Poolse verrassing

Via haar vriendin liet ze weten zwanger te zijn, vriendin dacht drie maanden, maar die wist het ook niet precies. Buik werd wel dikker, broek kon niet meer makkelijk dicht, ze dacht ook wat beweging te voelen.
‘Kom maar meteen, als dat kan? Wanneer jullie samen komen, kan je meteen voor ons vertalen.'
Kochanie is een Poolse vrouw, met een Poolse man. De vriendin/vertaler is ook Pools en woont langer in Nederland. Vanwege de Coronamaatregelen spraken we af de man buiten te laten wachten.
‘Dzien dobry.’ groette ik vriendelijk bij binnenkomst en gebaarde een coronaire-handenschudactie in de lucht. Met die begroeting had ik gelijk mijn volledige Poolse vocabulaire verbruikt.
Kochanie is een kleine stevige vrouw, met blozende wangen in een bol gezichtje. Ze heeft het opstapje nodig om op de onderzoeksbank te klimmen. Ik laat vertalen dat we een echo gaan maken om te weten hoever ze mogelijk is. Ze wurmt haar iets te strak zittende shirt omhoog en er verschijnt een redelijk volle buik.
‘Drie maanden?’ vraag ik  met verbazing in mijn stem richting vriendin. Het voelt eerder als zes.
Kochanie haalt verontschuldigend haar schouders op. Ik voel de bovenkant van de baarmoeder halverwege de buik en het lijkt me een hoofdje wiebelend boven de bekkeningang. Dat moet minstens acht maanden zijn, als het niet meer is. De echometingen bevestigen mijn vermoedens, alles wat ik kan opmeten wijst op een gemiddelde van 34 weken. Hoofd, buik, bovenbeen. 34-36-30. Waarbij het beentje wat korter meet, maar volledig matching bij het postuur van moeder. De buikomvang een tikje forser, ook geheel passend.
Ik zie de drie karakteristieke streepjes tussen de beentjes behorende bij babyschaamlippen.
Via de vertaler bespreken we de bevindingen. Het ziet er goed uit, ik laat het hartenklopje horen. Boinkboinkboink, daar is niks mis mee.

‘Waar is je man?’ Dit moet hij toch evengoed meemaken. Hij blijkt net naar de Polskie Sklep te zijn gelopen, de plaatselijke Poolse supermarkt om de hoek. Vriendin sommeert hem telefonisch dadelijk terug te komen. We wachten even tot hij er bij is en bespreken intussen wat er allemaal geregeld moet worden nu er binnen afzienbare tijd een gezinslid bij gaat komen.

Ik ken een kraamverzorgende die Poolse van origine is en geef  haar visitekaartje en het advies om deze Mariola te vragen om te helpen met organiseren. Die kan dat goed, dat heb ik in het verleden ook wel meegemaakt met haar.

De partner komt binnen, ik wijs hem een stoeltje met goed zicht op het echoscherm. Vol verbazing bekijkt hij wat er te zien is. ‘Willen jullie weten wat het gaat worden?’ Ze knikken beiden van ja.

’Een meisje, een dochter, córka.’ Dat laatste pappagaai ik van vertaalster na. Córka, dochter. Weer wat geleerd. De jonge vader is zichtbaar heel blij. Hij kust zijn vrouw op de wang en springt wat onbeholpen op en neer. Kochanie is voorlopig nog alleen maar beduusd. Het is juni, en ze zal in juli bevallen.

Omdat het een ‘ongecontroleerde’ zwangerschap betreft, met een onduidelijk begin van het gebeuren, verwijs ik haar naar de gynaecoloog. Mariola houdt ons op de hoogte van de verwikkelingen. Ze hopen een eigen huisje te vinden, want terug naar Polen kan nu niet vanwege de Corona en in het ‘Polenhotel’ is het slecht toeven voor een kleine baby.

Het eerste weekend van juli worden we gebeld door de receptionist van het ziekenhuis Lelystad. Voor hem staat een stel, waarvan het lijkt of de bevalling begonnen is. Ze lieten een afsprakenkaart zien van onze praktijk met daarop duidelijk onderstreept ons spoednummer.
Dat er in Lelystad sinds vorig jaar geen baby’s meer geboren worden, was hen niet duidelijk. Ze waren er voor een aantal poliklinische controles geweest.

Viavia bellen we de verlosafdeling in Harderwijk, de receptionist regelt een taxi en zwaait ze uit.

Later op de avond wordt in goede gezondheid Córka Kornelia geboren.

Gratulacje!

@poldervroedvrouw

Verloskoffers


Dertig jaar verlos ik intussen al. Vier verlostassen heb ik versleten, terwijl mijn haar van donkerblond via wat omwegen naar asgrijs kleurde.
Het begon met een blonde dochter die voor het afstuderen een gewichtig-uitziende ouderwetse dokterstas kreeg van haar trotse ouders. De tas zag er werkelijk prachtig uit, maar bleek onhandig in het gebruik met zijn markante originele koperbeslag waar soms helaas, als ik niet goed oplette, mijn panty aanhaakte. Hij was ook iets te klein, ik moest er een grote shopper naast hebben voor de voorraad disposables en een beige onhandig kunststof kratje voor mijn zuurstofapparatuur. Helaas is die tas gestolen uit ons studentenhuis, het spuuglelijke kratje (met zijn -voor studenten zeker-  peperdure inhoud) lieten ze gelukkig staan, maar: exit verlostas nummero uno al voor de eerste baby geboren was.

Bij de volgende koos ik voor een praktisch exemplaar, het model laat zich het best omschrijven als ‘viskoffer’. Bruin, hard plastic, degelijk, stevig, niks romantisch aan. Uitgeklapt gaf hij een ordentelijk zicht op mijn volledige uitrusting. Alles trapsgewijs voor het grijpen. Als je hem netjes bijhield paste tout er formidabel in en je kon er zelfs probleemloos op zitten. Een viskoffer in de kofferbak, een paar hengels erbij en niemand zou vreemd opkijken.
Na een flink aantal jaren begonnen de slotjes het te begeven en viel mijn oog op een nostalgisch model dokterstas, stemmig glanzend bruin leer met, in deze moderne versie, een elegante zwarte sluiting en een ruim zijvak voor handschoenen. Mijn haar werd met steeds kortere tussenpozen geverfd, uitgroei is vreselijk.
De benodigde zuurstof ging voor de veiligheid in een aparte blauwe canvaskoffer, omgeven met een passende foam-vorm en een handzaam hengsel om hem makkelijk, bij wijze van schoudertas, mee te zeulen. Het blijft een hele toer zo met volle bepakking, zeker indien de barende op zolder verblijft. Goed voor de conditie zullen we maar zeggen. Na een aantal jaren werd het weer tijd voor iets nieuws. De dokterstas moest vervangen. Ik heb de tas niet weggedaan, soms bij lezingen of boekpresentaties gebruik ik hem bij wijze van etalage, met de houten toeter om het hartje te luisteren, een koperen unster en mijn oude bloeddrukmeter uit 1986 (Mijn verpleegkundige tijd).

Tegenwoordig heb ik er een handige compacte visitetas extra bij, met doptone, O2meter en stethoscoop.

Verloskoffer 2.0 werd de beproefde vis/gereedschapskist-formule qua uitklap-scharnieren, maar er op zitten durfde ik niet meer. Wat indirect ook met mijn eigen 2.0 formaat te maken had. Het was een mooie donkerblauwe canvastas, hij klapte superhandig uit, was in samengevouwen toestand reuze praktisch en klein, en toch paste alles er moeiteloos in. Alleen het canvas bleek niet het allersterkste materiaal om mijn gesleep en gegooi in en uit de kofferbak aan te kunnen. Bij een bevalling naast bed, omdat barende vanwege heftige rugweeën onmogelijk kon liggen, wurmde ik me tussen verwarming en nachtkastje, deed mijn geblondeerde haar in een  nette knot, en gebruikte de tas bij wijze van krukje. Ik hoorde hem kraken in zijn voegen. De baby werd gelukkig razendsnel geboren. Note to myself: Canvas is niet om op te zitten.

Tot slot de Pizzabag:
Inmiddels heb ik namelijk een hele hippe ergonomisch verantwoorde rugzak, de heuse ‘Rescuebag’, signaalkleurig oranje met reflecterende zilverkleurige biezen, geheel matching met de huidige poldervroedvrouw-look; trendy rode bril met mijn eigen honderdprocent natuurlijke haarkleur.
Wij togen naar Ameland voor een mini-wandelvakantie om de rugzak uit te proberen. Gevuld met de doorsnee bagage compleet met een lekkere fles Bordeaux klemvast in een speciaal houdertje. Hij was handig en stoer tegelijk, Je kunt hem overzichtelijk inpakken met verschillende gekleurde moduletasjes met klittenband. In één oogopslag zie je wat je nodig mocht hebben. Rood voor zaken betreffende bloed, geel voor alles wat met urine te maken heeft, en blauw voor infuusbenodigdheden. In de speciale houder zit natuurlijk geen wijn maar de zuurstofcilinder met beademingsballon en o2masker. 
Ooit hadden we een stagiaire die (heel bleu) veronderstelde dat het een thermisch-geïsoleerde Pizzabezorg-koffer betrof en toen een jonge vader de koffer galant naar de auto sjouwde noemden we hem dan ook gekscherend ‘de pizzabezorger’, er zijn nog foto’s van.

Mijn mascotte is Esmeralda, een plastic figuurtje uit ‘de Klokkenluider van de Notre Dame’. Ooit per ongeluk in de tas terecht gekomen, reist ze sinds de vorige eeuw met me mee. Bij een nieuwe tas wordt Essie gewoon meeverhuisd bij wijze van talisman, als ik haar weer eens onderin vind, verzucht ik: 'Meid wat hebben wij al veel meegemaakt samen,' ze laat me glimlachen. In de spiegel spot ik mijn grijze coupe, en dat geeft me een brede grijns.

Time Flies.

03 juli 1990 Onze klas bij het afstuderen. (moi: met het gele colbertje en de bermuda)

 

@poldervroedvrou

Boer van het land


Het aardappelschillen bleek slechts ter afleiding. Na haar nonchalante grapje over mijn vroege arriveren, zei ze zachtjes, en niet meer dan een enkele keer: ‘O,’ om vervolgens het mesje met een bruuske beweging van zich af te smijten. Ze greep zich vast aan het aanrecht en ging op de tenen staan. Geconcentreerd wiegde ze, met gesloten ogen, van voor naar achter en van links naar rechts. Ze snoof een ritme, ik herkende de cadans, één keer kort in, zes keer kort uit, en de zevende en laatste met een langgerekte puf, -al-tijd-is-Kort-jak-je-zieeeek-. De wee hield een behoorlijke tijd aan. Ik bewonderde het zwijgende snuiven en zag hoe ze met gemak de volledige drie coupletten van het versje afrondde voor de weeënkracht eindelijk een tikkeltje afnam. De ogen gingen weer open. ‘Zo, dat was er weer eentje.’
Ze keek zoekend rond naar het aardappelschilmesje, vond het in de gootsteen en ze pakte de volgende aardappel. In korte zinnen gaf ze me uitleg over de situatie.
De boer was nog op het land, de kinderen moesten nog naar oma. Dat avondeten voorbereiden, ja, daar moest ze wel een beetje om lachen, het ging niet zo vlot als anders. Het was meer als afleiding, dat begreep ik toch wel, ik zou immers ook pas na het eten komen. 
‘Nou, ik vind dat je al behoorlijk stevige weeën hebt, we moesten de hulptroepen maar eens verwittigen, en de spullen bijeen sprokkelen. Denk je niet?’
‘O,’ zei ze weer, ‘ik dacht, het moet vast nog erger worden…’ en haalde haar schouders op. 
Boerin Zomerdijk -zeg maar Alie- een vrouw uit één stuk.

‘Hoe krijgen we de boer van het land?’
Dat was een probleem. We moesten wachten, we zaten net in zijn dooie hoek, het was niet anders. Door het lawaai in de cabine hoorde hij zijn mobieltje niet. 
Okay, op hem zullen we wachten. Dan eerst de zoon en de dochter
‘Hoe krijgen we de kinderen onderdak?’
Bert-Jan en Alieke zaten in de huiskamer voor de tv, met openmond keken ze naar de Teletubbies, tasjes met pyjama en andere logeerbenodigdheden stonden klaar in de gang. Ik kreeg het nummer van schoonmoeder, die gelukkig maar enkele boerderijen verderop woonde. Ze zou meteen komen.

Next question. De kraamverzorgster.
‘Waar heb je de kraamzorg van?’
Ik belde via het doorkiesnummer en legde uit dat ze niet eerst naar het dorp hoefden te rijden, maar direct naar het buitenstebuitengebied, achterste weg, derde boerderij aan de linkerhand.
Ze zouden meteen iemand sturen.


Volgende punt.
‘Mag de verwarming iets omhoog?’ In de slaapkamer stond het raam open, lekker fris, maar niet voor natte pasgeboren baby’s. Hoog de vuren. Water koken, kruiken vullen, babykleertjes warm leggen, ik probeerde de tijd de ons restte zo goed mogelijk te benutten met het klaarzetten van mijn benodigdheden. Soms keek ik uit het raam, in afwachting van oma, tracktor, of kraamverzorgster. In de huiskamer zongen ze van: ‘Lala, Dipsey, Poo…’ en in de keuken stond Alie op haar plekje voor de gootsteen, als een kapitein aan zijn roer, blik op de horizon, niet van haar plaats te krijgen, zeebenen van het wiegen, doorgaan met ademhalen, rustig doorgaan met ademhalen.

Ze schilde tussen de weeën door nog een halve aardappel, maar moest tenslotte toch opgeven. In de slaapkamer toucheerde ik de nagenoeg volledige ontsluiting, het was dat de vliezen stonden, anders had ze het zèker niet meer kunnen houden.
‘Mammaaah, de Tubbies zijn afgelopen.’
De eindtune had de betovering verbroken. 
‘Is het een video? Anders zet ik hem gewoon opnieuw op.’ Maar dat hoefde al niet meer. We hoorden het grint kraken en de hond als een dolle blaffen.
‘Omaaaaaaa!’ Bert-Jan en Alieke renden naar de deur.

 Na het vertrek, was het slechts het snuivende puffen van Alie wat de stilte af en toe doorbrak. Nu was ik degene die zich in de handen liet knijpen, en was ik degene die op de uitkijk stond. Het ronkende geluid van de zware trekker was het meest welkome geluid van deze middag. Of toch niet helemaal.

Want dat was natuurlijk, enkele minuten later, het bevrijdende krachtige babygehuil van de kleine (4680gr!) Willem Pieter Zomerdijk.

 

@poldervroedvrou

 

Coronatijden


Hoe gaat het met ons als verloskundigen?

Terwijl ik dit schrijf, zie ik vanuit mijn raam de bomen vol in bloesem staan tegen een staalblauwe lucht. Voor de gezelligheid en de challenge heb ik een paar pluche beertjes tevoorschijn gehaald en op de uitkijk gezet. Kunnen ze zwaaien naar voorbijkomende kinderen. Momenteel is mijn ‘kantoor’ boven, het vroegere, het al lang leegstaande kamertje van onze reeds getrouwde oudste dochter. Waar voorheen het verloskundig werk bestond uit gezellige spreekuren, onbevangen bevallingen thuis of in geboortehuis en feestelijke kraamvisites met beschuit met roze of blauwe muisjes, gaat er nu een groot gedeelte telefonisch. We bellen eerst de zwangere dames om te vragen hoe het met ze gaat, om voorlichting te geven en een korte controle op de praktijk af te spreken. De aanstaande moeder wordt verzocht om alsjeblieft alleen te komen, met de partner kunnen ze terplekke videobellen. Graag van te voren melden bij niet fit zijn, dat wil zeggen: Hoesten, snotteren en/of koorts. We houden afstand en schudden geen handen. We poetsen na ieder bezoekje de onderzoeksbank, onze stethoscoop en deurklinken. De apparatuur van het echoapparaat behoeft een speciale schoonmaak in verband met de kwetsbare echokop. Mijn handen zijn intussen geïrriteerd van de bijtende ontsmettingsalcohol. Maar over het algemeen ben ik blij dat we de dames op het spreekuur mògen zien. De aanpassingen blijven wennen, voor de eerste keer het hartje laten horen met mee-kijkers op een mobiel; het is spannend, want klopt het hartje? Vervolgens de opluchting door de telefoon heen kunnen voelen en het joelen horen. Een babyhartje wat in april klopt, dat betekent: een kindje krijgen voor het bizarre jaar 2020 om is. We hopen hardop met elkaar dat de wereld er tegen die tijd beter uit ziet.     

Een geboorte begeleiden gaat lastig per telefoon. Goddank kan ik dat aspect van mijn beroep: een bevalling coachen, als vanouds naar behoren uitvoeren.  Op een vrijdagmiddag, we hadden de toespraak van premier Rutte gehad en de instructies van het RIVM tot ons door laten dringen, belde Hassan. Zijn vrouw had weeën, of ik wilde komen.
‘Natuurlijk!’
Hij vertelde mij ietwat nerveus te zijn, want zij wilde thuis bevallen en niet naar het ziekenhuis en hij was bang voor flauwvallen. Ik stelde hem gerust: ‘Je hebt een pittige vitale echtgenote, we slepen je er heus doorheen.’
De bevalling verliep voorspoedig, de jonge vader kon zijn blèrende zoon zelf aanpakken -die dus al huilde voor compleet geboren te zijn- en bij zijn vrouw op haar veilige warme borst leggen. Ik stond erbij en keek ernaar en veegde wat nattigheid weg van mijn wang. Coronatijden of niet, het blijft zo mooi!
Hij fluisterde wat in het petieterige rechter oortje. Mamma hield de baby nog steviger vast en knikte dat het goed was.
Opeens dook Hassan naar beneden. De kraamverzorgende vertelde me later dat ze van mijn gezicht ontsteltenis, verbijstering, bezorgdheid en verwarring inéén af kon lezen. ‘O Marianne, ik moest stiekem zo lachen, je had je gezicht moeten zien!’ Ik dacht ook werkelijk dat de tot-dan-toe stoere Hassan alsnog van zijn stokje ging toen hij met zijn voorhoofd richting de grond bewoog.
Maar het is Hassan die Allah bedankt, dat zijn zoontje gezond en wel geboren is, dat zijn vrouw moeder is geworden en Hassan zelf vader en Hassans ouders opa en oma. 
En jullie Poldervroedvrouw is dankbaar om verloskundige te zijn, ook in deze tijden.

@poldervroedvrou

Vertrouwen


Wat een wonderlijk warme ontvangst voor deze baby. Blij zijn in bange tijden.
Het is midden in de nacht, regenachtig, donker en guur. Op een verre boerderij in ons uitgestrekte buitengebied, waar windmolens overuren maken en koeien dagelijks gemolken moeten worden, verwachten ze een kindje. Wat gaan ze krijgen? Gewoon een baby’tje, geen geslachtsbepalingsecho of waarzeggerij, wat er komt is welkom!
Een gezonde baby van ruim acht pond wordt geboren, HarmJan wordt in liefde ontvangen.
Noem het maar gewoon.
Laat ik bij het begin beginnen…

Midden in de nacht gaat de telefoon,  ik heb geen dienst, maar we hadden wel afgesproken dat we elkaar zullen bellen indien we ‘dubbel’ komen te zitten. De teller van Februari stond op 29 geboortes op de 29e dag van de maand maar tot nu toe zijn alle baby’tjes netjes na elkaar geboren.
De boodschap is kort en bondig. (Listen very carefully, I will tell this only once.) Kirsten is in het Geboortehuis en op een boerderij in het buitenste-buitengebied is hulp nodig: ‘Wil je gaan?’ Ze gaat me het  adres nog appen, zegt ze, maar ik weet al waar ik moet zijn. Mijn kleding ligt klaar, maar mijn auto staat niet geheel vertrek-ready.  Mijn man wordt ook wakker en vraagt of hij zijn auto moet verzetten. ‘Ja, graag...’ Op sloffen en in pyjama rijdt hij zijne van ons erf zodat ik kan vertrekken.

De ruitenwissers op vol en de kachel en muziekje aan, zo zoef ik door de donkere slagregen.
Bij aanrijden zie ik licht branden op de eerste boerderij na de bocht, ik vlieg eropaf als een mug in de nacht. Binnen tref ik het stel. Hij zit op de bank en zij hangt tegen hem aan. Heel rustig en geconcentreerd zucht ze de weeën weg. Hij zegt bij iedere zucht dat ze het goed doet. ‘Hou vol.’
Na een tijdje observeren en constateren dat ze inderdaad goede weeën heeft, komen we overeen dat ik haar zal onderzoeken om te weten hoever ze in het proces zit.
Dan kunnen we een kraamverzorgende waarschuwen en kan ik de beval-benodigdheden klaar gaan zetten.
‘Eerst even deze wee…’ en ze zucht weer.
Eenmaal in de slaapkamer neemt hij achter haar plaats op bed, waardoor ze goed gesteund rechtop kan zitten, en zo puffen wee na wee weg. ‘Gaat goed, hou vol.’-‘Pfff pfffah pfffffff.’-‘Goed zo.’-  Zijn voet slaapt door de ongelukkige houding van zitten, maar hij laat het Annelies niet merken. -‘Pffff pfff pffffffffffau.’-‘Je kan het.’-‘Pffffooooh pfff pfffff.’-‘Goed gedaan.’

Zachtjes vraagt ze hem in een weeënpauze: ‘Wil je voor me bidden?’
‘Hardop?’ vraagt Gijs.
Ze knikt met gesloten ogen.
Hij haalt eens diep adem en begint.
‘Lieve Heer, mogen wij U vragen om uw zegen over het voorspoedige verloop van de geboorte van ons kindje en  kracht voor Annelies om de bevalling te doorstaan.’ Hij heeft het over volhouden en liefde, onvoorwaardelijk. Ik zie hier een rotsvast geloof in steun van bovenaf.
Het is een hele intieme gebeurtenis om mee te maken als buitenstaander. Hij vraagt of Annelies bijgestaan kan worden. In vol vertrouwen.
Ik luister mee en als hij eindigt met ‘Amen’ kan ik niet anders dan het mee beamen. Ik hoop ook op kracht en sterkte voor deze dappere vrouw in de woelige tijden van barensnood.
Dus ook ik zeg, na een korte stilte: Amen.


@poldervroedvrou

Twee bevallingen en een lekke band



En dat ging ongeveer zo:
De nacht begon met een barende met griep, zij beviel uiteindelijk reuze voorspoedig met oma als kraamverzorgende. Na een ultrakort nachtje verliep de dag met horten en stoten mede omdat ik halverwege de kraamvisites een lekke band bemerkte. Om mijn velgen te ontzien, parkeerde ik subiet en belde mijn garagebedrijf. Kijk, ik kan, als het moet, echt wel een band verwisselen, maar ik voorzag smoezelige vingers met zwarte smeer tot diep in mijn poriën, en dat is geen hygiënische combi met kleine roze baby’tjes. Twee monteurs kwamen meteen en hadden een vervangende band meegenomen. Krik eronder, en trrrr-trrrr-trrrr-trrrr, daar vlogen de bouten eraf, kapotte wiel opzij, leenband erom, hoppa, trrrr-trrrr-trrrr-trrrr, weer aangeschroefd. Een gemiddelde formule1-pitstop waardig. Binnen no time vervolgde ik mijn route. De grieperige kraamvrouw was iets opgeknapt, en een hoogzwangere met minder leven kon ik  gerust stellen door haar het babyhartje luid en duidelijk te laten horen.                       
Ik bracht wat lekkere verse broodjes langs onze praktijk waar mijn collega’s de dag een ‘spiralenspreekuur’ hielden.
Anticonceptie-spiraaltjes inbrengen; een nieuwe vaardigheid, toegevoegd aan het scala van onze vrouwvriendelijke services.
Mijn dienst zou nog tot acht uur vanavond duren en ik rekende op een uurtje siësta na de lunch. Want de nacht was al met al heel kort geweest, ondanks de heerlijke adrenaline-rush veroorzaakt door de prachtige gezellige thuisbevalling.
En dan belt Harald, de man van Rochelle, de supermarktkassière die haar derde kind gaat krijgen.
Ik was ook bij de eerste twee dochters, wier geboorten wervelend verliepen. We hadden afgesproken: ‘Tijdig de verloskundige waarschuwen…’

We klokken zeven over drie voor het eerste telefoontje en mijn ogenblikkelijke vertrek. Aankomst; enkele minuten later; constatering van goede weeën; actie; ik vraag of de kachel omhoog kan; Harald bestelt (op mijn verzoek) een kraamverzorgster; hij tovert (ook op mijn verzoek en naar Rochelles aanwijzingen) het kraampakket tevoorschijn en  ik haal mijn beval-equipement uit de auto.
Als ik weer boven kom, bevindt de arme vrouw zich in de plotseling wild kolkende stroomversnelling van bevallingsgeweld. Rochelle ligt op haar zij in een flinke plas vruchtwater en roept: ‘Marianne help me! Ooooo! Ik voel het drUUUkken!’ Handdoeken, stoffen luiers, navelklem, matjes en gaasjes, kraamverband. Terwijl ik het hoognodige bij elkaar sprokkel, probeer ik haar gerust te stellen. Ondanks dat we het negen maanden filosofeerden over onstuimige bevallingen, wordt ze toch overvallen door de oerkrachten.
Ze roept in paniek, met het hoofdje bijna geboren tussen haar benen: ‘Dat gaat niet pAAAssen!’  Ik scandeer dat het prima zal gaan want kassa vier is geopend. ‘Wagenwijd! Toe maar! Kom maar door met die winkelwagen!’ We klokken 15:37 voor de geboorte. Stop de tijd! Een half uurtje van onderbroken middagdutje tot puntgave flinke zoon van acht pond schoon aan de haak.
Dat van die kassa vier ga ik uitleggen: mijn dochter speelde vroeger vaak ”kassaatje”, met een kleurige Fischer Price-speelgoed kassa, en riep dan vol overtuiging: ‘Kassa Vier is open!’ Nooit acht, zes of bijvoorbeeld drie, om welke reden dan ook, was het steevast kassa vier. Bij ons thuis is het daarom een gevleugelde uitspraak, in combinatie met de barende kassière vloog het zomaar opeens uit mijn mond. Mijn verklarende uitleg laat Rochelle grinniken; het was precies de benodigde beslissende push in haar verbazing dat het inderdaad best paste.

Jullie lazen het goed tussen de regels door: Verloskundigen Zeewolde zijn weer mee gegaan met de tijd.
Zij kunnen nu ook spiraaltjes plaatsen, met eventueel een aansluitende echoscopische controle. De hormoon- of koper-spiraal is een betrouwbare vorm van anticonceptie, die ook goed kan worden gecombineerd met borstvoeding. Na een bevalling  kan de verloskundige 10-12 weken later het spiraaltje inbrengen. Is de bevalling al wat langer geleden of zijn er (nog) geen kinderen, dan kan dit het beste tijdens de eerste dagen van de menstruatie. Vanzelfsprekend is verwijderen ook geen probleem. Kijk op  www.verloskundigenzeewolde.nl voor de complete informatie.
In ieder geval; alle Zeewoldense vrouwen zijn van harte welkom.


@poldervroedvrou

Bril


Het is de eerste januari van 2020 en mijn dienst startte een paar uur voor de jaarwisseling en haar vuurwerk. Ik ben als vanzelfsprekend de BOB en leg mijn kleren zorgvuldig klaar omwille van blindelings grijpen in de nacht.  Mijn auto staat al operationeel geparkeerd, met een dekentje over de voorruit. Ik verwacht geen bevalling, en zeker geen vrieskou, maar je weet maar nooit. We gingen niet al te vroeg naar bed zeg maar gerust extreem laat, want het was gezellig.
Om vijf uur gaat de dienstmobiel. De gene die belt versta ik in eerste instantie maar matig, ik laat hem een paar keer het adres herhalen en prent het in mijn lange termijngeheugen. Ik heb er intussen wel beeld bij, een grote Kaapverdische man met een vlotte blonde schoonheidsspecialiste als vrouw. Haast lijkt geboden, want: ‘Mijn vrouw heeft erge pijn, zij staat nu onder de douche.’ Wat in principe een slimme zet is  om de pijnen enigszins dragelijk te houden. Maar, omdat ik  van de ene naar de andere kant van het dorp moet kruisen, verzoek ik hem om zijn vrouw in bed te stoppen, want: ‘Door een warme douche zou het allemaal nog sneller kunnen gaan. Laat me eerst even kijken hoe het er voor staat. Ik kom meteen.’

Ik kleed me haastig aan, blij dat alles op volgorde op het krukje ligt te wachten, T-shirt, linker sok, rechter sok, spijkerbroek, warme trui, sjaal en één handschoen (dat is vanwege koude vingers in de nacht, die tweede ben ik helaas al maanden kwijt…) Ik ga op het krukje zitten en strik mijn veters in het donker. Bodywarmer aan, die vooral heel handig is voor het bewaren van de diensttelefoon. Mobiel dus hopla in mijn zak. Eigenlijk moet ik plassen, maar het klonk zo alarmerend, eerst maar gauw kijken hoe het er voor staat daar. Autosleutels uit het handige bakje bij de voordeur, zachtjes deur sluiten, voorruitbedekking opzij, in de auto, mazzel dat er niet gekrabd hoeft te worden, starten, de display van mijn dashboard laat een groene gloed zien. Ik wil kijken hoe laat het nu is.
‘O nooooo! FLUT!’ Terwijl ik uit frustratie een ferme klap op het stuur geef, scheld ik tegen de voorruit. ‘Sukkel dat ik ben.’

Ik ben mijn bril vergeten op te zetten.

Al kan ik het meeste wel zien, het lezen van de spreekwoordelijke kleine lettertjes wordt allemaal iets lastiger zo met de jaren. Als een raket vlieg ik de auto weer uit, voordeur open, de hondjes begroeten me alsof ik weken ben weggeweest. (Ken je die mop? Hoe krijg je een hond blij, stop hem in een keukenkastje, hoe langer je hem laat zitten, hoe blijer hij is als je hem er weer uit laat.)
Ik maan de Jack Russells tot stilte: ‘Shjsss!’ Dirigeer ze zo geluidloos mogelijk terug naar hun mandjes, sluip naar de slaapkamer, trippel om het bed en vind op de tast mijn bril op het nachtkastje.
Ik stoot me aan het krukje. Boink. Hoor een kenmerkende zucht van zijn kant van het bed, voor hem was het ook laat, maar ik zeg geen sorry, ik ben immers in a big hurry. Door de voordeur die -helaas deze keer wel- met een klap in het slot valt, en ik ben terug in de auto.
Gas op de plank, de ontelbare hobbels onderweg gaan zonder problemen en de grote rotonde neem ik deze vroege Nieuwjaarsochtend lekker links om. Grappig, ik volg nagenoeg dezelfde route als een maand geleden in achtervolging van de paardentrailer, met eenzelfde haast.
Voor de deur is gelukkig parkeerplaats vrij.
Wat zou het leuk zijn als deze dag ook meteen het eerste baby’tje van het jaar geboren gaat worden.

Erson doet voor me open. ‘Angelina is boven,’ zegt hij, ‘Ze ligt weer onder de dekens.’ Het hele pijngebeuren is afgezakt. Vals alarm dus.
Laten we het beschouwen als een goede oefening.
@poldervroedvrou