Liefelijk

Sommige weeën noemde ze liefelijk. Als ze zo’n ‘liefelijke’ wee had, draaide ze sierlijk met de polsen en wapperden haar handen in de lucht, alsof ze een verfijnd klassiek muziekstuk dirigeerde. Liefelijk, zo zag het er ook uit. Ze glimlachte erbij.
Nimmer had ik een barende het woord liefelijk horen gebruiken in relatie tot af-en-aan golvende weeënpijnen.
De rest van het verhaal is verre van liefelijk. Naarmate de nacht vorderde, kreeg de hardcore variant namelijk flink de overhand op de liefelijkheid van de ontsluitingsweeën.
Woo-Hoo!
De gracieus wuivende handen, waar mijn brein onhoorbaar een bijpassend klassiek muziekje onder neuriede, balden zich plotseling tot vuisten, sloegen met afwisselend vuist en vlakke hand ritmisch op het hoofdkussen en grepen vervolgens partner Pim stevig bij de lurven. (Voor wie wil weten waar de lurven zich bevinden; ergens tussen je kladden en je hurken, de afdrukken zijn waarschijnlijk nog te bezichtigen op het lijf van de onfortuinlijke Pim.) Knokkels trokken wit weg, er werd gestampt, gevloekt en getierd, ik vreesde voor de nachtrust van de buren. Er paste precies een heel couplet van Blur song 2 in het hoogtepunt van de wee.

Woo-hoo!
When I feel heavy-metal
And I'm pins and I'm needles
Well, I lie and I'm easy
All the time but I'm never sure
Why I need you
Pleased to meet you

 Wie de videoclip ooit zag weet hoe de zanger van muur naar muur stuitert en hoe hij zijn Woo-Hoo! in de microfoon grungt, waarna het couplet dynamisch gezongen/geschreeuwd wordt.
Pleased to meet you, inderdaad, opnieuw voorstellen, want de Grunge-Eveline kende ik nog niet. Power en passie. Ook Pim moest wennen aan deze dynamische versie van zijn vrouw.
De ontsluiting vorderde snel, wat de heftigheid van iedere niet-liefelijke wee verklaarde. Tot de laatste centimeter erg op zich liet wachten, toen werd het werkelijk afzien.
De videoclip leek op repeat te staan. Woo-Hoo! Er kwam geen einde aan. Moe van het staan, liggen lukte echter niet. Bij het opkomen van iedere wee sprong Eveline op en zocht naar de lurven van Pim. In mijn hoofd startte het repeating-couplet van de Blur song, en wel op vol volume
Woo-Hoo!
‘DIT IS HEEL HEFTIG!´ siste Eveline beleefd tussen haar opeengeklemde kaken door. We geloofden het onmiddellijk.
Opeens zag ik mezelf liggen, bijna 25 jaar geleden, toen ik mijn man Ben opdroeg om de verloskundige te waarschuwen. ´JE MOET NU BELLEN!´ siste ook ik toentertijd. De spijlen van het bed stevig omklemd, witte knokkels. Het bed rammelde ervan. De manier waarop Ben onze verloskundige op de hoogte bracht, klonk als de omschrijving van een scene uit ´The Exorcist´; waar de hoofdrolspeelster een priester vertelt welke gezellige hobby´s zijn moeder in de hel kan uitoefenen om daarna groene smurrie te kotsen.

Na een dolle rit richting ziekenhuis voor pijnstillingsmedicatie om die venijnige laatste centimeter dragelijker te maken, arriveerden we op de verloskamers met adequate persweeën.
De pins and needles ebden weg.
Daar was Alex.
Al wat overbleef, was een liefelijk pleased to meet you .

Woo-Hoo!

 

@poldervroedvrou

BABY'S


Vooropgesteld; ik ben geen verloskundige geworden enkel en alleen omdat ik baby's zo schattig vind en ze constant in mijn armen wil houden.
Het gaat me om de mens in het algemeen. De bijzondere band met elk stel dat zich meldt voor het laten begeleiden van hun zwangerschap. Het zit hem in het onbeschrijfelijke wat je iedere keer mag meebeleven bij het zien van een geboorte. Een hoofdje wat tevoorschijn komt, het lijfje, en daar is opeens een baby. Roze huilend en een beetje verfomfaaid vanwege de tocht door het krappe baringskanaal. Als ze dan zo vers bij mamma op de borst liggen, en ik zie de blijdschap, de ontlading, de stiekeme traan bij pappa, de opluchting en de onvoorwaardelijkheid van liefde, ja, dan kan ik wel zeggen: 'Dit is het plaatje waar ik enorm van houd.'

'Wat goochel je toch met onze baby,' zei mijn broer toen ik zijn dochtertje, na haar geboorte, woog, opmat, beluisterde en met vaste hand van top tot aan de petieterige teentjes secuur nakeek. Hij bewonderde mijn handigheid, -hij had mij nooit live aan het werk gezien- en verbaasde zich over de relaxedheid waarmee de baby zich door mij liet onderzoeken. Was ik tot dan toe slechts zijn kleine zusje. 'Stond daar -bij onverwachte afwezigheid van de gynaecoloog en plotselinge aanwezigheid van onbedwingbare persdrang- opeens Mevrouw de Verloskundige,' vertelde hij me later. Ook al was ik in eerste instantie incognito mee ter support, ook al was ik in een voor mij vreemd ziekenhuis en ook al liet ik me bijna overrulen door een coassistent die op wachten aandrong.

Toentertijd was ik ruim tien jaar verloskundige en na het wisselen van enkele blikken met mijn verhit strijdende schoonzus begreep ik; "wachten" is geen optie hier, en zo coachte ik mijn eigen nichtje soepeltjes de wereld in. De gynaecoloog verscheen pas halverwege de derde acte, net toen de placenta spatloos het opvangbekkentje ingleed. De dokter knikte goedkeurend, plaatste mij zonder enige aarzeling "in charge": 'Jij kunt het kind ook nakijken?' en verdween ijlings weer van het toneel, de panden van zijn onbespetterde doktersjas vrolijk achter hem aan flapperend. Ik was me onbewust van mijn zogenaamde goochelarij. Het zijn Haptonomische handgrepen die ik ooit leerde, waarbij het kindje zich voegt naar je hand. Als je in die tien jaar ruim duizend baby's in handen hebt gehad, voelt het allemaal zo vanzelfsprekend. Dat het op gegoochel lijkt voor het toekijkend publiek, heb ik niet meer door. Handigheid zou ik het noemen.

Ik, die vroeger amper een baby mocht vasthouden van mijn moeder: 'Nee Majanne, doe maar niet, jij laat toch altijd alles vallen.' Een uitspraak die mijn broer vast ergens in zijn achterhoofd had opgeslagen, net zoals de boze kleine ik. Misschien koos ik daarom voor dit beroep. Gewoon om mijn moeder het tegendeel te bewijzen. Al zal ik zelden een baby ongevraagd uit de wieg halen, bij een: 'Wil jij even vasthouden?' strek ik mijn armen subiet naar de kleine uit.
'Ja! Hier met dat wolkje.'

 

@poldervroedvrou