Hittegolf


Ik hoop op een nachtelijke bevalling. Na zonsondergang zal het vast afkoelen.
We slapen met de ramen wagenwijd open, geen zuchtje wind komt er langs, ik woel, draai, lig met een natte handdoek op mijn lijf. Ik steun en zucht, word belaagd door een mug en wens dat ik eruit mag.
Poef! Wens vervuld. Dienstmobiel. Half één.
Koen belt om advies betreffende zijn vrouw Amy. Twee dagen over de datum, die laatste nachten bij haar ouders doorgebracht. ‘Onder de bomen was het koeler.’ Maar nu het lijkt alsof de bevalling begonnen is, zijn ze toch maar naar huis gekomen.
Hij vertelt dat ze rillerig is, misselijk, lamlendig, beroerd. Hij heeft de weeëntimer-app geïnstalleerd op zijn mobiel, maar kan nog geen patroon ontdekken in de krampende pijnen.
Ik zit op de rand van mijn bed te luisteren en fluisteren. Eindconclusie: ‘Zal ik even naar jullie toekomen?’
‘Ja graag,’ is het antwoord. Ik gris T-shirt en korte broek van de stoel. Om man, dochter en hondjes niet wakker te maken, sluip ik op mijn slippers het huis uit.
Ik verwacht een heerlijke koelte zo in mijn shirtje buiten. Maar niets van dat al. Het is op de straat zo mogelijk nog warmer en benauwder dan binnen, ik mis mijn ventilator nu al. In de auto gaat de airo aan op vol. Ik denk aan winternachten below zero, wanneer ik met dikke jas, handschoenen en sjaal om de oren en de verwarming op zijn hoogste stand probeer niet te klappertanden tijdens de rit.
Nu puf ik. Pffffff. Zelfs het raampje open verkoelt niet. Zweet op de bovenlip en in de bilnaad. Pfff.

Bij Amy is het net zo warm. Zij zit op de rand van haar bed te bibberen. Slierten bruin haar plakkerig rond het rode hoofd. Een emmer naast zich met daarin een bodempje geelgroenig drab. De ventilator staat uit. Jammer. Maar Amy heeft het koud. Hoogzwanger, extreme hitte in huis en buikkrampen waardoor ze moet hijgen. Uitgeput. Het locomotiefje is compleet van de rails gelopen. Ik adem een paar rondjes met haar mee.
‘Door je neus in. Pfff pfff pfffffff. Goed zo, in en pfff pfff pfffffff drie keer uit.’ Ze doet braaf wat ik zeg. ‘Anders is het hyperventileren, krijg je veelte veel zuurstof binnen, de nadruk op uitademen.’
Ze wordt iets rustiger. Koen haalt een nat washandje voor me en ik dep moederlijk haar gezicht. ‘Ik dacht dat het zo moest als je weeën hebt, hijgen,’ zegt ze verontschuldigend.
‘Ja, op het laatst kan dat wel, hijgen, maar nu, aan het begin, is langer uit dan in beter voor je.’
Ze gaat een lauwe douche nemen en wordt weer haar zelf. De ventilator mag aan en het lukt haar iets te eten en drinken. We gaan afwachten en ze zal opnieuw bellen bij duidelijke weeënpijn al dan niet geregistreerd met de app.
Ik besluit om in de tussentijd naar de praktijk te gaan, ook om hondengeblaf en daardoor wakkerwordende huisgenoten de ontlopen. En… in de echokamer hebben we airco. (Okay, okay dat is de hoofdreden.)
De onderzoeksbank is wat hard maar met een paar kussens prima de toen. De airco zoemt vriendelijk, ik zak langzaam weg.
Zzzzzzzzzzzz-snurk-zzzzzzzzzz.
Tegen half vijf moet ik toch echt het ‘dekbedjevoornood’ uit de kast halen. Ik heb koude voeten en verbaas me dat ze nog niet weer gebeld hebben. Andere zij en verder onder de wol.
Zzzzzzzzzzzz-snurk-zzzzzzzzzz.
Voor zevenen ben ik dan echt uitgeslapen. Rek en strek een beetje, fris me op aan de wastafel, fatsoeneer mijn haar professorisch met doptone-gel, plaats een beeldende foto van #mijnbedjenaasthetechoapparaat op Instagram. Hashtag duimomhoog #dedagkanbeginnen!
Ik bel naar Koen en hoop dat ik ze niet wakker bel. Daar blijken net de vliezen gebroken.

Voorts kan deze historische gebeurtenis eraan toegevoegd worden: Baby Sophia kreeg geen kruikjes, zij lag de eerste nacht met een koelelement naast haar bedje om de omgevingstemperatuur onder de zevenendertig graden te houden.

@pffffpoldervroedvrou

Slechts op bezoek


Op de verloskamers zijn Cyntia en Lucas Chopard opgenomen. Vandaag wordt hun bevalling ingeleid. Een saaie vergadering in het ziekenhuis heb ik achter de rug en ik besluit even gedag te gaan zeggen op de verloskamers. Er wordt al aardig gepuft, Cyntia is net onderzocht, ‘vijf centimeter’. Ik schuif mijn tas met vergaderaantekeningen in de hoek, hang mijn colbertje op, stroop mijn mouwen omhoog en zeg: ‘Dan blijf ik, okay?’
Lucas kijkt mij dankbaar aan, Cyntia heeft net een wee, ik reik haar mijn hand om in te laten knijpen.
Schoonmoeder zit achter een tafeltje, zij heeft net een broodje gekregen. Lucas wil desgevraagd nog wel koffie, ze staat op om het te zetten.
Ik sla af. Koffiegeur vond ik vreselijk toen ik zelf beviel.
Een volgende wee komt opzetten, Lucas krijgt even de tijd voor zijn koffie en broodje kaas, want Cyntia grijpt mij weer vast en vol overgave werken we deze wee weg.
Ze zegt dat ze toe is aan iets tegen de pijn. Ik snap haar, in het ziekenhuis krijg je weinig kans om natuurlijke endorfines aan te maken, zeker met chemisch opgewekte weeën. Er zit amper pauze tussen en ze worden steeds langer van duur.
‘Hou vol Cyn, uitblazen uitblazen.’ Lucas en ik zuchten met haar mee. Hij met een broodje in zijn hand, ik met drie van mijn vingers klemvast in de greep van Cyntia, haar knokkels zien wit, mijn vingertoppen paars.
De ziekenhuisverloskundige onderzoekt haar opnieuw, een paar centimeter erbij, dat klinkt goed.
‘Hou vol Cyn, puffen puffen puffen is het enige wat je kan doen.’

De koffie is op, het broodje binnen, Lucas voegt zich weer bij ons exclusieve ‘Three members only’-pufclubje. De aanstaande oma probeert nog een rondje koffie te slijten. Lucas slaat niet af.
‘Ja, ik leef op koffie, mijn moeder weet dat.’
We slepen Cyntia erdoor, wee na wee na wee. Als ze op de linkerzij ligt, masseer ik haar rug en laat Lucas zich in zijn handen knijpen. Als ze weer de andere kant op woelt, herhaal ik mijn peptalk als een mantra. ‘Puffen, Cyntia, pffff pfffff pffff.’  Ik doe met haar mee. ‘Deze wee zakt zo weer af, en dan heb je heerlijk weer even pauze, pffffff pfffff pfffff.’ Ze kronkelt om met haar rug naar mij, niet omdat ze mijn aanmoedigingen zat is, maar ik schijn een betere rugmassage te geven. Ik zoek de kuiltjes onder aan haar rug en exact op het ritme van ons gepuf, duw daar tegen met mijn duimen. In een bakje hebben we ijswater en daarin wisselen we na iedere wee washandjes. Klets, op het voorhoofd. ‘Lekker,’ verzucht ze keer op keer. Klets. ’Lekker.’ Haar kussen is nat, de haren plakken om het hoofd. Bij een volgende washandjes-wissel spons ik meteen slierterige haren uit het gezicht en neem nek, schouders en decolleté mee. ‘Lekker.’

De gynaecoloog komt kijken waarom het zolang duurt. Er wordt zorgelijk gekeken. Er wordt keizersnee gefluisterd. Lunch hadden we al overgeslagen, avondeten komt in zicht. De blikken en fluisterconversatie bereiken Cyntia niet, zij puft zonder enig besef van tijd moedig door.
Het begint te drukken.
‘Pers maar.’
Oma zit direct met het fototoestel in de aanslag. Het duurt langer dan gedacht, Cyntia kan de goede ‘push’ niet vinden. Het toestel gaat enkele keren automatisch op stand-by.
En dan, opeens, komt een eivormige bolletje naar buiten. Lucas ziet het en zijn enthousiasme kent geen grenzen. Hij juicht en springt op en neer: ‘Jaaaaaa, daar komt ie!’ alsof onze beroemdste Formule 1-coureur na 67 rondes achteraan rijden, een inhaalrace is begonnen en we hem in de laatste bocht op kop zien komen.
‘En nu ga ik het aanpakken!’ roept Lucas. Ik herinner me de regel uit hun geboorteplan. De gynaecologe glimlacht en knikt, zoveel geestdrift, ze kan niet anders dan hem de ruimte geven.
‘Cyntiaaaaaa! Onze zooooooon!’
Een nieuwe ‘Three members only’-club is gevormd.
Grenzeloos geluk, mijn beloning.

 @Poldervroedvrou

35 centimeter boeken


Dertig kilo bagage mocht mee, dus ik hoefde niet op een pondje te kijken. Naast 24 onderbroeken, twee pakken stroopwafels, hagelslag en vier grote zakken drop was er ruimte genoeg. De helft van het ondergoed was spaarzaam verzameld. Lees; hoorde al eigenlijk in de prullenbak maar kon nog één keer aan; voor hen zou het dus een enkele reis worden. 
De proviand zou worden ingewisseld voor papaja, mango en de nutteloze obligate souvenirs voor de thuisblijvers. Om stroopwafels niet in de verdrukking te laten komen vulde ik de koffers secuur af.
Mijn moeder gaf me de tip het zwaarste onderop te pakken: 'En bedenk dat de bodem aan de kant van de wieltjes zit.' Dus zo stapelde ik alles netjes, gelijkelijk verdeeld over beide koffers. Boeken onderop, drop en koek tussen sokken en zwempakken, de deksels klikten moeiteloos dicht.
Op naar Bali.
Langs de luchthavenbeveiliging komen is tegenwoordig geen sinecure. Horloge van de pols, reisbescheidentasje in de bak, vest uit. In de detectormolen, armen omhoog, stilstaan.
Groen licht.
Yeah, gelukt. Deze maal zelfs geen natasten der BH-beugels. Ben liep met zijn broek op zijn hielen, want hij had uit voorzorg zijn riem afgedaan. Ook hij hoefde niet extra gefouilleerd te worden. 
Bij de automatische paspoortlezer hield ik de rij op, omdat ik niet door had dat ik met bril af, in de lens moest kijken om de fotogelijkenis te verifiëren. -Sorry-

Via wat wereldlijke omzwervingen landden we 24 uur later (minus tijdsverschil) op Bali AirPort. 
We lieten en onze paspoorten zien en hadden al heel snel onze koffers. De 'Nothing to declare'-kant op en nog éénmaal de koffers door een röntgentunnel.
Een Secureti-mannetje tuurde onderuitgezakt naar het beeldscherm. Ik vroeg me af of hij wijs kon worden uit al het moois dat er via de lopende band aan hem voorbijtrok.
De vorige keer was ik ertussenuit gepikt. Handbagage moest open. Wat had ik bij me? Het bleek een Tupperware doosje met Japanse zoute pindabollen, voor als ik flauw zou worden tijdens de vlucht. Het heeft er op de röntgen vast heel bizar uitgezien.
Het mannetje schoot overeind, pakte zijn walkietalkie en begon er druk in te praten.
Bij brede paktafels recht tegenover hem, hoorde ik zijn stem krakend uit de speaker van zijn kornuit schallen. Ik had mijn koffer inmiddels van de band getild en werd gewenkt.
'Open maken!' begreep ik.
‘Watnuweer?’ vroeg ik mezelf hardop af.
'Ja,' plaagde Ben, 'dat zijn al je koekoes en snoepoes, nou ben je d'r gloeiend bij...'
Ik geloofde hem subiet, voedsel invoeren mag natuurlijk niet.
De koffers gingen open, en zagen er -moet ik zeggen- keurig netjes ingepakt uit, niks was verschoven, geen losliggend dropje te zien, mijn moeder kon trots op me zijn. Ik dacht; nou pluk de drop en hagelslag er maar tussenuit Tuan. Ik overleef 't wel zonder.
Maar hij zocht helemaal onderin. Of, nu de koffer platlag, helemaal achteraan. De rand boven de wieltjes.
De boeken.
Hij pakte een Irving en bladerde erin. Hij pakte mijn tweedehands Wally Lamb, 376 pagina's leesplezier, hij bepotelde een overmaatse thriller met een afbeelding van het Sint-Pietersplein erop, 'de Vaticaanse Moorden' geheten. Hij wilde weten wat we er mee deden. 'Read... She...' zei Ben terwijl hij me er rücksichtslos bij lapte. Vervolgens vroeg Tuan-Securitas mij: ‘Berhapa hari per Buku?’
‘Tiga,’ blufte ik met drie vingers in de lucht. Hij schudde meewarig zijn hoofd. De koffers mochten weer dicht. Hadden ze vorig jaar al geen bolletjesslikker gesnapt, nu dit jaar geen stapels geld witwasser. Alleen een vrouw die beweert iedere drie dagen een heel dik boek uit te lezen, en dat noemen ze vakantie...

Met nog een half boek, twee onderbroeken en slechts één hari te gaan, is de terugreis in zicht.
Secondhand-Wally en de Pauselijke thriller bracht ik naar de lobby-boekenkast. Irving gaat mee terug. Mijn Engelse versie van ‘Vroedvrouw-tegen-wil-en-dank’ gaf ik aan de Australische Paula. Bijna drie weken lang begeleidde zij een licht-sikkeneurige 80jaar oude dame in een rolstoel. Paula leert voor verpleegkundige en wil graag verloskundige worden. Het leek erop dat het boek uitstekend terecht zou komen.

'Respect' schreef ik voorin.‘ The world needs caring young people like You.’      

                                 

@poldervroedvrou

Plons


Laatst was er weer zo’n ‘lollig’ bericht; Het zoontje van Rapper Keizer is, onderweg naar het ziekenhuis, in de auto geboren. Keizer rapt recht in de camera over ‘ontploffing’, vruchtwater spetterend over het dashboard en vruchtwaterdrab in zijn haar. Hij schatte in dat het een hele tijd zou duren om zijn metalliczwarte ‘Waggie’ weer schoon te poetsen. Was het rappen of meer mopperen? Uit de mond van de in Suriname geboren jonge vader klinkt alles als een rap. Of het voor zijn vrouw net zo lollig was? Ik vraag het me af.
Hoe kon de afweging om wel of niet naar het ziekenhuis te vertrekken -omdat… vrij naar Keizer: ‘Ze een spuitje nodig had om te relaxen.’- zo omslaan naar een onbedoeld hectische bermbevalling.
Inschatten hoe een ontsluitingsperiode zal verlopen is sowieso een lastige, al heb je jaren ervaring met barende, puffende, kreunende vrouwen.

Zo is binnen onze praktijk, een luttele vier dagen voor kindje Carborn-Keizer, zuigeling Swimstar-Silvie te water gelaten. Haar eerste zwemdiploma meteen in da pocket. Zij werd in bad geboren.
Op de vroege maandagochtend is mijn collega Wilke bij de aanstaande moeder Catharina geroepen. De weeën zijn aarzelend opgang aan het komen, ontsluiting slechts een krappe twee centimeter. Wilke zegt: ‘Tegen tienen kom ik terug.’ Catharina vindt dat goed: ‘Tien uur, half elf, kijk maar.’
Als Wilke en ik samen op de praktijk zijn voor het dagelijkse telefonisch spreekuur, is iets na half negen, onze badbevalmoeder de eerste beller. Haar mededeling luidt: ‘De vliezen zijn gebroken!’ vervolgens vraagt zij: ‘Mag ik in bad?’
Catharina weet vanaf het begin van haar zwangerschap dat ze deze maal in water wil baren. Speciaal hiervoor is een ovaal bevalbad gehuurd. Haar sereenblauwe ‘Baddie’ staat al meer dan een week kant en klaar in de babykamer. Hij moet alleen nog met warm water gevuld worden. Ik vertel hier graag de ‘Hottub-anekdote’ [geleend van een erudiete Nijmeegse Vroedvrouw] over een gezin waar het bad drie volle dagen had staan dampen. Door het 37-graden warme water glibberde het behang naderhand in complete vellen van de muur. Daar kan geen behangafstomer tegenop. ‘Wacht met vullen tot de bevalling echt doorzet,’ voeg ik als tip toe.
Volgend dilemma; hoe schat je in dat het zover is? Alle voors en tegens afwegend geeft Wilke haar fiat om de warmwaterkraan open te zetten. Tijd om te relaxen. We kunnen altijd emmers afgekoeld putten en wisselen met heet.
Beter dan de beklagenswaardige echtgenoot die op de knieën, pufje voor pufje, het bad opblies; terwijl zijn eega met samengeknepen billen, puuUUuùfje voor puuUUuuùfje, probeerde het kind binnen te houden. NB: Na het opblazen is er zo’n 650 liter water nodig om het bad af te vullen. Wat toentertijd -we spreken over september 2002- met emmertjes zou gaan gebeuren. Tweeëndertig-en-een-halve emmer. Onbegonnen werk.
Gelukkig gaat dit tegenwoordig met een elektrische opblaaspomp en een lange, extra brede vulslang.

Wij drinken onze koffie en handelen verschillende telefoontjes af. Het is nog lang geen half elf.
09:54 ‘Het gaat niet goed hier, kun je komen?’ Gideon aan de lijn, we horen Catharina loeien op de achtergrond. Wilke schiet in de versnelling.
10: 01 Aankomst Wilke: Baby Silvie is al geboren in bad!
Met verbazing herlees ik het sms’je enkele malen. Relax-omslagpunt 2.0!
Alles blijkt op film te staan. Zo kan Wilke de tijdstippen exact herleiden voor haar verslagje.
De volgende dag mag ik de opnames bekijken.
Een bewonderenswaardige happening. De volkomen in zichzelf gekeerde Catharina die geheel op gevoel haar kindje naar buiten perst. Gideon filmt met vaste hand en zegt ondertussen bemoedigende woorden. Er spettert geen vruchtwater tegen het behang, niet op een autodashboard en zeker niet in het haar van Gideon. Alles verloopt vlekkeloos daar in ‘Baddie’. Vader blijft zelf ook geheel buiten beeld, geen onnodige ego-selfie-rap. Catharina en Silvie zijn hier de sterren.
We zien Catharina stralend van trots de camera inkijken. Luttele seconden later horen we gebonk op de trap.

@poldervroedvrou

Gambia


 
7:08 Het eerste telefoontje van deze ochtend. Er wordt gebeld vanuit Gambia. Met een matige verbinding probeert iemand mij te informeren over bloedverlies, drie maanden zwanger en op-vakantie-ver-weg. Ik moet het allemaal even tot mij door laten dringen terwijl de wekker ondertussen dringend en lang rinkelt.
Telefoontjes over bloedverlies bij prille zwangerschappen; dan zullen we diegene altijd op ons spreekuur uitnodigen, zelfs om zeven uur in de ochtend kunnen we daar tijd voor maken. Maar Midden-Afrika?
Ik hoor haar uit over hoeveelheid, duur, wel of geen krampen. Ze stelt voor me een foto te appen. Via mijn privémobiel met WhatsApp-functie is dat wel mogelijk, dus ik dicteer mijn nummer.
Plingpling.
Ik pak mijn bril van het nachtkastje en bestudeer op mijn nuchtere maag een ietwat bloederige foto. Ach, een verloskundige is wel wat gewend, op alle tijden van de dag. Ik zeg oprecht dat ik het vind meevallen. Voor een leek is dit misschien ‘heel veel’, voor mij lijkt het erop dat een gevoelige baarmoedermond iets gebloed heeft. Ze heeft geen krampen of noemenswaardige buikpijn dan misschien die van de zenuwen. ‘Ik kan je gerust stellen, dat ziet er niet uit als een miskraam in gang.’ (En ik bid dat het waar is wat ik zeg)
Hoe kan ik Suzanne en Maarten helpen daar in den vreemde? Ze vliegen dinsdag terug. Dat duurt nog bijna een hele week. ‘Doe rustig aan en ga niet te veel lopen sjouwen, dan wordt het vast weer minder. Jullie hebben al een paar goede echo’s gehad. Dat moet gewoon de baarmoedermond zijn, geen miskraam,’ probeer ik haar te bemoedigen.
Ploink
Gambia-Facebooknieuwtjes-Verloskundigen-connecties: Ellen! De vroedvrouw die met een heuse Stichting een kraamkliniek in Serrekunda, de hoofdstad van Gambia ondersteunt.
Klik klik klik
Mijn brein verbindt al deze informatie razend snel met elkaar.
Ellen is nu in Gambia in die kraamkliniek. Gister zag ik een vrolijk Facebookfilmpje waarin acht kleurrijke vrouwen in een gammel autootje door de straten van Serrekunda crosten. Ik beloof Suzanne dat ik ga proberen om Ellen te bereiken. (God knows how)

Was ik niet degene die in het verleden een dame met onverwacht prematuurgebrokenvliezen met wat googelen, rondbellen en bluffen vanuit mijn luie stoel een Zuid-Limburgsziekenhuis binnenloodste, ben ik niet zelf een aantal malen richting Eemhof-Centerparcs, Nudistencamping of Zeewoldense boerderij geracet om daar onbekende hoogzwangeren te verlossen, of kwamen buitenlandse zwangeren niet onaangekondigd onze praktijk binnenlopen? Rusland, Nieuw-Zeeland, Panama. Omdat ze hier op vakantie of familiebezoek waren.

Ellen gaat mij helpen, dat weet ik nu al. Of ze is er zelf nog, of ze kan me uitleggen waar Suzanne het beste heen kan ter controle. (Fingerscrossed)
Als eerste zoek ik via Google haar praktijk in Arnhem. Puurvroedvrouwen. Telefoonnummer van de dienstdoende; hij gaat één keer over. Het is inmiddels half acht en ik probeer, met niet al te veel haperen, logisch en duidelijk uit te leggen wat er aan de hand is, en wat ik van haar verlang. Zij belooft Ellen op de hoogte te brengen per sms, maar dacht dat ze vandaag aan de thuisreis zou beginnen, en er is tijdsverschil, dus bellen doet ze liever niet.
‘Prima, dank, ik wacht af.’
Ondertussen app ik een foto van de foundation-website richting Gambia. In de hotelkamer hebben ze wifi, dan kunnen ze alvast bekijken waar het is. Mijn hoofd is er vol van, de dag begint hier in Zeewolde, afwachten moeten wij allen.
8:45 Om kwart voor negen belt Ellen vanuit Serrekunda, Gambia.
‘Ja, het is goed als ze komt, ik zal echoën, ik ben er tot half twaalf. Laat haar maar naar de kliniek komen, gewoon door de hoofdingang naar binnen en vraag naar Ellen Plaschek, ze kennen me daar allemaal.’ (Dat wil ik geloven)
Ik beloof haar een column in de Zeewoldense krant over het gehele gebeuren met vernoeming naar haar stichting. ‘…en laat de donaties dan maar binnenstromen,’ voeg ik er aan toe.
Het blijkt lastig om Suzanne terug te bellen omdat hun telefoon is doorgeschakeld naar Maartens compagnon Rene en ze zitten waarschijnlijk niet meer in een wifi-zone. Ik zend het bericht telepathisch: ‘Bel me!’
10:30 Gelukkig, Suzanne belt mij weer: ‘We zijn in het ziekenhuis, maar vinden Ellen niet.’ Het is half elf. We checken nogmaals of ze wel in het juiste ziekenhuis zijn aangekomen.
Weer iets later smsje: We wachten bij de maternityward. Dit bericht zend ik door naar Ellen en ik wacht mee.
11:55 En dan, om vijf voor twaalf, de verlossende sms: We zijn geholpen door Ellen, Echo zag er goed uit. Hartje klopte en kindje bewoog.

Met verende tred vervolg ik mijn weg. Hoera voor deze World Wide Service

Ellen bedankt!

 Hierbij de link naar de website van Puurfoundation en bedankt namens EllenJ

Kinderwens

Kinderen waren welkom, maar niet ten koste van alles. De jaren verstreken en het overkwam hen gewoonweg niet, zwanger worden. Het leven van Sarina en Huib vulde zich met andere bezigheden. Zo vonden ze het heerlijk om bij kennissen, zussen en nichtjes op kraambezoek te gaan.

Sarina nam meestal een mooi gebreid en geborduurd dekentje mee, of een vestje met bijpassend mutsje of wat voor schattigs je maar kunt maken voor pasgeboren baby’s. Het was echt voldoening gevend; het proces van het uitzoeken van stof, wol en patroon, het breien, het borduren, het zorgvuldige inpakken en het uiteindelijke geven van het cadeau. ‘Dat vond ik altijd fijn om te doen,’ hoor ik van Sarina, bescheiden voegt ze er aan toe: ‘…vind ik nogsteeds, priegelen en knutselen.’
‘Maar soms…’ Huib vertelt me over een gezellige verjaarsvisite als treurig voorbeeld van onbedoeld kwetsende opmerkingen; Peutertjes drentelden rond, baby’tjes op schoot. De verschillende moeders namen over en weer de opgroeiperikelen van ieders kindje door. Toen het Sarina’s beurt was, viel er een korte ongemakkelijke stilte.
‘Hoe is het met jouw breiwerkjes?’ vroeg een jonge moeder. Er viel geen stilte, als een soort opluchting voor het aangedragen onderwerp werden de breisels van Sarina geroemd en geprezen. De stilte die niemand bemerkte bevond zich in het hart van Sarina, haar wangen kleurden. Niemand die iets merkte, behalve Huib. Geïrriteerd, omdat tussen de groep moeders van Jantje, Fientje of Daantje, zijn lieve Rina verworden was tot “het vrouwtje van de breiseltjes”, zette hij zijn koffiemok met een resolute bons neer en zei : ‘Weet je wat Rien, we moesten maar eens op huis aan.’

Toen ze na zestien lange jaren wachten zwanger bleek, kon Sarina het niet geloven. Huib wel, direct vol vertrouwen had hij de oude familiewieg opgehaald bij zijn ouders. Sarina’s natuur is van iets terughoudender aard: ‘Zo een zwangerschap… Een kind baren… Ga ik dat redden? Ik ben al bijna veertig…’
Hartverwarmend is het stel tijdens de zwangerschapscontroles. Beiden in pure verwondering. ‘Dat het gewoon allemaal goed gaat.’ Ze moet het iedere keer weer zeggen. Een bloeddruk als van een jonge meid, een baby die goed groeit. Ze mag zelf kiezen waar ze wil bevallen. ‘Thuis!’ zegt ze resoluut, ‘Hoe minder poespas om me heen, hoe beter het ongetwijfeld gaat.’

Als ik om vier uur in de ochtend arriveer, ligt Sarina in een rozegestippelde pyjama op bed heel ingetogen te puffen. Tot onze grote blijdschap, verrassing en verwondering is het bijna zover. ‘Echt niet gedacht, ik dacht; het wordt veel en veel erger,’ zegt ze zachtjes tussen twee weeën door. ‘Blijf maar op je zij liggen, ogen gesloten, we dimmen de felle lichten en we blijven bij je,’ fluister ik terug. ‘Wij gaan wachten tot de goeie krachtige persweeën opkomen,’ zeg ik tegen Huib. Ook al is het midden in de nacht, Huib draagt zijn overhemd. Donkerblauw-wit geruit en onberispelijk gestreken. Had ik hem zeker niet als Hoodieman ingeschat, mis ik wel de stropdas. Dat grap ik tegen hem. Hij grinnikt erom, zo breek ik een beetje zijn spanning. Ondertussen bestel ik kraamzorg en inspecteer de babykamer. In het ledikantje ligt een dekentje klaar. Neutraal van kleur, een bijpassend sloopje met daarop geborduurde beige wolkjes, goudgele sterren, een zon met stralen en een zilveren maansikkeltje. In het midden is strategisch wat ruimte overgelaten, vast en zeker voor de naam.
Ze willen pas na de geboorte ontdekken wat het is. ‘Want dat is toch helemaal niet belangrijk…’ En zelfs het cliché “als het maar gezond is” relativeerden ze: ‘Want je kan van alles laten testen, zeker als je tegen de veertig loopt, maar wat doe je met die informatie? Ons kindje is welkom, hoe dan ook.’

Het persen kost wel wat tijd.  -Tja, wat is wijsheid, toch nog met haar naar het ziekenhuis, onder de TL-balken met alle witte jassen eromheen, of gaan we iets langer door?-  Deze discussie speelt zich af in mijn hoofd... -Uiteindelijk is er ook lang over gedaan om zwanger te worden, wat is een kwartier extra na zestien jaar.-
Daar komt het kruintje tevoorschijn, het hele hoofdje en de voorste schouder. ‘Pak het maar Sarina!’ Met wat hulp trekt ze het kindje naar zich toe. Het natte glibberige wezentje op haar sputtert en beweegt.
‘O, Huib, voel eens hoe warm het is. Voel dan toch hoe warm zo’n baby’tje is.’
Voorzichtig omvat Huib’s grote hand het warme lijfje van zijn kind.
Behalve wat liefelijk babygepruttel, is het verder stil.
De stilte van gevulde harten.

In de kraamweek tref ik Sarina met het sloopje op schoot. Ze borduurt blauwe hartjes met ertussen zijn naam.


                                                                    Y  Joachim  Y

 

@poldervroedvrou

 

Zeven weeën en één perswee


'Niet aanbellen, klop even op het raam, anders worden de jongens misschien wakker.'
Terwijl het DINGDONG door de gang galmt herinner ik me haar verzoek.
Oepsie...
Bij haar oudste zoon was de totale duur van de bevalling twee-en-een-half uur. Erg vlot voor een eerste. Bij zoon nummer twee deed ze het in een uurtje minder, slechts anderhalf uur van de start van de weeën tot kind in de armen.
Op het spreekuur hadden we er al eens over gefilosofeerd: 'Deze keer weer een uurtje korter?'
Nou poeh, baren binnen dertig minuten, ze weet niet of dat is wat ze wil. ‘Dan zal er vast niemand in de buurt zijn om me te bij te staan.’ Die paniek giert, alleen al bij de gedachte, als een vuurbal van boven naar beneden en weer terug door haar lijf om in de keel te blijven hangen.  ‘Brrrr,’ Dat ze die week al wat harde buiken had gehad -die ze zelf niet noemenswaardig vond- vertelt Bert mij. Dat ze vast al iets ontsluiting heeft, tja, dat hoort een beetje bij een derde zwangerschap. ‘Ze durft het huis al bijna niet meer uit,’ hoor ik ook van Bert. Marieke zelf is meer een drager dan een klager.
Wachten we tot deze tikkende tijdbom vanzelf afgaat? Of kunnen we het proces wellicht een klein beetje sturen?

Wanneer ze op een vrijdagmiddag aankondigt drie harde buiken achter elkaar te hebben gevoeld -die klaarblijkelijk nu wel noemenswaardig zijn- én daar terloops aan toevoegt dat ze de slijmprop verloren is, spreken we een tijdstip af dat ons allen schikt; de jongens op bed, rust in huis en dan een keertje goed strippen -tijdens een inwendig onderzoek, als het lukt, de baarmoedermond zo prikkelen dat harde buiken hopelijk overgaan in weeën- Daarna rustig afwachten wat er gebeuren gaat. Ze maakt een opmerking over koffiezetten en verwacht me rond het achtuurjournaal. ‘Dan zullen de jongens in ieder geval liggen.’
En niet bellen, maar kloppen dus.

Marieke doet zelf open. Bert zit klaar voor het nieuws.
Als ik, op deze serene koele vrijdagavond halverwege maart, een paar centimeter soepele ontsluiting toucheer en vervolgens geheel per ongeluk de vliezen breek is de aankomende bevalling een voldongen feit.
Om klokslag acht uur zet de eerste echte ontsluitingswee direct goed door.
En hoe!
Man en vroedvrouw zitten samen op de bank. Wij kijken toe en laten ons koffie inschenken. Marieke moet rondlopen van me en wij starten met het becommentariëren van iedere doorgemaakte wee.

‘Oei!’ zegt ze terwijl ze naar haar onderbuik grijpt.
‘Ha de eerste wee is daar... Eén.’
Ze knikt, want ze herkent het weer. Ja, daar zijn ze…
De pauze benut ze om koekjes bij de koffie te zoeken.
‘Pffff.’ Hoor ik terwijl ze over het aanrecht buigt.
‘Aha. dat zal een tweede wee zijn.’
Een aangebroken pak speculaasjes gooit ze onverwacht bruusk op de salontafel.
‘Hier! Oeioeioeipfffff.’
‘Goh, nu alweer de derde…’
Moeders loopt rondjes om de keukentafel, met allengs driftig wordende stapjes.
In de weeënpauze lacht Marieke om ons enthousiasme vanaf de zijlijn. Maar vlot daarna betrekt haar gezicht wederom.
Daar komt wee nummer vier opzetten en een vijfde.

Ze lacht er niet meer bij. ‘Want,’ sist ze tussen haar opeengeklemde kaken: ‘Nu wordt het menensssspfff.’
Wij geloven haar terstond.
Het bakkie koffie laten we voor wat het is, einde koffiebreak, werk aan de winkel.
We stommelen achter elkaar aan naar boven, Marieke voorop.

‘Ssst, de jongens,’ fluistert Marieke uit gewoonte.
We sluipen op onze tenen over de overloop, om niemand onbedoeld te wekken, maar meer nog om Marieke happy te houden. Marieke strandt net voor het opkomen van de zesde wee naast bed, grijpt zich vast aan de bedrand en briest als een paard.
Brrrrrfffffffh. Brrrrrrrffffffffffh!
Bij de zevende wee voelt ze het drukken.
'Wat wil je, gaan liggen of blijf je staan?'

Ze zegt niks, schudt alleen haar hoofd, maar niet perse omdat ze niet wil gaan liggen. Volledig in zichzelf gekeerd.
Dat barensnood een zo intens heftig omslagpunt kan hebben.
Ze laat zich op haar zij op bed ploffen, draait een kwartslag en Bert en ik helpen haar in één beweging uit broek en onderbroek.
Volgende wee, persen maar...
Met één flinke pers wordt een dochter geboren van ruim acht pond. Een blik op de klok: Half negen!

Dus echt binnen een half uur.
Mijn koffie zal nog warm zijn.

Speculaasje erbij.
Heerlijk!

 
@poldervroedvrou