep te zijn gelopen, de plaatselijke Poolse
supermarkt om de hoek. Vriendin sommeert hem telefonisch dadelijk terug te
komen. We wachten even tot hij er bij is en bespreken intussen wat er allemaal
geregeld moet worden nu er binnen afzienbare tijd een gezinslid bij gaat komen.
Ik ken een kraamverzorgende die Poolse van origine is en
geef haar visitekaartje en het advies om
deze Mariola te vragen om te helpen met organiseren. Die kan dat goed, dat heb
ik in het verleden ook wel meegemaakt met haar.
De partner komt binnen, ik wijs hem een stoeltje met goed
zicht op het echoscherm. Vol verbazing bekijkt hij wat er te zien is. ‘Willen
jullie weten wat het gaat worden?’ Ze knikken beiden van ja.
’Een meisje, een dochter, córka.’ Dat laatste pappagaai ik van vertaalster na. Córka, dochter. Weer wat geleerd. De jonge vader is zichtbaar heel blij. Hij kust zijn vrouw op de wang en springt wat onbeholpen op en neer. Kochanie is voorlopig nog alleen maar beduusd. Het is juni, en ze zal in juli bevallen.
Omdat het een ‘ongecontroleerde’ zwangerschap betreft,
met een onduidelijk begin van het gebeuren, verwijs ik haar naar de
gynaecoloog. Mariola houdt ons op de hoogte van de verwikkelingen. Ze hopen een
eigen huisje te vinden, want terug naar Polen kan nu niet vanwege de Corona en
in het ‘Polenhotel’ is het slecht toeven voor een kleine baby.
Het eerste weekend van juli worden we gebeld door de
receptionist van het ziekenhuis Lelystad. Voor hem staat een stel, waarvan het
lijkt of de bevalling begonnen is. Ze lieten een afsprakenkaart zien van onze
praktijk met daarop duidelijk onderstreept ons spoednummer.
Dat er in Lelystad sinds vorig jaar geen baby’s meer
geboren worden, was hen niet duidelijk. Ze waren er voor een aantal
poliklinische controles geweest.
Viavia bellen we de verlosafdeling in Harderwijk, de
receptionist regelt een taxi en zwaait ze uit.
Later op de avond wordt in goede gezondheid Córka Kornelia
geboren.
Gratulacje!
@poldervroedvrouw
Verloskoffers
Dertig jaar verlos ik intussen al. Vier verlostassen heb ik versleten, terwijl mijn haar van donkerblond via wat omwegen naar asgrijs kleurde.
Het begon met een blonde dochter die voor het afstuderen een gewichtig-uitziende ouderwetse dokterstas kreeg van haar trotse ouders. De tas zag er werkelijk prachtig uit, maar bleek onhandig in het gebruik met zijn markante originele koperbeslag waar soms helaas, als ik niet goed oplette, mijn panty aanhaakte. Hij was ook iets te klein, ik moest er een grote shopper naast hebben voor de voorraad disposables en een beige onhandig kunststof kratje voor mijn zuurstofapparatuur. Helaas is die tas gestolen uit ons studentenhuis, het spuuglelijke kratje (met zijn -voor studenten zeker- peperdure inhoud) lieten ze gelukkig staan, maar: exit verlostas nummero uno al voor de eerste baby geboren was.
Bij de volgende koos ik voor een praktisch exemplaar, het
model laat zich het best omschrijven als ‘viskoffer’. Bruin, hard plastic,
degelijk, stevig, niks romantisch aan. Uitgeklapt gaf hij een ordentelijk zicht
op mijn volledige uitrusting. Alles trapsgewijs voor het grijpen. Als je hem netjes
bijhield paste tout er formidabel in en je kon er zelfs probleemloos op zitten.
Een viskoffer in de kofferbak, een paar hengels erbij en niemand zou vreemd opkijken.
Na een flink aantal jaren begonnen de slotjes het te
begeven en viel mijn oog op een nostalgisch model dokterstas, stemmig glanzend
bruin leer met, in deze moderne versie, een elegante zwarte sluiting en een
ruim zijvak voor handschoenen. Mijn haar werd met steeds kortere tussenpozen geverfd,
uitgroei is vreselijk.
De benodigde zuurstof ging voor de veiligheid in een
aparte blauwe canvaskoffer, omgeven met een passende foam-vorm en een handzaam
hengsel om hem makkelijk, bij wijze van schoudertas, mee te zeulen. Het blijft
een hele toer zo met volle bepakking, zeker indien de barende op zolder
verblijft. Goed voor de conditie zullen we maar zeggen. Na een aantal jaren
werd het weer tijd voor iets nieuws. De dokterstas moest vervangen. Ik heb de
tas niet weggedaan, soms bij lezingen of boekpresentaties gebruik ik hem bij
wijze van etalage, met de houten toeter om het hartje te luisteren, een koperen
unster en mijn oude bloeddrukmeter uit 1986 (Mijn verpleegkundige tijd).
Tegenwoordig heb ik er een handige compacte visitetas extra bij, met doptone, O2meter en stethoscoop.
Verloskoffer 2.0 werd de beproefde vis/gereedschapskist-formule qua uitklap-scharnieren, maar er op zitten durfde ik niet meer. Wat indirect ook met mijn eigen 2.0 formaat te maken had. Het was een mooie donkerblauwe canvastas, hij klapte superhandig uit, was in samengevouwen toestand reuze praktisch en klein, en toch paste alles er moeiteloos in. Alleen het canvas bleek niet het allersterkste materiaal om mijn gesleep en gegooi in en uit de kofferbak aan te kunnen. Bij een bevalling naast bed, omdat barende vanwege heftige rugweeën onmogelijk kon liggen, wurmde ik me tussen verwarming en nachtkastje, deed mijn geblondeerde haar in een nette knot, en gebruikte de tas bij wijze van krukje. Ik hoorde hem kraken in zijn voegen. De baby werd gelukkig razendsnel geboren. Note to myself: Canvas is niet om op te zitten.
Tot slot de Pizzabag:
Inmiddels heb ik namelijk een hele hippe ergonomisch
verantwoorde rugzak, de heuse ‘Rescuebag’, signaalkleurig oranje met
reflecterende zilverkleurige biezen, geheel matching met de huidige poldervroedvrouw-look; trendy rode bril met mijn eigen honderdprocent natuurlijke haarkleur.
Wij togen naar Ameland voor een mini-wandelvakantie om de
rugzak uit te proberen. Gevuld met de doorsnee bagage compleet met een lekkere
fles Bordeaux klemvast in een speciaal houdertje. Hij was handig en stoer
tegelijk, Je kunt hem overzichtelijk inpakken met verschillende gekleurde
moduletasjes met klittenband. In één oogopslag zie je wat je nodig mocht
hebben. Rood voor zaken betreffende bloed, geel voor alles wat met urine te
maken heeft, en blauw voor infuusbenodigdheden. In de speciale houder zit natuurlijk
geen wijn maar de zuurstofcilinder met beademingsballon en o2masker.
Ooit hadden we een stagiaire die (heel bleu) veronderstelde
dat het een thermisch-geïsoleerde Pizzabezorg-koffer betrof en toen een jonge
vader de koffer galant naar de auto sjouwde noemden we hem dan ook gekscherend ‘de
pizzabezorger’, er zijn nog foto’s van.
Mijn mascotte is Esmeralda, een plastic figuurtje uit ‘de Klokkenluider van de Notre Dame’. Ooit per ongeluk in de tas terecht gekomen, reist ze sinds de vorige eeuw met me mee. Bij een nieuwe tas wordt Essie gewoon meeverhuisd bij wijze van talisman, als ik haar weer eens onderin vind, verzucht ik: 'Meid wat hebben wij al veel meegemaakt samen,' ze laat me glimlachen. In de spiegel spot ik mijn grijze coupe, en dat geeft me een brede grijns.
Time Flies.
03 juli 1990 Onze klas bij het afstuderen. (moi: met het gele colbertje en de bermuda)
Boer van het land
Het
aardappelschillen bleek slechts ter afleiding. Na haar nonchalante grapje over
mijn vroege arriveren, zei ze zachtjes, en niet meer dan een enkele keer: ‘O,’
om vervolgens het mesje met een bruuske beweging van zich af te smijten. Ze
greep zich vast aan het aanrecht en ging op de tenen staan. Geconcentreerd
wiegde ze, met gesloten ogen, van voor naar achter en van links naar rechts. Ze
snoof een ritme, ik herkende de cadans, één keer kort in, zes keer kort uit, en
de zevende en laatste met een langgerekte puf,
-al-tijd-is-Kort-jak-je-zieeeek-. De wee hield een behoorlijke tijd aan. Ik
bewonderde het zwijgende snuiven en zag hoe ze met gemak de volledige drie
coupletten van het versje afrondde voor de weeënkracht eindelijk een tikkeltje
afnam. De ogen gingen weer open. ‘Zo, dat was er weer eentje.’
Ze keek zoekend
rond naar het aardappelschilmesje, vond het in de gootsteen en ze pakte de
volgende aardappel. In korte zinnen gaf ze me uitleg over de situatie.
De boer was nog
op het land, de kinderen moesten nog naar oma. Dat avondeten voorbereiden, ja,
daar moest ze wel een beetje om lachen, het ging niet zo vlot als anders. Het
was meer als afleiding, dat begreep ik toch wel, ik zou immers ook pas na het
eten komen.
‘Nou, ik vind dat
je al behoorlijk stevige weeën hebt, we moesten de hulptroepen maar eens
verwittigen, en de spullen bijeen sprokkelen. Denk je niet?’
‘O,’ zei ze weer,
‘ik dacht, het moet vast nog erger worden…’ en haalde haar schouders op.
Boerin Zomerdijk
-zeg maar Alie- een vrouw uit één stuk.
‘Hoe krijgen we
de boer van het land?’
Dat was een
probleem. We moesten wachten, we zaten net in zijn dooie hoek, het was niet
anders. Door het lawaai in de cabine hoorde hij zijn mobieltje niet.
Okay, op hem
zullen we wachten. Dan eerst de zoon en de dochter
‘Hoe krijgen we
de kinderen onderdak?’
Bert-Jan en
Alieke zaten in de huiskamer voor de tv, met openmond keken ze naar de
Teletubbies, tasjes met pyjama en andere logeerbenodigdheden stonden klaar in
de gang. Ik kreeg het nummer van schoonmoeder, die gelukkig maar enkele
boerderijen verderop woonde. Ze zou meteen komen.
Next question. De
kraamverzorgster.
‘Waar heb je de
kraamzorg van?’
Ik belde via het
doorkiesnummer en legde uit dat ze niet eerst naar het dorp hoefden te rijden,
maar direct naar het buitenstebuitengebied, achterste weg, derde boerderij aan
de linkerhand.
Ze zouden meteen
iemand sturen.
Volgende punt.
‘Mag de
verwarming iets omhoog?’ In de slaapkamer
stond het raam open, lekker fris, maar niet voor natte pasgeboren baby’s. Hoog
de vuren. Water koken, kruiken vullen, babykleertjes warm leggen, ik probeerde
de tijd de ons restte zo goed mogelijk te benutten met het klaarzetten van mijn
benodigdheden. Soms keek ik uit het raam, in afwachting van oma, tracktor, of
kraamverzorgster. In de huiskamer zongen ze van: ‘Lala, Dipsey, Poo…’ en in de
keuken stond Alie op haar plekje voor de gootsteen, als een kapitein aan zijn
roer, blik op de horizon, niet van haar plaats te krijgen, zeebenen van het
wiegen, doorgaan met ademhalen, rustig doorgaan met ademhalen.
Ze schilde tussen
de weeën door nog een halve aardappel, maar moest tenslotte toch opgeven. In de
slaapkamer toucheerde ik de nagenoeg volledige ontsluiting, het was dat de
vliezen stonden, anders had ze het zèker niet meer kunnen houden.
‘Mammaaah, de
Tubbies zijn afgelopen.’
De eindtune had
de betovering verbroken.
‘Is het een
video? Anders zet ik hem gewoon opnieuw op.’ Maar dat hoefde al niet meer. We
hoorden het grint kraken en de hond als een dolle blaffen.
‘Omaaaaaaa!’
Bert-Jan en Alieke renden naar de deur.
Na het vertrek, was het slechts het snuivende puffen van Alie wat de stilte af en toe doorbrak. Nu was ik degene die zich in de handen liet knijpen, en was ik degene die op de uitkijk stond. Het ronkende geluid van de zware trekker was het meest welkome geluid van deze middag. Of toch niet helemaal.
Want dat was natuurlijk, enkele minuten later, het bevrijdende krachtige babygehuil van de kleine (4680gr!) Willem Pieter Zomerdijk.
@poldervroedvrou
Coronatijden
Hoe gaat het met ons als verloskundigen?
Terwijl ik dit schrijf, zie ik vanuit mijn raam de bomen vol in bloesem staan tegen een staalblauwe lucht. Voor de gezelligheid en de challenge heb ik een paar pluche beertjes tevoorschijn gehaald en op de uitkijk gezet. Kunnen ze zwaaien naar voorbijkomende kinderen. Momenteel is mijn ‘kantoor’ boven, het vroegere, het al lang leegstaande kamertje van onze reeds getrouwde oudste dochter. Waar voorheen het verloskundig werk bestond uit gezellige spreekuren, onbevangen bevallingen thuis of in geboortehuis en feestelijke kraamvisites met beschuit met roze of blauwe muisjes, gaat er nu een groot gedeelte telefonisch. We bellen eerst de zwangere dames om te vragen hoe het met ze gaat, om voorlichting te geven en een korte controle op de praktijk af te spreken. De aanstaande moeder wordt verzocht om alsjeblieft alleen te komen, met de partner kunnen ze terplekke videobellen. Graag van te voren melden bij niet fit zijn, dat wil zeggen: Hoesten, snotteren en/of koorts. We houden afstand en schudden geen handen. We poetsen na ieder bezoekje de onderzoeksbank, onze stethoscoop en deurklinken. De apparatuur van het echoapparaat behoeft een speciale schoonmaak in verband met de kwetsbare echokop. Mijn handen zijn intussen geïrriteerd van de bijtende ontsmettingsalcohol. Maar over het algemeen ben ik blij dat we de dames op het spreekuur mògen zien. De aanpassingen blijven wennen, voor de eerste keer het hartje laten horen met mee-kijkers op een mobiel; het is spannend, want klopt het hartje? Vervolgens de opluchting door de telefoon heen kunnen voelen en het joelen horen. Een babyhartje wat in april klopt, dat betekent: een kindje krijgen voor het bizarre jaar 2020 om is. We hopen hardop met elkaar dat de wereld er tegen die tijd beter uit ziet.
Een geboorte begeleiden gaat lastig per telefoon. Goddank kan ik dat aspect van mijn beroep: een bevalling coachen, als vanouds naar behoren uitvoeren. Op een vrijdagmiddag, we hadden de toespraak van premier Rutte gehad en de instructies van het RIVM tot ons door laten dringen, belde Hassan. Zijn vrouw had weeën, of ik wilde komen.
‘Natuurlijk!’
Hij vertelde mij ietwat nerveus te zijn, want zij wilde thuis bevallen en niet naar het ziekenhuis en hij was bang voor flauwvallen. Ik stelde hem gerust: ‘Je hebt een pittige vitale echtgenote, we slepen je er heus doorheen.’
De bevalling verliep voorspoedig, de jonge vader kon zijn blèrende zoon zelf aanpakken -die dus al huilde voor compleet geboren te zijn- en bij zijn vrouw op haar veilige warme borst leggen. Ik stond erbij en keek ernaar en veegde wat nattigheid weg van mijn wang. Coronatijden of niet, het blijft zo mooi!
Hij fluisterde wat in het petieterige rechter oortje. Mamma hield de baby nog steviger vast en knikte dat het goed was.
Opeens dook Hassan naar beneden. De kraamverzorgende vertelde me later dat ze van mijn gezicht ontsteltenis, verbijstering, bezorgdheid en verwarring inéén af kon lezen. ‘O Marianne, ik moest stiekem zo lachen, je had je gezicht moeten zien!’ Ik dacht ook werkelijk dat de tot-dan-toe stoere Hassan alsnog van zijn stokje ging toen hij met zijn voorhoofd richting de grond bewoog.
Maar het is Hassan die Allah bedankt, dat zijn zoontje gezond en wel geboren is, dat zijn vrouw moeder is geworden en Hassan zelf vader en Hassans ouders opa en oma.
En jullie Poldervroedvrouw is dankbaar om verloskundige te zijn, ook in deze tijden.
@poldervroedvrou
Vertrouwen
Wat een wonderlijk warme ontvangst voor deze baby. Blij zijn in bange tijden.
Het is midden in de nacht, regenachtig, donker en guur. Op een verre boerderij in ons uitgestrekte buitengebied, waar windmolens overuren maken en koeien dagelijks gemolken moeten worden, verwachten ze een kindje. Wat gaan ze krijgen? Gewoon een baby’tje, geen geslachtsbepalingsecho of waarzeggerij, wat er komt is welkom!
Een gezonde baby van ruim acht pond wordt geboren, HarmJan wordt in liefde ontvangen.
Noem het maar gewoon.
Laat ik bij het begin beginnen…
Midden in de nacht gaat de telefoon, ik heb geen dienst, maar we hadden wel afgesproken dat we elkaar zullen bellen indien we ‘dubbel’ komen te zitten. De teller van Februari stond op 29 geboortes op de 29e dag van de maand maar tot nu toe zijn alle baby’tjes netjes na elkaar geboren.
De boodschap is kort en bondig. (Listen very carefully, I will tell this only once.) Kirsten is in het Geboortehuis en op een boerderij in het buitenste-buitengebied is hulp nodig: ‘Wil je gaan?’ Ze gaat me het adres nog appen, zegt ze, maar ik weet al waar ik moet zijn. Mijn kleding ligt klaar, maar mijn auto staat niet geheel vertrek-ready. Mijn man wordt ook wakker en vraagt of hij zijn auto moet verzetten. ‘Ja, graag...’ Op sloffen en in pyjama rijdt hij zijne van ons erf zodat ik kan vertrekken.
De ruitenwissers op vol en de kachel en muziekje aan, zo zoef ik door de donkere slagregen.
Bij aanrijden zie ik licht branden op de eerste boerderij na de bocht, ik vlieg eropaf als een mug in de nacht. Binnen tref ik het stel. Hij zit op de bank en zij hangt tegen hem aan. Heel rustig en geconcentreerd zucht ze de weeën weg. Hij zegt bij iedere zucht dat ze het goed doet. ‘Hou vol.’
Na een tijdje observeren en constateren dat ze inderdaad goede weeën heeft, komen we overeen dat ik haar zal onderzoeken om te weten hoever ze in het proces zit.
Dan kunnen we een kraamverzorgende waarschuwen en kan ik de beval-benodigdheden klaar gaan zetten.
‘Eerst even deze wee…’ en ze zucht weer.
Eenmaal in de slaapkamer neemt hij achter haar plaats op bed, waardoor ze goed gesteund rechtop kan zitten, en zo puffen wee na wee weg. ‘Gaat goed, hou vol.’-‘Pfff pfffah pfffffff.’-‘Goed zo.’- Zijn voet slaapt door de ongelukkige houding van zitten, maar hij laat het Annelies niet merken. -‘Pffff pfff pffffffffffau.’-‘Je kan het.’-‘Pffffooooh pfff pfffff.’-‘Goed gedaan.’
Zachtjes vraagt ze hem in een weeënpauze: ‘Wil je voor me bidden?’
‘Hardop?’ vraagt Gijs.
Ze knikt met gesloten ogen.
Hij haalt eens diep adem en begint.
‘Lieve Heer, mogen wij U vragen om uw zegen over het voorspoedige verloop van de geboorte van ons kindje en kracht voor Annelies om de bevalling te doorstaan.’ Hij heeft het over volhouden en liefde, onvoorwaardelijk. Ik zie hier een rotsvast geloof in steun van bovenaf.
Het is een hele intieme gebeurtenis om mee te maken als buitenstaander. Hij vraagt of Annelies bijgestaan kan worden. In vol vertrouwen.
Ik luister mee en als hij eindigt met ‘Amen’ kan ik niet anders dan het mee beamen. Ik hoop ook op kracht en sterkte voor deze dappere vrouw in de woelige tijden van barensnood.
Dus ook ik zeg, na een korte stilte: Amen.
@poldervroedvrou
Twee bevallingen en een lekke band
Ik bracht wat lekkere verse broodjes langs onze praktijk waar mijn collega’s de dag een ‘spiralenspreekuur’ hielden.
Anticonceptie-spiraaltjes inbrengen; een nieuwe vaardigheid, toegevoegd aan het scala van onze vrouwvriendelijke services.
Mijn dienst zou nog tot acht uur vanavond duren en ik rekende op een uurtje siësta na de lunch. Want de nacht was al met al heel kort geweest, ondanks de heerlijke adrenaline-rush veroorzaakt door de prachtige gezellige thuisbevalling.
En dan belt Harald, de man van Rochelle, de supermarktkassière die haar derde kind gaat krijgen.
Ik was ook bij de eerste twee dochters, wier geboorten wervelend verliepen. We hadden afgesproken: ‘Tijdig de verloskundige waarschuwen…’
We klokken zeven over drie voor het eerste telefoontje en mijn ogenblikkelijke vertrek. Aankomst; enkele minuten later; constatering van goede weeën; actie; ik vraag of de kachel omhoog kan; Harald bestelt (op mijn verzoek) een kraamverzorgster; hij tovert (ook op mijn verzoek en naar Rochelles aanwijzingen) het kraampakket tevoorschijn en ik haal mijn beval-equipement uit de auto.
Als ik weer boven kom, bevindt de arme vrouw zich in de plotseling wild kolkende stroomversnelling van bevallingsgeweld. Rochelle ligt op haar zij in een flinke plas vruchtwater en roept: ‘Marianne help me! Ooooo! Ik voel het drUUUkken!’ Handdoeken, stoffen luiers, navelklem, matjes en gaasjes, kraamverband. Terwijl ik het hoognodige bij elkaar sprokkel, probeer ik haar gerust te stellen. Ondanks dat we het negen maanden filosofeerden over onstuimige bevallingen, wordt ze toch overvallen door de oerkrachten.
Ze roept in paniek, met het hoofdje bijna geboren tussen haar benen: ‘Dat gaat niet pAAAssen!’ Ik scandeer dat het prima zal gaan want kassa vier is geopend. ‘Wagenwijd! Toe maar! Kom maar door met die winkelwagen!’ We klokken 15:37 voor de geboorte. Stop de tijd! Een half uurtje van onderbroken middagdutje tot puntgave flinke zoon van acht pond schoon aan de haak.
Dat van die kassa vier ga ik uitleggen: mijn dochter speelde vroeger vaak ”kassaatje”, met een kleurige Fischer Price-speelgoed kassa, en riep dan vol overtuiging: ‘Kassa Vier is open!’ Nooit acht, zes of bijvoorbeeld drie, om welke reden dan ook, was het steevast kassa vier. Bij ons thuis is het daarom een gevleugelde uitspraak, in combinatie met de barende kassière vloog het zomaar opeens uit mijn mond. Mijn verklarende uitleg laat Rochelle grinniken; het was precies de benodigde beslissende push in haar verbazing dat het inderdaad best paste.
Jullie lazen het goed tussen de regels door: Verloskundigen Zeewolde zijn weer mee gegaan met de tijd.
Zij kunnen nu ook spiraaltjes plaatsen, met eventueel een aansluitende echoscopische controle. De hormoon- of koper-spiraal is een betrouwbare vorm van anticonceptie, die ook goed kan worden gecombineerd met borstvoeding. Na een bevalling kan de verloskundige 10-12 weken later het spiraaltje inbrengen. Is de bevalling al wat langer geleden of zijn er (nog) geen kinderen, dan kan dit het beste tijdens de eerste dagen van de menstruatie. Vanzelfsprekend is verwijderen ook geen probleem. Kijk op www.verloskundigenzeewolde.nl voor de complete informatie.
In ieder geval; alle Zeewoldense vrouwen zijn van harte welkom.


