BABY'S


Vooropgesteld; ik ben geen verloskundige geworden enkel en alleen omdat ik baby's zo schattig vind en ze constant in mijn armen wil houden.
Het gaat me om de mens in het algemeen. De bijzondere band met elk stel dat zich meldt voor het laten begeleiden van hun zwangerschap. Het zit hem in het onbeschrijfelijke wat je iedere keer mag meebeleven bij het zien van een geboorte. Een hoofdje wat tevoorschijn komt, het lijfje, en daar is opeens een baby. Roze huilend en een beetje verfomfaaid vanwege de tocht door het krappe baringskanaal. Als ze dan zo vers bij mamma op de borst liggen, en ik zie de blijdschap, de ontlading, de stiekeme traan bij pappa, de opluchting en de onvoorwaardelijkheid van liefde, ja, dan kan ik wel zeggen: 'Dit is het plaatje waar ik enorm van houd.'

'Wat goochel je toch met onze baby,' zei mijn broer toen ik zijn dochtertje, na haar geboorte, woog, opmat, beluisterde en met vaste hand van top tot aan de petieterige teentjes secuur nakeek. Hij bewonderde mijn handigheid, -hij had mij nooit live aan het werk gezien- en verbaasde zich over de relaxedheid waarmee de baby zich door mij liet onderzoeken. Was ik tot dan toe slechts zijn kleine zusje. 'Stond daar -bij onverwachte afwezigheid van de gynaecoloog en plotselinge aanwezigheid van onbedwingbare persdrang- opeens Mevrouw de Verloskundige,' vertelde hij me later. Ook al was ik in eerste instantie incognito mee ter support, ook al was ik in een voor mij vreemd ziekenhuis en ook al liet ik me bijna overrulen door een coassistent die op wachten aandrong.

Toentertijd was ik ruim tien jaar verloskundige en na het wisselen van enkele blikken met mijn verhit strijdende schoonzus begreep ik; "wachten" is geen optie hier, en zo coachte ik mijn eigen nichtje soepeltjes de wereld in. De gynaecoloog verscheen pas halverwege de derde acte, net toen de placenta spatloos het opvangbekkentje ingleed. De dokter knikte goedkeurend, plaatste mij zonder enige aarzeling "in charge": 'Jij kunt het kind ook nakijken?' en verdween ijlings weer van het toneel, de panden van zijn onbespetterde doktersjas vrolijk achter hem aan flapperend. Ik was me onbewust van mijn zogenaamde goochelarij. Het zijn Haptonomische handgrepen die ik ooit leerde, waarbij het kindje zich voegt naar je hand. Als je in die tien jaar ruim duizend baby's in handen hebt gehad, voelt het allemaal zo vanzelfsprekend. Dat het op gegoochel lijkt voor het toekijkend publiek, heb ik niet meer door. Handigheid zou ik het noemen.

Ik, die vroeger amper een baby mocht vasthouden van mijn moeder: 'Nee Majanne, doe maar niet, jij laat toch altijd alles vallen.' Een uitspraak die mijn broer vast ergens in zijn achterhoofd had opgeslagen, net zoals de boze kleine ik. Misschien koos ik daarom voor dit beroep. Gewoon om mijn moeder het tegendeel te bewijzen. Al zal ik zelden een baby ongevraagd uit de wieg halen, bij een: 'Wil jij even vasthouden?' strek ik mijn armen subiet naar de kleine uit.
'Ja! Hier met dat wolkje.'

 

@poldervroedvrou

 

 

Verloskundige worden


 
Er porren een paar vingers in mijn zij.
Prik prik prik.
Wat is er aan de hand?
Ik draai me half richting de veroorzaker van het prikaccident. Een beetje lomp komt mijn “Huh?” eruit.
Het geprik komt van Jeanne, onze nieuwe stagiaire. Ze zit op een krukje schuin achter me. Haar opdracht voor deze ochtend; meekijken.
‘Mevrouw heeft haar benen over elkaar…’ fluistert ze me toe.
Ik weet niets anders te doen dan nogmaals “Huh?” te zeggen.
‘Je mag de benen niet over elkaar hebben, als er bloeddruk gemeten wordt.’
Ik speur onder mijn bureau door, en inderdaad, de zwangere dame in kwestie heeft het ene been elegant over de ander geslagen. Haar uitgestrekte arm ligt ontspannen klaar om de bloeddruk te laten meten. Met een grap probeer ik me uit de situatie te bluffen.
‘Joh, we zijn hier niet op de Intensive Care.’ Me tijdens de net gestarte meeloopdag op de vingers laten tikken door een eerstejaars, oei, dat kan een gezellige stage worden. Maar okay, ze heeft een punt, als ik kennis wil overdragen aan the next generation, dan moet dat wel correct.
‘De volgende mag jij doen, ga je gang…’
Dat Jeanne voor iedere bloeddrukmeting ellenlange tijd nodig heeft om de controle uiterst nauwkeurig te verrichten, in doodse stilte en met een doodernstig gezicht, is vervolgens niet anders. Al doende leert men, ooit ben ik ook zo begonnen.

We krijgen een vraag over laboratoriumuitslagen. In ‘Jip en Janneke’-taal leg ik de zwangere uit over het ijzergehalte, de verhoudingen en labwaardes. ’Hemoglobine is het ijzer, Ferritine is de voorraad en het MCV is… is, tja, hoe dik of dun je bloed is.’ Simpel gezegd, maar over het algemeen helder genoeg voor de gemiddelde leek.
‘Mean Corpusculair Volume,’ wordt er achter me gefluisterd.
Geen geprik deze keer, maar ik reageer als door een wesp gestoken. ‘Wat?’
‘Het meet de gemiddelde grootte van erytrocyten.’
Ik kan het eenvoudigweg niet uitstaan dat deze wijsneus mij overtroeft en merk liefjes op: ‘Dan kan je in theorie wel zeggen; hoe gevulder de rode bloedlichaampjes, hoe dikker het bloed?’
Ze zal het na het spreekuur voor me gaan uitzoeken, zegt ze, of dat goed is.
Een meisje met pit.
Eigenlijk geweldig.
Ego opzij.
Het is me er eentje.

Jeanne wil zo graag een geboorte meemaken. We polsen Mariska, onze hoogstzwangere. Woensdag wordt Mariska ingeleid. We vragen of de student het geboorteproces mag meebeleven, al is het nu op de verloskamers van het ziekenhuis.
En zo komt het dat Jeanne haar allereerste ‘live’- bevalling bijwoont.
Een dochter van ruim acht pond komt blèrend ter wereld, overwinning bij mamma, tranen bij pappa. Jeanne huilt onbevangen met hem mee.
Superspannend, supergaaf, vermoeiend-lang, enerverend, ontroerend, onbeschrijfelijk-bijzonder, geweldig. Het zijn enkele reacties van Jeanne op mijn ‘Hoe was het?’-vraag. Ik onderdruk de neiging om haar een stevige moederlijke hug te geven.
‘En, wil je nogsteeds verloskundige worden?’ plaag ik haar.
Ik weet het antwoord al voor ze het me na een vergenoegde zucht, laat weten.
‘Meer dan ooit!’
Dat wordt er eentje!

@poldervroedvrou

Honden, baby's, katten, koeien en één waterschildpad

Laat ik beginnen bij Ed, het huisdier van Hans en Annemarie. Het was midden in de nacht, ik was bij hen om de weeën te observeren. Het was achteraansluiten bij het observatieteam, want drie enorme katten, twee rode en één gecyperde, lagen in slagorde opgesteld rond de barende. De weeën bleven uit, Annemarie zei: ‘Ik voel me wel een beetje bekeken zo.’ De gecyperde kat spinde om het luidst.
‘Ik wacht beneden, oké? Doe maar net of ik er niet ben.’ zei ik. Mijn gedachten dwaalden af richting loungesize-huiskamerbank. Het was perslot slaaptijd voor normale mensen. Hans beaamde dat geeuwend, maar hij bleef, tezamen met de kattenwaakdienst, op post bij zijn vrouw.
Beneden trof ik Ed. Een uit de kluiten gewassen waterschildpad. Hij woonde in een groot rechthoekig aquarium. Half gevuld met helder water, enkele stapstenen en een felle warme lamp erboven, het leek me een comfortabel verblijf. Met zijn kopje net boven de vloedlijn, keek Ed mij indringend aan. Ik weet niet of hij werkelijk Ed heet, maar dat komt door de kinderserie ‘Poesjes’, waar de butler gespeeld wordt door een heuse landschildpad genaamd Ed, compleet met dienblad om alles aan te dragen wat de katerige oom Boudewijn nodig heeft.
Schoenen uit, kussentje opschudden, de bank lag heerlijk. Boven hoorde ik douchewater kletteren, terwijl Ed beneden aan zijn work-out begon, of wellicht een ontsnappingspoging, daar wil ik vanaf wezen. In ieder geval borstcrawlde hij met een ritmisch gebonk door zijn glazen kooi. Zo verviel ik in een onsamenhangende droom over een poppenhuis vol miauwende poesjes, omlijst door het bonkende geluid van een asymmetrisch gevulde centrifuge op topsnelheid, stromende bergbeekjes en een snurkende vroedvrouw.
Ongeveer een uur later schrok ik wakker van de stilte, de douche was uit, Ed lag onder de warmtelamp bij te komen, en ik kon aan het werk.

Acht baby’s werden er deze periode geboren, en behalve de drie katten en butler Ed telden we ook in totaal tien honden. Bij een gezinnetje met een hartveroverend Boomertje werd een schattig babyjongetje geboren, ze pasten -bij wijze van spreken- eenzelfde maat rompertje. In een andere wijk hield een lieve aanhalige Bordercollie de wacht onderaan de trap terwijl in de slaapkamer gepuft en geperst werd. Ik struikelde bijna over hem bij het naar boven sjouwen van mijn verlosequipement, maar hij liet zich niet verschuiven. Voorts een prachtige cognacbruine jachthond, perfect passend bij de overige bruintinten van het interieur, ook zij week geen millimeter van bazinnetjes zijde.
Honden, ze weten exact wat er aan de hand is en pasgeboren baby’s zijn in mamma’s buik al gewend aan het rumoer wat een hondenhuishouding met zich meebrengt. Neem de familie waar vier kolossale  bullen plus twee evenzogrote andersoortige rashonden het huis bevolken. Het meisje lag in de box te dommelen, ze knipperde niet eens met haar ogen toen de honden aansloegen. Oma vertelde me hoe, toen er richting ziekenhuis vertrokken moest worden, de gehele roedel bijkans eerder in de auto zat dan de puffende barende.
Als laatste het verhaal van de melkveehouder. Zijn koeien hadden allen gekalfd, maar zijn aankomende stamhouder liet op zich wachten, en dat met een verhuizing in het zicht. De natuur laat zich niet sturen, wist hij. Toch, voor de maand om was, kwam alles gelukkig goed door de voorspoedige geboorte van zijn flinke boerenzoon.

 @poldervroedvrou

De Perfecte Pappa


De telefoon gaat om twee uur in de nacht. Het is een aanstaande vader, we zullen hem Joop noemen. Ik versta in eerste instantie slechts zijn achternaam. Een naam die nergens matcht met mijn rijtje hoogzwangeren. ‘Heet jouw vrouw anders?’ Inderdaad. Hoogkade vier. Dat adres met bijbehorende zwangere ken ik. ‘Op het hoekje van de kade,’ zeg ik, om Joop te laten merken dat ik heus wel weet om wie het gaat.
‘Suzan verliest water. Jouw opdracht was: tijdig bellen. Dus daarom bel ik.’ zegt Joop droogjes. Weeën zijn er niet, het betreft hier louter een ‘gebrokenvliezen’-mededeling. We gaan afwachten. ‘Ik hoop dat je nog wat kunt slapen,’ hoor ik Suzanne op de achtergrond giechelen. Door een gordijnkiertje ontdek ik hoe het er buiten uitziet en mompel nauwelijks hoorbaar: ‘Dat betwijfel ik.’
Buiten ziet het namelijk wit, het sneeuwt.
Het gelijkmatige laagje, ongezouten wit ziet er idyllisch uit. Maar mijn doorgewinterde vroedvrouwenhart absorbeert de, door de schrik vrijgekomen, adrenalinerush volledig. Zo zie ik mezelf direct al klunend richting Hoogkade glibberen, en aansluitend, bij een fatale inparkeerpoging, pardoes de kade af slippen.

 Zo abrupt uit de ‘slaap-der-onschuldigen’ gerukt, wachtend op de dingen die komen gaan, ik ken mezelf. Raderen die -niet te stoppen- gaan draaien. Hoe, wat, wanneer, hoe snel, wie mogelijk nog meer, welke collega’s stand-by? -woelen en keren, mezelf toespreken: ga slapen- de route naar de Hoogkade in gedachte doornemen, wordt er al gestrooid? -andere zij, wekker in zicht, 2:30 ga slapen- hoe is het op de doorgaande wegen? 3:30, is de route naar het ziekenhuis vrij bij nood? - omdraaien, andere kant, gordijnkier, sneeuw, 4:00 alsjeblieft, ga nu echt weer slapen, vrijdag de dertiende wordt gewoon een hele mooie dag-.
Vrijdag de dertiende? Ook dat nog.
Ik had meer zin om op te staan, de auto sneeuwvrij te maken, en er alvast stapvoets heen te rijden. Slaapzakje in de auto, en op het moment van tweede oproep, luttele seconden later voor de deur staan. Joops verbaasde gezicht leek me priceless, maar ik zou er zijn, en zo viel ik eindelijk in slaap.

Joop belt half acht. De doorgaande wegen zijn intussen gestrooid. Licht geradbraakt door de matig benutte nacht, telepatheer ik alvast mijn koffiebestelling richting Hoogkade vier.
Aan de ‘veilige’ kant van de kade parkeer ik probleemloos. Joop sjouwt mijn tassen naar boven. De kachel brandt behaaglijk en Joop heeft op een uitgeklapte strijkplank het gehele kraampakket perfect uitgestald. En, tot mijn geluk, wacht er op het strijkboutplateautje een heerlijk kopje koffie.

 De aanstaande mamma verdient -als altijd- het grootste compliment. Ze werkt zich moedig door de weeën, terwijl Joop van boven naar beneden blijft rennen om alles aan te dragen wat wij wensen of wat hij denkt dat wij wensen. Enkele minuten voor tien wordt een dochter van ruim negen pond geboren. Joop herhaalt wel honderd keer hoe opgelucht hij is. Ik denk het evenzovele malen met hem mee. Ik was gewoon op tijd, zelfs de kraamverzorgende was prima op tijd, (en zij kwam nota bene van buiten het dorp). Er is overal gestrooid, mijn auto bevindt zich gewoon naast de gracht en niet erin, binnen is het warm, buiten ziet het prachtig wit, er is een roze dochter Ivy en ik krijg van Joop een keuzemenu aan mogelijkheden voor mijn tweede bakkie.
Mijn keuze is een Grande Cappuccino.

Vrijdag de dertiende is een hele mooie dag om geboren te worden.

@poldervroedvrou




 

De Zeewoldense BABYNAMEN van 2016



 
 
Op de laatste dag van 2016 beleefden we een genoeglijke afternoontea met oliebollen en het doornemen van de geboortekaartjes van het afgelopen jaar. Zoveel verschillende namen, 212 kindernamen telden we. Viermaal een tweeling waarvan één koppeltje behoorlijk te vroeg…
Sowieso zijn er een aantal baby's flink te vroeg geboren. Soms op een spannend randje. Gelukkig kunnen we melden dat ze allen goed aan het groeien zijn.
Ook dit jaar meer jongens dan meiden. Jullie lezen een enkele keer een klein sterretje achter een naam... Ook zij mogen genoemd worden.
Het jaar startte met de dochter Senna. Heerlijk thuis in Zeewolde geboren en meteen traditioneel overladen met de cadeaus van onze plaatselijke winkeliers.
 
Zelfs je naam is mooi, mooier dan die van iedereen die de zelfde naam heeft
Korte namen hebben de overhand voor zowel jongens als meisjes. Liv, Liz, Lizz, Lea, Lot, Isa.
Als langste naam noteren we: Jahviënety, en geloof ons maar, het correct noteren van deze naam kostte meer tijd dan de geboorte van het gehele kindje van kruin tot teen.
De langste jongensnaam is Abdelkarem, deze komt uit Syrië. Zoals we dit jaar een aantal kindjes verwelkomden uit verre landen. Haiakom op’, Wafatrouw Ilaan?’ (paste in ieder geval mooi bij zusje en broertje Amaan en Aamen), Imen ‘geloof’. De namenlijst is daarom heel divers.
Veel namen komen vaker voor. Twee Marcels, toevalligerwijs beiden van Poolse ouders, binnen één week geboren. Toeval of niet, de nagenoeggelijk klinkende namen Xavier en Zafir werden op dezelfde dag gegeven. De betekenissen ‘schoon nieuw huis’ en ‘overwinnend’ liggen mijlen ver uit elkaar. Waar de mamma van Xavier inderdaad net naar Zeewolde was verhuisd en de bevalling van Zafir met zijn 5050!gram (Tevens de grootste baby uit 2016) ook echt een behoorlijke overwinning was voor moeder en verloskundige. Tweemaal de naam Anthony, de ene een puur Hollandse jongen en Anthony van Armeense ouders. Dochter Irina van Russische moeder Elena, en de lang verwachtte Elena van Hollandse Cindy. Origineel is Twirre, bij opzoeken lazen we 'wervelwind' als betekenis, en vroegen ons af of het inderdaad een dynamisch kindje is geworden.
De kortste naam is Bo, als jongen, daar kan geen schrijffout in komen. Er is ook een meisje Beau, na twee oudere broertjes een ‘mooi’ roze feestje in huis.
Verschillende meisjesnamen eindigden op –bel/belle/bella, wat ook ‘mooi’ betekent. Met de naam Mayra werden twee Zeewoldense meisjes aangegeven bij de burgerlijke stand, welke naamuitleg dan weer staat voor ‘beeldschoon’.
Veel namen zijn modern, zelfs nieuw, of origineel qua schrijfwijze. Fynn, Thyn, Noxx, Jesayli, Djonah, Indy, J’Esmay, JayDi, Shane, Novan. Altijd opletten met het goed te spellen. Maar stoere echt Hollandse jongensnamen zijn er gelukkig ook genoeg: Sjoerd, Bram, Sam, Arnout, Frank, Gijs, Joost, Joris, Roel,Thijs, Berend, Bas, Naud (=Kirstens Neefje, niet uit Zeewolde, maar we stonden wel ‘aan zijn wieg’)
Arthur is hier ook een verstekeling aan boord, zijn ouders waren een midweekje op de Eemhof, waar ‘Verloskundigen Zeewolde’ in een rol als Supermidwife-to-the-rescue op af racete ter assistentie.
Maud, Naud en Arnout, ze staan in de lijst. Berend (Bär: ‘beer’ Germaans) en Bjorn (‘beer’ in Scandinavië) mooi lief betekenisvol en stoer tegelijk.

We memoreerden het ‘dubbel zitten’ van Marianne in het dorp: een badbevalling, en Wilke ondertussen naar het Geboortehuis, ook in bad, goud voor beiden. Ivar en Lorijn. In die Olympische nacht zwom Ranomi Kromowidjojo zichzelf niet naar het podium.
Zeewolde telt nu ook een Ranomy, zij draagt de kleur van een eventuele toekomstige Olympische medaille al in haar achternaam en Lourenzo draagt de achternaam van zijn vader gewoon als voornaam zo zijn ze toch aan elkaar gelinkt.
De Y in je naam, is dit jaar weer vaak te vinden, ruim 40 keer begon of eindigde een naam ermee, of werd deze er op originele wijze in verwerkt, waarbij Jay… als start zeven maal gekozen werd. ( Inclusief schrijfwijze Djay…) Jason, Jayson kies maar uit, met of zonder i-grec. Zo kennen we Joshua en Yoshua, Evi en Evy, Kaj en Kay, en ja, elke naam is mooi, mooier dan die van iedereen die dezelfde naam heeft

De twee geboortes nagenoeg tegelijk van Kirsten bij Faylinn en terwijl ‘One born Every minute’ op de tv speelde, hielp Marianne Jayvano ter wereld.
Betekenissen, we houden ervan. Zyan de ‘kleine koning’, met zijn stoere moeder die hem in stuitligging baarde, net als de moeders van Emma en Loïs trouwens. Loïs kwam als eerste van de tweeling, die op de voorlaatste dag van het jaar geboren werd. Als laatste van 2016 kwam broertje Amos, hij is nu de jongste van zes. Bij het opzoeken van zijn naamsbetekenis vonden we: ‘dapper, gedragen, een last’, wat de zwangerschap van de moeder wel goed samenvat. ( 2x een bijna-zevenponder!)
Myrthe: ‘liefde geluk en vruchtbaarheid’ haar moeder was net zo dapper trouwens met haar keuze voor een keizersnede in verband met afgeweken stuitligging, zo ook de mamma van Isabella, daar hoeft niemand licht over te denken. Het kindje van Myrthe’s moeders Syrische ‘taalmaatje’ heet Mirna:vrede’ en zo kan alles op zijn plek vallen.
Améll: ‘de macht van een adelaar’ tegenover de kracht van de barende, als wij aan het harde werken en volhouden van zijn moeder denken. Hailey: ‘held’ (perfect passend bij een uitgezonden militair als vader) Ieder kindje groeit ongemerkt in zijn met zoveel zorg uitgekozen naam. Kaj, Kaj, Kaj, Kaja, Karoy, Kay, Kyan, Kyano en we halen het nog eens aan van die pinguïns op de Zuidpool die zonder moeite kun kleintje uit de pinguïncrèche kunnen zingen. Ouders weten exact welke van hen is.
Zo het rijtje sierlijk klinkende meisjesnamen: Lavinia,Livina, Olivia,Sophia, Charlize,Charlotte, Caitlyn, Fayenne, Romina, Deliah,Farah, Sarah, Gabriëlla, mooier dan la la la… we zouden ze allemaal wel kunnen noemen. Maantje Luna, Zonnetje Solenn, Bloemetjes Jasmine, Linde en Rosalie. Maar een leuk en leesbaar stukje over 212 kindernamen is best een klus…
Duuk, Luuc, Faas, Fabio, Fedde, Roan, Rens, Ryan: kort, krachtig origineel. Jop en John, Pieter en Pjotr, Olaf en Owen, Manoah en Noah, Roan en Ramos, Romina en Romy, Maylie en Faylinn, Aydenn en Djayden, Sem en Senn, Ella, Emma, Anne, Anna, zo gelijk en zo verschillend.
Marijn, Lorijn, Marjolijn, Martijn, Madeleine, Stijn, Tijmen. Lange ij korte ei? Steije, met allebei, of Tygo met de  i-grec, hoe wordt het precies gespeld?
Rafael zonder puntjes, Samuël met. Seline met een s, Tobian met een n. Thobias met een h, Tijmen zonder.
We wensen de toekomstige kleuterjuffen wederom succes met alle nieuwe kindjes.
En wij vinden werkelijk alle namen mooi en passend, voor al die mooie Zeewoldense kindjes!


De topnamen?
3xFleur
3xMila (+2xMilan)
3xSenn(+2xSenna)
3xLoïs
5xLukas/Luka/Lucas/Luuc/
3xJayden (+1xDjayden)
3xEmma.
Geen echte winnaar dit jaar en ook geen kopietje uit de top tien 2016 van het gehele land.
(1 Julia 2 Sophie 3 Anna /1 Sem 2 Noah 3 Daan) maar wel in de lijst voorkomen.

Wij zijn één januari 2017 gestart met Kirsten Ketelaar als vaste partner binnen ons team. Het was juli 2014 dat zij haar eerste Zeewoldenaartje (Zoë -NB in 2015 de meest gegeven naam 2016 telde slechts één Zoë-) geboren zag worden. Sindsdien heeft Kirsten al vele kaartjes in ons geboortekaartjesboek mogen bijplakken en dit vanaf nu als officiële maat! Vaste waarneemster Marjolein is tijdelijk niet werkzaam omdat zij hard aan het nadenken is over een mooie naam voor haar eigen 2017-babytje.

 
Tot slot
             allen een vruchtbaar2017 toegewenst!

 
@poldervroedvrou

 


 

Kerstconcert 1990


 
De jurk is mooi, maar hij zit me niet lekker. Kerstgala voor de gelegenheid, gouden lovertjes, laag decolleté met een lange onhandig strakke rok. De lovertjes prikken, ik wiebel op mijn stoel heen en weer. Alleen al de pauken- en trompettenstart van het concert is een overweldigende belevenis, LUISTER HIER MEE ONDER HET LEZEN maar er prikt nog iets. Bij gebrek aan zakken zit, verstopt in de zijkant van mijn BH, de semafoon. Ik heb dienst. Om bij eventuele piepende oproepen de zaal niet op zijn kop te zetten, staat het palletje op “silent”. Geen geluid, slechts een bescheiden rood lampje zal oplichten bijgeval van oproep. Dit betekent wel, dat ik iedere paar minuten in mijn decolleté tuur en dat er een prop in mijn maag ronddraait zo groot als de kerstbal onderin de boom naast de dirigent op het podium.
Ik had gewoon ‘nee’ moeten zeggen.

Strijkers, fluiten en hobo’s als engelen en herders, zo lees ik in de toelichting, ik zie het tafereel voor me. Hierna de alt-aria met het wiegeliedje voor de pasgeborene, of in slaap sussen met dit volumineus stemgeluid lukt, vraag ik mij af.

Het is niet zo, dat ik aan mijn ‘water’ voel of er een bevalling op komst is. Ik ben vanaf het moment na overdracht van dienst en dienstpieper sowieso voortdurend in opperste staat van paraatheid. Er gaat in de onderste regionen van mijn ruggenmerg een luikje open, van waaruit iedere paar seconden een seintje naar mijn brein wordt gezonden. Ik slaap het liefst met sokken en schoenen aan, een lijstje met de adressen van onze hoogstzwangeren op het nachtkastje en in mijn hoofd. Ze bevallen vaak zo snel in deze streek, zeker in de nacht. Andere kindjes naar bed, rust in huis, man van het land, en de weeën vangen aan, om al snel over te gaan in persweeën en vervolgens te resulteren in de voorspoedige geboorte van een nieuw mensje.
Waarom ik er vanavond voor koos me wel op te tutten en mee te gaan naar dit concert? We hadden (dure) kaartjes, ik had een schitterende jurk voor de gelegenheid. Ik had vervanging, Els zou komen om de dienst over te nemen. Els kreeg buikgriep, het speet haar ontzettend, maar het spoot er vanonder en boven dun uit. (Dank voor de beeldende omschrijving Els.) Twee dames slechts, beiden tussen kerst en oud en nieuw uitgerekend. ‘En het is pas de tweeëntwintigste,’ had mijn man gezegd. Ik zag zijn hoofd meewarig schudden en ik hoorde zijn ‘zij-ook-altijd-met-haar-dienst’-zucht.
Adem in, Adem uit.
Ik haal de semafoon uit zijn verborgen plekje, omklem hem in mijn vuist, en concentreer me op het rood plastic dopje. Hoe zou het zijn om in de stal aan te komen in deze lovertjesjurk, verlostas in de hand en kraampakket onder de arm. Os en ezel opzij. Stapeltje babykleding, wollen dekentje, koude washandjes, hete kruikjes en warme sokken, vleugeltjes. O ja, een paar vleugels zou het helemaal afmaken. ‘Wat zit je te glimlachen?’ fluistert mijn man me in het oor. Ik wijs op mijn jurk: ‘Ik zou best voor een engeltje door kunnen gaan, hè?’ Dat het bij mij eeuwig om mijn beroep gaat, hoeft hij niet te weten. Hij kust me vluchtig op mijn wang.

Und sie gebar ihren ersten Sohn,
wickelte ihn in Windeln,
und legte ihn in eine Krippen,
denn sie hatten sonst
keinen Raum in der Herberge.


De tekst is al zo oud, maar we kennen hem in alle talen. Het kindje in de kribbe, want er was geen plaats in de herberg, la la la. Die maagd Maria was zo bezien een behoorlijk kranige vrouw, zij baarde haar kind na een helse rit op de rug van een ezel. Of misschien was dat juist wel bevorderlijk voor het geheel.
Applaus, ik klap met semafoon en al.
Het volgende stuk begint wederom met pauken en trompetten. Herders op kraambezoek weet ik bij het inzetten van de hobo’s en mijn gedachten dwalen weer af.
Misschien komt het ook wel door de zaal vol mannen in smoking, met hun glimmende schoenen en keurig gestrikte zwarte strikjes, in combinatie met het verhaal over de geboorte van mijn oudste broer.
In de koudste winter sinds jaren startten de weeën exact negen maanden na de trouwdatum. De huisarts werd opgeroepen, via zijn vrouw, die een bode naar de concertzaal liet snellen.

Het smokingjasje drapeerde de zuster netjes over een hoge stoelleuning in een hoekje van de slaapkamer. De strik bungelde uit het pochetje. (Een beeld wat mijn moeder, bij het ophalen van de jaarlijkse ‘toen-werd-jij-geboren’-herinneringen, nog het scherpst voor zich ziet.)
‘Zijn gouden manchetknopen stopte hij in de binnenzak.’ (Die toevoeging komt daarna steevast van mijn vader.) De kraamzuster rolde kordaat zijn sjieke smoking-overhemdsmouwen kreukloos op en bond den erudiete oude dokter een spierwit gesteven schort voor. Zo werd rond middernacht, tien dagen voor kerst, mijn broertje geboren.

Het rode oogje licht niet op. Niemand die mij nodig heeft tot nu toe. Bijna jammer.

Het oratorium springt naar het laatste deel met de komst van de drie wijzen uit het Oosten. Nog meer kraambezoek, en niet met een pannetje warme soep, een flaconnetje Arnicatinctuur tegen de beurzigheid, of een aanbod het bed eens lekker te verschonen en het vuile wasgoed te verzorgen.

Mijn brein maakt een sprong naar het heden.
Ada!
Zou Ada nu bellen, of haar boer, dan moet er echt gas op de plank. Man in smoking achterlaten voor de obligate afterparty en cocktails, hopend dat deze of gene hem een lift naar huis zal geven.
Eén van de verste boerderijen in het buitenste buitengebied. In gedachten, en op de maat van de muziek, slinger ik erheen. Eerste links, twee keer rechts, helemaal uitrijden, flauwe bocht, verkeerslicht, oversteken… Drie jaar geleden, was Els net op tijd om de flinke boerendochter op de wereld te helpen. ‘Ik ga echt vòòr kerst bevallen hoor, ik hoop niet overtijd te lopen!’ had ze me onlangs op het spreekuur medegedeeld. ‘Lekker in het kraambed liggen tijdens de kerstdagen.’ En wat Ada zei, gebeurde. Meestal.
Barbara en Nick!
Die wonen hier vlakbij, eerste kindje, ik zou ruim de tijd hebben wat comfortabels aan te trekken als zij mij nu zouden oproepen. Echter haar wens was; pas in januari bevallen. ‘Die decemberdata komen ook ieder jaar weer terug hè, zo sneu voor een kinderverjaardag,’mijmerde Barbara hardop. ‘Blijf nog maar mooi even zitten,’ ze sprak haar buik toe, terwijl ze er een liefdevol aaitje over gaf.

De trompettist maakt acrobatische toeren in het slotstuk.
De take-home message:

Was will der Höllen Schrecken nun?
Was will uns Welt und Sünde tun,
da wir in Jesu Händen ruhn?

Vrij vertaald: Hij is er nu, nu zal alles goed komen.
Lang applaus en iedereen gaat staan.
O, ik heb het gered zonder opgeroepen te worden. Wat een opluchting. Mijn man ziet hoe ik, tijdens de staande ovatie, mijn pieper weer in mijn decolleté verstop, nu met het palletje op “sound/on”. ‘Zie je nou wel,’ zegt hij. Dan troont hij me mee naar de bar en bestelt wat te drinken voor ons.
‘Ik ben de BOB,’ zeg ik lachend.
‘Verrassend,’ is zijn reactie.
We proosten ‘Vrolijk kerstfeest’ naar elkaar.

Ada beviel drieëntwintig december op de late avond. Ik was in joggingbroek, simpel zwart T-shirt en warme slobbertrui, welke ik ten tijde van de persfase over de hoge rugleuning van een willekeurige stoel wierp. Mijn trouwring borg ik in mijn broekzak, haar in een staart. Schoenen onderaan de trap, om de andere kindjes niet wakker te maken vanwege mijn gestommel. Een plastic disposable schort knoopte ik eigenhandig om. Ada straalde de hele heerlijke feestdagen lang.
‘Ik zei toch; ik beval voor het Kerstmis is!’

Barbara zuchtte zes januari een eerste wee weg. De bijzondere data voorbij, daar was ze blij om, maar nu had ze genoeg gewacht. Zij werd verlost door Els, die deze dagen voor de verandering een aantal kilo’s was verloren in plaats van bijgekomen.

 Fijne feestdagen en een goed nieuwe jaar voor allen.
 
@poldervroedvrou

Smokey Eyes

‘Een half uur geleden zijn mijn vliezen gebroken!’ Het klonk opgetogen. Ik probeerde het enthousiasme iets te temperen door rust te adviseren, zeker met een hele nacht nog voor ons. Adrenaline gierde echter hoorbaar rond: ‘Het is begonnen!’
Zelf probeerde ik nog wat te slapen.
Toen om exact één uur doordringend gerinkel mij uit mijn REM-slaap joeg, dacht ik: ‘Adriënne!’ Maar nee, met een huilende baby als backing-vocal snapte ik binnen enkele seconden dat het ongeruste jonge ouders betrof. Borstvoeding niet voldoende op gang, kind met honger, ten einde raad.
Na zeven minuten zachtjes fluisteren [een mislukkende poging mijn man niet te wekken] besloot ik langs te gaan. Gerust stellen, misschien wat kunstvoeding brengen en het kindje met eigen ogen zien en beoordelen.
Na enkele vingerhoedjes handgekolfde moedermelk, een boertje en het doorspreken van pasgeboren-baby-gewoontes, was het stel voldoende gerustgesteld om de nacht te hervatten.
Door mijn hoofd dobberden Adriënne’s gebroken vliezen, en ik bedacht een plan van aanpak; langs haar huisje rijden; zou er licht branden, kon ik aanbellen; indien alles donker; retour bedje.

Om tien voor tweeën detecteerde ik vanaf de ventweg; alles aan de Meerkade in diepe rust. Van zolder tot keukenraam geen spoortje van licht tussen de kieren van de gordijnen. Ik waande me veilig ten aanzien van het voortzetten van mijn nachtrust.
Ik kan me niet herinneren of mijn hoofd het kussen werkelijk geraakt heeft.
De wekker showde 2:02.
Adriënne: ‘Het is nu mènus,’ zei ze. Ik zwaaide, zonder discussie [ook om slapende partner niet weer te wekken, you know], mijn benen over de rand. Blij dat ik mijn kleding niet had gewisseld voor een nachthemd.
Onderweg naar Meerkade 17, bepeinsde ik dat het wel heel snel ging daar, tussen vruchtwaterverlies, weeënstart en het ‘menens’ worden van het geheel, slechts drie uurtjes. In het achteruitkijkspiegeltje zag ik mijn nachthoofd. Tikje verfomfaaid qua haar en make-up. Maar ach, het zal de gemiddelde barende een zorg zijn hoe haar verloskundige eruitziet, zeker tijdens middernachtelijke barensnood.

Ze deed zelf open. Via het donkere gangetje schuifelden we stilletjes de huiskamer in. [haar man sliep -nog- boven] Binnen brandden de lampen volop. Ik keek Adriënne aan, boog me een klein beetje naar haar gezicht toe om het goed te zien.
‘Heb jij je opgemaakt?’
Haar wenkbrauwen vormden twee perfect-symmetrische boogjes. Mascara op de lange wimpers in de krul, bruin-beige tinten, sprankje glitter, eyeliner, beslist fraaie ‘Smokey Eyes’. Foundation, aubergine lippenstift binnen een lijntje, roze rouge, alles volgens de laatste mode. Concealer om oneffenheden te corrigeren. Ik hoopte dat ze er een YouTube-achtige ‘tutorial’, van had gemaakt. Zodat ik kon leren hoe je, tussen ontsluitingsweeën door, vlekkeloos maquilleert, ook al is het ver na middernacht, en ook al reed ik nog geen twintig minuten hiervoor langs haar verduisterde huis. Tips en trucs hoe mijn looks na het opmaken niet binnen no time zouden veranderen in die van een onuitgeslapen Pandabeer, met zwarte randen tot ver over mijn wallen."
'Mooi wel, wat een precisiewerkje zeg, tjonge,' zei ik een tikje jaloers.
‘O, zo doe ik dat altijd hoor,’ lachte ze. Ze verzekerde me dat ze nooit onopgemaakt acte de presence zou geven. ‘Zo ben ik nou eenmaal.’ Mijn vroedvrouwenintuïtie stelde de verwachtingen omtrent het ‘menens’-gehalte van de ontsluitingsweeën een tikje naar beneden bij. De ontsluiting was dan ook nul.

Toen 24 uur later zelfs de operatieassistent een compliment gaf over de onberispelijke staat van haar eyeliner, stelde ik mijn waterproofverwachtingen ook bij, plus een diepe buiging voor de kranigheid van Adriënne.
Met een wondermooie dochter op haar arm, kijkt Adriënne triomfantelijk de camera in; plaatjes die twee.
Perfecte make-up en zware bevallingen gaan dus weldegelijk samen.

 

@poldervroedvrou