Telefonische LOI-cursus 'Bevallen voor Beginners'


 

Deze keer eens een belevenis van mijn collega Wilke  

 Als midden in de nacht de telefoon gaat, denk ik het nummer op mijn schermpje te herkennen. Inderdaad, John van Angela. Elkaar noemen ze Sjonnie en Ansj. Ik heb ze al vaker aan de lijn gehad. Het nummer is een makkelijke combinatie van vijven en zevens. Het stel zelf is een tamelijk opmerkelijke combinatie van donkere uitgroei in blonde haren, gouden kettingen, tatoeages met doorgestreepte eeuwige liefdes, dit mede omdat zij haar derde kind gaat krijgen, terwijl het zijn allereerste wordt. Het gesprek is kort en ik ben meteen uit de startblokken. De enkele woorden die Sjon en ik met elkaar wisselden in combinatie met de gezellige achtergrondgeluiden geheel verzorgd door zijn eega Ans zijn genoeg om mijzelf in de hoogste versnelling te zetten. In de auto gaat de mobiel weer, ik wurm het oortje in, geef gas, spreek, rij, schakel, luister, stuur, geef nog meer gas, instrueer, denk na terwijl mijn hersens stil lijken te staan, of is het mijn hart.
Sjonnie ziet namelijk haartjes, denkt hij, zegt hij. Ik hoor Angela nog intenser kreunen.
‘Zuchten Sjon, zuchten met Ans!’
Ik roep het door de telefoon, alsof ik daarmee zijn Ansj kan bereiken. John zet zijn telefoon op speaker, zo heeft hij zijn handen vrij en zo komen ook de achtergrondgeluiden naar de voorgrond. De situatie klinkt onhoudbaar.
‘Het hoofdje stEEkt er half uit.’
Zijn stem slaat er van over. Mijn hart slaat over. Ans is even stil.
Rotondes op twee wielen, bochten in zijn vier. Nu is het mijn Opeltje dat kreunt. Ans gilt hoog.
‘Het hoofdje steekt er nu helemaal uit!’
In mijn hoofd probeer ik me een voorstelling te maken van de situatie, Ans op bed, met de benen wijd-tenminste, dat mag ik hopen- John op zijn knieën ernaast -en ja, ook dat mag ik hopen-.
Ik haal adem en druk het gaspedaal volledig in.
‘Draait het hoofdje? Ja, okay, goed zo. Pak het hoofdje, tussen je handen. Laat Angela persen, en duw het hoofdje richting matras. ANSJ PERSEN!’
Ik hoop via de speaker Angela te overtuigen om flink mee te persen.
‘Er glimt iets blauws… Ertussen.’
Flut. Navelstreng.
‘Haak je vinger er maar omheen en haal over het hoofdje, dat is de navelstreng. Geeft niets.’
Ik bluf, ik schakel, en bid dat de streng niet te strak zit. Weer roep ik PERSEN richting Ans.

Woonwijk in aanbouw, onverlichte obstakels

‘Wheeee,WHEEEEE, WHEEEEEEEEE.’
Het huilt. Een diepe zucht ontsnapt me. Het huilt, hoera, dat klinkt als muziek in de oren.
‘Afdrogen Sjonnie, afdrogen en toedekken.’

 Het glimmendnieuwe streeploze asfalt leidt mij in het donker richting hun kale onaffe straat. Zandbakken als parkeerplaatsen. Als een mug in de nacht vlieg ik richting het enige fel verlichte huis. Gordijnen hangen er zo te zien nog niet. Ik parkeer in het zand en ren in een rechte lijn via de openstaande voordeur de trap op naar hun slaapkamer.
Angela ligt ietwat scheef in bed, ze straalt, haar kind netjes toegedekt met een…
Tja, wat is het eigenlijk? Een vaal roze badjas of badcape. De voeten steken parmantig in roze varkenskopsloffen, één pyamabroekspijp hangt om het linker varken. Een plasje vruchtwater staat in de matraskuil, de navelstreng loopt als een telefoonkoord tussen haar benen naar de, onder het badstof verstopte, baby. Alles is roze, inclusief de pasgeborene.
Ik reset mezelf even.
Handschoenen aan, droog matje onder Ans, aan de buik voelen hoe het met de nageboorte is gesteld. John mag de navelstreng doorknippen. Geen hechtingen, perfect.
Sjonnie en Ans hebben een zoon van krap zes pond, Mitchell Ricardo Wesley.
Ik kan voortaan telefonische LOI-cursussen geven voor thuisbevallingen zonder deskundige hulp.

 

@Polderverloskundige Wilke