De namen van 2017

Het jaar startte met Adam, wat een passend begin. Liv was daarna de eerste ‘in Zeewolde geboren’-baby. We registreerden legio kindernamen in onze praktijkagenda, 101 meisjes en 99 jongens. Waar Abel, die op de laatste dag van het jaar werd geboren, de 200 volmaakte. Sowieso opmerkelijk veel Bijbelse namen; Mozes, Ezra, David, Levi, Simon, Naomi en Mattheus, die kortweg Mats wordt genoemd. Elisabeth als roepnaam, maar ook enkele keren als tweede naam. Maria werd in het voorjaar geboren en ruim voor de kerst kwam Jozsef. God werd gedankt in de naamsbetekenis, of in de zorgvuldig geformuleerde tekst op geboortekaartjes. Joëlle ‘geschenk van God’, Jothan ’God is goed’, Nathan ‘God heeft gegeven’, Manuel ‘God is met ons’. Christiaan, de aangewezen volger van Christus. Bij Deontae zit Hij zelfs in de naam verwerkt. Manoah; ‘vrede en rust’ kwam veel te vroeg, woog nog geen kilo, dapper meisje.
Noemenswaardig; Hendrikus/Hendrika als tweede naam, een opvallend traditionele keuze bij Memphis als roepnaam of boerenzoon Lukas en bij Noah in zijn prachtig beschilderde kamertje.
Sterre en Stella stralen ieder op hun eigen manier. Hollandse Joek en Yuksel een echte Bulgaar; zo anders met toch een nagenoeg gelijke uitspraak.
Op een enorme geboortekaart, een heuse plank, stond: ‘Grote avonturen beginnen klein.’ Vermakelijk detail: deze Lyam en een Liam met een i, werden op dezelfde dag geboren. Rif en Rivano vieren hun verjaardag een dagje na elkaar, de overbuurjongens Sep en Sef een ruime week.
Loïs; op haar geboortekaartje lazen we een vertederende quote van grote broer: “Hoera!! De baby is geboren!! ‘Mag ik de hut laten zien?’ ‘Natuurlijk Lucas,’ zei mamma. Ik ging laten zien hoe je moet timmeren, vissen en pianospelen. Dit is nou Vriendschap!!”
Wilke werd niet vernoemd -al leek ons dat een grappige geste- bij Willem en Wilco, maar ze had wel de eer om bij drie meisjes uit één gezinnetje op rij te ‘verlossen’, Teske is daar nu de jongste. Ook assisteerde zij bij vier van de vijf zonen uit één gezin, waar Romee -met zijn vijf kilo (5000gr!) als geboortegewicht- nu de Benjamin is. In dezelfde nacht werd de kleine (4390gr) rebelse Milou geboren.
Frey, met als tweede naam Seppe, kreeg de prachtige Nirvana-songtekstregel ‘Come as You Are’ mee als boodschap voor het leven, Zoë betekent Leven, Mayse Sierlijk, Noa Bewegelijk en Noah Rust. De Iranese Tara blijkt ook een hoge heuvel in Ierland, Pola uit, inderdaad, Polen. Een Polderwijkjongetje had Elvis kunnen heten, maar er werd voor Memphis gekozen. (Dus niet vanwege die voetballer.) Micha schrijf je zo: МИЩА in het Russisch. De meeste (doop-) namen kreeg Kaiana Elisabeth Lee Breese, zij werd in vliegende vaart in bad geboren met op haar geboorteaankondiging een originele Hawaïaanse boodschap: Ko Aloha maka mae e ipo; Lieveling, je bent zo kostbaar! Namen als een liedje; Leyla got us on our knees. Zelfs haar naam is mooi; Julia.
Yasmijn en Yasmine, Nikki en Nicky, Noor, Nora en Nora-Lynn. We hebben een Ivy, een Noa, en een Ivy-Noa. Originele namencombinaties, zoals ook deze; Loena-Jíleah en Amy-Jane.
Scandinavië is goed vertegenwoordigd dit jaar met onder andere; Emil, Kay en Kjel. De kostbare Friese Djurre -duur- en Calle, waar Marianne ‘Call the midwife’ naspeelde.
Dertien juli was een speciale datum dit jaar. De geboortedag van Miley, Amira, Lars, Sven en Ryan*. De laatste mag ook hier genoemd worden, net als de lieve Chanel* van afgelopen november.
Er wordt ieder jaar wel een Charlotte, Elin of een Elisa geboren, maar Zeewolde had, tot nu toe, nog nimmer een Wiebke, Belmiro of een Bonita.
Zoontje Noël en dochter Lotte, wat hebben zij gemeenschappelijk? Beide moeders zijn verloskundige. Met het meisje haar komst vierden we ‘de Nationale dag van de verloskundige’. Noël werd één keer gekozen als tweede naam, maar die van ‘ons’ kreeg Benvenuto, wat meteen zijn kwart Italiaanse afkomst verraad. Welkom in Zeewolde jongen!
De H is van Harvey, maar ook van Hugo en de meisjes Haçer en Huda, waar we Turkse en Syrische invloeden ontdekken. De laatstgenoemde was een onverwachtplotselinge AZC-thuisgeboorte onderleiding van Kirsten.
Randell en Lamar kunnen zo in een rapgroep, Rhodyn aan het werk als DJ en Shane als You-tuber. Lennox klinkt als een hoogstoriginele hippe naam, het blijkt een Schotse edelman uit Shakespeare’s MacBeth.
Matroosje Luka met zijn geinige driedimensionale geboorteboot wensen wij een behouden vaart. Luca als jongensnaam of Loeka voor een meisje, Luke, Luuk; in al zijn vormen is sowieso het vaakst gekozen als voornaam of tweede naam.
Wat zijn de verschillen; Jax of Jazz. Apart hè, hoe enkele letters het verschil maken. Is Jasper meer traditioneel en Jess dan weer modern? Plus de meest gekozen naam in ons dorp; Jesse. Welkom zijn ze allen; de kleine peanut Jaran bij al zijn huisdieren en de aan de ‘Kalverstraat’ geboren Jochem. Nee, niet die dure Amsterdamse winkelstraat, maar gewoon tussen de landerijen in een gezellige boerderij naast de kalverenstal waarop we het humorvolle straatnaambordje ontdekten.
Jacco en Wilbert zijn boerenbuurjongens, lekker oer-Hollandse namen op twee belendende boerderijen.
Jaylinn, Lindy, Maelynn, Maline, Féline, Marly, Marlinde, Jorinde, Maëlle, Joëlle, Noëlle.
Lente, Jinthe, Jildau. Kiezen voor een eerste en een tweede naam. Gina Sophie of Sophie Dia, Sten Fedde, Fedde Jack of slechts Jack. Franse namen en bloemetjes: Amélie, Lilli, Lily-Rose Rosaly, Madelief, Isabel en Isabella. Zorgvuldige gekozen accenten aigú en gràve, wel of geen trëma of juist zo fonetisch mogelijk gespeld een y of een i, een c of een k: Esmée, Loïs, Viene, Evi, Evy, Oskar, Kasper, Coen en Cas.
Bobbie, Robin, Avery, Puck, Sacha; het zijn allen meisjesnamen. In het huis van de uit Zeewolde verhuisde Fleur woont intussen alweer Lexy, de babykamer mocht roze blijven, en ‘scheetje’ Fleur was welkom bij grote broer en zus. Daan en Dean, Damian en Dylan. De illustere Mr. Jim. De namendiscussie we houden er zo van en vinden het een eer om als eersten de naam te vernemen. Gijs, Bram, Kenji, Kian, Tygo, Vince. Olivier van de olijfboom afgeleid en Laith; Syrisch voor Leeuw.
Roan, Noan, Novan, allemaal met liefde gegeven. Dania, Claudia, Lisa, Vera, Victoria en Laura. Leanne, Maud, Meike, Megan, Milan. Stoere Pien, gelukkig zonder de allitererende achternaam van haar moeder, dito voor Femke. Bijna alle letters van het alfabet zijn vertegenwoordigd, zelfs de X van Xavi. Deze letter is trouwens wel vaker als eindletter te vinden; Dex en Alex. Ook de Q van Quinn, waarin de trend van dubbele laatste medeklinker in te vinden is gelijk bij Sepp, Tess en Finn.
Slechts één letter ontbreekt (weer). De U. We zullen buurvrouw Ulina vragen of zij ervoor zorgt dat in 2018 een kleinkind naar haar vernoemd wordt.


De Poldervroedvrouwen Marianne Wilke en Kirsten

Snert, Stamppot en Spoed


 
Halverwege de middag belt Anneke over gelig vochtverlies.
Ik raad haar aan een origineel kraamverband in te doen en mij weer te bellen als ze wat kan laten zien. Om vijf uur ben ik bij haar, het ruikt er heerlijk naar eigengemaakte snert, ik snuif eens diep. Zij drentelt onrustig rond. Er staat een grote pan op het fornuis, door de glazen deksel is de groene soep met stukjes prei, wortel en rookworst te zien.
Eén steek had ze gehad sinds het vochtverlies en een onbestemd gevoel onderin. Maar nog geen noemenswaardige weeën, alleen dat vocht.
Op mijn verzoek haalt ze het kraamverband, waarin ze wat had opgevangen, van boven.
Gelig, had ze gezegd aan de telefoon.
Geel is meestal gewoon afscheiding, of misschien zelfs urine. Vruchtwater is rozig, doorzichtig, soms met witte vlokjes.
Als het vruchtwater groen ziet, is dat over het algemeen niet wat we willen. Dan heeft het baby’tje erin gepoept. Misschien vanwege stress, misschien louter omdat zijn darmen vol zitten. De regel is: Insturen om de conditie van het kindje tijdens de ontsluitingsperiode te in de gaten te houden met een babyhartslagmeter, ( Cardio-Toco-Grafie, kortweg CTG)
Als ze beneden komt, sta ik gedachteloos in de soeppan te staren.
Het verbandje, wat ze een beetje gegeneerd aan mij showt, laat geen twijfel voor mij als vroedvrouw.
Dit is GROEN, lichtgroen met enkele slijmerige donkergroene brokjes.
(Euhm… Ik heb nooit beweerd dat mijn werk altijd even smakelijk is hè?)
Hein moet uit zijn werk komen, de kleine jongen zal bij de buurvrouw blijven en ik wil Anneke naar het ziekenhuis sturen ter controle. Hartslag klinkt goed, er is geen directe haast.
‘Vraag je man thuis te komen, geef hem als eerste een bakkie soep.  Jij moest het maar niet eten, te zwaar op de maag als je daarna nog gaat baren. Bel mij als je man thuis is, dan meld ik je aan bij het ziekenhuis en kunnen jullie vertrekken.’
‘O, dan ga jij niet mee?’
‘Tja, je heb nu geen weeën, ze doen eerst CTG. Mocht je vanavond of vannacht gaan bevallen, dan mag je me bellen.’
Ik ging naar huis om mijn eigen winterkost te maken. Spruitjesstamppot. De vlotste manier is; reeds geschilde aardappels en schoongemaakte spruitjes koken, spekjes bakken, soms een gesnipperd uitje erbij, stampen, beetje melk, in een ovenschaal, met de juiste mise-en-place heb ik het binnen een half uurtje in de voorverwarmde oven. Twintig minuten op 180 graden. Hoppa.
17:46 Hein: ‘Ik ben er en trouwens; ze heeft nu weeën.’
Ik: ‘Ik zal het ziekenhuis op de hoogte brengen, ga maar.’
Klinisch verloskundige meldt dat ze vol liggen.
Ik bluf: ‘Doe me dat niet aan, ze zitten al in de auto…’
Binnen twee minuten belt ze terug. Ze gaat plek maken.
Thank You Lord.
17: 55 Hein: ‘Anneke vraagt zich af of ze nog wel in de auto kan stappen… Wat moet ik doen?’
Ik resoluut: ‘Inladen en gas op de plank!’ Hein weet natuurlijk niets van mijn voorbede om Anneke binnen de krijgen op de verlosafdeling en daarbij had ik gehoopt dat ze al vertrokken waren.
Wat ik wel weet, is mijn toezegging van bijstaan.
De oven gaat uit. Ik sms mijn man enkele instructies en vertrek met gezwinde spoed.
Om 18:15 belt Hein mij: ‘We zijn er. Welke ingang?’
Om 18:25 ploft Anneke op het verlosbed, de vertraging zat hem in drie -intussen- serieuze persweeën bij ingang, lift en hal. Het kenmerkende oerlawaai vanuit het halletje alarmeerde de hulptroepen.
Om 18:27 arrivé Poldervroedwoman. Ik gooi de vroedcape af en stort me in het baringsgeweld.
Om 18:34 mag Anneke voluit persen.
Om 18:42 is de zoon geboren, met een kruintje vol groene smurrie.
*Moet ik voor je over houden, of mag het op?* smst mijn man.

 

@poldervroedvrou

Contrasten


‘Graag zou ik met een ruggenprik bevallen.’
Het was niet de allereerste zin die ze uitsprak, maar wel degene die bleef hangen.
Veerle, geboren en getogen in België, getrouwd met Brandweerman Maarten, de liefde die haar in ons kleine polderdorp had laten wortelen. Veel van onze gewoontes had ze zich eigen gemaakt. Maar nu Hollands bevallen? Dat nooit.
We praatten lang, we praatten breed. Ze ging een keer op gesprek bij de gynaecoloog. De zwangerschap verliep zonder al te veel problemen.
‘Mag ik in het bad van het geboortehuis bevallen?’
Deze vraag kwam van Erna. Zij had gelezen over de behaaglijkheid van het warme water en dat leek haar wel wat. We praatten kort en ik zei: ‘Een badbevalling lijkt mij een uitstekende keuze.’

En zo bevinden we ons halverwege een mistige novembernacht, waar in huize Brandweerman ‘den arbeid zijn aanvang heeft genomen’.
Toevallig was ik vlak daarvoor bij Erna geweest, vliezen gebroken en een aarzelend begin van weeën.
‘Gaan jullie vast die kant op?’ had ik Erna gevraagd. Harold sjouwde al met Maxi-Cosy en vluchtkoffertje. ‘Laat het bad maar vollopen. Zie ik jullie daar.’
Veerle heeft voldoende ontsluiting voor het echte pijnstillingswerk.
Grote ogen in het hoofd, hyper van de hele happening. Onze brandweerman heeft kleine oogjes. Hij had een enorme brand moeten blussen op een vrachtwagenbedrijf en was 24uur in touw geweest.
Ik bel met de verlosafdeling van het ziekenhuis, meld mijn cliënte met het epidurale-verzoek aan en vertrek zelf richting geboortehuis, pakweg drie lange gangen verwijderd van de medische verloskamers.

Erna dobbert in het warme bad. In de bevalkamer naast de onze wordt onder veel enthousiaste aansporingen een Puttens baby’tje geboren. We volgen het stilletjes, af en toe kijken Harold en ik elkaar aan. Erna heeft zich verstopt onder een washandje, zij lijkt niks te merken, soms horen we zelfs een snurkje. Op de andere kamer wordt het ook stil, op een sporadisch babyhuiltje na.
Bij ons lijken de weeën een beetje weg te vallen.
Zo werd het een bijzonder serene aangelegenheid.
Na lang wikken en wegen, afwachten, wachten, nog langer wachten en meer gesnurk, besluiten we richting verlosafdeling te verkassen om weeënopwekkers te verkrijgen.
Wij belanden op kamer drie.
Op twee ligt Veerle.
Ik tref haar met dezelfde grote ogen in het hoofd, blonde haren plakkerig langs de wangen. Linkerarm infuus, rechter automatische bloeddrukmeter, inwendige registratie, een catheter en het slangetje vanuit de rug voor de pijnmedicatie. Volledig gebonden aan draden en apparatuur. Qua ontsluiting is ze even ver als Erna, qua Zen-modus zit ze er mijlen vanaf. Ze woelt door het bed, heeft jeuk, is misselijk en heeft het afwisselend heet en koud. Ik heb het met haar te doen en blijf bij haar. De ruggenprik moet uitwerken om persweeën te voelen. Ik wil gedag zeggen op drie, maar Veerle laat met niet meer gaan. Ze mag persen, en dat doet ze uit alle macht, terwijl het been aan mijn kant niet doet wat zij wil. Iedere wee til ik het voor haar op en geef het aan alsof het een los attribuut is, zoals het been van een willekeurige etalagepop.
‘VEER, kom op zet door!’ moedig ik haar aan. Haar dochtertje Jade wordt kwart voor vijf in de middag geboren.
Verloskamer drie was leeg en verlaten toen ik daar terug kwam. Het zoontje van Erna was om half vijf per keizersnede gehaald.

Later vertelde Veerle me wat ze het vreselijkst had gevonden; dat ik VEER riep in plaats van Veerle, daardoor was ze harder en harder gaan persen waar ik bozer en bozer leek.
Het gaf haar het idee te falen. Terwijl ik dacht; een ruggenprik, amai, daar is niks makkelijks aan zeg…
Daarom zei ik: ‘Welnee Veerle. Poldervroedvrouw is fier op u!’

 

@poldervroedvrou

 

De Kneep


Soms komt het zomaar ter sprake: Hoe deed je dat toen de kinderen klein waren?
Euhm, ik had oppas rondom; grootouders in het dorp ten alle tijden inzetbaar; flexibele man; lieve kinderen en meelevende zwangeren. Af en toe, op zaterdag, mocht mijn jongste dochter mee op kraambezoek. Voor haar het uitje van de week, vooral als we het zo uitkienden dat we er waren tijdens het babybadderen.
Maar waar zat hem nou ‘de kneep’ in deze herinnering?
September 1999
Frederique is een beetje ziekjes en mag ‘bedje op de bank’. Dekentje, televisie met VHS-videoband van Sneeuwwitje, drinken, knuffels erbij, lekker uitzieken. Oudste gaat naar school en moeders heeft dienst maar geen bevalling aan de gang.
‘Ik kan je ook naar oma brengen hoor,’ zeg ik. Maar ja, oma heeft geen Disneyfilms, en tekenfilmpjes kijken, is nu juist het fijne van een beetje ziek zijn. Om half elf rent Sneeuwwitje voor de tweede maal huilend door het donkere bos en ik moet dringend een enkele kraamvisite.
‘Blijf jij hier zoet tv kijken? Ik ben zo weer terug.’ Ze roept: ‘Voohoor!’ en gebaart dat ik opzij moet.
10:35 Mobiel in mijn zak en huistelefoon met snelkiestoets op de salontafel.
‘Toemaar,’ spreek ik mezelf toe, het duurt minstens een half uur voor deze video teruggespoeld moet.

10:47 ‘TiedelidieTiedelidom.’ HOME, lees ik op mijn Nokia.
‘Mamma, ik heb meekup op en de kneep om, nu ben ik Superman.’
‘Wat?’
‘De rode kneep, je weet wel, van Superman.’
Ik herinner me vaag de mantel van Sinterklaas onderin de verkleedkist helemaal op zolder.
‘Schatje, ik ben bijna weer thuis, blijf je alsjeblieft gewoon in de huiskamer?’ Mijn stem klinkt een octaaf hoger dan gewoonlijk.
Voor de make-upsessie moet ze sowieso naar boven zijn gelopen. Ik visualiseer een besmeurde badkamer met waterproof mascara op mijn witte handdoeken, oogpotlood-blauw op de spiegel, rode lipstick-klodders in de wasbak en rougepoeder overal. Ze is gek op die met glitters en de grote kwast.
De paar straten van de kraamvisite naar huis zijn voldoende om alle mogelijke scenario’s door mijn hoofd te laten afspelen. Inclusief l’ histoire de Pippi Langkous…
Adrenaline giert. Bonkend klopt het hart in de keel met uitschietende steken naar mijn maag.
Pippi!
Zoveel jaren geleden, ik was pas tien, maar het tafereel staat me ineens weer glashelder voor de geest. De hoofdrolspeler hier was mijn jongste broertje.
‘TollaheeTollahooTollahupsakee!’
Zingend huppelde hij door de dakgoot terwijl mijn moeder koortsachtige pogingen ondernam hem te bewegen weer door het dakraam naar binnen te klauteren, zonder hem te laten schrikken of wankelen.
‘Ach, ons huis heeft geen dakkapel, en zelfs geen dakgoot waar ze in kan klimmen,’ hoor ik mezelf mompelen tijdens gas geven, remmen, schakelen en sturen.
Het blijkt maar weer dat alles kan, gaspitten aandraaien, voordeur openen voor vreemde mensen, de schaar in de gordijnen zetten, of in je eigen haar. Nu ik er zo over nadenk, dat haarknipscenario hebben we zelfs al eens gehad dankzij oudste zus.
Ik mopper op mezelf.
Volgende keer gewoon naar oma!

Als ik thuis kom, ligt madame prinsheerlijk op de bank. Of er niets gebeurd is, wuift ze met een koninklijk gebaar naar haar onderdaan. ‘Ha mam.’ Ik mis het ‘bedje op de bank’-dekentje. O, daar heeft ze de kat mee toegedekt. Ervoor in de plaats heeft ze de ‘kneep’ -onze roodfluwelen verkleedcape met zijn glimmend gouden binnenvoering- gracieus om zich heen gedrapeerd. Enkel het glazen kistje ontbreekt. Een paar blauwgeschminkte ogen kijken me liefjes aan, de lippenstift, tezamen met –onmiskenbaar- een chocoladespoor, zit voornamelijk uitgesmeerd over haar linker pyjamamouw. Sneeuwwitje danst met de prins, de zeven dwergen Johoo-en er omheen.
Zo te zien is alles goed gekomen.

@poldervroedvrou

 

Call the Midwife!


Ik kijk graag naar die televisieserie. Het verhaalt over verloskundigen in het arme Londen uit de jaren 60. Het is werkelijkheidsgetrouw en verloskundig-accuraat. Ik leef dan ook helemaal mee met de hoofdpersonages.
Zo ging een aflevering over een onverwachte stuitbevalling thuis, waarin de verloskundige/ hoofdrolspeelster een moment naar de gang ging om zichzelf moed in te spreken. Tegen de barende zei ze: ‘Ik ga mijn spullen bij elkaar pakken, het komt helemaal goed.’ In de gang ademde ze een keer heel diep in en uit en sprak zichzelf zachtjes toe. Tegen de kale muur fluisterde ze het stappenplan behorende bij de “Onverwachte-Stuitbevalling-Thuis” en ik dacht; ja, zo heb ik ook een keer gestaan in exact dezelfde spanning. Enkele tranen welden onvoorzien over mijn oogranden en een tikje emotioneel constateerde ik dat de actrice haar rol eersteklas speelde, inderdaad, zo gaan die dingen.
‘Slik.’
Ik huil ervan, ik smul ervan en ik leer ervan; in Engeland wordt bijvoorbeeld vaak in zijligging bevallen, dit leek mij ronduit onhandig. Zelf opgeleid in de jaren 80 waar we leerden dat een vrouw ‘gewoon’ op haar rug ligt tijdens de baring; en dat wij haar ‘verlossen’, superhandig en overzichtelijk voor de hulpverlener; de ‘verlosser’…
Intussen een ‘vroede’(wijze) vrouw geworden, ken ik geen enkel zoogdier dat zijn kleintje ruggelings ter wereld brengt. De natuur bedacht het anders. Maar hoe fiks je dat zo soepeltjes mogelijk?

Ik kijk een episode waarbij een -of course, het is een actrice, dat weet ik wel, maar ze speelt het buitengewoon levensecht- oude kloosterzuster de geboorte begeleid. De barende ligt op haar zij, met de rug naar de non toe. Zij is in hemelsblauw habijt, met losse witte hemdsmouwen tot haar oksels tegen de spetters. Ze zit op de rand van het bed. Het bovenste been van moeders legt ze op haar schouder en het kindje wordt geboren, ze draait het voor de buik van de moeder en laat het been weer zakken. Ik spoel de opname enkele keren heen-en-terug. ‘Je mond staat open!’ zegt mijn dochter. ‘Nou, zie je dat, wat een handige manier!’ Als ik haar vraag voor mij proef te liggen, schudt ze lachend haar hoofd. ‘Nee mam, doe lekker effe normaal.’

Dan maar in de praktijk een proefpersoon zoeken.

Bij Francien van der Bosch valt alles op zijn plek. Zij blijft de hele tijd rondlopen, want ze kan echt niet liggen of zitten. De struise vrouw van één meter 86, stampt  flink door tijdens de wee, wordt zelfs een beetje duizelig en ik zie de persweeën steeds heftiger door het lijft gieren.
‘Francien... Ga alsjeblieft liggen voor je omvalt!’ Zelf wil ze er nog niet aan. ‘Ik kan nu NIET hier op mijn RUG gaan lig-gen, GRRRR,’ puft ze in een nette frequentie van drie op één uit.
Opeens ploft ze op haar zijkant in het verhoogde bed, met de rug naar me toe. Zich vastklampend aan Evert, samen de wee opvangen, terwijl ik uitstekend zicht heb op alles wat er vanonder gebeurt.

Daar!
Zonder zogenaamd-hygiënisch gesteven hemdsmouwen, en zonder zedige witte muts, maar in stone-washed-slimfitstretch spijkerbroek, mouwloos zwart T-shirt, latex handschoenen-maat-zeveneneenhalf, en de babyhaartjes komen in zicht. Ik moedig aan: ‘Geef er maar aan toe!’ en zijg neer op het randje. Dan pak ik  het bovenliggende been bij de enkel en leg hem in mijn nek. Zo is er precies genoeg ruimte om de baby geboren te laten worden.

Toen de zoon -ruim acht pond en 55(!)centimeter lang- er helemaal uit was, verbaasde Francien zich over het feit dat alles alweer achter de rug was.

‘Achter je rug ja,’ zei ik, ‘daar gebeurde van alles!’

En dat vond ik nou weer een goeie grap.

 

@poldervroedvrouw

Telefonische LOI-cursus 'Bevallen voor Beginners'


 

Deze keer eens een belevenis van mijn collega Wilke  

 Als midden in de nacht de telefoon gaat, denk ik het nummer op mijn schermpje te herkennen. Inderdaad, John van Angela. Elkaar noemen ze Sjonnie en Ansj. Ik heb ze al vaker aan de lijn gehad. Het nummer is een makkelijke combinatie van vijven en zevens. Het stel zelf is een tamelijk opmerkelijke combinatie van donkere uitgroei in blonde haren, gouden kettingen, tatoeages met doorgestreepte eeuwige liefdes, dit mede omdat zij haar derde kind gaat krijgen, terwijl het zijn allereerste wordt. Het gesprek is kort en ik ben meteen uit de startblokken. De enkele woorden die Sjon en ik met elkaar wisselden in combinatie met de gezellige achtergrondgeluiden geheel verzorgd door zijn eega Ans zijn genoeg om mijzelf in de hoogste versnelling te zetten. In de auto gaat de mobiel weer, ik wurm het oortje in, geef gas, spreek, rij, schakel, luister, stuur, geef nog meer gas, instrueer, denk na terwijl mijn hersens stil lijken te staan, of is het mijn hart.
Sjonnie ziet namelijk haartjes, denkt hij, zegt hij. Ik hoor Angela nog intenser kreunen.
‘Zuchten Sjon, zuchten met Ans!’
Ik roep het door de telefoon, alsof ik daarmee zijn Ansj kan bereiken. John zet zijn telefoon op speaker, zo heeft hij zijn handen vrij en zo komen ook de achtergrondgeluiden naar de voorgrond. De situatie klinkt onhoudbaar.
‘Het hoofdje stEEkt er half uit.’
Zijn stem slaat er van over. Mijn hart slaat over. Ans is even stil.
Rotondes op twee wielen, bochten in zijn vier. Nu is het mijn Opeltje dat kreunt. Ans gilt hoog.
‘Het hoofdje steekt er nu helemaal uit!’
In mijn hoofd probeer ik me een voorstelling te maken van de situatie, Ans op bed, met de benen wijd-tenminste, dat mag ik hopen- John op zijn knieën ernaast -en ja, ook dat mag ik hopen-.
Ik haal adem en druk het gaspedaal volledig in.
‘Draait het hoofdje? Ja, okay, goed zo. Pak het hoofdje, tussen je handen. Laat Angela persen, en duw het hoofdje richting matras. ANSJ PERSEN!’
Ik hoop via de speaker Angela te overtuigen om flink mee te persen.
‘Er glimt iets blauws… Ertussen.’
Flut. Navelstreng.
‘Haak je vinger er maar omheen en haal over het hoofdje, dat is de navelstreng. Geeft niets.’
Ik bluf, ik schakel, en bid dat de streng niet te strak zit. Weer roep ik PERSEN richting Ans.

Woonwijk in aanbouw, onverlichte obstakels

‘Wheeee,WHEEEEE, WHEEEEEEEEE.’
Het huilt. Een diepe zucht ontsnapt me. Het huilt, hoera, dat klinkt als muziek in de oren.
‘Afdrogen Sjonnie, afdrogen en toedekken.’

 Het glimmendnieuwe streeploze asfalt leidt mij in het donker richting hun kale onaffe straat. Zandbakken als parkeerplaatsen. Als een mug in de nacht vlieg ik richting het enige fel verlichte huis. Gordijnen hangen er zo te zien nog niet. Ik parkeer in het zand en ren in een rechte lijn via de openstaande voordeur de trap op naar hun slaapkamer.
Angela ligt ietwat scheef in bed, ze straalt, haar kind netjes toegedekt met een…
Tja, wat is het eigenlijk? Een vaal roze badjas of badcape. De voeten steken parmantig in roze varkenskopsloffen, één pyamabroekspijp hangt om het linker varken. Een plasje vruchtwater staat in de matraskuil, de navelstreng loopt als een telefoonkoord tussen haar benen naar de, onder het badstof verstopte, baby. Alles is roze, inclusief de pasgeborene.
Ik reset mezelf even.
Handschoenen aan, droog matje onder Ans, aan de buik voelen hoe het met de nageboorte is gesteld. John mag de navelstreng doorknippen. Geen hechtingen, perfect.
Sjonnie en Ans hebben een zoon van krap zes pond, Mitchell Ricardo Wesley.
Ik kan voortaan telefonische LOI-cursussen geven voor thuisbevallingen zonder deskundige hulp.

 

@Polderverloskundige Wilke

Vikingvader


Dat mannen niet kunnen multitasken, is een bekende bewering. Multitasken; het uitvoeren van meerdere handelingen of processen tegelijkertijd. Vrouwenwerk dus. Maar na het observeren van de bezielde bevallingsbegeleiding door een iconische aanstaande vader -we zullen hem Sweyn Førkbeard noemen, losjes gebaseerd op de gelijkenis tussen een vroegmiddeleeuwse Scandinavische koning met een vorkvormige baard en onze eveneens bebaarde held- kan ik niet anders dan mijn woorden terugnemen.

We waren in het ziekenhuis, dat wilden we eigenlijk niet, maar zo gaat het soms. De ontsluitingsweeën waren heftig en er ontstond een dynamische routine rond iedere wee met King Førkbeard als aanvoerder van de troepen. Het ging als volgt; Een koel washandje op het voorhoofd van Cynthia, wee komt op, washandje zakt over ogen, dus: ‘Weg!’ en wel meteen. Spugen, kotsbakje, ‘Nu!’ Washand terug. Liefst: ‘Kouder! Natter!’ Een klein slokje drinken via een rietje. ‘Genoeg!’ Cynthia had het warm en draaide door het bed als een wildzwijn aan het spit.
De verpleegkundige wilde graag de kinderlijke harttonen registreren. Daarvoor had ze een elastische band om de buik van Cynthia gebonden waarmee een grote platte dop op zijn plaats werd gehouden. Het geluid van de  hartslag werd zo via een speakertje voor ons hoorbaar, een digitaal pennetje schreef mee op het ritme, waardoor een kriebelig lijntje af te lezen was op ons beeldscherm en op het scherm in het kantoortje van de klinisch verloskundige. De band zat niet goed omdat Cynthia om en om draaide. De continuïteit van de registratie was waardeloos. De verpleegkundige dreigde op strenge toon: ‘Als het zo blijft, moet je inwendige registratie.’

‘Nee!’ zei Cynthia: ‘Dat wil ik niet!’ daarop nam Sweyn de knop in zijn hand en hield deze, vanaf dat moment continue, waar zijn vrouw ook heen draaide of woelde, op de juiste plek. Voor al deze acties zijn technisch gezien meerdere handen nodig. Washandje, een glaasje water, kotsbakje, tussendoor zelf een boterham eten en een bakkie koffie drinken. Staand torende hij hoog boven Cynthia uit, voor zitten had hij geen rust in zijn gat. Had ik al gezegd dat hij 1,90 m is bij, pakweg, zo'n 125 kilo? In korte broek ging hij subiet op zijn blote knieën, precies op oog- en oorhoogte van zijn geliefde Cynthia. Moed influisteren en in zich laten knijpen. Sweyn Førkbeard ging er voor, wee na wee na wee.

Ik mocht coachen bij het persen. Het werd een prachtig leermoment voor de protocolfetisjistische pleeg, want mijn barende zei: ‘Ik kan toch niet plat op mijn rug liggend poepen?’ Nee natuurlijk niet, als peuter leer je netjes op een toilet te gaan, zonder toeschouwers. In het ziekenhuis echter, ben je letterlijk gebonden aan die registratiedraadjes, infusen en metertjes. Bewegingsvrijheid, autonomie, onafhankelijkheid, het is allemaal wat lastiger.

Twee jaar ervoor werd de blonde, bekoorlijke, lelieblanke Swendsdåtter Førkbeard geboren, ik was benieuwd of deze ‘Baby2’ de kwart Indische roots uit de genen van Cynthia zou erven. Donkerbruine ogen, getinte huid en een hoofd vol donker haar.
Cynthia riep dat ze nu echt  MOEST. (poepen red.)
Ik zei: ‘Ik maak van jouw bed en Koninklijke troon.’ Daarvoor ging de rugleuning helemaal omhoog en het voeteneinde naar beneden met uitgeklapte voetsteunen; stirrups waar je je voetzolen tegenaan kunt zetten. ‘Nou,’ zei die verpleegkundige: ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt.’
‘Zo leer je weer eens wat,’ zei ik een tikje snibbig. De klinisch verloskundige knipoogde naar me en tipte ons over handvaten aan iedere zijkant. Cynthia greep ze beet, zette zich schrap met de voeten tegen de stirrups en verbaasde ons allemaal -incluis haarzelf-  door met enkele keren hard drukken de Pindababy Made-Raja  (Koningskind2) de wereld in te persen.

@poldervroedvrou