BABY'S


Vooropgesteld; ik ben geen verloskundige geworden enkel en alleen omdat ik baby's zo schattig vind en ze constant in mijn armen wil houden.
Het gaat me om de mens in het algemeen. De bijzondere band met elk stel dat zich meldt voor het laten begeleiden van hun zwangerschap. Het zit hem in het onbeschrijfelijke wat je iedere keer mag meebeleven bij het zien van een geboorte. Een hoofdje wat tevoorschijn komt, het lijfje, en daar is opeens een baby. Roze huilend en een beetje verfomfaaid vanwege de tocht door het krappe baringskanaal. Als ze dan zo vers bij mamma op de borst liggen, en ik zie de blijdschap, de ontlading, de stiekeme traan bij pappa, de opluchting en de onvoorwaardelijkheid van liefde, ja, dan kan ik wel zeggen: 'Dit is het plaatje waar ik enorm van houd.'

'Wat goochel je toch met onze baby,' zei mijn broer toen ik zijn dochtertje, na haar geboorte, woog, opmat, beluisterde en met vaste hand van top tot aan de petieterige teentjes secuur nakeek. Hij bewonderde mijn handigheid, -hij had mij nooit live aan het werk gezien- en verbaasde zich over de relaxedheid waarmee de baby zich door mij liet onderzoeken. Was ik tot dan toe slechts zijn kleine zusje. 'Stond daar -bij onverwachte afwezigheid van de gynaecoloog en plotselinge aanwezigheid van onbedwingbare persdrang- opeens Mevrouw de Verloskundige,' vertelde hij me later. Ook al was ik in eerste instantie incognito mee ter support, ook al was ik in een voor mij vreemd ziekenhuis en ook al liet ik me bijna overrulen door een coassistent die op wachten aandrong.

Toentertijd was ik ruim tien jaar verloskundige en na het wisselen van enkele blikken met mijn verhit strijdende schoonzus begreep ik; "wachten" is geen optie hier, en zo coachte ik mijn eigen nichtje soepeltjes de wereld in. De gynaecoloog verscheen pas halverwege de derde acte, net toen de placenta spatloos het opvangbekkentje ingleed. De dokter knikte goedkeurend, plaatste mij zonder enige aarzeling "in charge": 'Jij kunt het kind ook nakijken?' en verdween ijlings weer van het toneel, de panden van zijn onbespetterde doktersjas vrolijk achter hem aan flapperend. Ik was me onbewust van mijn zogenaamde goochelarij. Het zijn Haptonomische handgrepen die ik ooit leerde, waarbij het kindje zich voegt naar je hand. Als je in die tien jaar ruim duizend baby's in handen hebt gehad, voelt het allemaal zo vanzelfsprekend. Dat het op gegoochel lijkt voor het toekijkend publiek, heb ik niet meer door. Handigheid zou ik het noemen.

Ik, die vroeger amper een baby mocht vasthouden van mijn moeder: 'Nee Majanne, doe maar niet, jij laat toch altijd alles vallen.' Een uitspraak die mijn broer vast ergens in zijn achterhoofd had opgeslagen, net zoals de boze kleine ik. Misschien koos ik daarom voor dit beroep. Gewoon om mijn moeder het tegendeel te bewijzen. Al zal ik zelden een baby ongevraagd uit de wieg halen, bij een: 'Wil jij even vasthouden?' strek ik mijn armen subiet naar de kleine uit.
'Ja! Hier met dat wolkje.'

 

@poldervroedvrou