Haastige spoed



 
Het begint allemaal met een telefoontje over weeën en vruchtwater.
Ik vertrek met mijn stagiaire.
‘Fasten seatbelts Martha!’
Ik achter het stuur en zij gaat me voorlezen uit het grote boek. Wat is er bekend over deze barende, en wat is relevante informatie  voor ons verloskundigen? Ieder detail kan een leermoment zijn voor een aankomend vroedvrouw  als Martha en daarom staat alles wat we willen weten per cliënte op alfabetische volgorde gerangschikt in een enorme felrode klapper, ook wel [vrij naar Sinterklaas] ons “Grote Boek” genoemd.
‘De J van de Jong Martha. De Jong,’ spoor ik haar aan. Bladeren meid, kom op, denk ik erbij.
Ik ken mijn haast, want ik herinner me Ankies vorige bevalling haarscherp, daar heb ik geen boek voor nodig. Gas op de plank richting schildersbuurt. Martha heeft het gevonden en ik hoor: ‘Zeven september uitgerekend. A. de Jong- Versloten,  Ankie en Charl.  Gravida drie Para twee, Babette, Nadine, euhm,  Ruisdaalho…’
‘Ja, schildersbuurt, nieuwe wijk.’
Martha vertaalt haar bevindingen naar gewoon Nederlands en vat het samen.
‘Het is vandaag de vierde, dus, drie dagen voor haar uitgerekende datum, en derde kindje op komst, haar bloedgroep is...’
Ik wil meer horen, andere info, gaat ze vinden wat nu echt relevant is: ‘Prima, prima,’ onderbreek ik haar dan ook, ‘en verder?’
‘Kaa Ie Bee?’ mijn stagiaire vraagt zich af wat de toevoeging KIB inhoud.
Juist.
‘Kind In Bed. Martha, zij is vorige keer zo snel bevallen dat de verloskundige te laat arriveerde.’
Rotonde in zijn vier, ruitenwissers hoogste stand, het is donker en het giet.

Met mijn hoofd tussen de kraag van mijn jas gedoken, en Martha voorop, met de rode map bij wijze van paraplu boven haar hoofd, rennen we langs de voordeuren, het is een hofje, de auto parkeerden we aan de kopse kant.
De eerste de beste deur die op een kiertje staat rennen we binnen.
In de huiskamer op de bank zit een man voor de televisie. Hij heeft zijn voeten op de salontafel, een biertje staat ernaast. Hij kijkt het achtuurjournaal.
‘Goeienavend.’
‘Navend.’
Ik vraag of we boven moeten zijn. Hij zegt ja.
‘Mooi.’
We keren op onze schreden richting trappengat.
Ik jaag mijn stagiaire als eerste naar boven met verlostas, zuurstofkoffer en het heilige boek in de handen en stommel er zelf licht hijgend achteraan.
Boenk-boenk-boenk-boenk-boenk.
Twee treden tegelijk en we staan boven.
Boink.
‘O, sorry.’
Daar botste ik pardoes tegen mijn stagiaire aan.
Pikkedonker is het hier.
En doodstil.
Alsof we in een lift staan waar opeens de stroom is uitgevallen zodat we tussen twee etages zijn blijven hangen.
Als onze ogen gewend zijn aan het donker kijken we wat verdwaasd om ons heen.
Alle deuren op deze overloop zijn gesloten, nergens zien we licht door raampjes, kieren of onder drempels door.
Op deze etage staat geen baby op punt van geboren worden.
Stof tot nadenken.
Waarom zit die man beneden zo rustig op de bank, en laat hij ons als idioten de trap op rennen?

Terug in de huiskamer blijkt dat we twee deuren verderop moeten zijn, dit is huisnummer 13, meneer past slechts op de kinderen van nummer 17. Aha. Het huis waar wij verwacht worden.
Zijn vrouw is assisteren bij de geboorte, want was ooit kraamverzorgende geweest en de oudste kids zijn zolang boven te slapen gelegd.
Dus.
Buurman dacht: het is vast al geboren, daar komen ze de kinderen weer ophalen.
Simpel.
We bedanken hem en rennen lachend weer door.
Op nummer 17 is het eind werkelijk in zicht, geen tijd om ons hilarische avontuur te vertellen, of ons te verontschuldigen voor het delay in onze aankomsttijd. Martha weet even niet wat te doen. Dus ik gris het grote boek uit haar handen om het op een veilige plek te leggen. [Sinterklaas kan er vast zodirect een nieuwe kindernaam bij schrijven.] Voorts ruk ik in één beweging haar natte jas van het lijf, klap de verloskoffer open en gooi een paar handschoenen toe.
Martha herpakt zich en zo wordt het KIHVS.
[Kind In Handen Van Stagiaire]

Als de verse vader op pad wil gaan om de dochters op te halen, biecht ik de belevenis alsnog op en laat onze groeten overbrengen aan zijn überkoele buurman. Het excuus: verloskundigen vliegen graag rücksichtslos op de eerste de beste open deur af.
Zeker als haast geboden is.

 
@poldervroedvrou

Hoe meer zielen, hoe meer vreugd


Afgelopen week een bijzonder gezellige bevalling meegemaakt.
‘Iedere centimeter ontsluiting, kwam er een toeschouwer bij,’ grapte ik tegen mijn collega. Het deed haar de ogen wijd opensperren. ‘Whow, waren jullie op het laatst met zijn tienen in dat slaapkamertje?’ Dat ik wel eens wat mag overdrijven is genoeglijk bekend, maar ik vond de uitspraak zo geestig voor de anekdote, dat ik het secuur op mijn vingers natelde.

123 Aan de start die ochtend bevonden zich, één: de aanstaande vader Ricardo, twee: de puffende moeder Angelina en drie: uw erudiete vroedvrouw, en er was inderdaad  een soepel verstreken drie centimeter ontsluiting.

456 Aanstaande oma werd opgetrommeld, want die zou erbij zijn, en zo ook schoonoma. Oma  arriveerde met verse broodjes en ging koffie zetten. Schoonoma kwam van buiten het dorp, schoonopa Henry was gecharterd als chauffeur. Het was een warme dag, voor koffie, broodjes en sigaretten moest je achter in de tuin zijn. Opa had een nachtdienst erop zitten en vond een plekje in de schaduw, de oma’s wisselden elkaar af als zaalwachters naast de deurpost van de kraamkamer en Angelina pufte de feller wordende weeën ritmisch weg. Bij zes centimeter werd het tijd voor de kraamverzorgster. De ventilator stond aan, de zaalwachters hielden gezamenlijk rookpauze en in de slaapkamer was het tot dan toe prima te doen.

7 De deurbel. Margriet, in haar stralend witte uniform, kwam de trap op en ik dacht, hè, gezellig, wij vormen het perfecte team voor deze expeditie. Onze dappere barende kotste een afwasteil vol, en zo schatte ik het rond de zeven centimeter.  Margriet leegde geruisloos ’t teiltje, vulde kruiken en regelde koele washandjes. De oma’s joelden om de beurt van: ‘Je doet het goed Ansj, hou vol Ansj,’  vergeleken luidkeels alle dochterlijkeactiviteiten met hun eigen bevallingen en het einde kwam in zicht.

89 Schoonoma moest haar nicotine nodig aanvullen, en Angelina greep naar de rug. Slechts twee centimeter te gaan en wie missen we nog? Stiekem dacht ik: als er nu een volgend persoon opduikt is het vast volledig ontsloten.  Ik wierp mij op om Ansjes pijnlijke rug te masseren en toen ze haar T-shirt omhoogschoof verscheen er een enorme tatoeage. Daar hadden we toeschouwer negen. ‘Da’s Desley, toenie nog een peuter was,’ zei oma. Tussen de tribals van heup tot heup staarde grote broer mij doordringend aan. Yess! Op naar de persweeën.

Opeens nam degene-waar-wij-allen-op-wachtten dan ook de binnenbocht, oma opende het raam om de buitenploeg te alarmeren. Margriet en ik keken elkaar aan, ‘Zo, nu weet de hele straat het,’ fluisterde ze droogjes. Schoonopa volgde in het spoor van schoonoma en zo was het gezelschap compleet om nummero tien te ontvangen.

10 ‘Sylvano,’ zei Ricardo terwijl hij de navelstreng doorknipte. Hij slikte wat weg en schraapte zijn keel: ‘Sylvano Henry, Pa.’
Waar ik bij de laatste perswee aan mijn eigen schoonvader moest denken, en mezelf afvroeg of ik hem bij mijn bevalling gedoogd zou hebben, was het zien van de ongeremde zielsgelukkige vader-zoon-kleinzoon omhelzing mijn cadeautje van de dag.

 

@poldervroedvrou

 

 

 

Ramptoerist


Ramptoerisme het ramptoerisme zelfstandig naamwoord Uitspraak:['rɑmpturɪsmə] het bij wijze van uitje naar een ongeluk of ramp gaan kijken Voorbeeld: ‘Komend weekend dreigt de Maas te overstromen, de politie waarschuwt voor ramptoerisme.’

Gebroken vliezen sinds de vorige ochtend en weeën die maar niet op gang komen. Renée is overgedragen aan de gynaecoloog en krijgt infuus met weeënopwekkers, ik zeg dat ik niet vertrek voor er een eerste wee te zien is. Max lacht: ‘Jij bent ook een echte ramptoerist hè?’ Ik beken dat ik het lastig vind om te gaan. Officieel medisch overgedragen en grote kans dat het nog eindeloos lang duurt, maar het liefst blijf ik. Ramptoeriste-pur-sang in combinatie met herinneringen betreffende Renée’s vorige bevalling. Ze had een flinke schaal lasagne gemaakt en er goed van gegeten, ze had de jongens op bed gelegd en aansluitend de vaatwasser ingeruimd, en toen pas vond ze het nodig mij te waarschuwen. Nietsvermoedend arriveerde ik, snoof de heerlijke geur van lasagne en besteeg rustigjes aan de trap.
Volgende scène: Ik met slechts één toucheerhandschoen en doptone naast bed en Renée met plotselinge persdrang.  ‘Ooooo, daar komt ie!’ Vanuit mijn gezichtspunt kon ik niet anders dan dat beamen. ‘Ja, inderdaad Renée, daar komt ie…’
Drie kwartier barensnood, het was me wat, hollen of stilstaan, want nu is het wachten op… Terwijl het vruchtwater al bijna twee dagen stroomt, maakt deze baby absoluut geen haast om richting uitgang te roeien.
Het infuus gaat op een zuinige één druppel medicijn per minuut, baby’s-hartslag horen we 
-boinkeboinkeboinke- via het speakertje en de samentrekkingen van de baarmoeder volgen we in een grafiek van stippellijntjes op het CTG-apparaat. Waar ze vorige maal de krampjes stiekempjes tussen uit- en inruimen van de vaat opving, zal er vandaag geen wee onopgemerkt verlopen.
‘Doe de ogen maar dicht, probeer je een beetje af te sluiten voor al het medische wat er om je heen gebeurt.’ We hebben het over de geur van lasagne, gedimde lichten en zoontjes op gehoorsafstand in de verschillende slaapkamertjes. We doen alsof we thuis zijn.
Een snufje infuus en de oerkracht vindt zijn weg.
De laatste scene lijkt een herhaling.
Ogen worden opengesperd. Gedecideerd wordt er aangegeven dat ‘het komt’.
De klinisch verloskundige verbaast zich over deze dappere dame en overhandigt Renée haar vierde zoon. De ontlading is overweldigend dankbaar en ik sta eerste rang.

@poldervroedvrou

 

 

Schrijf je een stukje over haar bevalling?

 
De kraamverzorgster vraagt me of ik ga bloggen over de bevalling van afgelopen zondag. De kraamvrouw waar ik gezellig aan de koffie zit, denkt dat er niets te schrijven valt over de geboorte van haar zoon. Ik leg uit dat ik juist graag schrijf over de leuke 'normale' bevallingen.

Over het algemeen zijn we snel geneigd het alleen over de moeilijkste baringen en hun vreselijkste details te hebben. Maar hoe vaak ik vlak na een geboorte niet hoor zeggen: 'Dat viel eigenlijk best wel mee…' Wat niet wegneemt dat ik diep respect heb voor alle dames die een kind dragen, koesteren en op de wereld zetten, op welke manier dan ook. Zwanger zijn en bevallen is een beste klus, en ook bij die langdurige, loodzware, heftige bevalling zal ik je naar beste kunnen bijstaan op de plek waar de benodigde extra medische steun gegeven kan worden zoals bijvoorbeeld pijnstilling.
Gelukkig leven we wat dat betreft niet meer in de middeleeuwen, met slechts een houtje om op te bijten en een flakkerend kaarsje voor het zicht. Ga er maar aanstaan, een oude wijze vrouw onder je rokken en je lallende man wachtend in de voorkamer. Blij met de huidige medische mogelijkheden die de overlevingskansen van moeder en kind bij gecompliceerde bevallingen aanzienlijk verbeterden.
Zie je verloskundige als een vuurtoren, ze zit op de rand van je bed en knikt je bemoedigend toe. ‘Kom maar, je kan het, het gaat goed, hou vol.’ Waar ik de gynaecologen dan meer als reddingsbrigade zie. Storm op zee, alle hens aan dek, hozen en roeien, ze zullen je binnenslepen, de veilige haven in. (Of je wilt of niet.) Maar heus, veel vaker is het die kalme zee, hier en daar een golfje, eb en vloed en blijk je het te kunnen, en doe je het ‘gewoon’…  


Valt er dan nog wat leuks te melden over die nacht van zaterdag de zeventiende, richting zondag de achttiende augustus, in de warme zomer van dit mooie jaar?
Op zaterdagavond vlak na het eten wat lichte krampjes en de vraag of dit nou de 'echte' weeën zijn. Ik constateer dat het werkelijk begonnen is maar dat het waarschijnlijk nachtwerk wordt. Ik beloof om elf uur terug te komen en probeer thuis alvast een uurtje 'voor' te slapen. Om kwart voor tien zeg ik tegen mijn man: 'Ik ga gewoon kijken, het lukt me toch niet om te slapen…'
Als ik het erf oprij [Ze wonen in het buitenste buitengebied] gaat mijn mobiel. Of ik wat eerder kan komen, want ze heeft erg veel pijn.
Ik zeg: 'Kijk eens uit het raam, ik parkeer net voor de deur...'
Ze heeft een hele tijd in bad gelegen en zit nu op handen en knieën op bed, handdoeken om haar heen, helemaal in de weeënroes.
Als ik inwendig onderzoek, voel ik dat het inderdaad al bijna volledig ontsloten is. Wat een opluchting, het eind is in zicht. De kraamverzorgster laten we komen, ze is er snel, weggeplukt van het concert in het dorp, waar ze vlakbij de onwetende aanstaande opa en oma stond.
We maken nog wat grapjes over de verjaardag van de baby, als hij net voor twaalven geboren zou worden, ach dan is hij zo kort jarig. De barende stoort zich niet aan ons en perst stug door en om half één wordt de zoon geboren.
Een uurtje later komen de verse opa en oma lachend binnen. Ik zit intussen al aan de beschuit met muisjes.
'U heeft een kranige dochter hoor, ze heeft het heel goed gedaan!'
Dus... een hele gewone gezellige boerenthuisbevalling. Geen spannende ontwikkelingen, niks wat de krant zou halen, niets wat voor Goede Tijden Slechte Tijden verwerkt zou kunnen worden in het scenario, of verfilmt in ‘Call the Midwife’. Nee, complicatieloos thuisbevallen is zo gewoontjes en bijna saai.

En toch is dat hetgeen waar ik zo graag over schrijf.

 
 


@poldervroedvrou

Verdoving

‘Een opening van tien centimeter, wat zou ik daar toch blij mee zijn…’ Ik verslik me bijna waardoor mijn lach meer weg heeft van een gorgelend afvoerputje. ‘Ontspannen, ontspannen en ietsje verder open, dit is nog niet eens drie. ’ De grappenmaker heet Hajo en hij is mijn tandarts.
De begeleiding van de geboorte van zijn jongste in 1991, één van mijn eerste Zeewoldense bevallingen, gevolgd door een onverdoofde wortelkanaalbehandeling in de zevende maand van mijn eigen zwangerschap, bezorgden ons dit eindeloze gespreksonderwerp.
Baringspijn versus boren en trekken, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tandarts en mondhygiëniste lachen altijd hoofdschuddend om de piepende, sputterende en met haar tenen wiebelende Poldervroedvrouw in de stoel.

Veertien dagen geleden belde Pamela, het klonk of ze weeën had. ‘Nee!’ kermde ze, ‘Kiespijn. O, ik weet niet meer waar ik het zoeken moet, was het maar de bevalling, dan wist ik tenminste dat er een eind aan kwam.’ Ik adviseerde de hoogzwangere Pam contact op te nemen met haar tandarts en mijn tong voelde onbewust even aan mijn boosdoener van eenentwintig jaar geleden.

Brrrr.
Het vervolg? Gisterochtend zeer vroeg: Q aan de lijn, partner van Pamela. Q wist het zeker, deze keer waren het weeën. Ik snelde er heen en herkende direct iets in de vastberaden manier waarop Pamela de heftige krampen opving. ‘Beter dan kiespijn?’
Ze knikte van ja.
Ik voorspelde dat ze voor de koffie wel eens bevallen zou kunnen zijn en trommelde subiet mijn aflos, Marjolein met stagiaire Leonie, op. Het slaapkamerraam gaf een weids zicht op de dijk en ik vroeg brutaal aan Q of hij voor mij na afloop een mooie foto wilde maken van zijn kind, onze stagiaire én het uitzicht. Het aflossingsteam arriveerde en ik spoedde me naar het spreekuur.
10:15 sms: Florian! Yess!

Mijn persoonlijke bekentenis? Vooruit: Ik vraag mijn tandarts voor alles wat geboord en gevuld moet worden om verdoving, want ja -euhm-, Poldervroedvrouw is kleinzerig.

Voorts begeleid ik liever bevallingen en behoor daarbij tot het gilde der ouderwetse ‘Pijn-hoort-erbij’-vroedvrouwenmaffia. Zelf bevallen? Ik vond het een helse klus. Maar vanuit het standpunt: ‘Baringspijn heeft een functie’, beet ik me erin vast, -en in een dubbelgevouwen washandje, blij dat wortel en kies weer synchroon liepen- en perste mopperend, sputterend en grommend, mijn achtponder door die magische tien centimeter ontsluiting.
Zònder verdoving.


MW

Een schone thuisbevalling

De bevalling van Astrid van Baren komt op gang tijdens zonsopgang en halverwege de ochtend onderzoek ik haar. Drie centimeter ontsluiting, vliezen staan, weeën kunnen wat beter, maar geduld blijft een schone zaak. Astrid wil me Cola aanbieden. ‘Speciaal voor jou in huis gehaald hoor,’ voegt ze er aan toe en Paul vraagt of hij aan de slag moet met de klossen. Cola: ‘Wat lief, maar nu nog niet,’ klossen: ‘Ja.’

Mouwen worden opgestroopt en bedverhogers komen uit de verpakking. Acht in totaal, vier voor de ombouw, vier voor de poten. Ik help hem een handje, want ik ben de beroerdste niet. Onderwijl krijgen ze gratis aanwijzingen over de benodigdheden uit het kraampakket, babykleertjes warmleggen en de beste manier om de gloednieuwe matras te beschermen. Astrid heeft speciaal hiervoor een dubbelverpakking multifunctioneel afdekzeil aangeschaft. Paul vouwt er eentje met een royale zwaai uit, het is een stuk van drie meter breed en vijf meter lang. Hij maakt aanstalten om het in zijn geheel, van het opstaande hoofdboard tot ver voorbij het voeteneinde, over het bed uit te spreiden, en wel zo, dat ik vraag of hij het plafond wil witten of een muurtje gaat uitbreken. –Dat lees ik namelijk tussen de opsomming van de vele gebruiksmogelijkheden- Hij ziet dat ik een grapje maak, samen moffelen we de resterende drie meter onder het matras en vouwen er een hoeslaken omheen. Zijn As zal ritsel-, plak- en kraakvrij liggen, geen drupje vruchtwater zal onverwacht verdwalen.

Astrid kiest er voorlopig voor om de felle weeën stampend op te vangen, vastgeklampt aan de vensterbank danst ze ‘as a maniac on the floor’.  
-Boenkboenkboenkboenkboenk-
Haar weeëndans doet mij denken aan een hardcore-gabberdance.  Als het vruchtwater stroomt, trekken we de onder het matras gepropte drie meter alsnog over de rand en in één vloeiende beweging onder de voeten van Astrid door. In een multifunctioneel ritme kraakt het plastic mee met iedere stamp, ook hier zal geen spatje de verkeerde kant opvliegen. Het stampen gaat over in kniebuigingen. Persweeën!

Als Vince veilig in de armen van zijn moeder ligt, krijg ik mijn colaatje. Die gaat zonder knoeien naar binnen, al had het in dit geval vast geen ene druppel uitgemaakt. Een knappe forensisch onderzoeker die naderhand zal kunnen bewijzen dat hier een kind geboren is.

@poldervroedvrou

Kroningsdag

                                           30 april 2013, een bijzondere dag voor velen.

From Russia With Love


Zo zit je op je vrije ochtend wat achterstallige administratie weg te werken, en hoor je gestommel in de wachtkamer… En zo probeer je in je beste Russisch uit te vissen wat een operazangeres op doorreis van je wilt…
‘Ultrasound?’ Ze vraagt het aarzelend. Het enorme bord op onze gevel met een meer dan levensgrote foto van een mooie hoogzwangere buik, geflankeerd door de woorden VERLOSKUNDIGEN en ECHOGRAFIE heeft me verraden. Ja, hier worden zwangerschapsecho’s gemaakt. Ze showt me haar paspoort, ‘Anna’ is het enige woord wat ik kan ontcijferen, en een soort zwangerschapsboekje met gegevens, alles in voor mij onleesbare Russische tekens, maar dat is van latere zorg. Improviseren is niet voor niets my middle name. Van de drie woorden Russisch in mijn vocabulaire gebruik ik er alvast eentje.
‘Dobropozalovat, come in.’
Ik glimlach breed om haar op haar gemak te stellen [Ik ben goed volk] en maak er een breed uitnodigend gebaar bij. Ze bekijkt me kort van top tot teen, waarschijnlijk kom ik door de keuring  want de instappers gaan uit en op haar sokken stapt ze over de drempel. Meneer blijft in de wachtkamer staan. ‘Kom,’ zeg ik ook tegen hem. Hij wuift bescheiden van nee. Okay, misschien is hij slechts de chauffeur en bombardeerde ik hem te vroeg tot aanstaande vader. Toch wil hij schijnbaar best naar binnen. Hij schuifelt precies tot aan de drempel, steekt zijn hoofd om de deur, kijkt speurend mijn spreekkamer rond en overlegt in rap Russisch wat te doen. Zij knikt hem toe, ik knik kameraadschappelijk mee, naar ik hoop om hem zijn drempelvrees te laten overwinnen. Hij tilt zijn voet op…
Снять обувь идиот,’ werpt ze hem toe en wijst daarbij pinnig op zijn schoenen. ‘Это будет пользовательский здесь, у них это тоже!
Ik weet werkelijk niet waar het over gaat, en wacht rustig af. Anna wijst opnieuw.
Ладно Ладно, я сделаю это ...
Zuchtend bukt hij om de veters los te maken. Opeens doorzie ik het ontstaan van het schoenuittrekritueel. Midden in de wachtkamer slingeren mijn ballerina’s-met-hakje, glimmend turkooise met een bruin randje, met de onverwachte bezoekers in één ruimte vallen ze behoorlijk op. Gister gekocht, gloednieuw, hip, maar knellend als de hel.
Alleen op de praktijk… Ik waande me onbespied, schopte de ‘wie-mooi-wil-zijn-moet-pijnlijden’-schoentjes pardoes uit en vervolgde mijn werkzaamheden op kousenvoeten.
‘Nee, laat maar aan,’ hoor ik mezelf zeggen, waarbij ik direct besef dat mijn gasten hier geen woord van begrijpen, ach, niks aan te doen. ‘Vooruitdanmaar’, zeg ik hardop, ook dit zullen ze niet snappen, maar ik vind het wel vriendelijk klinken,

En zo staren we even later gedrieën, naar het beeldscherm, vol bewondering bekijken we de capriolen van hun draaiende, dansende en schoppende kindje en beluisteren we het dapper kloppende hartje. Universeel begrijpelijk klinkt het vitale bonkebonkebonke van nieuw leven uit de speaker. Ons rest slechts een schoenloos zwijgen in alle talen.




Met dank aan Palina, [Geboren in Rusland, getogen in Zeewolde, hoogzwanger van haar derde kindje] mijn reddingsboei in deze taalbarriëre-zee.  Ze was net niet thuis toen ik haar belde, dan maar gebarentaal, het is niet anders, dacht ik. Maar... Palina belde mij exact op het juiste moment terug 'He, ik had een gemiste oproep van je?' om telefonisch te tolken en alsnog de benodigde informatie over en weer te verschaffen.
Spasibo

Mobiel


Er was eens een tijd, dat mijn leven bestond uit een piepende semafoon en een hand vol kwartjes in de broekzak. Als de ‘pieper’ afging, veerde ik een halve meter in de lucht, zocht zo snel mogelijk een telefooncel, belde de alarmcentrale en vernam het adres waar er in barensnood op me gewacht werd. Later liet ik een telefoon in mijn auto inbouwen met een stoere lange antenne op het dak. Een geweldige uitvinding die zijn dienst al op de eerste dag van ingebruikname bewees.

Ik reed het dorp uit voor een kraambezoek in het buitengebied en hoorde via de centrale over heftige weeën bij ene familie de Groot. Aha, Hanneke en Eric. Ik toetste hun nummer in [van Hands-Free had nog niemand gehoord] en kreeg een hijgende Hanneke aan de lijn. Haar zware manier van ademen deed mij subiet keren en met gas op de plank over de drempels in de nieuwbouwwijk hopsen, tegelijkertijd joelde ik handige instructies voor de barende in de hoorn, zoals: puffen-op-de-zij, inademen-door-de-neus, rustig-aan, je-doet-het-goed en ik-ben-er-zo. Zij riep: ‘Oeeeh!’ en gaf me door aan Eric. De aanstaande vader commandeerde ik over een sleutel in de voordeur, de verwarming omhoog en het optrommelen van een kraamverzorgster, bovendien kon ik hem gerust stellen want huize de Groot kwam in zicht. Ik parkeerde schuin op de stoep en arriveerde op die manier zonder enig tijdsverlies en zo ook de kleine Rebekka.
Wie zou er destijds geloofd hebben, dat er tegenwoordig niemand meer zonder zijn [in de broekzak-passende] mobieltje de straat op gaat.

Vandaag begeleid ik een gezellige huiselijke baarkrukbevalling. Een spiegeltje, wat ik normaliter gebruik om af en toe mee om het hoekje te kijken, blijkt niet voorhanden. Lumineus idee! Ik zet mijn iPhone op filmen en richt hem zo dat ik perfect zicht heb op het vorderen van de geboorte. ‘Nou,’ grapt manlief, ‘volgende keer kan je gewoon thuisblijven, dan stel ik de camera in en hoor ik wel van afstand van je hoe ik het allemaal moet doen.’
‘Tuurlijk,’ speel ik mee, ‘dan hebben ze daar vast een app voor uitgevonden!’
Moeders zegt: ‘Oehhh! Let oooop!’ Ik leg mijn telefoon snel buiten spetterafstand, want daar komt het hoofdje, baby passeert op de ouderwetse manier, moeders grijpt en pakt en drukt het kindje onvoorwaardelijk aan haar borst. Hands-On-moederliefde. Aan die techniek verandert niets.

@poldervroedvrou

Ondertussen in Pendembu Sierra Leone

Afgelopen maand bezocht Twinsister Aafke van Os Sierra Leone, lees hier meer over de ongemakken van het regenseizoen in Pendembu Sierra Leone!