Turkse Thuisbevalling


De dienstnacht is zonder telefonische onderbrekingen verlopen. Een warme douche om de dag te beginnen. Mijn dienstmobiel op een plankje buiten bereik van waterspatten, maar voor het grijpen. Zo sta ik onder de warme straal te bedenken wat ik allemaal ga doen deze uitgeslapen dag. Halverwege het afdrogen gaat de telefoon dan toch. Blij dat deze op het handige plankje ligt. Wie belt er om half zeven in de donkere ochtend op deze koude winterse dag. Meneer Yildaz.

Hij vertelt dat zijn vrouw ‘de weeën hebt’, ‘Daarom belt iek,’ voegt hij er voor de duidelijkheid aan toe. Via het stellen van enkele vragen probeer ik uit te vinden hoe het ervoor staat, ook om eventuele föhntijd of ontbijttijd  te kunnen inschatten.

Wat ik van zijn relaas begrijp, maakt dat ik kies voor snel drogen zonder model en vertrek zonder ontbijt. Intussen visualiseert mijn brein de route. Ik weet de straat, maar door een opbreking kan je er maar van één kan in, welke kant is gokken, wonen ze bij de laatste nummers of juist aan het begin… Denk, denk, Evelien Janssen woont in de grote twee-onder-een-kap op nummer drie herinner  ik me, haar kraambed is net afgesloten. De adressenlijst langs lopend, denk ik hardop: ‘Hmm, Yildaz, 53, aha, dat moet dan aan het eind zijn, ja, linksom danmaar.’

Als ik de straat indraai rinkelt mijn telefoon opnieuw. Yilmaz, hoever ik ben, Elif vraag naar me, zegt hij. ‘Want zij wil in geboortehuis bevallen, mefrouw.’  Ik roep: ‘Alleen nog parkeren!’ in de speaker, zet mijn auto pontificaal op de stoep en zie de voordeur op een kier staan. Binnen schop ik mijn schoenen uit en werp mijn sleutels erin. In de huiskamer tref ik oma. Met een traditionele hoofddoek strak onder de kin geknoopt, drentelt ze zenuwachtig heen en weer. Ze zegt: ‘Ziekenhuis!’ uitgesproken met een karakteristieke  Turkse tongval. Ze herhaalt het een aantal maal voor me, dat het maar duidelijk is: ‘Ssssziekenhuis, mefrouw.’ Ik knik vriendelijk als om haar gerust te stellen en snel naar boven, eerst maar eens kijken hoe het ervoor staat. Yilmaz is ook boven en wijst richting douche, daar schijnt Elif zich te bevinden, het water stroomt zo te horen nog. Elif haar wee is net voorbij en ze groet me vriendelijk, ze zit op een heel laag kruikje onder een warme straal, ‘Het drukt zo.’ zegt ze bescheiden en verontschuldigend volgt een:  ‘Ik weet het ook niet.’ De volgende wee komt op. ‘Euaaaaaaaagghh!’ En ik weet het direct. Persdrang!

‘Haal mijn oranje tas uit de auto Yil, mijn sleutels liggen in mijn schoenen onderaan de trap!’ Blij dat ik van de simpele vaste gewoontes heb. Yilmaz rent al, en oma komt handenwringend boven.  De natte Elif sla ik een handdoek om. Ze schuifelt naar haar bed en laat zich pardoes er bovenop vallen. Daar blijkt al een kind te liggen. Hassan wordt slaperig wakker, zijn ‘Heeee. Watt doe je?’ klinkt aandoenlijk met ook een licht Turkse tongval. Yilmaz heeft mijn verlostas, nu nog de kraamdoos. Oma probeert het nog eenmaal: ‘sssZzziekenhuis?’ maar ik verontschuldig me nu: ‘Eerst baby, kijk maar…’ en laat een bolletje  met donkere haartjes zien tussen de benen van Elif. Op aanwijzingen van een heldere Elif wordt de kraamdoos op zolder gevonden, zoontje mag beneden televisie gaan kijken en oma ontpopt zich als een uiterst bekwame kraamhulp. ‘Zij ook thuis geboren,Turkije,’ zegt ze terwijl de  trots op haar dochter wijst. Ik roep enthousiast dat de baby er bijna is. ‘Gaat goed Elif, nog een paar keer persen, echt waar. Kom  op, zet hem op!’

Elif zegt dat ze maar niet snapt waarom het nu zo snel gaat, vorige keer was het zo’n langdradig drama…  

Een nat koppie met zwarte lange haartjes verschijnt, de bolle wangentjes, de schoudertjes, het lijfje, ik laat Elif haar kindje aanpakken. ‘Splaaatsch!’ Vruchtwater spuit alle kanten op. Daar is de kleine watermeloen, de derde generatie stralend thuis geboren.

 

@poldervroedvrou

 

 

Flappie


Toen ze nog klein waren, mochten ze wel eens mee naar de praktijk. Terwijl ik wat administratie afrondde of de post nakeek, vermaakten zij zich in de wachtkamer. Meestal speelden ze met de aanwezige babypop (waar een heuse huisgebreide rode pannenlap-platte moederkoek via een gehaakte grijs-rozige navelstreng aanvast zat) of kleurden een tekening in van een kinderwagen met ballonnen er omheen, een kleurplaat waar we stapels zwart-witte kopietjes van hadden liggen. Mijn oudste speurde deze keer door het boekenkastje. De onderste plank was gereserveerd voor kinderboekjes. Kleurige prentenboeken en stripalbums bedoeld om de tijd in de wachtkamer door te komen zonder je te vervelen.
Anne-Louise zat net in groep vier en Henriëtte twee jaar daaronder in de kleuterklas. Jet kleurde zoet alle ballonnen zo secuur mogelijk in en Loes bladerde door een plaatjesboek.
'Mamma, mag ik die meenemen?’ Ze hield een prentenboek omhoog met een hondje voorop. ‘Aaahh? Mag het? Om thuis te lezen?’ vroeg ze met een lief stemmetje.
‘Flappie’ las ik op de kaft. Een bruin hondje met één zwart omrand oog zat blij-kijkend in de armen van zijn net zo blije baasje. Zijn bazinnetje droeg een baby op de arm. Het kleintje was gewikkeld in een rood-gestippelde omslagdoek. Zij keken beiden ook blij, één blije familie.
‘Ja hoor Loes, prima,’ zei ik. Het boek ging bij de stapel gesorteerde post in de tas en mijn kind keek er net zo blij bij.

In kleermakerszit organiseerde Anne-Louise de opstelling. Zus mocht naast haar zitten en buurmeisjes van links en rechts mochten links en rechts van hen plaats nemen. Zo vormde Loesje haar eigen privékleuterklasje. Ze ging er echt eens even goed voor zitten, schraapte haar keel een keertje en begon. Ik bekeek het tafereel van een afstandje. Haar klasje zat aandachtig luisterend in een kringetje om de juf heen. Wat een voorbeeldige kindjes, en wat een leuke juf. Dat zou later vast een hele goeie worden, mijmerde ik. Toen ze weer buiten gingen spelen, pakte ik het achtergelaten boek op. Het lag met de achterkant naar boven. Gunter Segers, schrijver en illustrator, uitgegeven in 1988, las ik. Harde kaft, iets beduimeld en gesleten aan de hoeken, het moest zo te zien al behoorlijke tijd binnen onze praktijk huizen, gek, ik had het eigenlijk nog nooit echt goed bekeken. Vast een erfenisje van voor mijn tijd, samen met het gehele gammele boekenkastje, de placentapop en de onmogelijke nooit slinkende stapel gratis (licht gesponsord door een kunstvoedingsfabrikant) glimmende stencils van de kinderwagens en ballonnen.
Ik draaide het boekje weer om. Flappie en zijn blije familie lachten me tegemoet. One happy Flappie Family en ik lachte hoofdschuddend met ze mee. Zo kinderlijk getekend. Dat kon Anne-Louise, met haar acht jaar al stukken beter.
Toen viel mijn oog op de ondertitel;

WAAR KOMEN DE KINDJES VANDAAN 

Plotseling viel dan ook àlles op zijn plek. De opgetogen reis naar huis, Het kordate verzamelen van publiek, het aandachtige luisteren van de anders zo onrustige kleuters. Ademloos hadden ze het natuurlijk, plaatje voor plaatje, bestudeerd. De stripboekvorm liet weinig aan de verbeelding over, al was het in een kinderlijk eenvoudige tekenstijl, maar het was HET verhaal, geïllustreerd met alles erop en eraan. Een piemel en een plassertje, vrijen, zaadjes, en uiteindelijk een complete baby, geperst uit een klein gaatje.

O, o, o, wat zouden mijn buren hier van denken? In ieder geval hoefde ik me binnenshuis niet meer om het geven van seksuele voorlichting te bekommeren. Met dank aan Flappie... 

(NB: Na het controleren van deze column, vertelde mijn dochter dat ze het wel een leuk verhaal vindt, maar dat ze echt niets wist van de inhoud voordat ze thuis ging voorlezen.)

Een kleurrijk prentenboek waarin aan de hond Flappie verteld wordt waar de mensenkindertjes vandaan komen. Vanaf ca. 4 jaar.


@Poldervroedvrouw
 

De babynamen van 2018


              
Op de laatste dagen van het jaar, wordt het weer tijd om de balans op te maken. Hoeveel baby’s zijn er in Zeewolde geboren en waren het jongens of meisjes? Welke naam werd het vaakst gegeven? We telden totaal 222 namen, waarvan 116 jongens en 106 meisjes.
Januari startte in het ziekenhuis met Timor, Zuzanne en Nicolas en toen, op donderdag vier januari met een heldere volle maan in zicht, kwam Elin om tien over drie thuis ter wereld. Zij was de eerste officiële thuisgeborene van 2018, en daarbij meteen ook een heuse tweedegeneratie-Zeewoldenaar.
We hadden soms weken waarbij er iedere dag een kindje werd geboren, het record werd negen binnen één week aan het eind van februari waarvan vier koters hun verjaardag op de twintigste mogen vieren. Sporadisch viel er ook een enkele week van complete geboorte-stilte. Het blijft als altijd hollen of stilstaan in ons vak, maar vlak na een geboorte een mooie naam te horen krijgen, die met trots en liefde wordt uitgesproken, blijft het allerleukste.
Korte klinkende namen; Daan, prinsesje Fien, Tijn, Pien, Bram, Saar, Lars, de rijke Gijs, Jaap -stoer, lekker kort-, Teun ‘Hij is er!’, Frank -broertje van Mats-, Wout, Noud ‘Hoera, nooit meer misselijk!’. Ultrakorte; Sem, ‘Little Prince’ Kaj, Bas en Cas. Niet te verwarren met Casper, ook weer niet te verwisselen met Jesper. Kort maar met toch een tweeklank erin; Eva, Emi, Roan, Ryan, Liam. Met meerdere lettergrepen; Michelle, Damian, Luciano, Carina, Julian. Zelfs een enkele dubbele naam; Leslie-Nduku, Roy Junior en de acht-en-een-half-ponder Ju-Long, dat hij maar een flinke rijzige jongen mag worden.
Bloemetjes; Jasmijn, Iris, Roos, Rosa, Rosalie. Een edelsteen, een kleur, sterren, het heelal, geheime tekens, Godenzonen; Robyn, Amber, Sterre, Rayan, Runa, Odin en houden van een kindje met een liefdevolle naam als Tiamo doet toch iedereen? We telden drie maal een Poolse tweeling; Anthony & Anesthasia, Milan & Lena, Gracy & Franciszek en het oer-Hollandse koppeltje Anna & Noor. Marianna werd uiteindelijk in Polen geboren, maar natuurlijk wel een supermooie naamJ. De betekenis van Destiny is bestemming en heeft niks met oma Tinie te maken. Syrische kindjes kregen namen als Bisan, Zahiba, Modar, Ahmad, Ilya en Saam. Onze meiden van het jongemoederhuis kozen; Sharif, Divaïsha, Giovannah, Fernando, Djayvano, Amira omdat de betekenis prinses en leidster is, Sahra en ook een Destiny en Jazzlinn.
Jesslynn, Faylinn, Aylinn, Ayleen, Ayaan, de variaties kwamen vanuit alle windstreken naar ons toe. De waardevolle gift van God; Djano. Djairow, Djevi, Jaivey namen die je niet snel op voorbedrukte naambekers zult vinden, Jayden, Jayson, Jake, Jace, ‘We love you to the moon!’ Mace. Mason; Hello World! lazen we op een geboortekaartje en de andere was zelfs in een verrassende flessenpost. Ajay, dat spreek je vast uit als Eejee, zeker in combinatie met Morgan als tweede naam. Simeon Alexander wordt kortweg Siem genoemd, Louis François Maria is eenvoudigweg een flinke boerenzoon. Onze hartendief is Julie, Milou werd twee maal als naam gegeven, de ene krap drie kilo, de ander een dikke acht ponder, ze werden beiden in juni geboren.
Het vaakst is de naam Sophie gegeven, maar liefst drie maal in Zeewolde het afgelopen jaar, landelijk staat deze naam op een derde plek. Thomas en Luuk delen hun eerste plaats qua jongensnaam, beiden drie keer in ons dorp.
‘Liever dan lief’ lazen we op het geboortekaartje van Liv en ‘Het mooiste wat je kunt worden is jezelf!’ bij Levy. Wat toch echt anders spelt dan Levi. Of wat te denken van Jax danwel Jaxx, op dezelfde dag geboren ook nog… Fin, Fins en Vince, Joëlle en Joël, Alexandra en Alexander. Met een blije ‘Wens Wonder Werkelijkheid!’ werd Aaron aangekondigd. Hailey kwam in een nest met vosjes terecht, Zinnedine in een huis vol jongens. Malya, Zoey, Lareya, Yuna, Kyana met de altijd hippe Y erin verwerkt. Marellva, Fajén, Velvet, Valente, Bobbie, Moana, Jenna, Senna of Nessa en Novée naast Noé of het nieuwe Nova of de eigenzinnige 2-xïge Lexxy; Allemaal vlotte verrassend-originele meisjesvoornamen die je niet vaak tegen zult komen in Zeewolde, tot op heden dan.
Simon, Jemuël, Jedidja, Micha, Hanna, Elijah, Ruben, Natan, Adam, Sarah, Joanne, Noah, onze kleinste kindje (680 gram) Naomi en de benjamin in deze opsomming; Benyamin Adam, hun namen lichtjes gestoeld op oorspronkelijk Bijbelse betekenissen.
‘Liefde werd leven!’ Batuan is een Balinese tempel en Furkan een beroemde Turkse basketballer, en volgens zijn grappige geboortebericht prikte Fedde zijn eigen ballon door. Een houten uitgezaagde fopspeen als origineel kaartidee bij Nolan, het betekent kampioen en het was vorig jaar in Frankrijk de populairste naam. Alan, Owen, little mister Jesse, Justin, je zal ze allemaal maar in de klas krijgen. Esmée, Emme, Femke, Loïse, Lisa, Claire, Félice en Feline met haar geboortebericht dat per roze flessenpost aankwam. Milan voor een jongen, Mila als meisjes naam, Vera, Lauren als eerste naam of als tweede, Olivia en Octavia. Danique of de q-loze uitvoering; Lieke. Kiezen we voor Luuk of Luca? Lekker eigenzinnige jongensnamen; Bradley, Morris Hero, Declan, Milas, en Milan. Martijn, Joey, Stefan, Thijs, Timo, Mika en Mike. De boerenzonen Hidde en Jarik.
Een jongenshuishouden op Horsterveld kende al Rijairo uit januari en het aan eind van dit jaar nummer vijf erbij; Rosavinio. Je zal ze maar allemaal tegelijk moeten roepen om aan tafel te komen: ‘Ro, Rij, Ro, Ri, Ro… Eten!’
De sterrenkindjes*, allen veel te vroeg geboren, noemen we hier ook. Ieder met hun eigen naam; Noa, Daniël, Sophia en Noah, ze worden voor altijd meegedragen in onze harten. Aan de Elementen is steeds wel weer iemand zwanger. Ook Demi werd daar geboren, en Lev en Lindy, altijd iemand om mee te spelen in Polderwijk! Vaak kiezen ouders de naam vanwege een mooie klank, het is niet verwonderlijk dat er zo nadrukkelijk op de klank wordt gelet, de naam moet goed klinken. Hoe melodieus kun je een naam maken: ‘Onze prachtige dochter!’ Elodie Lynna. Leilah, Lina, Lena, Elena, Amelia, Emma Cornelia, Juliëtte en Celeste Rosalyanne. Tweede Kerstdag om vier minuten na middernacht werd Jente Maria thuis in bad geboren, vernoemd naar haar tante en ook in verband met de speciale datum, het werd één groot warm feest.
Dit jaar sloot af met baby Luuk die in het ziekenhuis keizerlijk ter wereld kwam, dat bracht het getal voor die robuuste jongensnaam op drie en het totaal op 222.

@poldervroedvrou & Wilke & Kirsten

Kruk


Tijdens het spreekuur namen we het geboorteplan uitgebreid door. Een jong koppel dat precies wist hoe ze het wilden. Als het even kon niet plat op de rugliggend bevallen en het liefst met alle huisdieren om hen heen. Ik hoorde over drie rode katers en een goedzak van een herdershond.
Geert en Carine wonen net buiten het dorp, ze vertelden me secuur hoe er te komen. Ze keken uit naar de bevalling, Carine iets meer dan Geert, zij wist dat hij geen held was bij bloederige toestanden.
Ze kwamen naar onze voorlichtingsavond en Carine volgde onze borstvoedingsworkshop, kortom ze waren goed voorbereid op de dingen die komen gingen.
Aan het begin van een zomerse avond belde Geert dat de vliezen gebroken waren, weeën waren er nog niet. We spraken af dat hij opnieuw zou waarschuwen bij regelmaat.
Ik zette de baarkruk in mijn auto, legde een lekker zittende joggingbroek klaar te samen met mijn comfortabele groenwollen vest en ging op tijd naar bed.

Trriiingggtringggg
3:15 zie ik op mijn wekker. Dat is zowat een hele boerennacht. Broek aan, vest aan, open slippers, routebeschrijving mee en go!
Via de achterdeur kom ik in een donkere hal, vriendelijk begroet en besnuffeld door Herta de herder, argwanend gadegeslagen door de rode garde. In de slaapkamer vangt Carine uiterst geconcentreerd de weeën op, gesloten ogen, zachtjes puffend, helemaal in haar eigen cocon.
Qua ontsluiting is ze net over de helft. Er heerst een nagenoeg serene stilte in de schemerige slaapkamer, af en toe onderbroken door zacht gepuf. ‘Dat gaat goed Carine, volhouden zo,’ Ik besluit in de huiskamer mijn tijd af te wachten. Niet teveel poespas om hen heen nu. Geert oogt ultiem relaxed als steun en toeverlaat, twee van de drie katten nu spinnend op het bed. Niets aan toe te voegen. Herta loopt met mij mee en ploft kreunend naast de bank neer. Mijn slippers gaan uit, het hoofd op de bankleuning, er ontsnapt mij een bijna net zo’n genoeglijke kreun. Kwart voor vier. Ik lig en probeer aan niks te denken.

Half zes. Er komen van lieverlee steeds harder wordende klagelijke geluiden uit de slaapkamer. Het klinkt als persdrang. Herta loopt weer met me mee en ik heb het juist, persweeën.
In een gloednieuwe pas verbouwde badkamer brandt een designverwarming. Er is voldoende ruimte, het is met dimbare halogeenspotjes verlicht en behaaglijk warm. Ik stel voor om daar mijn krukbeval-opstelling neer te zetten.
In de kamer vind ik een hip grofgebreid zeegroen poefje, precies de juiste hoogte voor een vroedvrouwenkont bij hurkpositie. Een douchestoel achter de kruk, matje eronder, verlostas uitgeklapt in de gang en we kunnen. ‘Kom maar Carine, Geert kan erachter, ik ervoor, de hond ligt al op je te wachten.’ Want inderdaad, Herta ligt eerste rang en een van de katten was knus tegen haar aangekropen. Vooralsnog verloopt het gehele scenario als gewenst.

Tussen een paar persweeën door schuifelt Carine naar de badkamer en neemt plaats op de kruk.
Geert als ruggensteun, onze barende naast de verwarming, uw vroedvrouw op de drempel met één bil op de poef. Het is een perfecte opstelling met vanuit Geerts positie geen eventuele onverhoopte bloedvloeiingen waarneembaar. Herta komt dichterbij, legt nog net niet zijn kop op mijn schouder, de brutaalste poes vindt een plekje op de wasmanddeksel, er komen blonde krullerige babyhaartjes in zicht en ik vraag mij af waarom het niet altijd zo wondermooi, sereen kan gaan. Ik zie wel wat zweetdruppeltjes op Carines voorhoofd, ik zal ook de laatste zijn die beweert dat deze geboorte een makkie is, maar ze geeft geen kik. Carine volgt mijn aanwijzingen prima op, voor zover ze die nodig heeft natuurlijk. Met enkel onze bemoedigende complimenten doet ze wat haar lijf haar ingeeft, zuchten, persen, zuchten. Het hoofdje schuift geleidelijk aan naar buiten, en plotsklaps is het gehele kindje er. Zo gaat dat bij verticale bevallingen. Een schitterend verhaal om op een voorlichtingsavond te vertellen.

@poldervroedvrou

Hittegolf


Ik hoop op een nachtelijke bevalling. Na zonsondergang zal het vast afkoelen.
We slapen met de ramen wagenwijd open, geen zuchtje wind komt er langs, ik woel, draai, lig met een natte handdoek op mijn lijf. Ik steun en zucht, word belaagd door een mug en wens dat ik eruit mag.
Poef! Wens vervuld. Dienstmobiel. Half één.
Koen belt om advies betreffende zijn vrouw Amy. Twee dagen over de datum, die laatste nachten bij haar ouders doorgebracht. ‘Onder de bomen was het koeler.’ Maar nu het lijkt alsof de bevalling begonnen is, zijn ze toch maar naar huis gekomen.
Hij vertelt dat ze rillerig is, misselijk, lamlendig, beroerd. Hij heeft de weeëntimer-app geïnstalleerd op zijn mobiel, maar kan nog geen patroon ontdekken in de krampende pijnen.
Ik zit op de rand van mijn bed te luisteren en fluisteren. Eindconclusie: ‘Zal ik even naar jullie toekomen?’
‘Ja graag,’ is het antwoord. Ik gris T-shirt en korte broek van de stoel. Om man, dochter en hondjes niet wakker te maken, sluip ik op mijn slippers het huis uit.
Ik verwacht een heerlijke koelte zo in mijn shirtje buiten. Maar niets van dat al. Het is op de straat zo mogelijk nog warmer en benauwder dan binnen, ik mis mijn ventilator nu al. In de auto gaat de airo aan op vol. Ik denk aan winternachten below zero, wanneer ik met dikke jas, handschoenen en sjaal om de oren en de verwarming op zijn hoogste stand probeer niet te klappertanden tijdens de rit.
Nu puf ik. Pffffff. Zelfs het raampje open verkoelt niet. Zweet op de bovenlip en in de bilnaad. Pfff.

Bij Amy is het net zo warm. Zij zit op de rand van haar bed te bibberen. Slierten bruin haar plakkerig rond het rode hoofd. Een emmer naast zich met daarin een bodempje geelgroenig drab. De ventilator staat uit. Jammer. Maar Amy heeft het koud. Hoogzwanger, extreme hitte in huis en buikkrampen waardoor ze moet hijgen. Uitgeput. Het locomotiefje is compleet van de rails gelopen. Ik adem een paar rondjes met haar mee.
‘Door je neus in. Pfff pfff pfffffff. Goed zo, in en pfff pfff pfffffff drie keer uit.’ Ze doet braaf wat ik zeg. ‘Anders is het hyperventileren, krijg je veelte veel zuurstof binnen, de nadruk op uitademen.’
Ze wordt iets rustiger. Koen haalt een nat washandje voor me en ik dep moederlijk haar gezicht. ‘Ik dacht dat het zo moest als je weeën hebt, hijgen,’ zegt ze verontschuldigend.
‘Ja, op het laatst kan dat wel, hijgen, maar nu, aan het begin, is langer uit dan in beter voor je.’
Ze gaat een lauwe douche nemen en wordt weer haar zelf. De ventilator mag aan en het lukt haar iets te eten en drinken. We gaan afwachten en ze zal opnieuw bellen bij duidelijke weeënpijn al dan niet geregistreerd met de app.
Ik besluit om in de tussentijd naar de praktijk te gaan, ook om hondengeblaf en daardoor wakkerwordende huisgenoten de ontlopen. En… in de echokamer hebben we airco. (Okay, okay dat is de hoofdreden.)
De onderzoeksbank is wat hard maar met een paar kussens prima de toen. De airco zoemt vriendelijk, ik zak langzaam weg.
Zzzzzzzzzzzz-snurk-zzzzzzzzzz.
Tegen half vijf moet ik toch echt het ‘dekbedjevoornood’ uit de kast halen. Ik heb koude voeten en verbaas me dat ze nog niet weer gebeld hebben. Andere zij en verder onder de wol.
Zzzzzzzzzzzz-snurk-zzzzzzzzzz.
Voor zevenen ben ik dan echt uitgeslapen. Rek en strek een beetje, fris me op aan de wastafel, fatsoeneer mijn haar professorisch met doptone-gel, plaats een beeldende foto van #mijnbedjenaasthetechoapparaat op Instagram. Hashtag duimomhoog #dedagkanbeginnen!
Ik bel naar Koen en hoop dat ik ze niet wakker bel. Daar blijken net de vliezen gebroken.

Voorts kan deze historische gebeurtenis eraan toegevoegd worden: Baby Sophia kreeg geen kruikjes, zij lag de eerste nacht met een koelelement naast haar bedje om de omgevingstemperatuur onder de zevenendertig graden te houden.

@pffffpoldervroedvrou

Slechts op bezoek


Op de verloskamers zijn Cyntia en Lucas Chopard opgenomen. Vandaag wordt hun bevalling ingeleid. Een saaie vergadering in het ziekenhuis heb ik achter de rug en ik besluit even gedag te gaan zeggen op de verloskamers. Er wordt al aardig gepuft, Cyntia is net onderzocht, ‘vijf centimeter’. Ik schuif mijn tas met vergaderaantekeningen in de hoek, hang mijn colbertje op, stroop mijn mouwen omhoog en zeg: ‘Dan blijf ik, okay?’
Lucas kijkt mij dankbaar aan, Cyntia heeft net een wee, ik reik haar mijn hand om in te laten knijpen.
Schoonmoeder zit achter een tafeltje, zij heeft net een broodje gekregen. Lucas wil desgevraagd nog wel koffie, ze staat op om het te zetten.
Ik sla af. Koffiegeur vond ik vreselijk toen ik zelf beviel.
Een volgende wee komt opzetten, Lucas krijgt even de tijd voor zijn koffie en broodje kaas, want Cyntia grijpt mij weer vast en vol overgave werken we deze wee weg.
Ze zegt dat ze toe is aan iets tegen de pijn. Ik snap haar, in het ziekenhuis krijg je weinig kans om natuurlijke endorfines aan te maken, zeker met chemisch opgewekte weeën. Er zit amper pauze tussen en ze worden steeds langer van duur.
‘Hou vol Cyn, uitblazen uitblazen.’ Lucas en ik zuchten met haar mee. Hij met een broodje in zijn hand, ik met drie van mijn vingers klemvast in de greep van Cyntia, haar knokkels zien wit, mijn vingertoppen paars.
De ziekenhuisverloskundige onderzoekt haar opnieuw, een paar centimeter erbij, dat klinkt goed.
‘Hou vol Cyn, puffen puffen puffen is het enige wat je kan doen.’

De koffie is op, het broodje binnen, Lucas voegt zich weer bij ons exclusieve ‘Three members only’-pufclubje. De aanstaande oma probeert nog een rondje koffie te slijten. Lucas slaat niet af.
‘Ja, ik leef op koffie, mijn moeder weet dat.’
We slepen Cyntia erdoor, wee na wee na wee. Als ze op de linkerzij ligt, masseer ik haar rug en laat Lucas zich in zijn handen knijpen. Als ze weer de andere kant op woelt, herhaal ik mijn peptalk als een mantra. ‘Puffen, Cyntia, pffff pfffff pffff.’  Ik doe met haar mee. ‘Deze wee zakt zo weer af, en dan heb je heerlijk weer even pauze, pffffff pfffff pfffff.’ Ze kronkelt om met haar rug naar mij, niet omdat ze mijn aanmoedigingen zat is, maar ik schijn een betere rugmassage te geven. Ik zoek de kuiltjes onder aan haar rug en exact op het ritme van ons gepuf, duw daar tegen met mijn duimen. In een bakje hebben we ijswater en daarin wisselen we na iedere wee washandjes. Klets, op het voorhoofd. ‘Lekker,’ verzucht ze keer op keer. Klets. ’Lekker.’ Haar kussen is nat, de haren plakken om het hoofd. Bij een volgende washandjes-wissel spons ik meteen slierterige haren uit het gezicht en neem nek, schouders en decolleté mee. ‘Lekker.’

De gynaecoloog komt kijken waarom het zolang duurt. Er wordt zorgelijk gekeken. Er wordt keizersnee gefluisterd. Lunch hadden we al overgeslagen, avondeten komt in zicht. De blikken en fluisterconversatie bereiken Cyntia niet, zij puft zonder enig besef van tijd moedig door.
Het begint te drukken.
‘Pers maar.’
Oma zit direct met het fototoestel in de aanslag. Het duurt langer dan gedacht, Cyntia kan de goede ‘push’ niet vinden. Het toestel gaat enkele keren automatisch op stand-by.
En dan, opeens, komt een eivormige bolletje naar buiten. Lucas ziet het en zijn enthousiasme kent geen grenzen. Hij juicht en springt op en neer: ‘Jaaaaaa, daar komt ie!’ alsof onze beroemdste Formule 1-coureur na 67 rondes achteraan rijden, een inhaalrace is begonnen en we hem in de laatste bocht op kop zien komen.
‘En nu ga ik het aanpakken!’ roept Lucas. Ik herinner me de regel uit hun geboorteplan. De gynaecologe glimlacht en knikt, zoveel geestdrift, ze kan niet anders dan hem de ruimte geven.
‘Cyntiaaaaaa! Onze zooooooon!’
Een nieuwe ‘Three members only’-club is gevormd.
Grenzeloos geluk, mijn beloning.

 @Poldervroedvrou

Plons


Laatst was er weer zo’n ‘lollig’ bericht; Het zoontje van Rapper Keizer is, onderweg naar het ziekenhuis, in de auto geboren. Keizer rapt recht in de camera over ‘ontploffing’, vruchtwater spetterend over het dashboard en vruchtwaterdrab in zijn haar. Hij schatte in dat het een hele tijd zou duren om zijn metalliczwarte ‘Waggie’ weer schoon te poetsen. Was het rappen of meer mopperen? Uit de mond van de in Suriname geboren jonge vader klinkt alles als een rap. Of het voor zijn vrouw net zo lollig was? Ik vraag het me af.
Hoe kon de afweging om wel of niet naar het ziekenhuis te vertrekken -omdat… vrij naar Keizer: ‘Ze een spuitje nodig had om te relaxen.’- zo omslaan naar een onbedoeld hectische bermbevalling.
Inschatten hoe een ontsluitingsperiode zal verlopen is sowieso een lastige, al heb je jaren ervaring met barende, puffende, kreunende vrouwen.

Zo is binnen onze praktijk, een luttele vier dagen voor kindje Carborn-Keizer, zuigeling Swimstar-Silvie te water gelaten. Haar eerste zwemdiploma meteen in da pocket. Zij werd in bad geboren.
Op de vroege maandagochtend is mijn collega Wilke bij de aanstaande moeder Catharina geroepen. De weeën zijn aarzelend opgang aan het komen, ontsluiting slechts een krappe twee centimeter. Wilke zegt: ‘Tegen tienen kom ik terug.’ Catharina vindt dat goed: ‘Tien uur, half elf, kijk maar.’
Als Wilke en ik samen op de praktijk zijn voor het dagelijkse telefonisch spreekuur, is iets na half negen, onze badbevalmoeder de eerste beller. Haar mededeling luidt: ‘De vliezen zijn gebroken!’ vervolgens vraagt zij: ‘Mag ik in bad?’
Catharina weet vanaf het begin van haar zwangerschap dat ze deze maal in water wil baren. Speciaal hiervoor is een ovaal bevalbad gehuurd. Haar sereenblauwe ‘Baddie’ staat al meer dan een week kant en klaar in de babykamer. Hij moet alleen nog met warm water gevuld worden. Ik vertel hier graag de ‘Hottub-anekdote’ [geleend van een erudiete Nijmeegse Vroedvrouw] over een gezin waar het bad drie volle dagen had staan dampen. Door het 37-graden warme water glibberde het behang naderhand in complete vellen van de muur. Daar kan geen behangafstomer tegenop. ‘Wacht met vullen tot de bevalling echt doorzet,’ voeg ik als tip toe.
Volgend dilemma; hoe schat je in dat het zover is? Alle voors en tegens afwegend geeft Wilke haar fiat om de warmwaterkraan open te zetten. Tijd om te relaxen. We kunnen altijd emmers afgekoeld putten en wisselen met heet.
Beter dan de beklagenswaardige echtgenoot die op de knieën, pufje voor pufje, het bad opblies; terwijl zijn eega met samengeknepen billen, puuUUuùfje voor puuUUuuùfje, probeerde het kind binnen te houden. NB: Na het opblazen is er zo’n 650 liter water nodig om het bad af te vullen. Wat toentertijd -we spreken over september 2002- met emmertjes zou gaan gebeuren. Tweeëndertig-en-een-halve emmer. Onbegonnen werk.
Gelukkig gaat dit tegenwoordig met een elektrische opblaaspomp en een lange, extra brede vulslang.

Wij drinken onze koffie en handelen verschillende telefoontjes af. Het is nog lang geen half elf.
09:54 ‘Het gaat niet goed hier, kun je komen?’ Gideon aan de lijn, we horen Catharina loeien op de achtergrond. Wilke schiet in de versnelling.
10: 01 Aankomst Wilke: Baby Silvie is al geboren in bad!
Met verbazing herlees ik het sms’je enkele malen. Relax-omslagpunt 2.0!
Alles blijkt op film te staan. Zo kan Wilke de tijdstippen exact herleiden voor haar verslagje.
De volgende dag mag ik de opnames bekijken.
Een bewonderenswaardige happening. De volkomen in zichzelf gekeerde Catharina die geheel op gevoel haar kindje naar buiten perst. Gideon filmt met vaste hand en zegt ondertussen bemoedigende woorden. Er spettert geen vruchtwater tegen het behang, niet op een autodashboard en zeker niet in het haar van Gideon. Alles verloopt vlekkeloos daar in ‘Baddie’. Vader blijft zelf ook geheel buiten beeld, geen onnodige ego-selfie-rap. Catharina en Silvie zijn hier de sterren.
We zien Catharina stralend van trots de camera inkijken. Luttele seconden later horen we gebonk op de trap.

@poldervroedvrou