Met dank aan het drankje van Grootmoeder Wu (3 en slot)


Nu zit ik echt op de wip en gelukkig heeft meneer Wu nog altijd geen haast. Ik weeg een paar dingen tegen elkaar af, -dringend-drankje-dringend-drankje- met Sandra Stolberg’s vlotte bevallingen in mijn achterhoofd. Ik staar naar de stilliggende Ping, de zakdoek is nu volledig over de ogen gezakt, ze schuift hem in de weeënpauze niet eens meer omhoog -dringend-drankje-dringend-drankje- dan hak ik de dilemmaknoop resoluut door, -Ping ligt goed, oma komt zo, drankje moet koken, meneer moet werken, Sandra heeft me harder nodig- en vertrek naar Sandra en Leo Stolberg.

Leo heeft de voordeur al op een kiertje staan, ik kan direct twee trappen hoog rennen, aan de zucht en steun geluiden te horen zijn ze op zolder. In de kraam-zolder-kamer staat alles piekfijn klaar, het wordt hier de derde, dus ze weten hoe het hoort. Ook de kraamverzorgster is onderweg. Als de vliezen spontaan breken volgen er onmiddellijk onhoudbare persweeën en zie ik een rond bolletje met haartjes in de opening verschijnen. Het was drie uur toen ik de trap op stormde, het is tien over drie als Sandra begint te persen, het is tien voor half vier als Thomas geboren wordt, op een ons na acht pond schoon aan de haak, en we klokken half vier als de nageboorte in de po glijdt. Geen hechtingen, Thomas aan de borst, beschuit met muisjes in drie happen op, een paar slokken hete thee en een sterk verhaal over boomwortels koken en in de file terecht komen voor mijn blije publiek. We lachen en verbazen ons gezamenlijk over de grote mate van toeval die mij weer eens ten deel is gevallen. Exact één uurtje ‘post partum’ staat de kraamvrouw fluitend onder de douche en ga ik terug naar Ping Wu.

Oma Wu zit in mijn hoekje op de bank, ze zit kaarsrechtop met een zwarte handtas op schoot. Met één hand omklemt ze haar tasje en met de ander houdt ze een voet van Ping vast. Ze glimlacht minzaam naar me en gaat nog ietsje rechter op zitten. Ze krijgt een vriendelijk knikje van me terug. Ik schuif een eetkamerstoel bij het zitgedeelte en we bekijken in zwijgende verstandhouding de wiebelende voetjes van Ping.
Aan de houding van Ping is nagenoeg niets veranderd. Nagenoeg, de zakdoek om het hoofd lijkt iets gekreukeld, een voet wordt door grootmoeder in toom gehouden en verder is de arme Ping nu helemaal in zichzelf gekeerd.
Wu had de deur voor me geopend, was zichtbaar blij met te zien, maar was tegelijkertijd alweer met andere zaken bezig. Hij wees me in het voorbijgaan een grote beige Tupperware beker aan, pontificaal geparkeerd tussen verschillende sleutelbossen, ongeopende post en losse rommeltjes op het schoenenkastje in de gang en was gehaast naar zijn restaurant vertrokken
Het worteldrankje was klaar.
让去


- We trotseerden de file, installeerden ons op de verloskamers van het VeluweZiekenhuis en wachtten op de dingen die komen gingen. Stilletjes vroeg ik me af in welke volgorde de aankomende gebeurtenissen zich zouden presenteren. Persweeën voor de aankomst van meneer, of andersom, of wellicht beiden tegelijk?
Om iets voor tienen mocht Ping voorzichtigjes meepersen, maar niet eerder dan dat Oma de volledige inhoud van de Tupperware beker bij haar naar binnen had gegoten.
-het drankje zou kracht geven voor de laatste fase van de bevalling- Ik zag een dappere Ping kokken terwijl ze gehoorzaam trachtte alles zonder knoeien door te slikken. Ik zei: 'Nu persen Ping!' Ze vroeg een keer zachtjes: 'HOELANG?' , maar maakte pas vaart nadat meneer Wu op de laatste nipper binnengestormd was. Zijn energie, daar kon geen krachtdrankje tegenop. Onze Wu, die de overhemdsmouwen direct hoog opstroopte, zijn vrouw bij kop en kont pakte en mijn aanwijzingen via korte Chinese vertalingen in haar oor scandeerde.
'继续推进!'
Stamhouder Wu, voornaam zou later volgen, werd om 22.44 op de 22e maart in het jaar 2002, het jaar van het Paard, geboren en ook de zoon van het kleine Chineese moedertje Ping, was op een onsje na acht pond zwaar.



:)

Met dank aan het drankje van Oma Wu (2)


Ik zit op de wip en meneer Wu heeft geen haast.
‘Wanneel komt de baby? Vandaag?’
Zijn vraag verbaast me, natuurlijk komt de baby vandaag, iedereen kan toch zien dat Ping aan het bevallen is? Hoewel, misschien ligt ze wel vaker zo op de bank? Wie zal het zeggen.
‘Ja. Ik denk wel dat jullie baby vandaag wordt geboren. Vanavond, straks...’
‘Vanavond?’
‘Ja, ik denk het, niet nu meteen, maar ook niet morgen, ik denk eind van de avond.’
Ik haal mijn schouders er bij op om hem te laten zien dat ik het ook niet precies weet. Het is in ieder geval mijn hoop dat de baby voor middernacht geboren zal worden.

De rekensom heb ik allang gemaakt. Je hebt precies tien vingers nodig om de lengte van een eerste bevalling uit te tellen, van nul naar volledige ontsluiting, een centimeter per uur. Soms wat sneller, vaak langdradiger, bij iedere vrouw kan het weer anders zijn. Ping heeft pas een klein beetje ontsluiting, lange weeënpauzes en staande vliezen, vanuit dat oogpunt hebben we ruim de tijd. De boomstronksoep zou zonder problemen nog uren kunnen trekken. Een eerste kindje, een centimetertje ontsluiting per uur, zo op mijn vingertoppen uitgeteld zal ze het tussen vijf en zes almaar zwaarder krijgen, zal ze tegen achten de laatste centimeter met steeds meer moeite wegzuchten, zullen de ontsluitingsweeën meer en meer overgaan in persweeën, en zal ze, na een dik uur persen, omstreeks tien uur vanavond bevallen.
Het is nu half drie.
Bij mij op de wip zitten een aantal bijzaken:Vrijdagmiddag, wegopbreking, dijk afgesloten, omleiding, flessenhals, vrijdagmiddagfile voor de flessenhals tussen het nieuwe en het oude land.
Een hortend en stotend autoritje tegen vijven, juist als de weeën zullen accelereren, dat kunnen we Ping niet aandoen.
‘Wanneer kunnen we, Wu? Welke vertrektijd had jij in gedachten?’

Dan komt de aap uit de kimono, Wu moet werken, in zijn keuken bereikt de avondspits het hoogtepunt exact om zes uur. Ik tel mijn vingers nogmaals na, de uitkomst blijft het zelfde. Tussen vijf en zes heftige weeën, tussen vijf en zes avondspits op wegen en in keukens. Wat is wijsheid.
Ik stel Wu voor om alvast voorwerk te doen in het restaurant en indien mogelijk een vervanger te regelen.
Niet mogelijk.
‘Laat mij Ping mee nemen naar het ziekenhuis, dan kan jij altijd later komen.’
-Jij hoeft niet iedere paar minuten een wee weg te zuchten tijdens de rit.-
Wu vraagt of zijn moeder mag komen om mee te gaan, dat lijkt me een prima plan. Oma kan er over een uultje zijn. Ik onderdruk een zucht, laat me weer in het hoekje van de bank zakken, geef Ping een aai over haar flank.
‘Is dat goed?’
Ze glimlacht vanonder haar zakdoek en knikt dat het in orde is, wachten op oma, ik wacht met haar mee, het soepje borrelt voort en ik probeer niet in te dutten.

PlingPlong.
Gemiste oproep, er verschijnt een nummer in het display, slecht bereik in deze wijk, ik veer uit de zetel en ga bij het raam staan, drie ontvangststreepjes knipperen en ik bel het schijnbaar gemiste nummer.
‘Leo Stolberg.’
Hij vertelt over de net begonnen weeën van Sandra.
'Zou het al wat zijn?'
Zijn gedetailleerde omschrijving doet mij echter sterk denken aan die enkele zwangere die van het ene op het andere moment in de laatste fase tuimelt en daarbij negen van de tien vingers van mijn rekensom overslaat.
Oh, -wat een geluk- met dank aan het drankje van oma Wu heeft hun vroedvrouw het dorp nog niet verlaten...

:)