Kerstconcert 1990


 
De jurk is mooi, maar hij zit me niet lekker. Kerstgala voor de gelegenheid, gouden lovertjes, laag decolleté met een lange onhandig strakke rok. De lovertjes prikken, ik wiebel op mijn stoel heen en weer. Alleen al de pauken- en trompettenstart van het concert is een overweldigende belevenis, LUISTER HIER MEE ONDER HET LEZEN maar er prikt nog iets. Bij gebrek aan zakken zit, verstopt in de zijkant van mijn BH, de semafoon. Ik heb dienst. Om bij eventuele piepende oproepen de zaal niet op zijn kop te zetten, staat het palletje op “silent”. Geen geluid, slechts een bescheiden rood lampje zal oplichten bijgeval van oproep. Dit betekent wel, dat ik iedere paar minuten in mijn decolleté tuur en dat er een prop in mijn maag ronddraait zo groot als de kerstbal onderin de boom naast de dirigent op het podium.
Ik had gewoon ‘nee’ moeten zeggen.

Strijkers, fluiten en hobo’s als engelen en herders, zo lees ik in de toelichting, ik zie het tafereel voor me. Hierna de alt-aria met het wiegeliedje voor de pasgeborene, of in slaap sussen met dit volumineus stemgeluid lukt, vraag ik mij af.

Het is niet zo, dat ik aan mijn ‘water’ voel of er een bevalling op komst is. Ik ben vanaf het moment na overdracht van dienst en dienstpieper sowieso voortdurend in opperste staat van paraatheid. Er gaat in de onderste regionen van mijn ruggenmerg een luikje open, van waaruit iedere paar seconden een seintje naar mijn brein wordt gezonden. Ik slaap het liefst met sokken en schoenen aan, een lijstje met de adressen van onze hoogstzwangeren op het nachtkastje en in mijn hoofd. Ze bevallen vaak zo snel in deze streek, zeker in de nacht. Andere kindjes naar bed, rust in huis, man van het land, en de weeën vangen aan, om al snel over te gaan in persweeën en vervolgens te resulteren in de voorspoedige geboorte van een nieuw mensje.
Waarom ik er vanavond voor koos me wel op te tutten en mee te gaan naar dit concert? We hadden (dure) kaartjes, ik had een schitterende jurk voor de gelegenheid. Ik had vervanging, Els zou komen om de dienst over te nemen. Els kreeg buikgriep, het speet haar ontzettend, maar het spoot er vanonder en boven dun uit. (Dank voor de beeldende omschrijving Els.) Twee dames slechts, beiden tussen kerst en oud en nieuw uitgerekend. ‘En het is pas de tweeëntwintigste,’ had mijn man gezegd. Ik zag zijn hoofd meewarig schudden en ik hoorde zijn ‘zij-ook-altijd-met-haar-dienst’-zucht.
Adem in, Adem uit.
Ik haal de semafoon uit zijn verborgen plekje, omklem hem in mijn vuist, en concentreer me op het rood plastic dopje. Hoe zou het zijn om in de stal aan te komen in deze lovertjesjurk, verlostas in de hand en kraampakket onder de arm. Os en ezel opzij. Stapeltje babykleding, wollen dekentje, koude washandjes, hete kruikjes en warme sokken, vleugeltjes. O ja, een paar vleugels zou het helemaal afmaken. ‘Wat zit je te glimlachen?’ fluistert mijn man me in het oor. Ik wijs op mijn jurk: ‘Ik zou best voor een engeltje door kunnen gaan, hè?’ Dat het bij mij eeuwig om mijn beroep gaat, hoeft hij niet te weten. Hij kust me vluchtig op mijn wang.

Und sie gebar ihren ersten Sohn,
wickelte ihn in Windeln,
und legte ihn in eine Krippen,
denn sie hatten sonst
keinen Raum in der Herberge.


De tekst is al zo oud, maar we kennen hem in alle talen. Het kindje in de kribbe, want er was geen plaats in de herberg, la la la. Die maagd Maria was zo bezien een behoorlijk kranige vrouw, zij baarde haar kind na een helse rit op de rug van een ezel. Of misschien was dat juist wel bevorderlijk voor het geheel.
Applaus, ik klap met semafoon en al.
Het volgende stuk begint wederom met pauken en trompetten. Herders op kraambezoek weet ik bij het inzetten van de hobo’s en mijn gedachten dwalen weer af.
Misschien komt het ook wel door de zaal vol mannen in smoking, met hun glimmende schoenen en keurig gestrikte zwarte strikjes, in combinatie met het verhaal over de geboorte van mijn oudste broer.
In de koudste winter sinds jaren startten de weeën exact negen maanden na de trouwdatum. De huisarts werd opgeroepen, via zijn vrouw, die een bode naar de concertzaal liet snellen.

Het smokingjasje drapeerde de zuster netjes over een hoge stoelleuning in een hoekje van de slaapkamer. De strik bungelde uit het pochetje. (Een beeld wat mijn moeder, bij het ophalen van de jaarlijkse ‘toen-werd-jij-geboren’-herinneringen, nog het scherpst voor zich ziet.)
‘Zijn gouden manchetknopen stopte hij in de binnenzak.’ (Die toevoeging komt daarna steevast van mijn vader.) De kraamzuster rolde kordaat zijn sjieke smoking-overhemdsmouwen kreukloos op en bond den erudiete oude dokter een spierwit gesteven schort voor. Zo werd rond middernacht, tien dagen voor kerst, mijn broertje geboren.

Het rode oogje licht niet op. Niemand die mij nodig heeft tot nu toe. Bijna jammer.

Het oratorium springt naar het laatste deel met de komst van de drie wijzen uit het Oosten. Nog meer kraambezoek, en niet met een pannetje warme soep, een flaconnetje Arnicatinctuur tegen de beurzigheid, of een aanbod het bed eens lekker te verschonen en het vuile wasgoed te verzorgen.

Mijn brein maakt een sprong naar het heden.
Ada!
Zou Ada nu bellen, of haar boer, dan moet er echt gas op de plank. Man in smoking achterlaten voor de obligate afterparty en cocktails, hopend dat deze of gene hem een lift naar huis zal geven.
Eén van de verste boerderijen in het buitenste buitengebied. In gedachten, en op de maat van de muziek, slinger ik erheen. Eerste links, twee keer rechts, helemaal uitrijden, flauwe bocht, verkeerslicht, oversteken… Drie jaar geleden, was Els net op tijd om de flinke boerendochter op de wereld te helpen. ‘Ik ga echt vòòr kerst bevallen hoor, ik hoop niet overtijd te lopen!’ had ze me onlangs op het spreekuur medegedeeld. ‘Lekker in het kraambed liggen tijdens de kerstdagen.’ En wat Ada zei, gebeurde. Meestal.
Barbara en Nick!
Die wonen hier vlakbij, eerste kindje, ik zou ruim de tijd hebben wat comfortabels aan te trekken als zij mij nu zouden oproepen. Echter haar wens was; pas in januari bevallen. ‘Die decemberdata komen ook ieder jaar weer terug hè, zo sneu voor een kinderverjaardag,’mijmerde Barbara hardop. ‘Blijf nog maar mooi even zitten,’ ze sprak haar buik toe, terwijl ze er een liefdevol aaitje over gaf.

De trompettist maakt acrobatische toeren in het slotstuk.
De take-home message:

Was will der Höllen Schrecken nun?
Was will uns Welt und Sünde tun,
da wir in Jesu Händen ruhn?

Vrij vertaald: Hij is er nu, nu zal alles goed komen.
Lang applaus en iedereen gaat staan.
O, ik heb het gered zonder opgeroepen te worden. Wat een opluchting. Mijn man ziet hoe ik, tijdens de staande ovatie, mijn pieper weer in mijn decolleté verstop, nu met het palletje op “sound/on”. ‘Zie je nou wel,’ zegt hij. Dan troont hij me mee naar de bar en bestelt wat te drinken voor ons.
‘Ik ben de BOB,’ zeg ik lachend.
‘Verrassend,’ is zijn reactie.
We proosten ‘Vrolijk kerstfeest’ naar elkaar.

Ada beviel drieëntwintig december op de late avond. Ik was in joggingbroek, simpel zwart T-shirt en warme slobbertrui, welke ik ten tijde van de persfase over de hoge rugleuning van een willekeurige stoel wierp. Mijn trouwring borg ik in mijn broekzak, haar in een staart. Schoenen onderaan de trap, om de andere kindjes niet wakker te maken vanwege mijn gestommel. Een plastic disposable schort knoopte ik eigenhandig om. Ada straalde de hele heerlijke feestdagen lang.
‘Ik zei toch; ik beval voor het Kerstmis is!’

Barbara zuchtte zes januari een eerste wee weg. De bijzondere data voorbij, daar was ze blij om, maar nu had ze genoeg gewacht. Zij werd verlost door Els, die deze dagen voor de verandering een aantal kilo’s was verloren in plaats van bijgekomen.

 Fijne feestdagen en een goed nieuwe jaar voor allen.
 
@poldervroedvrou

Smokey Eyes

‘Een half uur geleden zijn mijn vliezen gebroken!’ Het klonk opgetogen. Ik probeerde het enthousiasme iets te temperen door rust te adviseren, zeker met een hele nacht nog voor ons. Adrenaline gierde echter hoorbaar rond: ‘Het is begonnen!’
Zelf probeerde ik nog wat te slapen.
Toen om exact één uur doordringend gerinkel mij uit mijn REM-slaap joeg, dacht ik: ‘Adriënne!’ Maar nee, met een huilende baby als backing-vocal snapte ik binnen enkele seconden dat het ongeruste jonge ouders betrof. Borstvoeding niet voldoende op gang, kind met honger, ten einde raad.
Na zeven minuten zachtjes fluisteren [een mislukkende poging mijn man niet te wekken] besloot ik langs te gaan. Gerust stellen, misschien wat kunstvoeding brengen en het kindje met eigen ogen zien en beoordelen.
Na enkele vingerhoedjes handgekolfde moedermelk, een boertje en het doorspreken van pasgeboren-baby-gewoontes, was het stel voldoende gerustgesteld om de nacht te hervatten.
Door mijn hoofd dobberden Adriënne’s gebroken vliezen, en ik bedacht een plan van aanpak; langs haar huisje rijden; zou er licht branden, kon ik aanbellen; indien alles donker; retour bedje.

Om tien voor tweeën detecteerde ik vanaf de ventweg; alles aan de Meerkade in diepe rust. Van zolder tot keukenraam geen spoortje van licht tussen de kieren van de gordijnen. Ik waande me veilig ten aanzien van het voortzetten van mijn nachtrust.
Ik kan me niet herinneren of mijn hoofd het kussen werkelijk geraakt heeft.
De wekker showde 2:02.
Adriënne: ‘Het is nu mènus,’ zei ze. Ik zwaaide, zonder discussie [ook om slapende partner niet weer te wekken, you know], mijn benen over de rand. Blij dat ik mijn kleding niet had gewisseld voor een nachthemd.
Onderweg naar Meerkade 17, bepeinsde ik dat het wel heel snel ging daar, tussen vruchtwaterverlies, weeënstart en het ‘menens’ worden van het geheel, slechts drie uurtjes. In het achteruitkijkspiegeltje zag ik mijn nachthoofd. Tikje verfomfaaid qua haar en make-up. Maar ach, het zal de gemiddelde barende een zorg zijn hoe haar verloskundige eruitziet, zeker tijdens middernachtelijke barensnood.

Ze deed zelf open. Via het donkere gangetje schuifelden we stilletjes de huiskamer in. [haar man sliep -nog- boven] Binnen brandden de lampen volop. Ik keek Adriënne aan, boog me een klein beetje naar haar gezicht toe om het goed te zien.
‘Heb jij je opgemaakt?’
Haar wenkbrauwen vormden twee perfect-symmetrische boogjes. Mascara op de lange wimpers in de krul, bruin-beige tinten, sprankje glitter, eyeliner, beslist fraaie ‘Smokey Eyes’. Foundation, aubergine lippenstift binnen een lijntje, roze rouge, alles volgens de laatste mode. Concealer om oneffenheden te corrigeren. Ik hoopte dat ze er een YouTube-achtige ‘tutorial’, van had gemaakt. Zodat ik kon leren hoe je, tussen ontsluitingsweeën door, vlekkeloos maquilleert, ook al is het ver na middernacht, en ook al reed ik nog geen twintig minuten hiervoor langs haar verduisterde huis. Tips en trucs hoe mijn looks na het opmaken niet binnen no time zouden veranderen in die van een onuitgeslapen Pandabeer, met zwarte randen tot ver over mijn wallen."
'Mooi wel, wat een precisiewerkje zeg, tjonge,' zei ik een tikje jaloers.
‘O, zo doe ik dat altijd hoor,’ lachte ze. Ze verzekerde me dat ze nooit onopgemaakt acte de presence zou geven. ‘Zo ben ik nou eenmaal.’ Mijn vroedvrouwenintuïtie stelde de verwachtingen omtrent het ‘menens’-gehalte van de ontsluitingsweeën een tikje naar beneden bij. De ontsluiting was dan ook nul.

Toen 24 uur later zelfs de operatieassistent een compliment gaf over de onberispelijke staat van haar eyeliner, stelde ik mijn waterproofverwachtingen ook bij, plus een diepe buiging voor de kranigheid van Adriënne.
Met een wondermooie dochter op haar arm, kijkt Adriënne triomfantelijk de camera in; plaatjes die twee.
Perfecte make-up en zware bevallingen gaan dus weldegelijk samen.

 

@poldervroedvrou

Echo


Bijna tien jaar geleden startte de praktijk met echoscopie. Een bijzonder waardevolle aanvulling op ons werk als dorpsverloskundigen. Voordien lukte het ons pas na de twaalfde week het hartje met een doptone te laten horen. In geval van medische indicatie werd naar de gynaecoloog verwezen. De Ultrasound-echotechniek startte rond 1913 omwille van experimentele dieptemeters in de scheepvaart. Anno 2016 kunnen we bijna niet meer zonder echo-expertise ter completering van de zwangerschapscontroles.

Tegenwoordig nodigen we de prille zwangere al vroeg uit voor een ‘vitaliteitsecho’. Niets is zo ontroerend als meebeleven van vreugde bij het zien van een kloppend hartje op het beeldscherm. Al betreft het soms slechts een speldenknopje.
‘O, kijk toch eens, ons kindje!’
Wij houden ons bij voorkeur aan de protocollaire richtlijnen ten aanzien van het verrichten van verantwoorde zwangerschapsecho’s. Vitaliteitsecho, termijnecho, groei- en liggingscontrole. We hoeden ons voor de ‘pretecho’-cultuur, al maken we best weleens vrijblijvend een extra ‘echootje’ op verzoek. Maar de luxe van echoscopie in eigen beheer, is meer dan goud waard. Bij bloedverlies, na een val of buikpijn: ‘Kom direct maar langs!’ in plaats van wachten op een ziekenhuispolikliniekafspraak na het weekend.

Hoe ik op één enkele ochtend in een achtbaan van emotievariaties kan meereizen, verbijstert me herhaaldelijk.
De eerste van deze dag is bang dat het niet in orde is, want ze verliest bloed.
‘Kijk, hij doet het nog!’ roept haar man, met de bijbehorende vreugdetranen.
Huilen.
Opluchting.
Want het hartje klopt. Alles blijkt in orde. Ik snif stiekem met hen mee.
De volgende heeft alle denkbare zwangerschapsverschijnselen.  Onbevangen, met man aan haar zij kijkt ze verwachtingsvol naar het beeldscherm.
Huilen.
Hartverscheurend.
Want het hartje klopt niet. Het kindje ligt stil onderin de baarmoeder. Halfslachtig dring ik mijn tranen terug. Ik had het ook zo graag anders gewild.
De volgende is geschrokken van een positieve zwangerschapstest en hoopt dat ze het mis heeft.
Huilen.
Ongeloof.
Want er klopt een hartje. Ik bijt op mijn lip.
Mijn koffiepauze offer ik op voor een van de fiets gevallen dame. Een flinke smak, blauwe plekken. Boos op haar eigen onhandigheid.
Huilen.
Ontlading.
Want het hartje klopt. Alles blijkt gewoon in orde. Kippenvel, beiden. Ik wrijf over mijn armen en bemoedigend over die van haar. ‘Fijn hè?’ Voorzichtig gaat ze weer op pad.
Mijn spreekuur loopt uit. Lauwe koffie en voor omschakelen van de ene naar de andere emotie is nauwelijks tijd.
Trotse blijheid bij een aanstaande vader, vrijwel tegelijkertijd ontdekten we een tweede knipperlichtje. Traantjes bij moeder, want hoe moet dat straks in huis en auto? Of hoogzwanger zijn? Hoe gaat een tweelinggeboorte? Vader ziet alleen maar voordelen. Ik begrijp beide.

Wat ik vind van MyBabyWatcher. Een niet tegen te houden techniek waar de ouders zelf een ‘HomeUltrasound’ kunnen maken. Meestal grap ik: ‘In ieder geval  alsjeblieft alleen onder kantoortijd.’ Dit om te voorkomen dat ik door ongeruste ouders midden in de nacht wordt opgeroepen bij het vermoeden van een gekke tumor, wat nader bezien gewoon een drol in beeld blijkt.
Maar, waar is waar, een echografisch kijkje in je baarmoeder, het is magisch.
Ik herinner mij een VHSvideoband die mijn man en ik om 00:00u 1-1 1992 afspeelden te midden van de nog onwetende aanstaande opa’s en oma’s.
‘Wat is dat?’ vroeg mijn schoonvader.
‘Dit is jullie toekomstige kleinkind,’ zei mijn man.
Huilend begonnen we dat nieuwe jaar.

 

@poldervroedvrou

 

Twee maal GOUD


 
Om mijn collega de gelegenheid te geven haar kinderen zelf op bed te leggen, bied ik aan Hélène en Enzo Lando te bezoeken. Een extra zetje om te zorgen dat de weeën niet weer afzakken, is mijn doel.
Hélène wenst een waterbevalling en Enzo wil weten of hij het opblaasbad in orde kan maken.
Voldoende ontsluiting, helder vruchtwater. Hélène laat zich dapper in de weëendans-endorfines zinken. 'Vullen maar!' is dan ook mijn commando.
Enzo verslikt zich in zijn koffie.
'Echt?'
Even wennen aan de 'het-is-werkelijk-begonnen'-fase.
De zon gaat onder, Hélène puft en Enzo vult. Ik schrijf een overdracht, zet bevalbenodigdheden klaar en ben stiekem jaloers op mijn collega die zo een gespreid waterbedje gaat aantreffen. Mijn mobiel piept bescheiden. Een appje: [ww bij de Hakjes, ik ga eerst daar kijken, daarna jou aflossen?]
Als het volgende appje bericht over goede weeën, ontsluiting en de keuze voor een badbevalling in het geboortehuis, typ ik terug dat ik bij Hélène blijf. [Succes met familie Hak!]
De mobiel gaat op 'stil', zodat Hélène niet meer afgeleid wordt door piepjes en klingeltjes.

Ik bewonder de ingetogenheid van Hélène. Enzo heeft drijflampjes. In het schemerdonker van de kamer laat Hélène zich in het warme water zakken. Het is een idyllisch gezicht hoe de romantische kaarsjes rond haar bolle buik drijven. Een elegant zwart bikinibovenstukje, het lange haar in halfnatte slierten rond het gezicht, de punten uitwaaierend in het water. Haar hoofd leunt op de opblaasrand, ogen gesloten, de bolling van de buik net boven de waterspiegel. Ik vraag of ik een fotootje naar collega mag appen. Zonder flits, wazig en onderbelicht, maar de serene sfeer is en één plaatje gevat.
In het geboortehuis staat de warme kraan inmiddels ook open verneem ik.
Als beroepsgenoten onder elkaar (gr)appen we in stilte over verschillende Olympische zwem- onderdelen. Vannacht zwemt Ranomi Kromowidjojo een finale. Wij hier hopen op synchroon- zwemmen, Hélène in haar opblaastobbe en Emmy Hak in het geboortehuisbad. 

Ik bemerk subtiele veranderingen in Hélènes manier van ronddobberen en durf desgevraagd een voorzichtige voorspelling te doen.
'Middernacht.'
'Echt?'
Enzo kan het verloop nauwelijks rijmen met hun eerste bevallingservaring. (Meer dan twee weken overtijd. Ingeleid, continue aan babyhart-filmbanden, infuuslijnen, plat op bed, flink ingeknipt, alles erop-en-eraan.)
'Ja jongen, je vrouw gaat hier, in dat bad, in jullie eigen huiskamer, jullie eigen baby baren. Goed hè?'

Er volgt een omslagpunt als een hekgolf. Hélène snapt niet wat haar overkomt. Oerkrachten alsof je kopje onder wordt getrokken. Een langgerekte keelgrom ontsnapt haar. 'Laat het maar gebeuren...' fluister ik. Het is half twaalf als ik donkergekleurde krulhaartjes ontwaar.

'Op die badbevalfilmpjes zie je die vrouwen altijd zo geluidloos en gracieus bevallen,' moppert Hélène in haar weeënpauze. Het valt haar tegen hoeveel kracht en krachttermen ze nodig heeft bij het persen. Ze had zichzelf de rol van sereen barende zeemeermin toebedacht en schrikt van haar walrusgeloei.
Enzo en ik sussen.
'Het valt echt reuze mee Hélène.' 
'Ja, laat de natuur zijn gang maar gaan.'
'Joh, je bent in je eigen huis, je hoeft aan niemand verantwoording af te leggen.'
Enzo, nu in zwembroek, gaat achter Hélène zitten. Wee na wee roeien ze tot het uiterste. Ik voel het oude litteken niet voldoende meerekken.
Hélène merkt het ook.
'Het... past... NIETOeoeargh!'
Een minuutje voor twaalf pak ik de schaar erbij.
Hélènes verzoek om de geboorte heel bewust mee te maken, wordt ingewilligd door de natuur zelf.( En Hélènes power) Uw vroedvrouw leunt naar achteren.
De passage verloopt in slowmotion. Hélène kijkt en grijpt in het water, Enzo kijkt over haar schouder mee. Om exact middernacht glijdt het walrussenbabytje het bad in. Heel langzaam haalt Hélène het naar zich toe. Als alles gedaan is app ik: [Arvin Lando is er!]
2.48: [Maureen Hak is er ook]
Ranomi wordt die nacht vijfde, ze moet Hélène en Emmy voor zich laten. Die hebben beiden GOUD. 


 

@poldervroedvrou




 

Chemisch Afval gedumpt?


‘Wat we net hebben meegemaakt.’
Zij wil het in geuren en kleuren vertellen, en gaat alvast op het puntje van haar stoel zitten,
hij kijkt een beetje gegeneerd de andere kant op. ‘Moet dat nou?’
‘Ah,’ zegt zij, ‘het is te leuk om niet te vertellen, toch?’
‘Kom maar op met die story,’ moedig ik aan. FunnyStory is per slot van rekening my middle name.
Voor me op het avondspreekuur zitten Mart de Mees en zijn vrouw Jolande, iets verlaat, want er was wat tussen gekomen.
Mart kwam uit zijn werk, en vond twee kratjes met plastic flessen voor de deur.
‘Er zat geen kaartje of briefje bij, hoor, niks,’ zegt Mart ten opperste verontschuldiging. Slechts twee kale oude lichtgroen-verschoten kratten, in iedere krat drie gebutste donkergroene plastic flessen, afgesloten met grote platte groene doppen. Hij draaide de dop van één van de flessen af, en een chemische doordringende geur drong zijn neus binnen. Brrr, wat is dat in hemelsnaam? Hij snoof een paar maal hard de andere kant op, in de hoop dat de chemische troep zich geen meester zou maken van zijn brein.
Buurman Links kwam het tuinpad oplopen. Ze overlegden met elkaar. Een snuifje nemen, sloeg Links echter af. ‘Neuh, ik geloof je wel hoor.’
Mart zette de kratjes weer voor zich op de grond.
‘Het stinkt echt heel toxisch, typisch, heel raar.’
‘Misschien is het wel illegaal gedumpt chemisch afval?’ bedacht Links daarop.
Mart schoof de kratjes met zijn voet een eindje van de stoep af.
‘Laten we het melden bij de politie,’ opperde Buurman Links. ‘Je weet maar nooit.’

Twee agenten arriveerden. Zij onderwierpen de kratten aan een kort onderzoek en wisten het ook niet.
‘We bellen de brandweer.’
Dat scheen protocol te zijn bij vermeend chemisch afval. De doppen lieten ze ongemoeid. Binnen werd op de komst van de Brandweer gewacht.
Pom pom pom

De Brandweer nam geen enkel risico.
De rode wagen werd strategisch op de oprit geplaatst, de blauwe lampen bleven aan. Omzichtig werd de straat afgezet met oranje pionnen en roodwit lint. Dat was wel nodig, want intussen was er een klein oploopje ontstaan.
‘Waar is de brand?’
Het was en mooie zomerse avond in een vers opgeleverde nieuwbouwwijk. Alleen deze maal ging het niet om een simpel barbecuebrandje.
De brandweermannen droegen witte pakken met plastic kappen, mondmaskers en stevige veiligheidshandschoenen. Niets werd aan het toeval overgelaten.
‘Er kwam zelfs een apparaat wat tikte als zo’n geigerteller aan te pas,’ vult Mart het verhaal aan. Hij begon er de lol van in te zien.
Had ik het hoofddoel van het ongedefinieerde chemischgevaarlijke pakket al bij de eerste omschrijving geraden, stelde ik tot mijn grote hilariteit vast, dat waarschijnlijk geen van de agenten, of brandweermannen, noch de onfortuinlijke de Mees en zijn buurman Links er ooit mee van doen hadden gehad. Het was Buurman Rechts, die het gehele CSI-onderzoeksteam uiteindelijk uit de brand hielp.
‘Hé Ho! Dat is van mijn vrouw, zij spaart ‘anoniem’ urine voor Moeders4Moeders omdat ze net zwanger is.
So far voor anoniem.

 

@poldervroedvrou

Tatoeage


Bij het zien van alle ellende in de wereld, gaan mijn gedachten uit naar de hoogzwangere vrouw. Waar gaat zij baren? Wie zal haar helpen? Hoe moet het zijn, om te midden van chaos en geweld een nieuw leven op de wereld te zetten? Zelfs in Nice, tussen wanhopige mensen die hun toevlucht in een boulevardrestaurant zochten, werd een baby geboren. Gelukkig, zo las ik, was er ook een dokter onder hen.
Sinds enkele maanden heeft Zeewolde en Asielzoekerscentrum. Ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten, maar dat er zwangere vrouwen zouden komen, stond vast.
Intussen zijn er al verschillende dames van allerlei nationaliteiten bij ons op de praktijk geweest. Het vergt enig improvisatietalent, behoorlijk wat extra inzet van een aantal onbetaalbare vrijwilligsters en de hoop op adequate tolken. De vrijkomende emoties echter, bij het zien van bewegende echobeelden van een ongeboren kindje, of het horen van een kloppend hartje, zijn universeel.

Voor me zit een wat schuchtere stille vrouw. Ze kijkt meestal met een zorgelijke blik wat schuin naar de grond en lacht nooit.
Haar achternaam is voor Hollandse begrippen tamelijk onuitsprekelijk, voor het gemak verbasterden we het een tikje oneerbiedig naar ‘Peukie’. (Dan weten we zo onder elkaar tenminste over wie we het hebben.) Mevrouw Peukie was al halverwege haar zwangerschap toen ze voor het eerst bij ons kwam en sprak net een ander dialect dan de speciaal ingehuurde tolk voor ons vertalen kon. We verrichtten de benodigde zwangerschapscontroles zwijgend, en lieten met een duim omhoog en een brede glimlach merken dat alles in orde was. 

Vandaag treffen we de juiste tolk en kunnen we net iets meer vertellen en uitleggen. Als ik vraag of ze het leuk vindt dat ze een meisje gaat krijgen, zie ik voor het eerst een aarzelend lachje terwijl ze liefdevol over de bolling van haar buik aait.
Mevrouw Peukie staart als vanouds naar de grond als ze op haar schuchtere manier een hele zin mompelt. Haar zin wordt vervolgens via de tolkentelefoon netjes vertaald. 
‘Ze zegt dat ze u wil danken voor uw goede zorgen voor haar.’ hoor ik.
Ik ben even perplex, die stugge stille Peukie die dit zomaar zegt. Het zet me aan het peinzen. Hoe zou ik zijn? Zwanger in een vreemd land, zonder de taal te spreken. Zou ik überhaupt over bedanken  nadenken?

Om de bloeddruk te laten meten, stroopt ze een mouw omhoog. Zo lees ik op de onderarm haar voornaam. Niet in Arabisch gekriebel maar in grote dikke ongelijke lelijke 
getatoeëerde hoofdletters, waarvan sommigen zelfs in spiegelbeeld. Ik bedenk; dit is vast een soort van identificatietatoeage. Misschien gezet voor het geval ze meer dood dan levend op een strandje zou aanspoelen…
Het bloeddrukmeten verloopt in stilte, mijn brein peinst verder. Arm en nekhaartjes gaan overeind en een kramp schiet naar mijn maag. Tjonge, wat tollen er opeens spookscenario’s door het hoofd. Ik snuif om aanstromend traanvocht binnen te houden en slik het zo ongemerkt mogelijk weg.
Pffffff.
Snel herpak ik mezelf en steek bij wijze van ontlading twee duimen tegelijk in de lucht.
‘Bloeddruk goed. Baby goed.’
De Syrisch-Koerdische vertaling galmt via de krakende telefoonspeaker binnen, en Peukie en Poldervroedvrouw, wij glimlachen naar elkaar.

@poldervroedvrou

Wildwaterdag


Het is een regenachtige ochtend en Tinka wenst een waterbevalling. Ongemerkt heeft ze de gehele eerste fase van het ontsluiten er al op zitten. Tijd om in bad te gaan.
Iwan zet het bad op in de kinderslaapkamer, ledikantje opzij, badranden oppompen, vulslangen erin, warme kraan open en vullen maar. Hij zegt dat het vullen driekwartier kan duren. We zullen zien.
Onze stagiaire Leonie mag de baring begeleiden. Ik zie mezelf al op een krukje erbij zitten. Het hele gebeuren op een afstandje bewonderen en genieten. ‘Zal ik bellen voor een kraamverzorgende?’ vraag ik. Op mijn telefoon ontdek ik een gemiste oproep. ‘Dat kan kloppen,’ zegt Tinka, ‘de ontvangst is hier erg slecht. Ik ga meestal buiten staan voor goed bereik.’
Het miezeren gaat over in echte druppels, ik kies ervoor om de gemiste oproep terug te bellen vanuit de beschutting van mijn auto. Een vijfde kind aan de Metslaan. Weeën vanaf de vroege ochtend. ‘Ja, het lijkt op het echte werk.’
Het is één wijkje verderop. Ik app naar Leonie dat ik even snel polshoogte ga nemen. Leonie appt er inmiddels drie centimeter water in het bad staat. ‘3 cm t duurt nog wel ff’ Lees ik op mijn schermpje.

Aan de Metslaan wordt lachend opengedaan. Alles staat piekfijn klaar, moeders moet nog een beetje in de bevallingsroes komen. De andere vier worden net opgehaald, om de beurt willen ze mamma nog een knuffel geven en succes wensen. Zodra de deur achter ze dichtslaat, detecteer ik een heuse wee.
‘Pfoefoeeeee.’
Ik besluit mijn achterwacht te waarschuwen, zodat ik haar vervolgens kan voorstellen of zij naar Tinka wil gaan voor het begeleiden van de badbevalling en onze stagiaire. Mijn organisatiekunde draait op volle toeren. Ik schat in dat Carla ‘nog wel even kan’ maar dat Tinka al in de stroomversnelling is beland. Het maakt dat ik terugrijd naar het huis van Tinka, en daar, wel pal voor de deur-maar in de auto, blijf posten. Zelfs de gordel houd ik om. Mocht Tinka’s baby de kortste bocht via de wildwaterglijbaanroute nemen, dan ben ik in drie stappen binnen. Mocht aan de Metslaan baby 5 de reeds viermaal geasfalteerde ZOAB-snelweg der negenponders nemen, ben ik daar binnen drie minuten.
Leonie beantwoordt mijn appje met een serie korte messages en verschillende blij kijkende smiley’s: *pling* ‘Heerlijk om hier lekker alleen te zijn’ *pling* ‘Net echt.’ Ik: ‘Mij tijdig waarschuwen hé, Kirsten is onderweg.’*pling* ‘Kniehoog ze gaat erin J t komt goed.’
Daar komt een grijs autootje de bocht om scheuren. Ik start de mijne en maak (parkeer)plaats voor Kirsten. Ik zwaai vanachter mijn raampje (het giet nu) en roep door de dichte ruit en gebaar daarom ook ten overvloede met de duimen omhoog van: ‘Succes jullie!’  ThumbsUp van Kirsten terug en zij spoedt zich door de regen naar binnen.
Okee, next. Retour Metslaan. Gas.

Carla ‘ken nog effe’ zegt ze tussen twee pufsessies door.
‘Pfoefoeeeee, pfoefoeeeeeee.’
Carla keert helemaal in zich zelf, we hoeven niet mee te puffen, haar rug te masseren, of washandjes aan te dragen. Rust is wat ze wil.
Carla’s man zet koffie voor me.
Ik nestel me op de bank in de huiskamer en verneem via appberichten dat de baby van Tinka te water gelaten is om kwart voor tienen. ‘Ha, net voor de koffie,’ zeg ik hardop en lach in mezelf.  Och, och, denk ik, hoe banaal belangrijk is dat kopje koffie soms voor Poldervroedvrouw.
‘Stuur Leo maar door!’ app ik naar Kirsten, meer als geintje dan serieus.
Maar tegen elven, boven wordt steeds een stapje heftiger gepuft, gaat de bel.
Leonie meldt zich paraat voor haar volgende bevalling. Ze wordt begroet als welkome eregast.
‘Pfoefoeeeehoi!’
Even omschakelen, één mouw is doorweekt, haren nat van de voorjaarsbui, blosjes op de wangen, en de traditionele beschuit met muisjes afgeslagen bij Tinka, om toch zeker maar hier op tijd te zijn.
Leonie schudt de druppels uit het haar, en bindt met snelle routinebewegingen de krullen weer in een strakke hoge knot. Ze zet de bevallingsbenodigdheden naar haar hand, checkt de warme doeken en puft een rondje mee.
‘Pfoefoeeeurgh.’
Aha.
We kunnen beginnen. Carla met persen, Leo met coachen en ik met genieten. (Genieten ja, want kindjes geboren zien worden, is nou eenmaal mijn grootste hobby.)
Terwijl Leonie mevrouw Metslaan, ‘Zeg maar Carla hoor…’ door de persweeën loodst, zet ik alles op de foto. Om één minuut voor half twaalf baart Carla haar negenponder. Hij vliegt er niet uit, het hoofdje wordt langzaamaan geboren -klik-, het hoofdje ‘spildraait’, een guts vruchtwater spuit met kracht langs het kruintje, pardoes richting de droge schouder van Leonie. -klik- Dan moet Leonie serieus aan het werk om haar skills te tonen, babyschoudertjes één voor één, buikje, heupen, billen, voorzichtigjes aan wordt het gehele lijfje ‘ontwikkeld’ zoals dat heet. -klik-  Ik zet de klok op de foto, 11:29 -klik- en daar is ze geboren. -klikklikklik- Het gezin telt vanaf heden één zoon, de oudste, en met de lieve Liv als jongste is het stel compleet met in totaal vier zusjes. De weegschaal zegt 4480 gram.  -klik-  ‘Da’s een echte polderbaby,’ zeg ik, alsof wij allen dat niet zien.
Ook de placenta is enorm.

Tijdens het eten van twee welverdiende beschuitjes tegelijk, vertelt Leonie smeuïg over de lotgevallen van Iwan, de man van Tinka, onze badbevallingsman. Hij was ook in het bad gestapt en kon op die manier poolposition assisteren bij de geboorte van zijn eigen zoon.  Zo kwam het dat hij na afloop samen met het kindje in het badje wachtte, terwijl Kirsten, Leonie, de kraamverzorgster en Tinka in de ouderslaapkamer de placenta geboren lieten worden.
‘Joehoeee, ik is hier,’ had hij na een tijdje bescheiden geroepen. Hij voelde zich ietwat verloren in het afkoelende water, tussen drijvende drollen, vlokken babyhuidsmeer en klonten bloed.
‘Okeuy. Eet smakelijk,’ zeg ik uiterst serieus.
Leo lijkt te schrikken van mijn serieuze toon en wil zich verontschuldigen over de banale combinatie van beschuit en poep. Ik denk eigenlijk alleen; wat jammer dat daar net niemand was om het tafereel op de foto vast te leggen. Zou het me lukken om het gebeuren in een tekeningetje te vangen?  Lachend stel ik haar daarom gerust: ‘Joh, een beetje verloskundige moet tegen pies en poep kunnen hoor. Zelfs tijdens het eten. Welkom bij de club Leonie!’
Welkom in het turbulente onvoorspelbare, maar nooit saaie leven van de vroedvrouw.
‘Dat een druilerige regenachtige vrijdagochtend zo wisselvallig kan verlopen hè?’
Leonie kijkt naar buiten en probeert ook een serieuze toon aan te slaan als ze zegt: ‘Volgens mij is alles alweer aardig droog.’
‘Behalve dan je schouders.’
En daar moeten we samen weer heel hard om lachen.

 
@poldervroedvrou

 

Vrrrrrrroedwoman on the rrrrroad!


Die Saunabevalling op dat vakantiepark, hoe kwam dat zo?
Wat ik ervan heb geleerd, is hoe je media-aandacht trekt bij een tamelijk serene
‘gewone’ thuisbevalling, door een superpraktisch maar komisch staartje.
Tegen de laatste journalist verzuchtte ik: ‘Bij ieder krantenbericht zag ik mezelf langer in die sauna staan. Nog even en we waren aansluitend de wildwaterbaan afgegleden.’
Daarom nu het ware verhaal van een -niet zo spectaculaire maar wel keigoed verlopen- bevalling tijdens een midweekje vakantie.

Zevenendertig weken zwanger, tweede kindje, vorige maal flink overtijd, een korte break moest kunnen. Vluchtkoffertje in de auto, je weet maar nooit.
Helaas, de laatste nacht begon met krampen. Meneer sjouwde alle spullen naar de auto, viste zijn oudste kind met pyjamazak-en-al uit bed, gespte hem vast in het kinderzitje en sommeerde zijn vrouw om ook in te stappen.
‘Nee,’ zei ze, ‘ik durf niet meer.' Ze belde ten einde raad haar eigen verloskundige in Rozendaal. Die googelde de dichtstbijzijnde praktijk, koos ons spoednummer en kreeg mij aan de lijn.

-3:15-
‘Wat?’
Of ik er snel heen kon, want de barende durfde niet meer in de auto. Ik stond al naast bed. De verloskundige somde allerlei details en bijzonderheden op, over de zwangerschap, wie het waren en waar het huisje stond. Ik onderbrak haar informatiestroom abrupt.
‘Mevrouw, weet u wel hoever het van ons centrum naar dat vakantiepark is?’
Ik vroeg haar zeven minuten later terug te bellen. Het tijdsbestek waarbinnen ik het omknopen van de Vroedcape en het kickstarten van de Vroedmobile raamde. Zonde om kostbare tijd verloren te laten gaan, omdat ik met een telefoon aan mijn oor en slechts een enkele vrije hand BH, spijkerbroek plus sokken probeer aan te wurmen terwijl ik ondertussen geboortedata, voor-, achternamen en huisnummers tevergeefs probeer op te slaan in mijn brein.

De Vroedmobile vloog laag over de doorgaande weg. Rozendaal belde opnieuw, de situatie werd penibeler in verband met persdrang. Ik schatte ETA zeventien minuten. Zij besloot een ambulance te sturen. Ik dacht: best slim, want die staat halverwege de polder en is vast sneller. Ze had de beveiliger opdracht gegeven om zijn auto strategisch op te stellen met de knipperlichten aan, zodat wij als vleermuizen in de nacht onze richting konden bepalen.
Bij de bocht van de Slingerweg zag ik in mijn achteruitkijkspiegeltje blauwe zwaailichten opdoemen, en aan de horizon knipperde het oranje.
Tegelijk arriveerden we voor het appartementencomplex.
Vader droeg de peuter -aandoenlijk slaperig in zijn pyjamazakje- rond. Moeders lag onder de dekens verstopt, iPhone op speaker naast haar oor, in directe verbinding met de Rozendaalse verloskundige. Ik riep: 'Ik ben er,' sloeg het dekbed terug en zeven minuten later werd het kindje geboren.

-3:49-
Stop de tijd.
Niks exceptioneels voor een gemiddelde verloskundige. Geweldige prestatie voor de verse moeder die zonder aarzelen de commando’s op had gevolgd van jullie reeds welbekende, maar voor haar wildvreemde, stormachtig binnengevlogen Vroedwoman.
Baby lag lekker bij zijn mamma. Pappa haalde het vluchtkoffertje uit de koude auto, peutertje onveranderd veilig op de arm.
Kruiken om de babykleertjes te verwarmen hadden we niet en mijn oog viel op de luxe indoorsauna.
‘Laten we kleertjes en wikkeldoeken daar warmen,’ zei ik.
 
Toen alles lekker opgewarmd was, fabriekte ik een aankleedkussen van een stapeltje handdoeken, speelde voor kraamverzorgende en vroedvrouw tegelijk en vroeg meneer een leuke foto van mij te maken.
De rest is geschiedenis.

@poldervroedvrou

Geboortezorgthuis


 
Tessa veranderde tegen het eind van haar zwangerschap van mening: 'Ik ga gewoon thuis bevallen!' Mijn visie: thuis beginnen met het doorstaan van de ontsluitingsweeën, zonder op de klok te hoeven kijken, paste daar precies bij. "Houdt alle opties open, en begin bij het begin."
Emma wist zeker dat ze in het geboortehuis ging bevallen. Door omstandigheden logeerden zij en haar zoon van acht tijdelijk bij een vriendin. Ze had wel is waar een mooie eigen kamer met privacy en ruimte, maar daar baren? Nee, dat wilde ze niet.
Charlotte had haar eerste dochter in het geboortehuis gekregen, dat was letterlijk goed bevallen, maar nu twijfelde ze. Thuis gaf misschien minder poespas met op en neer rijden, zeker als alles weer zo vlot mocht verlopen. Ze zou het laten afhangen van het moment. 

Wij, de drie verloskundigen van ons zo geliefde pittoreske dorpje, laten sowieso onze dagindeling afhangen van hetgeen er op ons pad komt. Met twaalf hoogzwangere vrouwen voor de 31 dagen van januari, kon ons niet veel gebeuren, dachten we. De 24-uursdiensten, achterwachten en spreekuren verdeelden we rechtevenredig, en zo startte de woensdagochtend half negen het telefonisch spreekuur na een prima nachtje slapen.
Als eerste meldde Charlotte dat om 3:30 haar vliezen waren gebroken, geen krampen, ik beloofde met de visite-ronde langs te gaan.

Tijdens die visites belde Tessa op de dienstmobiel. Iedere tien minuten een wee, "Of dat wat kon zijn?", was haar vraag. Ik zei dat het vast wat kon worden en zou ook haar bezoeken.

Tussen de middag had Charlotte nog altijd geen weeën, terwijl helder vruchtwater rijkelijk stroomde. Tessa ging proberen te rusten. Iedere tien minuten een fikse kramp gedurende de gehele nacht hadden haar behoorlijk afgemat. Ontsluiting was er helaas nog niet. "Thuisbevallen betekent volhouden!", kwamen we samen overeen.

Tring-trrrring.
Mijn mobiel rinkelt in mijn broekzak.
Emma: 'Ik verlies water.' 
En dat is drie.
Emma wenste een geboortehuisbevalling, haar tasje stond al klaar, Charlotte twijfelde, en Tessa in principe thuis. Het kon nog alle kanten op, maar mijn raderen draaiden al met betrekking tot collegae, achterwacht en continuïteit van zorg. Vanavond de borstvoedingsworkshop door de ene en mogelijkheid van oppas door mijn dochter voor de kindjes van de andere indien nodig.
Hoe blijf je rustig in de wetenschap van de drie aankomende geboortes?
Situaties waar je nu nog absoluut niks aan kan sturen.
Het wordt mij vaker gevraagd. “Het is a way of life.” is meestal mijn antwoord. Want wij vroedvrouwen weten niet beter. Als we blijvend willen, dat iedere vrouw haar kind kan baren op haar eigen tijd, hoe de natuur het bedoeld heeft, dan is een horloge een onnodig ding. Bevallen onder kantoortijden, of op tijden die ons uitkomen, daar kunnen we, in het perspectief van onze visie, niet aan beginnen.
Go with the flow. Ook ik pik een middagdutje mee in afwachting van de dingen die komen gaan en besluit om  het avondeten vroeg klaar te maken. Helaas, zul je altijd zien, man blijkt juist laat. De pitten uit, dan eerst het rondje langs hopelijk nu doorzettende weeën bij de dames, al dan niet met gebroken vliezen. Daarna eten en na afloop van Marjolein haar voorlichtingsavond, de stand van zaken overdragen omdat de  dienst voor Marjolein dan start. 
Ik bedenk het dorpsrondje van noord naar zuid, en een zijtak naar west. Onhandig genoeg wonen ze alle drie in een andere wijk.

Tessa ligt wat bleekjes onder haar zeegroen/grijs geblokte dekbed. Ze is blij dat ik er ben, maar had zelf nog niet willen bellen. Ik wacht een paar weeën af, observeren en bemoedigen. Ze is helemaal in haar cocon en ik geef een welgemeend compliment: 'Dat doe je goed, rustig in en uit ademen, iets langer uit dan in, mooi!' Ze knikt met haar ogen dicht en wil graag weten of ze nu ontsluiting heeft.

Tring-trrrring.  
Het rinkelt het alweer vanuit mijn broekzak, gelukkig net voordat ik mijn toucheerhandschoenen aan heb. Wie zal het zijn deze maal?
De vriendin van Emma, of ik wil komen, want de weeën zijn begonnen, of liever gezegd; serieus  aan het doorzetten…
Het is 18:30 uur.
(Onthoud die tijd)

Adem in Adem uit
Waar waren we gebleven?
Het is half zeven, het avondeten staat te wachten op het fornuis, mijn dienst zal na de borstvoedingsinformatieavond worden overgenomen door Marjolein. Er waren twee dames met gebroken vliezen zonder noemenswaardige weeën en eentje met regelmatige buikkrampen, die we halverwege de middag geen echte weeën mochten noemen.

Ik luister aandachtig naar de informatie betreffende Emma. Het klinkt als een plotselinge omslag naar het echte werk. Ik kijk naar Tessa, tenminste, naar haar licht kronkelende verscholen gestalte onder het groene dekbed. Ook dat ziet er serieus uit. Tijdens het inwendig onderzoek concludeer ik een soepele vier centimeter ontsluiting, al bijna op de helft dus. Tessa smeekt of ze weer onder het dekbed mag.
Ik dek haar moederlijk toe tot over haar oren, zeg dat ze het bewonderenswaardig, geconcentreerd en ingetogen doet en dat warmhouden inderdaad uitermate belangrijk is.
Rust om je heen. Concentreren op je missie.
‘Volhouden Tessa, je bent zowat over de helft!’
Haar man krijgt instructies voor het bellen van kraamzorg, en ik beloof direct terug te komen. ‘Of één van mijn collega’s.’ Ik zie het dekbed knikken.
De schokbrekers kreunen bij het doorkruisen van het dorp.

Bij Emma doet niemand open. ‘Huh?’ Ben ik wel goed? Ik toets “Herhaal laatste oproep” en tegelijkertijd verschijnt er iemand met een telefoon aan het oor voor het keukenraam. Simultaan zwaaien we schaapachtig naar elkaar.
‘Haaai.’
Het is sauna-tropisch warm op de kamer van Emma, heerlijk voor een aankomende baby.
Hier zie ik aan de vorm van kronkelen en woelen, plus in dit geval ook hoorbaar kreunen, dat het moment suprême absoluut nabij is. Een ritje naar het geboortehuis zit er in ieder geval niet meer in.  ‘Bestel maar een kraamverzorgende,’ zeg ik tegen de kennis van Emma.
Mijn keuze voor assistentie aan de andere kant van het dorp, waar we puffende Tessa onder het zeegroen/grijs geblokte dekbed achter lieten, valt op collega Wilke. Haar telefoonnummer staat boven in mijn kieslijst. Ze reageert niet meteen.
‘Hè get,’ zeg ik meer tegen mezelf dan tegen Emma.
Adem in adem uit, tot tien tellen en “Herhaal Laatstgekozen nummer” intoetsen.
‘Ja? Hallo?’ Een zware mannenstem. Oeps, wie bel ik?
Wilke legt net de kinderen op bed, daarom heb ik haar partner aan de lijn.
‘Komt goed,’ zegt hij als antwoord op mijn gehaaste uitleg. Ach, een getrainde verloskundige-partner heeft vanzelfsprekend aan een halve instructie genoeg.
Partner neemt het voorhetslapengaanvoorleesverhaalritueel over, -wat hem vast makkelijker zal afgaan dan de borstvoedingsinformatieavond van MarjoleinJ- en Wilke gaat op pad.

Superblij dat de kamer van Emma op de begane grond is, maar licht hijgend in verband met het op en neer rennen naar de auto voor mijn complete thuisbeval-equipment, tover ik de logeerkamer in no time om tot een originele oud-Hollandse kraamkamer. Een rustiek-coloniaal koffietafeltje op een donkerbruin schapenvachtje schuif ik zonder pardon met één losse voetbeweging aan de kant. Alleraardigst gestyled qua inrichting, maar voor nu op een zeer onhandige plek.
Hoppa.
Emma vraag ik met hoofd aan voeteneinde te gaan liggen, want dan kan ik er beter bij. Bed staat niet op klossen, dan straks maar op mijn knieën…
Schoenen uit, vest uit, handen wassen, koffers open, kraampakket uit de kast, stoffen luiertjes over de verwarming, beschermingsmatjes eronder,  emmer met vuilniszak erin, hartje luisteren. Klinkt in perfect dapper ritme.
Boinkboinkboink.
Handschoenen aan.
En tijdens al die handelingen Emma toespreken. Dat het goed komt, dat ze nergens meer heen hoeft, dat ik er ben, en dat het goed komt, en dat de baby gewoon hier beneden geboren gaat worden, en dat het goed gaat komen, het hartje klopt vitaal door, het vruchtwater is helder, en het hoofdje zit al vlak voor de uitgang, kortom, het komt helemaal goed.
En dat komt het ook.
Om 19:08 houdt ze, met een licht verbaasde blik, haar zoon in de armen.
‘Kaum zu glauben.’


Hoe zou het bij Tessa zijn?

Via sms verneem ik dat in huize Tessa beide oma’s en een kraamverzorgende zijn gearriveerd. Tessa sluit zich af voor iedereen om haar heen, concentratie ten top, rust is geboden. Omdat ik Charlotte op mijn lijstje heb, -gebroken vliezen zonder weeën, weten jullie nog?- besluit ik om bij Charlotte en Henry langs te gaan. Wilke houdt het fort ‘Huize Tessa’.

‘Wil je koffie?’ vraagt Henry. Uit mijn ooghoeken zie ik een oogverblindend-mooi roestvrijstalen espressoapparaat glimmen. Ik denk een milliseconde aan Wilke, die immers voor mij aan het werk is op haar vrije avond. Henry bespeurt mijn twijfel. Hij weet niets van Werkende Wilke en haalt me over met het toverwoord.
‘Cappuchinootje?’
Ik denk: sorry Wilke en roep -misschien net iets te uitbundig- van: ‘Ja!’
Terwijl ik mijn koffie drink, loopt Charlotte rond. Zij grijpt daarbij om de zoveel tijd naar de deurpost, het aanrechtblad of de schouder van Henry. Marjolein smst dat de Borstvoedingsworkshop uitstekend verliep en dat ze inzetbaar is waar nodig. Met Henry neem ik enkele essentiële  instructies door hoe de dienstdoende  -vanaf mijn laatste slok koffie zal dat Marjolein zijn- te bellen wanneer de knijp-en-grijpsessies van Charlotte vlotter op elkaar volgen en intenser van grip worden.

Om half tien bel ik aan bij Tessa. Een aanstaande oma doet open, haar wijsvinger reeds streng gestrekt voor de mond. ‘Ssst, boven heerst rust voor de concentratie,’ zegt ze. Ik knik bedeesd en ben een tikje onder de indruk. Mijn opdracht van enkele uren geleden, boemerangt hier recht in mijn eigen gezicht.
Ik wacht in de huiskamer om met Wilke te overleggen. We fluisteren over en weer omtrent de stand van zaken. Drie dames in drie verschillende bevallingsfases, drie verloskundigen aan het werk op een ‘gewone’ doordeweekse avond. Van aflossing wil Wilke niet weten. Daar hoor ik het ware midwifehart van mijn collega kloppen in de letterlijke vertaling van het Engelse midwife: Met de Vrouw.
Wilke is zeer resoluut: ‘Laten we in deze fase van de bevalling maar niet weer wisselen. Ik blijf bij Tessa.’ Ik probeer tegen te sputteren: 'Maar joh, Wil, het is  niet eens jouw dienst...' Volkomen zinloos. Ze heeft zelfs een lief collegiaal argument: ‘Bovendien, jij hebt toch nog niks gegeten?’ Voelde ik me een tikje schuldig tijdens mijn korte koffiebreak, merk ik nu pas hoe weeïg ik inderdaad ben. We lachen zachtjes om de woordkeuze.
Wilke vertrekt wederom naar boven, en om half elf haal ik mijn warme maaltijd uit de magnetron.
Om één minuut voor twaalf is huize Tessa een meisje rijker. Met alle spectaculaire krantenberichtjes over rap bevallende vrouwen langs snelwegen, nabij benzinepompen, voor stoepen van ziekenhuizen, of in sauna’s van vakantiehuisjes, zal hier geen persmuskiet in de bosjes hangen. Gewoon een hele dag heftige weeën wegzuchten onder je eigen dekbed, en een dik uur persen op je eigen matras. Topsport van volhouden en wilskracht. Complimenten voor Tessa en de supporters rond haar bed.  
Wilkes smsje wordt gecompleteerd met blije smileys: #shedidit whohoo!  en ik whoehoe op afstand met hen mee.

 
Epiloog

-Charlotte, die zich deze ochtend als eerste meldde, (het lijkt alweer drie weken geleden in plaats van een halve dag) hoe verliep het daar?-
PiepPiep.
01:00u
#weeën bij C
01:01u
PiepPiep.
#Irene mag mee
Marjolein en Irene -Belgisch opgeleide vroedvrouw die graag de Hollandse thuisbevalling wilde meemaken- mogen naar Charlotte. Midden in de nacht wordt daar de zoon geboren, en wel een krap half uur voordat het termijn van "24uur gebroken vliezen" af zou lopen. Irene assisteerde bij de thuisbevalling en Marjolein maakt een hippe selfie met baby, Irene en haarzelf naast het bed van moeders als bewijs.
Ik hou ervan. Ook Charlotte bewees aan zichzelf dat in haar geval thuisbevallen een juiste keuze was.
De volgende dag ontvang ik een bijzondere foto van een bladzijde uit Irene’s babyalbum. Ik wist niet meer zeker of ik degene was die haar moeder begeleidde, of dat het mijn vroegere collega was geweest. Irene was voor me op zoek gegaan. Ik staar naar het plaatje, wat was ik nog jong...
'Ach, kijk eens,' verzucht ik tegen Wilke: 'hier is mijn pre-selfietijdperk bewijs.'
Marianne trekt Irene haar eerste kleertjes aan
Het staat er met zilveren penneninkt onder geschreven.
Irene als baby, Irene als vroedvrouw.
Whohoo, denk ik, maak plaats voor een volgende generatie. Midwives, verloskundigen, vroedvrouwen. Kundig, wijs, met de vrouw, naast de vrouw, voor de vrouw,
en

laten we zuinig op ze zijn!             

@poldervroedvrou