YouTube Filmpje


Oma ging pap maken voor haar kleinzoon terwijl schoondochter Karin de ene na de andere wee opving. Dieper en dieper werd er gezucht.
Toen de onbedwingbare persweeën af en aan begonnen te rollen, wilde Karin nog altijd blijven staan. Ze probeerde tussen twee golven te gaan liggen, maar duikelde zo weer van bed toen de rug wederom pijnlijk begon te trekken.
‘Ik moet staan!’ zei ze, terwijl ze bijna door haar benen zakte.
Ik stelde voor om op handen en knieën in bed te gaan, misschien zou dat beter gaan dan plat op de rug.
‘Het is ook zo sneu als de baby op het laminaat terecht komt.’
Dat vond ze een zelf gelukkig ook.
Op handen en knieën persen, ik heb het wel eens gezien op van die Amerikaanse YouTube-filmpjes, toch keek ik er nu een beetje vreemd tegenaan.
‘Pers maar hoor,’ riep ik tegen haar kont en ik zag de vliezen opbollen tussen de benen.
KWATSCH!
Vliezen gebroken.
Twee keer zo laten persen, maar jeminee, wat is dat slecht oriënteren.
Toen wilde ze zelf op de rug, ze draaide soepeltjes om, het was even voor zeven. Dappere Karin perste in één keer door tot het hoofdje in de opening bleef staan. Ze haalde diep adem om weer verder te kunnen gaan. Ik riep dat ze moest zuchten. Anders ging het veel te snel en ik had pas één handschoen aan. Maar ze ging verder, toe maar dan. Mijn tweede handschoen was intussen halverwege mijn vingers, ze perste niet meer op volle kracht en zo kon ik toch wel goed sturen om haar gedoseerd te laten vorderen.
Het hoofdje werd geboren, wat zeg ik, het HOOFD werd geboren. Meteen het ontwikkelen van de schouders maar goed aangezet, en de schoudertjes volgden acuut.
Karin haar kind laten aanpakken, huilen en nog meer vruchtwater toen zag ik al dat het een stevige baby was.
Een meisje Aylena. Herman spiekte op een blaadje naar de juiste spellingswijze. A-Y-L-E-N-A.
Bij weging: 4610 gram!
Herman schreef de geboorte tijd en het gewicht in grote letters op het blaadje onder de naam. Zeven over zeven. Negenpond-en-een-ons, vijfenvijftig centimeter in de lengte en een schedelomtrek van zevenendertig centimeter in het rond. Een reuzenkind, geboren uit een moedertje van krap één meter tweeënzestig bij zevenenvijftig kilo, nou jij weer. O ja, zonder hechtingen. Een volgende keer is Karin mijn lievelingszwangere.
Toen stapte ook nog mijn lievelingskraamverzorgster binnen, mijn naamgenoot Annemieke, en kon het kraamfeest beginnen.
Zoontje erbij, oma erbij, vogeltjes fluiten, zonnetje schijnen.
De zondag kon beginnen.
Een ritje op en neer naar de praktijk om wat bijvoeding op te halen en daar de sterilisator aangezet. Voeding direct bij de Mokkinga’s langs gebracht, heel de familie zat intussen aan de koffie met cake. Ik gaf instructies over borst- en bijvoeden, en maakte een grap over oma die er pap van kon maken. Het kroonprinsje mocht me uitzwaaien, hij was dol op auto’s en ik was met de cabrio van mijn man. Ik maakte de kap los, zwaaide uitbundig naar de kleine Mok en reed op mijn gemakje naar huis, de kerk stroomde al weer vol. (Karin woont tegenwoordig in Zuid , dus dan kom je daar vlak langs hè.)
Met dakje open naar iedereen gezwaaid.
Al mijn toekomstige lievelingszwangeren.

:)

Over weekendjes weg en bordjes pap


Lievelingszwangeren, een speciale band die ontstaat tijdens een zwangerschap, de geboorte en het kraambed daarna. Als na een paar jaar de tweede onderweg is, kan de verloskundige zich al verheugen op de aankomende bevalling. En zo hoopte mijn collega Saskia, dat de hoogzwangere Karin Mokkinga met baren zou wachten tot haar terugkomst van een kort weekendje weg. IJdele hoop, baby Mok koos precies die ene zonnige zondag tijdens Saskia's afwezigheid, als geboortedag, en daarbij trof moeder Karin mij als begeleidster. Dus toen Saskia zondagavond haar mailtjes checkte, kreeg ze het volgende te lezen:
AAN: saskiadegroot@yahoo.com
CC:
ONDERWERP: ‘Ja, hallo, met Karin, nou het is begonnen hoor…’

Dus…
Mokkinga heeft niet op je gewacht.
Deze zondagochtendvroeg om zeven over zeven is haar reuzenkind geboren en ik moet zeggen, jouw Karin Mokkinga is keurig netjes  bevallen.
Ze belde klokslag zes uur, de weeën aan de gang vanaf half vijf, dus ik meteen erheen.
Ze was beneden en pufte al flink.
Het zoontje was boven, al wakker, maar nog netjes op zijn kamer, want oma zou komen. Oma’s komst liet op zich wachten. Herman stond handenwrijvend op de uitkijk, ‘Waar blijft ze toch?’ Karin maande hem tot rust, zij kende klaarblijkelijk het ochtendritueel van haar schoonmoeder en had extra aanrij-tijd ingecalculeerd. Toen oma de kamer binnenstapte, viel het me op hoe onberispelijk het haar was opgestoken. –Let wel, het was iets voor half zeven op een zomerzondagmorgen- Waarschijnlijk had oma altijd lang werk aan haar knot. Herman zette thee, Karin drentelde rond, oma ging op een rechte stoel aan de keukentafel zitten, -ze leek zo aan het doppen van de boontjes of het schillen van de aardappelen te willen beginnen- en ik bekeek alles vanaf de zachte ingezakte kussens van de bank.
En toen zag ik, na slechts een paar weeën geobserveerd te hebben -mijn thee was nog te heet om te drinken- toch wat aanwijzingen in het lijf van Karin die me sterk deden denken aan drukgevoel.
Dus moeders toch maar naar boven gedirigeerd en Herman het zoontje naar beneden laten halen.
Ik ging alles klaarzetten en tussendoor kon ik de rug masseren, het is een flinke vrouw hoor, maar daar hoef ik jou natuurlijk niets over te vertellen, ze wilde perse blijven staan. Ze vertelde hoe ze bij haar eerste bevalling pardoes op de buik draaide toen de verloskundige haar probeerde te toucheren en ook dat verhaal, over die onmogelijke turn tijdens het inwendig onderzoek, had ik al een keer van jou gehoord. Enfin, ik praat haar het bed in, meet zeven centimeter ontsluiting en voel staande vliezen, -ze bleef voor mij gelukkig even liggen- dus kraamzorg verwittigd, Herman weer naar boven geroepen en oma zou –op verzoek van Karin- warme pap gaan maken voor de kleine jongen.
Er volgde tussen de weeën door nog een discussie over de exacte receptuur en de bewaarplaatsen van de verschillende ingrediënten, het speciale lepeltje, wel of geen suiker, en niet te vergeten het juiste slabje. Herman zocht tevergeefs in de wasmand met schone spullen. ‘Nee, niet die, nee, niet die kleine, nee, daar onder, neehee, ik bedoel die gr…pffffffff.’
Toen de wee weer opkwam zetten, mompelde ze dat ze anders maar een theedoek moesten nemen, ze kwam bijna op het punt dat huiselijke beslommeringen er niet meer toe deden. Daar was ik blij om, het betekende dat mijn tijd was aangebroken. –En die van schoonmoeder, die volgens Herman al minstens vijftig jaar dagelijks pap maakte, dus dat het vast wel goed zou komen met de kleine jongen, het tot dan toe enige prinsje in de gehele familie Mokkinga-
Karin kon alleen nog maar snuiven. De rug kronkelde alle kanten op, ze stampte afwisselend met de ene en de andere voet op het laminaat. Het hoofd bewoog van links naar rechts en van boven naar beneden. We konden er niet aan aflezen of ze het eens kon zijn met de papmakerij van oma. Met de ogen gesloten, en de onderlip tussen de tanden geklemd bleef het hoofd op het ritme van het gesnuif op en neer gaan. Wij hoopten van goedkeuring.

:)

Zusje


Het was een lange nacht van weeën wegzuchten en volhouden. Tegen het ochtendgloren werd oma opgetrommeld voor Elvira, de aankomend grote zus. We hoorden hoe de gezellig kletsende Elvira werd geholpen met aankleden en tandenpoetsen. Ondertussen legde oma uit dat de baby die ochtend vast en zeker geboren zou worden en waarom de slaapkamerdeur van pappa en mamma dicht bleef. Wij puften door in de warme kraamkamer. Met het enorme bed hoog op klossen onder een schuinaflopende wand en een strijkplank als bijzettafel, hadden we verder niet veel ruimte over. Het was nauwelijks afgekoeld die nacht en we besloten het kiepraam stukje te openen.
‘Laten we opletten, het te sluiten als de baby er is, om tocht te voorkomen,’ zeiden de kraamverzorgster en ik tegen elkaar. ‘Maar voor nu is het wel even lekker.’ We snoven de frisse lucht in en een perswee kwam opzetten.
De hond blafte in de tuin, nu duidelijk te horen. Via een kier langs het rolgordijn zag ik hoe hij achter een bal aanrende. In een hoekje van de tuin stond Elvira, ze deed net of ze druk was met het gooi-en-breng-spel. Ik zag wel hoe ze met een schuin oog naar boven keek en wij werkten ons zwijgend door de laatste perswee. Enkele ogenblikken later vulde de kamer zich met krachtig babygehuil.
‘Whèèèè-wheèèèè-whèèèèèèè.’
Een kippenvelmoment dat deze ochtend qua ontroering ogenblikkelijk werd overtroffen door de juichende kinderstem vanuit de achtertuin.
‘Ik hoor het. Joehoee! De baby is er! Horen jullie het? De baby is er! De baby is er. Joehoeee, de baby!’
Ze danste erbij en zong de woorden als een eindeloos refrein met schrille 'joehoee'-uithalen. Wat een ontlading, -joehoeee- de hele wijk mocht meegenieten. Het raam lieten we open en ik veegde stiekem een traan van mijn wang.

:)